Nadia van Luijk won een van onze open calls voor kunstenaars en stelt sindsdien haar kunst tentoon in de Rewriters010 DIY Expo-gallery in de Markthal. We vonden het wel zo netjes om ook meteen kennis met haar te maken. In gesprek over haar eerste stappen in de kunstwereld, hoe voedsel een thema werd in haar makelij en het maatschappelijk belang van street art.

Wie is Nadia?
“Ik ben sinds 1999 professioneel kunstenaar en sta altijd heel positief in het leven. Iedere dag is weer een soort leeg canvas, waarop je nieuwe dingen kunt doen en maken. Schilderen is daarbij mijn basis, maar ik probeer wel altijd buiten mijn kaders te schilderen, omdat ik naar buiten wil breken; ik voel dat er nog meer is dan alleen het platte vlak.

Dat is grappig, want ik had ooit een rapport van de lagere school waarop een docent ‘kunstenaar in spé’ had geschreven. Het heeft er dus wel altijd ingezeten. Ik dacht ook altijd dat ik tekendocent zou worden, maar uiteindelijk ben ik op de Willem de Kooning Academie beland, waar ik eerst interieurarchitectuur heb gedaan. Uiteindelijk was ik alleen maar muurschilderingen aan het maken en besloot ik om autonome kunst te gaan doen. Nadat ik afstudeerde, ben ik meteen opdrachten gaan uitvoeren.”

Wat was je eerste opdracht dan?
“Die was heel tof, het was een muurschildering voor een reclamebureau in Gouda. Het was echt een goede match. Het was nog in het guldentijdperk, toen kreeg ik vijfduizend gulden voor een opdracht en dacht ik echt van ‘ho, oke, wauw’.”

Maar je hebt het niet alleen gelaten bij muurschilderingen, toch?
“Zeker niet. Ik heb ook een eigen kledingmerk waarvoor ik op t-shirts en sweaters schilder. Dat doe ik met de hand, maar nu ook in oplagen; dan print ik het. Ik had eens een bestseller; toen was ik héél véél shirts aan het beschilderen. Toen dacht ik dat het misschien makkelijker was om ook een print te maken. Laatst was er een bedrijf dat slow juices maakt, mocht ik daar een shirt voor ontwerpen. En ik heb voor Herman den Blijker personeels-shirts gemaakt en uiteindelijk in zijn restaurant Goud geschilderd. Van het één komt altijd het ander.”

Even terug. Wat was je eerste aanraking met kunst?
“Dat was toen ik tien was en met school een keer naar een expositie ging. Daar zag ik een schilderij van René Magritte, een surrealistisch kunstenaar uit België. Hij had een schilderij waarop het zowel dag als nacht tegelijk was. Je zag een blauwe lucht met wolkjes, maar de lantaarnpalen stonden aan en tegelijkertijd was er een donkere gloed. Ik keek ernaar en dacht ‘dit kan toch helemaal niet?’ Toen realiseerde ik me dat als je schildert je gewoon alles kunt doen. De werkelijkheid vervormen, bijvoorbeeld. Dat boeide me zo erg.

Ik wilde altijd al iets creatiefs doen, maar wist niet precies waar. Op het Grafisch Lyceum was je vaak uitvoerder; dan bedacht iemand anders iets, wat studenten moesten maken. Maar ik wilde zelf dingen bedenken. Het eerste jaar dacht ik dus aan interieur, om lekker met hout te kunnen werken. Uiteindelijk kwamen toch muurschilderingen op mijn pad.”

“Als je niet weet hoe het spelletje werkt, is het best wel lastig.”

Hoe is het anno 2021 voor jou als kunstenaar?
“Ik merk heel erg dat je zelf achter dingen aan moet gaan. Je bent half kunstenaar, maar ook half ondernemer. Dat leer je niet echt op de kunstacademie. Daar leer je meer je eigen stijl en technieken te ontwikkelen. Wij hadden één vak waarin we leerden dat je een beetje acquisitie moet gaat doen en analyses moet maken, maar dat stond toen helemaal in de kinderschoenen. Nu zie je, met social media enzo, hoe je je jezelf en je kunst kan neerzetten. Dat kost wel heel veel tijd. Als je niet precies weet hoe het spelletje werkt, dan is het best wel lastig.”

“Ik was bezig met kleding en doeken, maar heb ook weer zin om murals te gaan doen. Het is heel tof om te zien dat Rotterdam ook steeds meer muurschilderingen krijgt. Wat ik ook merk nu, is dat ik echt er achteraan moet gaan om überhaupt een opdracht te krijgen. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk om contact te krijgen met bepaalde pandeigenaren. Zij zijn altijd een beetje voorzichtig.”

“Je ziet dat als er ergens aandacht aan is besteed, dat men er ook meer respect voor heeft.”

Dat is frustrerend, zeker als je het maatschappelijk belang van street art kent.
“Ja! Nadat ik klaar was met mijn muurschildering voor La Cabane de Fabian aan de Bergweg, viel mij iets op. Er stonden daar van die grote grijze bakken op straat die er niet uitzien, dus heb ik nu een aanvraag gedaan bij de gemeente om die te mogen schilderen. Met de achterliggende gedachte om dat in heel Noord te gaan doen. Mensen gaan er dan toch echt op een andere manier mee om, dan smijten ze er geen vuilniszakken tegenaan bijvoorbeeld. Je ziet dat als er ergens aandacht aan is besteed, dat men er ook meer respect voor heeft. Ook met steegjes, waar je dan liever niet doorheen wandelt. Als je die bijvoorbeeld heel kleurrijk maakt, geeft dat een hele andere beleving. “

Hoe vind je het exposeren in de Markthal?
“Heel leuk! Ik vind het echt sowieso heel tof dat Rewriters010 daar een plek heeft om te exposeren. Dat vind ik heel Rotterdams ofzo, heel stoer. En het is heel grappig om te zien, het is natuurlijk een hele grote openbare ruimte. Iedereen komt er, dus het is heel grappig om te zien hoe mensen reageren op je werk. Vooral mensen die normaal niet naar galleries of musea gaan. Het wordt ineens heel toegankelijk. Er hoeft niet altijd een drempel te zijn om kunst op te zoeken. Het biedt net effe die verbinding en kennismaking met kunst.”

Jouw kunst verhoudt zich perfect tot de locatie: heel veel eten! Hoe is dat ontstaan?
“Eigenlijk is dat ontstaan door mijn vriend London Loy, hij is tv-chef. Hij zat in een programma op 24 Kitchen, genaamd Food Truck Challenge. Tegelijkertijd dacht ik eraan om t-shirts thematisch te beschilderen. Toen kwam ‘food’ voor het eerst in mijn werk terecht. Voeding is een verbindend iets, want iedereen eet en komt dan bij elkaar. Dali heeft ooit een hele mooie uitspraak gedaan, hij zei van: “Gastronomie is de meest delicate vorm van de samenleving.” De mens gaat iets wat uit de natuur komt, zodanig bewerken en daar creatief mee om dat het echt iets heel moois wordt. Het wordt iets wat je kan proeven, kan ruiken. Het is een grote inspiratiebron voor mij. Je kunt veel creëren met voedsel.”

Op dit moment is het een soort hoofdconcept in mijn werk geworden. Het is leuk om door middel van voedselelementen te communiceren. Het spreekt mensen ook meteen aan. Bijvoorbeeld een macaron is in mijn werk een wereldbol. Daarmee wil ik zeggen van ‘Hey, moet je eens zien wat wij als mens eigenlijk allemaal kunnen.’ Met hele gekke ingrediënten maak je macarons, iets dat zó verfijnd is. Dat soort dingen, komt allemaal van deze aarde.”

Wat zijn gebeurtenissen die je hebt doorgemaakt dat uiteindelijk heeft geleid tot het werk van jou wat het nu is?
Oeh, lastig. The Empire of Light, dat schilderij waar ik het net over had, is wel een belangrijke. Soms ontstaan door ontmoetingen ook belangrijke ontwikkelingen. Samenwerkingen bijvoorbeeld. Wat ik ook tof vind is in opdracht werken, want dan krijg ik een bepaald kader van iemand. Samen kom je dan tot iets nieuws wat je waarschijnlijk alleen nooit had bedacht. Je wakkert elkaar dan aan met ideeën. Het zijn steeds kleine sparkles die dan plaatsvinden, die mijn werk maken hoe het nu is.

Wat zie je zelf als belangrijke ontwikkelingen in je werk die je gedurende carrière heeft doorgemaakt?
“Ieder werk dat je maakt, brengt je weer verder. Ik vind het altijd heel mooi als je je weer openstelt voor iets nieuws. Ik zou bijvoorbeeld weer muurschilderingen willen maken. Dan moet je ervoor zorgen dat er dus iets ontstaat waardoor je ineens een muur staat te schilderen. Ik denk dat veel te maken heeft met je openstellen voor nieuwe input. Qua inhoud van mijn werk? Er heeft echt een mode-aspect in mijn werk gezeten; ik heb schilderijen gemaakt die je deels aan kon trekken. Dan had ik een soort corset-achtig iets wat ik in mijn werk had verwerkt, die kon je er dan afhalen en dragen. Ik vind het toch erg leuk om op een hele andere manier kunst in het leven te brengen. Want ik zie ook mijn kledinglijn als een manier om de kunst in de streets te brengen. En ja, dan vind ik het wel leuk om daarmee te spelen. Maar ook een tijd heeft muziek, hiphop ook, meegespeeld. Hiphop is ook erg belangrijk voor mij. Dat is in de jaren ’80, ’90 ontstaan. Ik houd echt van die jaren ’90-hiphop.”

Hoe heb je dat in je kunst meegenomen?
“Ik heb ooit letterlijk een ODE geschilderd. Dat was een werk dat bestond uit die drie letters. Die doeken waren 2,5 bij 12 meter. Ik móest het maken, dit zo sterk want hiphop had mij zoveel gegeven dat ik iets terug wilde geven. Dus ik heb allerlei facetten die belangrijk voor mij waren in dat werk verwerkt. De teksten, de muziek, de cultuur, het artistieke eraan… en die heb ik ooit op de binnenweg tentoongesteld en daar was dan ook een block party. Wat ik heel tof vond is dat delen van delen van het werk in De Duivel in Amsterdam (het oudste hiphopcafé van Nederland, red.) gehangen. Voor mij was KRS-one echt heel belangrijk. Wat het bizarre was; hij had een show in Amsterdam en trad uiteindelijk ook in dat café op. Helaas was ik er zelf niet bij, maar het is wel bijzonder!”

De expositie van Nadia van Luijk is nog dit hele weekend te zien gedurende de openingstijden van de Markthal in Rotterdam!

Meer Interviews, Rewriters