Popmuziek in Nederland, en hiphop helemaal, is nog nooit zo democratisch geweest als het nu is. In het streamingtijdperk is het niet langer een platenmaatschappij, plugger, radioprogramma, muziektijdschrift of de muziekredactie van een krant of website die bepaalt wat naar voren geschoven wordt. Iedereen met een computer kan instappen en een podium voor zichzelf creëren, de camera van je telefoon kan al genoeg zijn om viraal te gaan.

Het mooie daarvan is dat de begrippen mainstream en underground zo diffuus worden dat ze bijna niks meer betekenen. Op een speelveld dat steeds vlakker wordt kan iedereen op min of meer gelijke voet strijden om streams. Gebroken is de macht van het geld nog niet helemaal, en dat zal ook nooit gebeuren, maar afgekalfd is deze wel. In theorie zou dat kunnen betekenen dat alleen je skills nog tellen; helaas is het tegendeel waar. Nu we allemaal zelfs op onze telefoon breedband internet hebben en makkelijker dan ooit video kunnen streamen is één ding belangrijker dan ooit: views pakken.

“We zullen meer content zelf gaan maken in plaats van media benaderen of ze iets met onze artiesten willen”, vertelde Top Notch eigenaar Kees de Koning in een interessant artikel over de veranderende muziekindustrie aan NRC. “Met een miljoen YouTube-abonnees ga je nadenken: wat zijn we dan eigenlijk? We kunnen in potentie evenveel mensen bereiken als RTL Late Night en De Wereld Draait Door. Waarom gaan we dan niet elke vrijdag, vanuit de keuken op kantoor, zelf live een praatprogramma uitzenden?”

Tja. Ik wil zeker niet pleiten voor zogenaamde smaakmakers in Nederland die vaak een op zijn best paternaliserende, en op zijn slechtst ronduit vijandige houding tegenover hiphop hanteerden. Prima dat artiesten zelf meer manieren dan ooit hebben om met hun publiek te communiceren, en als Top Notch een talkshow lanceert ga ik die vast zelf ook meer dan eens bekijken. Maar ik kan wel een paar redenen bedenken waarom zo’n talkshow absoluut geen valide alternatief is voor daadwerkelijke muziekjournalistiek, en ook nooit kan worden.

Er is namelijk nog altijd zoiets als journalistieke integriteit en onafhankelijkheid. Als je hiphop waardevol genoeg vindt om verslag over te doen, zou je ook waarde moeten hechten aan het niveau en de standaarden van die verslaggeving. En hoe professioneel zo’n show waarschijnlijk ook opgezet zou worden, als deze nota bene vanuit het kantoor van de platenmaatschappij uitgezonden wordt, daarbij niet eens de schijn van onafhankelijkheid ophoudend, kan het ondanks ongetwijfeld boeiende items uiteindelijk nooit meer worden dan een goed gemaakte versie van wat in essentie gewoon Top Notch Tell Sell is. Hoe goed het eindproduct ook is, de bron is per definitie niet onafhankelijk.

Daarnaast heeft dat hunkeren naar views nog een andere keerzijde, eentje die Fresku en Mocromaniac al treffend beschreven in het interview dat we eerder dit jaar met hen hadden. “De status quo mag omver. Cultuur moet constant blijven bewegen, daar sta ik helemaal achter. Maar er is ook een kant van mij, die komt uit een bepaalde hoek en schrijft vanuit een bepaalde gedachte, een bepaald ambacht en merkt dat het nooit zo free for all is geweest”, zei Fresku daarin. “Mijn buurjongen kan een mic hebben en gewoon doorbreken. Hij hoeft niet eens goed te zijn, als hij maar goed is in zijn online game. Daardoor verdwijnt de ambacht. Er is geen controle, laten we het zo zeggen. Diezelfde instituten die omver moeten, kunnen wel een kwaliteitscontrole uitvoeren. Dat is nu compleet weg.”

We zijn ruim een half jaar verder, en de situatie die Fresku omschrijft is alleen maar zorgwekkender geworden. Zelfs de eigen instituten hebben veelal de kwaliteitscontrole laten vallen, en posten alles zolang het maar views pakt. Zoveel is wel duidelijk uit het treurige succes van vlogster FamkeLouise, die zich met vlechtjes in haar haren vanuit het niets ontpopte tot rapster.

Vloggen en rappen kunnen best samen gaan, bewijzen vloggende rappers als Boef en Qucee. Het verschil is echter dat zij ook daadwerkelijk over een eigen stijl beschikken, en wel degelijk kunnen rappen. Die stijl kan niet je smaak zijn, maar ze hebben er wel een ontwikkeld, hun sporen verdiend en bepaalde skills onder de knieën. FamkeLouise is een dame die echter beroemd is geworden met iets totaal anders, wat random straattaal bij elkaar flikkert op een beat (dat haar sannie ver-raa-duh-luk is, is vast een fijne oppepper voor haar vriendje Snapking na een lange werkdag kinderen oplichten, maar wat moeten wij met die info?), er een (toegegeven) goede clip bij schiet, en in een paar dagen een paar miljoen views pakt. Mede dankzij de hiphopmedia die het massaal posten, want ze is ten slotte al bekend, dus het levert clicks op. Dat het een wanproduct is met een flow droger dan knäckebröd in de Sahara is schijnbaar niet van belang.

Nog niet zo lang geleden hielden we op HIJS een pleidooi voor het loslaten van frustraties over stijlen binnen hiphop die veel van de oude garde niet bevallen. We hoorden veel van hen daar namelijk meer over klagen dan dat ze supporten wat hen wél bevalt, wat wat ons betreft een contraproductieve houding is. Wij focussen bij HIJS zelf liever op wat we dope vinden dan dat we extra views genereren voor de dingen waar we niks mee hebben. Streams uit haat leveren immers evenveel geld op als die uit liefde, vandaar dat je weinig tot geen negatieve reviews ziet hier. Als we het niet diggen, posten we het gewoon niet.

Wat ons betreft is er in hiphop dan ook genoeg ruimte voor diverse stijlen, van trap tot boombap, van snoeiharde punchlines tot emo rap, en alles wat ertussen, naast, onder en boven zit. Maar waar géén plek voor is, is wackness. En aangezien we al in jaren geen negatieve reviews meer geplaatst hebben, hebben we wel genoeg krediet opgebouwd om ons daar voor de verandering maar weer eens aan te wagen.

Was Famke’s gedrocht van een track Op Me Monnie al pijnlijk, nieuwe single Vroom is zo mogelijk nog erger. Naast een rapper als Bokoesam wordt het totale onvermogen van FamkeLouise om een paar ‘bars’ met enige sjeu uit haar strot te krijgen, namelijk een marteling. Zelfs het doods herhaalde ‘vroom vroom’ klinkt geforceerd, en als iemand die wél kan rappen er dan een verse na dropt, is het eindresultaat genanter dan Puff Daddy die een Pharoahe Monch track probeert te rappen. Niet dat ik Bokoeyoncé hier ineens op het schild wil hijsen als een GOAT-level rapper, maar flow heeft hij wel, en dat maakt het contrast in deze collabo scherper, dan dat tussen een pitcher koud bier en het zand in de Sahara.

Iedereen met een paar oren kan het horen, en de commentaren op haar tracks zijn (terecht) overweldigend negatief. Het gaat dan ook niet om de stijl waarin ze opereert, het gaat erom dat ze geen enkel blijk geeft daadwerkelijk te kunnen rappen. Je maakt mij niet wijs dat iemand die in zijn leven ooit meer dan drie rapalbums geluisterd heeft, vrijwillig deze track aan gaat zetten.

Waarom posten hiphopmedia dan toch zo’n clip? Alsof er niet elke dag tientallen jongens, meisjes, mannen en vrouwen over heel de wereld tracks maken die gewoon dope zijn. Waarom met zo’n sneue vertoning, zonder enige vorm van commentaar, je eigen site bevlekken? Als je selectie enkel gebaseerd is op het genereren van traffic, goedschiks of kwaadschiks, wat is je zogenaamde selectie dan eigenlijk nog waard? In een poging te concurreren met de algoritmes van YouTube, sloop je zo juist de meerwaarde die je als medium ooit had.

En als je als muzikant je ambacht inzet om credibility te verlenen aan iets dat pertinent wack is, maar waarvan je weet dat het wel scoren gaat, verlaag je daar de waarde van je ambacht dan niet mee? Die skills waar je zelf jaren aan hebt moeten schaven, waar je je concurrentie mee af probeert te troeven, waarmee je elke keer frisser dan de vorige keer probeert te komen, wat zijn die nog waard, als je ze op gelijke voet zet met een random vlogger, die op een weekend bedacht heeft haar populariteit in te zetten om ook maar eens wat rap-guap te gaan pakken?

Mocht Famke echter ooit op miraculeuze wijze ineens skills ontwikkelen, dan bieden we daar alsnog graag een podium voor. Tot die tijd: GTFOH. Dit is een pleidooi tegen wackness, en tegen hen die het schouderophalend laten passeren om er een graantje van mee te kunnen pikken.

Het heeft een heel hoog “Wij van WC Eend adviseren WC Eend”-gehalte, maar anno 2017 vinden wij nog altijd dat hiphop meer is dan een melkkoe. Dat je niet alles maar online knalt en op iedere wave kritiekloos mee probeert te varen, als het maar populair genoeg is. Wij nemen hiphop, in al zijn facetten, uiterst serieus, en vinden daarom dat het ook serieuze, journalistiek gedegen verslaggeving verdient.

Prima dat de macht van de traditionele poortwachters gebroken is, het heeft hiphop diverser en creatief rijker gemaakt dan het ooit geweest is. Maar de deuren vervolgens 24/7 helemaal open laten, en iedere random clown naar binnen laten wandelen alsof de tent van hem of haar is? Nee, bedankt. Daar is hiphop veel te waardevol voor.

Meer Achtergronden