“I started DrumWork and people think it’s beef with my brother / Come on man, maybe every endeavour, we supposed to eat with each other!” In een brei van heerlijk op de beat golvende dubbelrijms haalt Conway The Machine al in het eerste nummer van zijn nieuwe album alle geruchten onderuit. Hij heeft geen beef met Westside Gunn of anderen van het Griselda-label. Sterker nog; La Máquina verschijnt onder die vlag, maar ook onder zijn eigen label DrumWork Music.

De vraag die rijst als je anno 2021 een nieuwe Conway-release beluistert; gaat deze Buffalo-spitter ooit een project droppen dat gaat vervelen? Consistentie is de afgelopen jaren zijn belangrijkste wapen gebleken. En hij laat dat wapen ook op La Máquina niet onberoerd.

Conway The Machine’s flow schommelt zoals altijd tussen onderkoeld en pure nonchalance. Het knappe daaraan is dat hij wel zijn schrijfvaardigheden goed weet over te brengen. De inhoud en de vorm torenen daardoor nooit ver boven elkaar uit. Hoewel ‘The Machine’ natuurlijk ijzerscherpe wordplay heeft en met groot gemak binnen- en dubbelrijm in één zin kan stoppen, is wát hij vertelt nét zo belangrijk. De boodschap gaat nooit verloren door té technisch ingewikkelde rijmelarij, wat hem een aangename mc maakt om naar te luisteren.

Conway the Machine's new album caps Griselda's rise to prominence as one of rap's essential crews - The Washington Post

De oude normen van Conway gooide hij vorig jaar al overboord op From King To A God. Zijn repetoire bestaat uit méér dan een gruizige drumloop en een donkere toetspartij. Dat maakt hij duidelijk op track 2, 6:30 Tip Off.

“They say West is the brains behind it, and Benny is the star / But let’s not act like Machine ain’t the silliest with the bars.”

Ja, ook op de iets meer trendy producties kan Conway tegenwoordig overweg. We hoorden hem al de volledige trapflow omarmen in samenwerking met T.I. op diens nieuwste album. Op La Máquina gaat hij niet zover, maar ziet hij toch de kans om Cardi B’s Bodak Yellow-flow uit 2017 te kapen.

Jammer genoeg zijn de blikkerige trapnummers niet de meest interessante. Zo behoort KD tot de zwakste van de plaat. En ook wanneer hij zich tussen Ludacris en JID (wat een souplesse!) probeert de snelheidsduivel uit te hangen, legt hij het af. Conway verlegt zijn muzikale grenzen en zoekt naar meer experimenten, wat valt te prijzen.

Gelukkig zijn er ook heel wat sterke tegenpolen te vinden. De al genoemde introtrack Bruiser Body, Blood Roses en vooral parel 200 Pies waarbij 2 Chainz zich niet kan verschuilen achter bombastische ATL-drums. The Alchemist geeft de twee een engelachtige vocal-sample waar ze hun ding over moeten doen. En dan is er nog Sister Abigail, waarop Conway zijn Drumwork-signees Jae Skeese en 7xvethegenius uitnodigt; het absolute hoogtepunt. Niet toevallig net als de intro eveneens geproduceerd door onbekende J.R. Swift, die de show steelt in een line-up met prominente figuren als Murda Beatz, Don Cannon, The Alchemist en Daringer.

Westside Gunn mag dan wel het zakelijk brein van de Griselda-familie zijn, en Benny The Butcher de beste mc, maar Conway is de meest consistente van de drie. La Máquina is ondanks een paar uitglijders weer een meer dan solide werk waar genoeg aan te genieten valt. Grrrrr!

Stream:

Meer Releases, Reviews