De compilatieserie Funk n’ Beats is een serie mixtapes, met de nadruk op ‘mix’. Voor het afgelopen vrijdag verschijnen vijfde deel werden DJ’s Moneyshot (Roy) en Rackabeat (Adam), oftewel The Allergies, gevraagd om aantal van hun favoriete stukken funk aan elkaar te mixen. Naast tracks van onder meer Chali 2na & The Funk Hunters, Featurecast en Renegades Of Jazz, knallen zij met Why You Buggin’ bovendien een gloednieuwe eigen track in de mix, waarop Ugly Duckling’s Andy Cooper de vocalen verzorgt. Wij spraken met de twee Britten en de Amerikaan over hun vele samenwerkingen, het geheim van een goeie kickdrum, en de blijvende aantrekkingskracht van funk.

Hoewel The Allergies bekend staan om de manier waarop zij verschillende tijdperken samenbrengen in een mash-up van funk en hiphop, zijn dat niet de genres waar ze altijd actief in zijn geweest. “Ik ging naar school als teenager om een diploma muziekproductie te halen. Ik was een toegewijde drum & bass-fan en kreeg de kans een remix te doen voor Groove Armada”, vertelt Adam. “Ik heb daarna getekend bij een klein drum & bass-label dat in Bristol zat en verhuisde daarom daarnaartoe. Maar als DJ in clubs ging de vibe van de drum & bass-scene en het publiek me steeds meer tegenstaan. Het voelde niet vriendelijk. Ik denk dat ik daarom meer voor funk ging voelen.”

Roy komt van origine uit Schotland, maar woonde eveneens in Bristol, hoewel de twee elkaar daar nooit ontmoet hadden. “Ik ging naar Cardiff voor de universiteit en werd actief als DJ. Ik maakte mixtapes en ging een radioshow doen met enkele van de Ninja Tune-mensen: Solid Steel. Ik was daar tien jaar lang resident. Zo heb ik mijn skills en reputatie opgebouwd, scratchen en diggen naar toffe platen.”

Terwijl ze hun naam als DJ opbouwden, kwamen de boekingen voor festivals binnen. “We kwamen elkaar bij een festival tegen en realiseerden ons dat we allebei in Bristol woonden”, herinnert Adam zich “Je reed elke week naar een festival, dus dan spraken we af en gingen we er samen heen”, vult Roy aan. “In de auto slapen, terugrijden. We draaiden tapes en kwamen erachter dat we dezelfde soort muziek goed vonden.” Hun band vormde zich zo over een gezamenlijke liefde voor hiphopcultuur, en ze besloten een stap verder te gaan met hun samenwerking dan carpooling. “We gingen samenwonen en beats maken”, vertelt Roy. “Met een paar ideeën die ik had en zijn achtergrond in drum & bass-productie, gingen we een beetje slim doen in de studio.”

Toen de zuid-Californische rap groep Ugly Duckling acapella’s van enkele van hun tracks uitbracht zodat beatmakers ze konden remixen, deed het nieuwe duo precies dat. Groepslid Andy Cooper was blij met wat hij van hen hoorde, en nam niet lang daarna contact met ze op. “We hadden nog wat meer beats in de studio die eigenlijk voor andere rappers gemaakt waren, maar nu hadden we ineens een deur geopend naar één van onze favoriete rappers, dus zeiden we ‘Zou je wat meer van ons willen horen?’ Die tracks werden Rock Rock en Blastoff, de uitschieters van ons eerste album”, zo vertelt de gemakkelijk pratende Schot Roy. “Toen we aan ons tweede album begonnen bleef dat balletje rollen en nu is ie contractueel verplicht alleen nog maar met ons te werken!”, grapt hij, terwijl de tafel in lachen uitbarst.

“Het gaat veel heen en weer. Niet zo van ‘hier heb je de lyrics, doe ermee wat je wilt.’’”

“Ze laten mij zeer betrokken zijn en ik geloofde in de muziek en vond alles wat ze deden geweldig, dus mijn houding toen en nu is ‘alles wat ik kan doen, laat maar weten’”, zegt Andy. “Soms hebben ze een track en dan maak ik de grap ‘dit is waarschijnlijk te goed, je moet hier een betere vocalist op zetten dan ik’. Maar ze blijven volhouden dus ik blijf meedoen.”

Andy is daarin wat onnodig bescheiden, want hun vorig jaar verschenen album Push On bewijst dat de drie een overduidelijke chemie hebben. Adam’s moderne engineering skills, Roy zijn hang naar sample-based, 90’s-achtige beats en Andy’s soepele, throwback 80’s-flow, vormen een heel eigen stijl met hun gezamenlijke waardering voor ‘70s funk in de mix. “I’m leaving Long Beach / I’m off to Bristol / To meet The Allergies / And rock the disco!” rapt Andy op Love That I’m In, een transatlantische partnerschap onthullend dat verder gaat dan .wav files sturen over het web.

“We werken normaal gesproken via internet, maar ik heb ze vaak genoeg bezocht en ben getrouwd met een Schotse vrouw, dus ik kom vrij veel in de UK. We ontmoeten elkaar daar om aan dingen te werken”, vertelt Andy, waarop Roy aanhaakt: “Maar zelfs over het web voelt het als een heel persoonlijke samenwerking; het gaat veel heen en weer. Niet zo van ‘hier heb je de lyrics, doe ermee wat je wilt.’ Meer ‘wat denk je hiervan?’ en ‘kan dat eruit?’, om het samen te polijsten.”
“En Andy heeft lyrics geschreven voor een aantal van de soulsongs met andere vocalisten. Hij is altijd behind the scenes, onderbetaald aan het zijn”, zegt Adam met een lach.

Roy: “We hebben geluk dat we hem nu tot onze vrienden mogen rekenen. Soms werk je met een geweldige rapper maar ken je die gast helemaal niet. Sturen ze je gewoon een acapella en daar betaal je ze dan voor.”
Andy: “Met een groep werken is heerlijk. Als een groep goed functioneert heeft iedereen andere vaardigheden die elkaar beïnvloeden en respecteert men elkaar daarin. Met deze gasten heb ik altijd het gevoel dat tegen de tijd dat de song klaar is, het zo goed is als het zijn kan. Adam heeft een gedegen achtergrond in engineering en een geweldig oor, Roy komt met samples en dingetjes alsof hij een machine is, en ik heb weer andere talenten. Als wij ergens gezamenlijk aan zitten te sleutelen, gaat het sowieso goed klinken. Het is een bepaald —ik weet niet hoe jullie dat voelen, maar voor mij is het zo’n lekker gevoel dat tegen de tijd dat het af is, het gewoon goed klinkt!”

“Het heeft een voet in het verleden, maar met moderne productietechnieken”, zo beschrijft Roy hun geluid. “Dat heb je nodig. Mensen zijn geweend aan een bepaalde geliktheid in productie, het kan niet te korzelig or stilletjes zijn, het moet beefy zijn maar zonder overkill. Als je op een moderne manier produceert krijg je een .wav bestand waarin alles tot de max opgeblazen is. Wij houden van old school dynamiek; als je een .wav van onze songs ziet, dan zie je ruimte om te ademen. Het is niet naar alle uitersten gedrukt.”
Adam: “Ik denk dat wij daardoor juist opvallen.”
Roy: We hebben waardering voor de hele drumbreak, niet alleen de drum hit.”

“De drums zijn het fundament van hiphop”

Hun geluid wordt gebouwd op een combinatie van sampling en live instrumenten, wat ervoor zorgt dat het de 70’s vibe heeft waar ze zo van houden, maar dan met de kick van rapklassiekers. Het eindresultaat is aanstekelijk funky, zoals op Love That I’m In, de eerste single van hun laatste album. “We begonnen daaraan met een sample van een gitaarloop die die we tof vinden, en daar bouwden we gesamplede drums omheen. Toen lieten we het gitaardeel opnieuw inspelen door onze vriend Johnsy uit Bristol”, vertelt Adam.
Roy: “Er zat heel veel bas in die loop, en als je het naspeelt kun je dat eruit halen, zodat je opwarmt naar wanneer die originele sample weer terug in dropt.”
Adam: “Dat arrangement stuurden we door naar Andy, die er lyrics bij schreef voor een zangeres.”
Andy: “En ik speelde er toetsen op, wat weer een laag toevoegde.”
Roy: “Synth, toetsen, pads erop. Als het refrein invalt, wil je een soort van verhoging.”
Adam: “We vonden een dame in LA om mee te werken [Honey Larochelle], dus Andy nam haar vocalen op. Zij deed de main vocals en Andy voegde er een rap aan toe. Dan komt het terug naar mij en ga ik mixen en masteren.”
Roy: “Ja, dan zitten we een week lang voorzichtig dingetjes naar beneden of boven te draaien.”

“Voor mij is het grappig, als lid van een groep die altijd samplede, dat deze gasten veel geraffineerder omgaan met dingen als drum loops dan wij deden toen we begonnen”, aldus Andy. “Want zij pakken een drumloop en versterken die met kick geluiden en bepaalde percussieve elementen die ’t groter maken, zonder dat je het gevoel hebt dat ze dat deden. Het klinkt vetter, dus het begint gewoon al beter. Ik herinner me nog dat we ons bij Ugly Duckling de hersens braken over hoe we een drumloop grootser konden laten klinken. Soms lukte dat, soms niet. Maar hun spul zit met een bepaalde finesse in elkaar.”

“Vooral de drums”, vindt ook Roy, die even nadenkt. “Dat is altijd fijn om te horen, het is ten slotte het fundament van hiphop.” Andy noemt God Walked Down, een nummer van The Allergies uit 2016 een goed voorbeeld hiervan, en Roy deelt graag het recept erachter: “Dat zijn twee drumloops samen, zodat je de bron van geen van tweeën herleiden kan. En als je die shuffles samenvoegt krijg je een soort harmonieuze…”
“Het is een combinatie van de samples vinden en de juiste compressie toepassen, waardoor het samenvalt en als één ding klinkt”, vult Adam aan.
“Want je hebt een front loop, met een gekke, scherpe bodem in de hoogtes. En dan doe je er 808 kicks bij, subkicks, iets wat Marley Marl ook al deed. Dat geeft het meteen een boom”, legt Roy uit, terwijl zijn partner achter de knoppen lachend opmerkt “Je geeft nu wel heel veel van onze geheimen weg hier!”

“Zo lang ik al met hiphop bezig ben valt me op dat funk en soul gewoon blijft”

Maar het belangrijkste ingrediënt van hun geluid is toch wel de opnieuw oplevende funk erin, en dat is ook voor Andy een belangrijk deel van de aantrekkingskracht tot The Allergies. “Zo lang ik al met hiphop bezig ben valt me op dat funk en soul gewoon blijft. Niet dat ’t een gigantisch iets is, het zal altijd wel een subgenre blijven, maar mensen voelen een loyaliteit naar die stijl. Ze ervaren er eigenaarschap over en geven erom.” Dat maakt optreden in een funk setting ook erg prettig, vindt hij. “Mensen gaan naar clubs om naar vrouwen te kijken of whatever -maar dat speelt er allemaal in veel mindere mate. Het is een gevoel van samenzijn. Als je dat eenmaal ervaren hebt is het moeilijk terugkomen daarvan. Je kunt wel van andere muziek houden, maar dit is de plek waar je wilt zijn.”

Dat komt mooi overeen met wat Adam eerder al zei over hoe de sfeer bij funkparty’s hem beter bevalt dan de drum & bass-scene. Maar zo sterk als hun herinnering is aan de tijd dat zij zich in funk verenigden, zo zwak is hun geheugen als het over de oorsprong van hun naam gaat. “Ik ben vergeten waar die vandaan komt”, geeft Roy toe, waarop Adam aansluit: “Ik ben bang dat we daar geen romantisch verhaal over hebben.”

“We zochten een naam die niet te hiphopperig of modern klonk, iets dat een beetje vintage en funk was”, herinnert Roy zich, “maar zulke woorden verliezen hun betekenis. Wat is de laatste keer dat je bij Radiohead dacht aan iemand met een radio als hoofd?” Toch heeft het duo achteraf nog een mooie reden voor hun naam bedacht. “We kennen een guy, Blue Rum, en vroegen hem wat shout-outs voor ons te doen”, zegt Roy. “Hij zei ‘You’re allergic to the wackiness!’ en ik dacht ‘Ja, we zijn allergisch voor wackness!’”

De andere helft van The Allergies is het daar helemaal mee eens: “Dat is onze tagline!”

Funk n’ Beats Vol.5: The Allergies is vanaf nu te beluisteren via alle grote muziekdiensten.

Meer Interviews