Madlib; het enigma van Oxnard, de man met ontelbare namen, de kluizenaar die zijn ‘bomb shelter’ alleen uit lijkt te komen om de wereld van een nieuwe voorraad geniale beats te voorzien. Freddie Gibbs; laatste der Mohikanen als het over onvervalst rauwe gangsta rap gaat, de man die op ieder tempo rappen kan zonder adem te hoeven halen, maar waarvan Interscope toch niet wist wat ze met hem aan moesten. Het is een gedroomde combinatie waar sinds eind 2011, toen de eerste track Thuggin naar buiten kwam, reikhalzend naar uitgekeken werd. De lat ligt op een niveau waar Sir Edmund Hillary van zou schrikken en de druk is zwaarder dan op de bodem van de Marianentrog. Gelukkig hebben we te maken met twee muzikanten die zich daar nou juist totaal niet druk om maken.

Madlib wordt regelmatig aangehaald door diegenen die vinden dat de hoogtijdagen van hiphop in de jaren 90 liggen. Een vaandeldrager voor boombap gebaseerd op samples, en wars van trends. Dat laatste is waar, maar dat eerste doet hem tekort. Madlib’s stijl bouwt voort op wat er in de jaren 90 door zijn idolen gedaan werd, in plaats van dat hij hetzelfde idioom probeert te herhalen. Zijn platencollectie lijkt oneindig, maar zijn aandachtsspanne is dat zeker niet. Zijn gruizige samples komen uit onverwachte hoeken en hebben zelden een voorspelbaar drumpatroon onder zich liggen. Samples uit hoorspelen, oude interviews, reclames, obscure films of de trailers daarvan banen zich een weg door zijn ruwe funk, psych rock, soul en jazz loops, die het unieke kenmerk hebben futuristisch te klinken terwijl het tegelijk onder een dikke laag stof vandaan lijkt te komen. Dat is hier niet anders, hoewel hij zich ditmaal grotendeels op soul toespitst, maar het maakt zijn beats nog steeds niet veel gemakkelijker om op te rappen. Luister maar eens naar de drums op het tweede deel van Real (een track die na het eerste couplet van een compleet nieuwe beat voorzien wordt), waar een kick en snare om de paar maten tot stoppen worden gebracht door een wisselend pulserende bassdrum. Je moet van goede huize komen om daar standvastig op te rappen, maar Gangsta Gibbs laat het relaas over de stukgelopen relatie met zijn voormalig labelbaas Young Jeezy (You wannabe Jay-Z, nigga you just a fucking puppet) er zo virtuoos uitrollen dat het hem niet eens moeite lijkt te kosten.

 

Freddie Gibbs is zonder twijfel een van de meest technisch begaafde rappers van zijn generatie. Tempowisselingen lijken voor hem geen enkel probleem te zijn en hij heeft een feilloos gevoel om op de juiste momenten melodie in zijn flow aan te brengen. Techniek is echter maar één aspect, een groot rapper heeft ook een grote persoonlijkheid nodig. Voor Gibbs is dat nooit een horde geweest. Met zijn diepe, donkere stem spit hij zijn verses alsof hij ieder woord ervan meent. Dat klinkt misschien voor de hand liggend, maar er zit een ongebreidelde passie in zijn meedogenloze verhalen (die met grote regelmaat over de lelijkste kanten van de samenleving gaan), die vaak toch niet zo vanzelfsprekend is. De manier waarop hij over zijn leven in Gary, Indiana (een van de meest verpauperde en arme voormalige industriesteden van de VS) vertelt, is onomfloerst en keihard, zonder zijn eigen rol erin te bagatelliseren of te romantiseren. Gibbs beschrijft simpelweg wat hij heeft meegemaakt en gezien heeft, of dat nu over een gebroken hart gaat zoals op Deeper (een track die eindelijk weer eens bewijst dat je over een emotioneel onderwerp kan rappen zonder huilerig zelfmedelijden), hoe ver hij in de stront is geraakt is met illegale activiteiten waaraan praktisch niet te ontsnappen was (Shitsville), of de liefde voor zijn tweede thuisstad Los Angeles op Lakers.

 

I did not give a single solitary fuck / I stand on all ten toes, one dick and two nuts omschrijft hij zijn houding op het briljante Shitsville, terwijl Madlib hem voorziet van dramatische violen en een basslijn van het type dat je in je borstkas voelt. Die persoonlijke trots en compromisloze houding is waarschijnlijk precies waarom grotere labels zich geen raad met hem weten. Freddie Gibbs is overduidelijk niet het type rapper dat zich laat sturen.

Als iemand al ooit geprobeerd zou hebben sturing in het werk van zijn compagnon Madlib aan te brengen, zouden ze er ongetwijfeld achter komen dat dat evenzeer onbegonnen werk is. Zijn stijl is daar simpelweg te idiosyncratisch voor, en als je het toegankelijker zou willen maken verliest het waarschijnlijk al snel zijn grootste aantrekkingskracht, die juist in die unieke grilligheid zit. Hoewel beide heren verschillende achtergronden hebben, hebben ze elkaar gevonden in hun wederzijdse eigenzinnigheid. De gasten op de plaat zetten stuk voor stuk hun beste beentje voor met prima bijdrages, maar Madlib en Freddie Gibbs blijven overduidelijk de regisseurs van de show. Hun samenwerking is een gangsta rapplaat met visie, waarin Gibbs als een bikkelharde persoonlijkheid neergezet wordt zonder in een karikatuur te veranderen. Piñata klinkt als de rapversie van je favoriete blaxploitation film op een versleten VHS-band; het is verre van glamorous, gespeend van special effects en staat bol van de testosteron, maar je kan er eindeloos naar blijven kijken tot iedere kraak in het beeld en vuige dialoog alleen maar meer bij de unieke charme ervan gaat horen.

 

Tracklist:

 

01. Supplier
02. Scarface
03. Deeper
04. High (feat. Danny Brown)
05. Harold’s
06. Bomb (ft. Raekwon)
07. ****sville
08. Thuggin’
09. Real
10. Uno
11. Robes (ft. Domo Genesis & Earl Sweatshirt)
12. Broken (ft. Scarface)
13. Lakers (ft. Ab-Soul & Polyester the Saint)
14. Knicks
15. Shame (ft. BJ The Chicago Kid)
16. Watts (ft. Big Time Watts)
17. Piñata (ft. Domo Genesis, G-Wiz, Casey Veggies, Sulaiman, Meechy Darko, & Mac Miller)

 

Meer Reviews