Hiphop was de afgelopen decennia in toenemende mate onderwerp van academisch onderzoek, met name in de Verenigde Staten. Ook zijn er verschillende inspanningen verricht om de hiphopcultuur te behouden en door te geven aan volgende generaties.

Zo zijn er plannen voor een National Museum of Hip-Hop en werd kort geleden het initiatief genomen om 1520 Sedgwick Avenue, algemeen beschouwd als de geboorteplaats van hiphop, monumentale bescherming te verlenen. Sinds het ontstaan van hiphop hebben negatieve connotaties met de cultuur een beeldbepalende rol gespeeld in de media en de collectieve herinnering, waardoor de positieve aspecten van de cultuur onderbelicht bleven. In Nederland is een relatief autonome hiphopcultuur ontstaan; een lokale uiting van een mondiale subcultuur. In het laatste decennium lijkt hiphop in Nederland steeds serieuzer te worden genomen door de media en binnen (lokaal) cultuurbeleid. Hoewel hiphop een mondiale subcultuur is, speelt lokaal cultuurbeleid een belangrijke rol bij de facilitering ervan. Bovendien werd hiphop door verschillende lokale overheden gebruikt als middel om sociale doelstellingen te verwezenlijken. Het is echter de vraag of overheden op deze manier altijd recht doen aan de betekenis en geschiedenis van de cultuur. Zo wordt niet altijd duidelijk onderscheid gemaakt tussen hiphop en de urban arts. De vraag blijft daarom of de institutionele benadering van hiphop altijd wordt gewaardeerd door de hiphopgemeenschap zelf.

Waar hiphop eerder al werd benaderd als kunstvorm, folklore of populaire cultuur, kan het ook als immaterieel erfgoed worden beschouwd. De verschillende hiphopelementen – die verschillende vormen van cultureel vakmanschap bevatten – worden in zekere zin van generatie op generatie doorgegeven en beantwoorden aan verschillende criteria om als immaterieel erfgoed te worden erkend. Maar volgens de internationale cultuurorganisatie UNESCO beslissen erfgoedgemeenschappen zelf of hun cultuur als immaterieel erfgoed gezien moet worden. Immaterieel erfgoed lijkt op dit moment als beleidsmatig concept het meest gericht te zijn op het behoud van lokale, plaatsgebonden cultuuruitingen. Als moderne, mondiale cultuur, die zich voor een belangrijk deel uit in online gemeenschappen, lijkt hiphop niet te passen binnen de huidige ideeën over immaterieel erfgoed. De Nederlandse hiphopgemeenschap lijkt dan ook nog niet vertrouwd te zijn met deze politiek geladen, beleidsmatige term. Voordat hiphop in Nederland op een werkbare manier als erfgoed behouden kan worden, zal het concept immaterieel erfgoed daarom eerst binnen de belevingswereld van de hiphopgemeenschap zelf terecht moeten komen, en niet alleen in Nederland.

Wil je de hele scriptie lezen? Dat kan via deze link of hieronder:

Meer Publicaties