“We gon’ be alright!” schreeuwde Kendrick Lamar twee jaar terug op zijn nu al tot klassieker uitgegroeide album To Pimp A Butterfly. Maar dat het even duurt voordat we ‘alright’ zijn, bewijst hij met DAMN., dat door een bar op losse single The Heart Pt. 4Y’all got till april the 7th to get your shit together – op de zevende van deze maand leek te verschijnen. Kendrick stelde het geduld van de liefhebbers wereldwijd nog een weekje langer op de proef, maar op Goede Vrijdag werd zijn vierde studioalbum dan toch echt een feit. DAMN. is een album van een van de beste rappers die op deze planeet rondloopt, die krap twee jaar terug een boodschap van hoop en vastberadenheid de wereld inslingerde en er Donald Trump als president van zijn land voor terugkreeg.

Het geloof is het fundament van de plaat, maar dan niet het plezierige en uitbundig gevierde geloof van bijvoorbeeld Chance The Rapper of het vastbesloten geloof van bijvoorbeeld Lecrae. In de interludes van DAMN. praat Carl, een neef van Lamar, via een antwoordapparaat op hem in met onder meer de boodschap dat de zwarte-, Latino- en Native-Amerikaanse bevolking de uitverkorenen zijn en dat hun lijden is terug te leiden naar de plaatsen waar zij de Bijbelse wet ongehoorzaam bleken. Erg ver gaat de rapper daarin wanneer gesuggereerd wordt dat zijn gekleurde medemens wordt gestraft door God met een achtergestelde maatschappelijke positie omdat ze van Jezus zijn afgeraakt. Noem het gevaarlijk, noem het koppig, het zijn in elk geval rake woorden die meteen binnenkomen. Wederom genoeg stof tot nadenken, dus. Ook qua aanzicht slaat Kendrick een nieuwe weg in; bijna alle tracktitels bestaan uit één woord, in kapitalen geschreven en met een punt eracher. Alsof hij wil zeggen: “Hier, heb je m’n statement en daar moet je het mee doen. Punt.”

In zijn sombere momenten straalt DAMN. veel meer hopeloosuitheid uit dan voorganger To Pimp A Butterfly; als een bokser die weet dat hij een dijk van een wedstrijd staat te vechten, maar tegelijkertijd weet dat hij aan de verliezende hand is omdat zijn tegenstander, zijn angstgegner, simpelweg in de vorm van zijn leven is. Kendrick bespreekt kerkelijke ellende (BLOOD.), spuugt zijn gal over de pers (YAH., DNA.), spreekt met minachting over zijn collega’s in de industrie (HUMBLE., ELEMENT.) en laat de schaduwzijde van het sterrendom zien (FEEL., LUST.) op beats die een stuk toegankelijker zijn dan op ‘Butterfly’. Waar hij in 2015 nog g-funk en free jazz samensmolt met George Clinton en Robert Glasper aan boord, is de nieuwe muziek met veel down- en midtempo ritmes wat minder uitdagend.

Toch valt er genoeg moois te ontdekken; de zware 808’s in DNA. of de kille pianoloop van HUMBLE. (beide van de hand van Atlanta trapproducer Mike WiLL Made-It) en een speels duet met een niet onverdienstelijk rappende (!) Rihanna op LOYALTY. dat een stuk spannender is dan zijn featurings bij andere hitkanonnen als Taylor Swift en Maroon 5. Ook onmisbaar: de fraaie baspartij op FEEL. is er eentje van Thundercat en het geweldige drieluik aan 9th Wonder-beats op grande finale DUCKWORTH., waarin de verhalenverteller in Lamar hoogtij viert; dit keer over hoe een werknemer van de ‘local chicken spot’ in Compton vriendelijk altijd gratis extra kip en broodjes aan een gangster geeft zodat hij de zaak niet op een hardhandige manier overvalt. Let wel op; deze actie verandert de levens van beide hoofdpersonen in het verhaal én de verteller ervan. De gangster in kwestie is namelijk Anthony ‘Top Dawg’ Tiffith, Kendrick’s huidige labelbaas, en de werknemer van KFC is Kenny Duckworth, Lamar’s vader. Storytelling op het allerhoogste niveau, en na de lines: “If Anthony killed Ducky, Top Dawg could be servin’ life/ While I grew up without a father and die in a gunfight” is dan ook het pistoolschot te horen waarmee de plaat begon en wordt er teruggespoeld naar de openingsline van het album: “So I was taking a walk the other day…”

Kendrick zelf steelt de show door strakke flows soms bewust vóór of na de beat te laten lopen en enorm te variëren in stemgebruik. De ene keer snoeihard, dan weer zacht, het volgende moment venijnig en dan weer bijna fluisterend; af en toe klink het zelfs alsof hij hardop nadenkt. Het daarbij terugkerende thema is twijfel. Continu is Kendrick Lamar aan het wikken en wegen op DAMN.; laverend tussen zijn gebrek aan zelfvertrouwen en tegelijkertijd de grootste rapper ter aarde willen zijn. Sleuteltrack daarbij is het door The Alchemist geproduceerde FEAR., waarin hij zijn zevenjarige, zeventienjarige én zevenentwintigjarige ik uit de doeken laat doen wat hun angsten zijn en vervolgens in het afsluitende couplet een hoop van de tracktitels van de plaat te verweven en te besluiten met de uitspraak van zijn grootste twijfel:

Fear, what happens on Earth stays on Earth
And I can’t take these feelings with me
So hopefully they disperse
Within fourteen tracks, carried out over wax
Wonderin’ if I’m livin’ through fear or livin’ through rap

Kendrick Lamar’s nieuwste wapenfeit laat de luisteraar zich confronteren met zichzelf. Hij houdt je regelmatig een spiegel voor om jezelf de vragen ‘hoe denk ík hierover?’ en ‘waarom denk ik er juist zo over?’ te stellen en tegelijkertijd zijn eigen kwetsbaarheid uitbundig te etaleren. Kendrick is een albumartiest. Een single past vaker beter in de lijn van het album dan als losse radiohit, en dat maakt hem onmisbaar in het huidige hiphopklimaat, waar het vaker lijkt te draaien om een losse radiohit inclusief catchy hook afgewisseld met mumbleraps. Deze sterkhouder van de ambacht dwingt je al twijfelend en struggelend met zijn eigen succes en imperfectie te luisteren naar het grotere plaatje, maar DAMN., Kung Fu Kenny killed it en levert na good Kid, m.A.A.d. City en To Pimp A Butterfly met een muzikale mix van zijn eerdere albums zijn derde klassieker in vierenhalf jaar tijd af.

Meer Reviews