Het is altijd moeilijk, maar 2018 telde zóveel toffe hiphopreleases dat het dit jaar pas echt zweten was bij ons op de redactie. Maar omdat we het nerden over muziek zo leuk vinden, konden we het toch niet laten. De 18 van 2018 is een jaarlijst waarop we hebben geploeterd en waar bloed, zweet en tranen in zitten. Uiteindelijk zijn we er zonder kleerscheuren vanaf gekomen en presenteren we de achttien mooiste, fijnste en hardste hiphopalbums van het jaar. Wat ons betreft de crème de la crème van het studiomateriaal, de koningen en koninginnen van de flows, de auteurs met de scherpste pen of de rappers met de hardste bars. We tellen af van #18 naar #1 en onderweg kun je natuurlijk alle muziek beluisteren. Cheers en fijne feestdagen!

18. Noname – Room 25

De stem is zacht, de muzikale omlijsting gloeiend en soulvol. In Room 25 wordt je ontvangen met een kop dampende thee met honing en alle comfort die een goede zetel en een wollen deken te bieden hebben. Wie zich vervolgens goed nestelt met die deken, komt er direct achter dat die warme wol ook kan jeuken en prikken, op de best mogelijke manier: “Y’all really thought a bitch couldn’t rap, huh?”

In het funky Blaxploitation en het opvolgende Prayer Song klinkt een snijdend portret van de Amerikaanse samenleving, het land van onderdrukking en obesitas. In Window vertelt ze een persoonlijker verhaal, over een gepassioneerde relatie die stukgelopen is. De tempowisselingen in haar flow weven zich op onnavolgbare wijze een weg door de track, en wanneer na het eerste couplet de subtiel swingende drums invallen, onderstrepen ze nog meer de virtuositeit daarvan. Als Andre 3000 zo over seks zou rappen, zou het internet breken in collectieve extase.

En dan weet je ineens waarom er achter dat openingsstatement iets van een smalende glimlach leek te klinken. Je dacht dat die zoetgevooisde stem je een warm bad inleidde, maar zij wist al lang wat ze ging doen. Noname sleept je over een onvoorspelbaar slingerend pad, dwars door stekelige braamstruiken vol zoete vruchten heen. —Jaap

17. Black Panther: The Album

De banden tussen hiphop en superhero comics, en dan vooral die van Marvel, zijn altijd al warm geweest. Niet eerder kwam dat echter zo sterk tot uiting als met Black Panther: The Album. Kendrick Lamar pikt de mantel van T’Challa op vanaf de openingstrack, en neemt als luitenanten een indrukwekkende reeks artiesten mee.

De plaat is daarmee veel meer dan de gebruikelijke truc waarbij de populariteit van artiesten de marketingcampagne van een film helpt, en vice versa, hoewel van synergie wel degelijk sprake is: creatieve synergie. Thema’s en karakters uit de film klinken direct door in de plaat, die vervolgens weer te horen zijn in de film.

Ook de muziek zelf, die op een enkele uitzondering na allemaal geproduceerd is door TDE’s Sounwave kent zo’n effectieve wisselwerking. Subtiele invloeden uit de hedendaagse Afrikaanse popmuziek worden gecombineerd met frisse Amerikaanse hiphop, een genre dat uiteindelijk zelf ook een erfenis van de Afrikaanse diaspora is. De afro-futuristische cirkel is rond, en het is je niet moeilijk voor te stellen dat als Black Panther’s zus en technisch genie Shuri in haar thuisland een opnamestudio zou runnen, de muziek die daar vandaan kwam precies zo zou klinken. Wakanda Forever! —Jaap

16. Ronnie Flex – NORI

Wat een jaar was het voor Ronnie Flex; continu wist hij de makers van de krantenkoppen en de roddelpers bezig te houden. ‘Ronnie Flex wordt vader’, ‘Heeft Ronnie Flex een relatie met Famke Louise?’, ‘Ronnie Flex maakt een BLOF-cover’, ‘Wie is de moeder van het kind van Ronnie Flex?’, Ronnie Flex speelt Pinkpop plat’, ‘Ronnie Flex kondigt grote show aan in AFAS Live’, ‘Ronnie Flex scoort #1-hit met Famke Louise’. Het had lang niet allemaal met muziek te maken, maar vaak toch wel.

Laten we dan ook niet vergeten dat hij in het eerste kwartaal van dit jaar de scene weer even op slot zette met het album dat hij niet maakte als Ronnie, maar een kruisbestuiving van alter ego’s NORI en Flonti Stacks. NORI is een heus trapalbum, waarvoor hij inspiratie haalde uit het uit het zuiden van de VS gewaaide genre.

En dat er uit Capelle minimaal net zulke lekkere 808’s, ratelende drumpatronen en vurige triplet-flows komen als uit Atlanta, bewijst Ronnie, ehhhm… NORI met verve. Of het nou sad trap is waarin hij mijmert over de liefde, catchy trap over vier of vijf bitches tegelijkertijd aan de lijn hebben of snoeiharde, overstuurde moshpit-trap; hij heeft het onder de knie als een paar Louboutins. —Bowie

15. Curren$y, Freddie Gibbs & The Alchemist – FETTI

Als je het hebt over langverwachte platen mag deze niet ontbreken! FETTI, het gezamenlijke album van New Orleans-stoner Curren$y en Indiana mc Freddie Gibbs werd al jaren geleden aangekondigd maar de twee vonden de tijd maar niet om het project af te maken. Dit jaar kwam daar verandering in, en met producer The Alchemist achter de knoppen kun je er donder op zeggen dat het een heerlijk gruizige bedoening wordt.

Freddie Gibbs’ album Freddie en de vier tapes die Curren$y dit jaar op eigen titel dropte bleken voorgerechten, want op FETTI steken ze allebei pas echt in bloedvorm. Het is brag ‘n boast-rap in de puurste vorm. Gangsta Gibbs vindt zichzelf ‘a legend in this bitch’ en bragt dat hij ooit net als Tupac op Coachella te zien is in hologram-vorm, terwijl Spitta zijn Rolex-collectie benoemt terwijl de concurrentie duikt voor deurwaarders. Toch zijn de gedetailleerde straatverhalen van de twee rappers tekstueel vaak bijzonder knap op elkaar afgestemd en hoor je op FETTI een team in plaats van een bij elkaar geraapt zooitje tracks.

De verbindende factor is ALC, die met zijn fijne en stoffige producties een cinematisch gangsterrap-album neerzet zonder ook maar een moment te vervelen. De drie veteranen helpen elkaar naar grote hoogten en deze combinatie is dan ook meer dan de som der delen. —Bowie

14. J.I.D – DiCaprio 2

De flow van Dreamville rapper J.I.D is er niet eentje die je makkelijk naast je neerlegt. Zijn vreemde, wat snerpende stemgeluid, zou voor veel van zijn collega’s een nadeel kunnen zijn. Maar Johan Cruijff wist al dat elk nadeel ook een voordeel heb, en dat geldt ook voor de rapper uit Atlanta. Hij kent zijn eigen stembanden door en door, en buigt, katapulteert en flikflakt als een dolle acrobaat over de drums heen, om met zijn relatief hoge stem juist een hele nieuwe textuur aan de tracks toe te voegen.

Met die opvallende stem en snelle flow bedwingt hij net zo makkelijk de stuiterende synths in Mounted Up als dat hij ouderwetse boombap neerzet met Method Man en Joey Bada$$. In het sfeervol melancholische Tiiied met 6LACK en Ella Mai, horen we er zangerige elementen in, terwijl hij zijn barrage van een verse op Slick Talk   juist rotsvast door de stuiterende drums aan het einde stuurt.

DiCaprio 2 laat horen wat je allemaal wel niet met raptechnieken kan doen. Je zou bijna vergeten dat hij nog interessante dingen te vertellen heeft ook, en met een feilloos gevoel voor matchende beats. —Jaap

13. Cardi B – Invasion Of Privacy

Het debuutalbum van Cardi B stond hoog op ons lijstje meest geanticipeerde platen van 2018 en de fanatieke rapster uit The Bronx maakt het meer dan waar. Na flink gescoord te hebben met onder meer Bodak Yellow en Finesse (een featuring bij Bruno Mars) gunt de stoere chick het publiek een kijkje in haar leven.

Haar blijk van wantrouwen richting -toen nog- partner Offset bleken later in het jaar terecht, maar op Invasion Of Privacy zwengelde Cardi de geruchtenmachine zelf al aan. Zoals het een goed NY-rapalbum betaamt, staat ook deze plaat vol snoeiharde raps en die weet Cardi ijzersterk in je face te spitten. Maar dat een vrouw als zij ook haar gevoelens wil delen met de rest van de wereld blijkt uit Ring en Thru Your Phone. Het volgende moment waan je je weer midden in een club om te dansen op de Afro-Caribische Pete Rodriguez-sample die vlak voor je neus vakkundig wordt geflipt in een moderne trapbanger.

Cardi houdt geen rekening met de concurrentie, want de flow is eigenlijk altijd even fel en overtuigend. Een veelbelovend debuut van een pittige dame die alles lijkt te kunnen. —Bowie

12. Royce da 5’9” – Book Of Ryan

Slaughterhouse, PRhyme, Bad Meets Evil; het zijn drie groepen die één verbindende factor hebben. Royce da 5’9”, een van de meest kundige rappers die op deze aardkloot rondlopen. Dat bewees hij dit jaar ook toen hij de kar in zijn uppie moest trekken op zijn zelfbenoemde ‘belangrijkste album tot nu toe’.

De titel verraadt het al; Royce’ nieuwste wapenfeit is als een dagboek. Vol persoonlijke anekdotes, emoties en zowel prachtige als pijnlijke herinneringen. Allemaal zijn ze onderdeel van het grote plaatje; het verhaal van Royce da 5’9” als mens. Hij blikt gedetailleerd terug op hoe het er vroeger aan toeging tijdens het Kerstdiner bij hem thuis en op zijn eigen strijd tegen alcoholisme. Daarnaast beschrijft hij zijn missie om een goede vader te zijn. Dat zijn eigen vader dat niet altijd kon zijn memoreert hij in het uitmuntende Cocaine, en in het spoken word-stuk Protecting Ryan herinnert hij zich hoe zijn broer hem ooit redde van een steekpartij.

Het is een bundeling prachtige memoires, verteld op goed gekozen beats, door een fantastische rapper. Qua rapskills (timing, delivery, scherpte, ritme, flow en kadans) veruit de best uitgevoerde plaat van het jaar. —Bowie

11. KIDS SEE GHOSTS – KIDS SEE GHOSTS

Kanye West gedijt in tegenstelling tot veel van zijn beats makende collega’s niet bij afzondering, maar wil juist mensen om zich heen aan wie hij zich slijpen kan. Kid CuDi, die al jarenlang openlijk worstelde met depressie, en de diverse verslavingen die als gevolg van zelfmedicatie daaruit voortvloeiden, lijkt op het eerste oog niet de meest stabiele partner voor de bipolaire Kanye, en omgekeerd evenmin.

Gelukkig maar. Vocale samples die gechopt worden en achteruit afgespeeld, een compleet uit de lucht (of schoorsteen) vallende sample uit een kerstliedje uit 1936, het lyrische Reborn, of de spookachtig sluimerende titeltrack; CuDi en Kanye zijn overal zo volledig en onnavolgbaar in tandem dat het adembenemend is. Alle waanzin valt perfect op zijn plek, elke inval blijkt een even verrassend als essentieel ingrediënt te zijn.

Wat kan het iemand nog schelen of deze mannen stabiel zijn of niet? “Nothing hurts me anymore / guess what, baby? I feel freeee” horen we Ye halverwege uitroepen, waarop CuDi dat gevoel echoot en zingt hoe “complete in the mode” hij is. Ze genieten van hun creativiteit, en wij met hen. Volg dat spook gewoon, en laat niemand je vertellen dat het niet echt is. —Jaap

10. MHD – 19

MHD, de Parijzenaar met zowel Guinese als Senegalese roots, wist een paar jaar terug de muziekscene voorgoed te veranderen. Anno 2018 heeft zowat iedere grote rapper, zeker in Nederland, gerapt op een afrotrap-beat. Mohamed Sylla, zoals hij echt heet, is de bedenker van het genre, dat Afrikaanse ritmes mixt met de bounce van trapbeats. Dit jaar bracht hij naar eigen zeggen zijn laatste album uit.

Hij voelt zich namelijk niet thuis in de overweldigende wereld die de muziekindustrie heet. En waar we al onder de indruk waren van zijn debuutalbum MHD, gaat 19 nog een stapje verder. De vrolijkheid van eerstgenoemde heeft grotendeels plaatsgemaakt voor melancholiek. Wie de plaat beluistert hoort een hoop minder opzwepende tonen en meer drama.

Zonder een woord Frans te spreken voel je dat MHD sterker dan ooit teruggrijpt naar zijn Afrikaanse roots en dat hij in plaats van fel en opgetogen nu vaak tragisch en snikkend klinkt. Het legt een bijzonder koud gevoel in een warm album. 19 zou een prachtig vaarwel zijn van een prachtig artiest. —Bowie

9. Delic – Kidnap At The Noodle Shop

Langverwacht en toch gekomen; shit uit Zwolle komt nou eenmaal als het af is. Voormalig Opgezwolle-producer Delic is terug van weggeweest. Na een tumultueuze tijd als onderdeel van een van ‘s lands meest succesvolle hiphopacts besloot hij een voorzichtige punt achter zijn producerscarrière te zetten. Hij ging op wereldreis en begon met schilderen.

Het duurde lang, maar toch kroop het bloed waar het niet gaan kon. Wat hij onderweg zag, proefde, voelde, rook en meemaakte zette hem tóch weer aan om te beginnen met muziek. Het eindresultaat is Kidnap At The Noodle Shop; een vierdimensionaal project dat bestaat uit acht nieuwe nummers, acht doeken en acht gescheven hoofdstukken met daarin gebeurtenissen die hij meemaakte in Hong Kong, uitgegeven in een gigantisch boekwerk dat ook de vinylplaat herbergt. Het is een ambitieus project, maar wel vintage Delic.

De nummers bestaan uit verschillende lagen en delen; zo kan een dromerige track met invloeden uit flamenco en engelenzang plots 180 graden draaien en uitmonden in een dubstep-beat vol subtiele blazers en strijkers, die zijn werk typeren. Het volgende moment kom je terecht in zigeunerachtige klanken, koorsamples en oosters getokkel, maar altijd is er weer de dikke subwooferbas, de lijm die alles bij elkaar houdt. Kidnap At The Noodle Shop is zowel jazzy als pompend en is een meeslepend verhaal dat je het liefst in één keer verslinden wil. —Bowie

8. SABA – CARE FOR ME

Waar rook is, is vuur. Achter de wolken schijnt de zon. Grote kunst komt voort uit pijn. Allemaal clichés met een hoofdletter ‘C’, en knal de rest van de rest van dat woord er ook maar achteraan. Want hoe uitgekauwd die stelling ook is, het neemt niet weg dat de druk van pijn inderdaad diamanten scheppen kan.

De vrolijk bouncende flow die SABA twee jaar terug nog op Chance The Rapper’s Coloring Book liet horen, zou niet verder van CARE FOR ME af kunnen staan. De Chicagoan heeft het ingeruild voor een ingetogen melodieuze flow, die zich een weg weeft door organisch klinkende tracks. Hij vertelt er korte, persoonlijke vignettes uit allerlei periodes van zijn leven mee; een eindexamenfeest, het huis waarin hij opgroeide, een knokpartij waarin hij tegen zijn zin verzeild raakte. Sommige verhalen zijn triest, andere liefdevol of zelfs vrolijk, maar de dood van zijn neef Walter hangt als een fuzzy klinkende schaduw over alles heen.

Er wordt meer dan eens aan gerefereerd aan hem, maar pas in het magistrale PROM/KING wijdt SABA een volledige track aan zijn neef, en de band die zij deelden. Een track waar naartoe gewerkt wordt, en waarop CARE FOR ME zich uiteindelijk onthult als rouwproces. ‘Natuurlijk zijn alle tracks geschreven in kapitalen’, denk je dan. Dit is kunst met een grote letter ‘K’, en knal de rest van de rest van dat woord er ook maar achteraan. —Jaap

7. Earl Sweatshirt – Some Rap Songs

De eerste stem die we horen is niet die van Earl, maar van James Baldwin. “Imprecise Words” articuleert de beroemde Amerikaanse dichter vlijmscherp in de vorm van een sample. Baldwin bedoelde daarmee woorden die gebruikt worden om een concept aan te geven, dat in zijn ogen niet helemaal zo te duiden is. Het lijkt daarmee ook een soort missie-statement voor Earl, die worstelt met het omschrijven van wat hij zeggen wil, maar daarbij geen gedachtegang schuwt. Al deze “Imprecise Words” zijn dus met de grootst mogelijke precisie gekozen.

De plaat klinkt ook bedrieglijk ruw, maar kent eenzelfde focus onder het stof in de groeven van de samples. Zijn donkere, diepe stem, is geen anker in de zee van soulloops, maar valt juist helemaal samen met de gruizige producties. “Thebe Kgositsile, professionally known as Earl Sweatshirt, presents the studio album Some Rap Songs” stond op billboards in de aanloop naar de release. De schijnbare achteloosheid daarin, verhult maar heel even wat hier gebeurt: ook de persoon Thebe Kgositsile en de rapper Earl Sweatshirt, vallen hier volledig samen.

Zo laat hij In Playing Possum opnames van zijn moeder Cheryl Harris, en zijn vader, de dichter Keorapetse Kgositsile, met elkaar in dialoog gaan. En instrumentale finale Riot! klinkt na de voorgaande veertien even kortstondige als krachtige hersenspinsels, terecht triomfantelijk. Some Rap Songs is een indrukwekkende zoektocht naar “Peace to every crease on your brain”. —Jaap

6. Travis Scott – ASTROWORLD

Dat 2018 een goed muziekjaar was voor Travis Scott moge duidelijk zijn. Nadat hij eind 2017 een tamelijke flater sloeg met Huncho Jack, Jack Huncho, zijn album met Migos-rapper Quavo, sloeg hij dit jaar genadeloos hard terug met featurings op Kodak Black’s Zeze en Close van Rae Sremmurd. Het hoogtepunt is zijn eigen album ASTROWORLD; hét Travis-album waarop zijn talent voor het eerst écht eruit komt.

De beatswitches van de Rodeo-dagen zijn er nog steeds, maar dan een niveautje hoger. Sicko Mode behaalde zelfs de nummer 1-positie van de Billboard-charts, terwijl het een ontiegelijk onconventionele hiphoptrack is; het opent groots en orkestraal, om vervolgens bruut afgekapt te worden en met overstuurde synthesizers en bassen verder te gaan. De veellagige instrumentaties zijn gedurende de hele rit divers, maar Travis zorgt er zelf voor dat het geen bende wordt. Verder op het album is er een tokkelend gitaartje, de indie van Tame Impala, de mondharmonica van Stevie Wonder, een uitmuntende baspartij van Thundercat, een ode aan Houston-legende DJ Screw en zelfs een kijkje in Travis’ persoonlijke leven.

Je merkt al; er gebeurt zoveel tijdens een dagje in het pretpark dat Astroworld heet, dat je er eens in je leven geweest moet zijn om het zelf te ervaren. Buckle up! —Bowie

5. Phonte – No News Is Good News

Stel je toch eens voor dat er een rapper zou zijn die technisch het niveau van Eminem zou halen, met het soort opeenstapelingen van klankrijm en duizelingwekkende rijmschema’s dat je vindt in een zin als “Audioslave with a mastermind / Any wall of sound Tigallo vandalize / Dog, I am no tap dancer, tip-toein’ audio lap dancer / Soundin’ like rap cancer, metastasized”.

En stel je voor dat diezelfde rapper hartverscheurende nummers zou maken over hoe het opvoeden van zijn zoon, hem anders heeft leren kijken naar de relatie met zijn eigen vader. Hij zou nummers maken over hoe je je tegen je eigen verwachting in durft te geven aan een ander, om zo de ware liefde te vinden. En hij zou het allemaal doen op de meest soulvolle, rijke producties die je ooit uit de apparatuur van onder meer AbJo, Nottz en Marco Polo hebt horen komen, met nummers die op een logische wijze in elkaar doorlopen en zo een schitterend geheel vormen.

Je kunt dromen over zo’n plaat, die alle beloftes van het volwassen worden van hiphop met verve inlost. Of je kunt ‘m gewoon opzetten, want Phonte heeft met No News Is Good News een absolute masterclass in ‘grown-man-rap’ gegeven. —Jaap

4. Vince Staples – FM!

Terwijl we de hosts van LA radioshow Big Boy’s Neighborhood op FM! horen praten over hoe ze uitkeken naar de zomer, zwelt de eerste track van Vince Staples meest recente project aan. “We gon’ party ‘til the sun or the guns come out”, om vervolgens te vertellen over leeftijdgenoten die hij aan ganggeweld ten onder zag gaan: “Dirty got a dozen rounds, better get low / Lil Johnny gave his life for this shit / All he got was a plot and a bottle from the Winco…”

FM! zet zo eigenlijk 11 tracks lang luisteraars op het verkeerde been. Muzikaal is het zijn meest toegankelijke werk tot nu toe, maar conceptueel daagt hij luisteraars opnieuw uit. Neem de skit aan het einde, waarin een beller naar de radioshow een spelletje verliest omdat hij behalve Vanessa Williams geen beroemdheid beginnend met een ‘V’ noemen kan. “He must be tweakin’”, besluiten de hosts, en de nadruk op dat woord hint ernaar dat de skit niet slechts zelfspot van Vince is. “I’m tweakin’” horen we Kehlani vervolgens met wanhoop in haar stem zingen in de laatste track; kapot van de stress rond het steeds maar weet verliezen van mensen.

Vince liet als clip van Señorita in 2015 al volop gangdrama zien in wat uiteindelijk een museumlijst bleek: ellende van de onderklasse als entertainment voor de massa. FM! laat op eenzelfde manier horen dat die lekker bouncende radiotunes uit LA een pikdonkere schaduw kunnen werpen. —Jaap

3. Willem – Man In Nood

Ergens midden in Noord-Holland staat een put. Er zat in een man in die zijn longen uit zijn lijf leek te schreeuwen. Jarenlang hoorde niemand hem, omdat hij er te diep in gevallen was, maar op de een of andere MacGyver-achtige wijze creëerde hij tóch een manier om eruit te klimmen. Onderweg naar boven nam hij zijn emoties op en legde ze vast in prachtige audio- en visuele vorm.

Het is Willem. Ooit bekend als de helft van The Opposites, nu een ‘Man In Nood’. Op ingetogen en sombere wijze vertelt hij over hoe het is als het succes en daarmee ook vriendschap wegvalt. Therapieën, medicijnen en slaapproblemen behoorden tot de orde van zijn dagen. Hij raakte niet alleen The Opposites, maar ook zichzelf kwijt. Gelukkig ligt er nu een fenomenaal album, dat hij niet wilde maken maar móest maken. Nog nooit was een Nederlandse rapper zo open. Over de twijfels die het artiestenleven met zich meebrengt, het vaderschap en over wat hem wel en niet gelukkig maakt.

Willem raakt, Willem ontroert, maar bovenal; Willem is een mens. Mét problemen, en dat steekt hij niet onder stoelen of banken. Man In Nood is het beste Nederlandstalige luistervoer van deze winter. —Bowie

2. Mac Miller – Swimming

Nadat hij doorbrak met poppy high school-rap ging hij via psychedelische melodieën á la Earl Sweatshirt aan de haal, kwam hij door met snoeiharde beats om zich vervolgens meer en meer te focussen op zang. Toen zijn relatie met popster Ariana Grande op de klippen was gelopen, moest Mac Miller zich herpakken. Dat deed hij met het puike Swimming.

Daarop wilde hij zijn zangtalent -dat hij op The Divine Feminine uit 2016 al liet horen- verder uitdiepen. Zijn licht slepende, mompelende rapstem en staccato-flow maken vaker ruimte voor persoonlijke noten en diepe dalen. Mac lucht zijn hart op trage producties van onder meer Blood Orange en zichzelf en lijkt zich te beseffen dat hij niet meer verdrinkt maar zwemt. Onderweg naar een betere plek komt hij luchtige lichtpuntjes tegen zoals mid-funktempo-nummer What’s The Use? en het fenomenale blazersspel in Ladders.

Het is jammer dat hij zelf een andere bestemming voor ogen had; de wereld verloor kort na de release van dit album een veelbelovend maker. Hopelijk heeft Mac Miller zijn verdiende rust gevonden. —Bowie

1. Pusha T – DAYTONA

Een marketing gimmick, een omarming van een less-is-more filosofie, een nieuwe obsessie met numerologie, en de betekenis van het cijfer ‘7’ als symbool voor het goddelijke daarin? Een combinatie van factoren wellicht, maar wat de achterliggende gedachte ook is, in geen enkele van Kanye’s Wyoming sessies bleek het zo effectief als op DAYTONA: in zeven tracks ontpopt Pusha T zich tot mic-god.

Met zijn eigen plaat voorop was het een uiterst succesvol jaar voor de G.O.O.D. Music president, die na jaren van prikken ook nog eens rivaal Drake eindelijk uit de tent lokte, en hem vervolgens het nakijken gaf. En met de spaarzame features die hij deed, stal hij consequent de show. King Push zit stevig op de troon van 2018, maar het meest bijzondere is nog wel, dat hij dat geflikt lijkt te hebben door eisen van de tijdsgeest juist los te laten.

Op DAYTONA wordt nergens geforceerd op trends gesprongen of met een scheef oog naar namen in de hitlijsten gekeken. Pusha T doet in zijn grootste jaar ooit simpelweg wat hij altijd al gedaan heeft; coke raps schrijven die scherper zijn dan het mes dat een voorverpakte kilo inglijdt om een puntje te pakken, en harder gespit worden dan de rush die de ogen open sperren wanneer het witte poeder richting voorhoofd stuift. Maar tussen de regels van zijn uiterst gecontroleerde toon door, horen we ook verbeten emotie sijpelen, zoals wanneer hij in Santeria verwijst naar zijn overleden tourmanager, zijn gehoor boos toebijtend dat het diens tijd om te gaan nog niet zijn kon.

Zeven klappen die zeven keer loeihard raak zijn. Zeven keer waart de geest van paranoia op de achtergrond van opperste zelfbeheersing rond. Zeven keer zelfverzekerdheid die geen grenzen kent. Zeven tracks is een beperkte ruimte, die maakt dat in het werk van een man die altijd al klonk alsof elk woord een afgemeten statement was, nu werkelijk elke seconde telt. Minder is meer. If You Know, You Know.

Meer Achtergronden, Reviews