Rotterdamse stadsdichter Dean Bowen en de filmmakers van Rauwkost Collective maakten ‘aan allen die zich hier bevinden’, een korte film over de naweeën van het Nederlandse slavernijverleden. De film is vanaf vandaag, de dag van Keti Koti, te zien via OPEN Rotterdam. We spraken de filmmakers over de uitdagingen van het verfilmen van deze indringende maar tegelijk hoopgevende spoken word performance. Regisseur Guido Jeurissen: “Dit is het project waarvan ik het meest heb geleerd.”

Het lijkt zo vanzelfsprekend, dat eerste artikel van de Nederlandse grondwet waarnaar Rotterdamse stadsdichter Dean Bowen naar verwijst in de titel van zijn gedicht Art.1:

“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

En toch weet elk persoon met een anders dan witte huidskleur dat het ook in de Nederlandse praktijk vaak niet zo werkt. Uitgebreid onderzoek bewees vorig jaar nog dat Nederlanders met een migratieachtergrond 40% minder kans hebben om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek dan kandidaten die een vergelijking CV én een Nederlands klinkende achternaam hebben. De Belastingdienst gaf onlangs schoorvoetend toe dat de onterechte slachtoffers in de toeslagenaffaire veelal ook nog eens slachtoffer van etnisch profileren zijn. En schuimbekkende reacties in de discussie rond Zwarte Piet, laten Nederland elk jaar weer van haar lelijkste kant zien.

De indringende en tegelijk verbindende woorden die stadsdichter Dean Bowen er uiteindelijk over schreef, spreken voor zich, maar dat maakte het verfilmen ervan voor de filmmakers van Rauwkost Collective alles behalve gesneden koek. “Vorig jaar mei hadden we het hier al over”, zegt regisseur Guido Jeurissen. “Toen kwam al ter sprake dat Dean een gedicht voor Keti Koti [de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden—HIJS] zou maken, en wij dat zouden verfilmen.”

Het gedicht van Bowen is een verhaal over de blinde vlek die er nog altijd bestaat wat betreft de bloeddoorlopen schaduwzijde van wat in Nederland ‘de Gouden Eeuw’ is gaan heten. “Ja, ik snap dat er toen veel geld werd verdiend, maar er mocht in het onderwijs dat ik genoten heb wel iets meer op ingegaan worden hoe dat dan gebeurde”, vindt Jeurissen. “De relevantie van dat verleden voor de dag van vandaag, ben ik pas recent gaan inzien. Het is kwalijk dat ik als Nederlander, en zeker Rotterdammer, in de meest multiculturele stad van Nederland die verbanden nu pas ken.”

Producer Arjen van Doezelaar is het met hem eens: “Ik kan dat schoollied over Piet Hein als 36-jarige nog steeds uit mijn hoofd opdreunen. Maar dat er in de canon van de Nederlandse geschiedenis ruim aandacht voor het slavernijverleden gemaakt wordt, is nog maar kort zo.”
Jeurissen: “We durven het er als samenleving niet over te hebben. Dat is ook de insteek van het gedicht. Onze rol in de wereld van toen, is nog steeds relevant voor vandaag de dag. Kijk maar naar Zwarte Piet; dat we nu pas beginnen te begrijpen dat dat toch niet helemaal oké is, anno 2020. Dat werd tientallen jaren geleden al aan de kaak gesteld.”
Van Doezelaar: “Gerda Havertong legde het in Sesamstraat in 1987 al uit. Dat zit ook in de film.”

Het beroemde fragment is onderdeel van een audiocompilatie in de finale van de film. Het is één van de onderdelen waar het team veel en lang over gepraat heeft. “We wilden niet een anti-witte mensen video maken; dat is het gedicht ook helemaal niet”, legt de regisseur uit. “Het is juist willen verzoenen”, vult Doezelaar aan. Jeurissen: “Maar wel met het besef dat ook al zijn we gelijk bij wet, we zijn dat in de praktijk nog helemaal niet. We worden niet allemaal hetzelfde behandeld, en zo lang dat niet zo is, is daadwerkelijke gelijkheid er ook niet. We moeten onthouden dat ons verleden niet eenzijdig wit is, het is een verhalen van allerlei culturen die met elkaar te maken hebben gehad. Dát moet de boeken inkomen.”

Jeurissen en Van Doezelaar zagen het als een uitdaging om het gedicht als witte filmmakers te verfilmen. “We wisten vanaf dag één dat als we dit zouden doen, Dean de hoofdpersoon zou zijn”, zegt de regisseur. “Ongeacht wat de vorm zou worden. Het moest zijn stem zijn, en die stem moest meer dan alleen een voiceover zijn.” Het team verfilmde eerder al twee gedichten van de stadsdichter, maar permitteerde zich daarbij veel meer vrijheden dan nu. Dat was deze keer geen optie, denkt Jeurissen. “Anders zouden we geheid de plank misslaan. We kunnen een mening over racisme hebben, luisteren naar mensen die eronder leiden, en er mét hen staan, maar wij kunnen nooit zeggen dat wij weten hoe het voelt.”

Door de soms zware gesprekken tijdens het maken van de film, is de regisseur naar eigen zeggen gegroeid als persoon. “In de zeven jaar dat wij als Rauwkost bestaan, is dit het project waarvan ik het meest heb geleerd”, zegt Jeurissen. “Op mijn basisschool was ik één van de weinige witte kinderen in de klas, dus het was niet zo dat ik in een bubbel zat—ik heb me nooit afgeschermd gevoeld, maar dit was de eerste keer dat ik echt research ernaar deed. Ik heb nooit zoveel met zowel zwarte als witte mensen over dit onderwerp gepraat, en dat heeft me echt andere inzichten gegeven. (…) Als je bijvoorbeeld op verjaardagen bij familie zit, ga je met een ander oor luisteren naar opmerkingen die misschien niet kwaad bedoeld zijn, maar wel kwetsend zijn. Dingen die ik vroeger heel normaal vond, daar ben ik nu vraagtekens bij gaan zetten. Ik hoop dat mensen die de film zien, meer gaan luisteren naar wat gebeurd in hun eigen omgeving.”

De tijdsgeest hebben ze wat dat betreft mee, want tijdens het afronden van de film, braken de Black Lives Matter-protesten uit tot een wereldwijde beweging. “We moeten dit vast blijven houden tot aan de stembussen” zegt producent Van Doezelaar. “Persoonlijk voel ik een bepaalde moeheid, na deze productieperiode. Omdat we er heel veel mee bezig zijn geweest, maar ook omdat we zo betrokken zijn bij het onderwerp. Maar als wij al moe zijn, hoe vermoeid moeten zwarte mensen zich dan wel niet voelen?”

Uiteraard hoopt Van Doezelaar dat hun film daar een bijdrage aan leveren kan. “Het kan niet bij één BLM-protest blijven. Wat Killer Mike ook zei in Amerika: ‘ga alsjeblieft stemmen’. Dat is niet direct wat de boodschap is van de film, maar ergens ook weer wel. Als je een klap uit wil delen, doe dat dan [figuurlijk] in het stemlokaal.”

Meer Achtergronden, Hijs Poetry, Interviews, Rotterdam