Nog altijd next level en flexible: Nimma’s own Rosovitsch. Eind november keerde hij terug met de single Ouderwets, en vandaag verschijnt er een videoclip bij. Verrassend is de samenwerking met Sugacane, maar deze mannen gaan way back. Over hoe hun connectie tot stand kwam en waarom ‘ouderwets’ nooit gezien mag worden als een vies woord.

“Dit was dé guy!”

Voor velen lijkt de combinatie compleet uit de lucht vallen, maar Ros en Sugacane kennen elkaar al sinds de jaren negentig. Een jonkie is hij nog, als hij Sugacane rond 1997 voor het eerst ontmoet. “Hij was toen al een legend man. Een oude vriend van me in Nijmegen, had een mattie in Amsterdam. Toen Sugacane op TV kwam met zijn video Let ‘Em Know, zei ik tegen hem dat dat echt een harde mc was. Vertelde hij doodleuk dat Cane zijn neef was! Ik dacht dat hij bullshit lulde of een grapje maakte, maar het was echt waar”, lacht Rosco.

Rapmonster

Er werd een rapsessie op poten gezet in de Amsterdamse wijk Reigersbos, waar Rosco bij mocht zijn. “Dat was zo wreed. We gingen Cane ophalen, maar die was toen al echt wild. Zijn carrière was zó gaande. Ik weet nog dat hij de auto instapte en het had over vrouwen, champagne, dildo’s en weet ik veel wat allemaal. Het bevestigde alleen maar het beeld dat men had van hem. Dit was dé guy.” Eenmaal aangekomen in de studio, zouden diverse rappers een track met hem maken, maar dat was nogal intimiderend, vertelt ‘Ros’. “Iedere keer als hij ging spitten, was iedereen stil. Hij had zoveel skills, en een ongelofelijk aura waar je bek van openviel. Ik weet nog dat ik toen niet meer durfde te rappen. En toen hij daarna een minidisc pakte om unreleased shit te laten horen dacht ik bij mezelf dat ik nooit meer wilde rappen en hiphop moest laten voor wat het was. Wát een rapmonster is dát.”

Toch verloor Rosco niets van de drive en gebruikte hij de ontmoeting met Sugacane als katalysator. “Vanaf toen ben ik echt mijn game gaan upsteppen”, vertelt hij. “Terug naar Nijmegen en maken, maken, máken. Het was een extra motivatie om serieus te doen wat ik echt wilde; rappen. Vanaf dat punt hadden we allebei een eigen carrière; Cane ging een hele andere kant op. Een kant waar veel Nederlandse rappers niet op durfden te gaan. Voor mij was de Nederlandstalige boot pakken de beste optie. Daardoor heb ik toffe shit meegemaakt. Met Zo Moeilijk hebben we een stempel gezet. Voor Nijmegen en de rest van het Oosten waren wij een soort van voorbeelden. Cane was dat op zijn beurt voor ons. Cane was die guy die de Amerikaanse droom levend hield. Hij was huge, ook met The Most Official. Maar daarna werd het hem vooral moeilijk gemaakt. Het is zonde dat hij daardoor zó lang weg was.”

Vies woord

Ros is vooral blij dat Cane een comeback maakt. “Hoe hij nu zijn ding doet met de Doofpod podcast, en zijn ding deed op de remix Typisch Amsterdams; echt dope om te zien. Het brengt die ouderwetse flavor terug.” En dat is precies waar hij zelf ook mee bezig was, tijdens een sessie met producer Dion, die je kunt kennen van zijn mixtape Whisky Op De Aperotz met Duvel. “Hij liet me verschillende beats horen, maar deze voelde ik het meest. Het deed me denken aan de hiphop uit mijn jeugd, ik hoorde gelijk de soul erin. Toen ik het schreef had ik ook een bepaalde mindstate. ‘Ouderwets’ wordt vaak gezien als vies woord, terwijl het eigenlijk iets prachtigs is. Het kan vintage zijn, classic zelfs. Ik heb zelf bepaalde helden van vroeger waar ik nog steeds naar opkijk; Big Daddy Kane en Biggie bijvoorbeeld. Dat kun je niet met een negatieve lading ouderwets noemen.” In Nederland is dat Sugacane, vertelt hij. “Ik hoorde hem in mijn hoofd al op die tune.”

“Cane zei: ‘Dit moeten we samen doen, daar wordt het nóg beter van.'”

De Nijmeegse rapper wilde graag Cane zoals die te horen was op XXX, maar dan kalm’, vertelt hij. Hoe Cane toen in het Nederlands kwam, was gek. Deze beat leent zich er niet voor om zo wild te gaan, maar meer om je energie uit te smeren over je hele verse.” Cane kwam binnen no-time door met een derde couplet, als aanvulling op de eerste twee van Rosco. “Het tofste was nog dat ik al blij was met de door hem gestuurde sporen, terwijl hij aandrong op een gezamenlijke studiosessie. Het moest gewoon zo lopen”, blikt de Nijmeegse rapper terug. “Cane zei ‘Dit moeten we samen doen, daar wordt het nóg beter van.’ En zo geschiedde. Opnieuw werd ik uitgenodigd in Reigersbos, in een zelfde soort osso. Het waren echt die vibes van vroeger.”

De paden van Ros en Cane kruisten opnieuw toen de neef van Cane eerder dit jaar opnieuw belde; dit keer met de vraag of Rosco misschien zou kunnen helpen als matchmaker. In die functie koppelt Rosco fondsen aan hiphopinitiatieven. In dit geval de Doofpod-podcast. “Daardoor kwamen we weer in contact. We sturen elkaar regelmatig nummers of opzetjes door en geven elkaar feedback waar nodig. Daarbij kennen we elkaars smaak.” Ook de clipshoot droeg bij aan het ouderwetse gevoel. “We kwamen via een vriend van me terecht in een penthouse waarvandaan je uitkijkt over de Waalbrug, de Waalkade en de benedenstad van Nijmegen. Eigenlijk moesten we van de eigenaresse in een ander gedeelte filmen, maar toen we dit zagen, werden we meteen verliefd op het decor. ‘Dat is toch veel te ouderwets’, zei ze. Ik zei ‘Zo heet de track!’ Dat matchte te goed bij de track om het te laten liggen. Toen Cane uit het raam keek, vroeg hij wijzend of dat de Waalbrug was. Blijkt zijn opa die te hebben opgeblazen toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Misschien maakt deze featuring nog iets goed, zei hij toen. We hebben echt veel gelachen die dag.”

Uiteindelijk is Ouderwets een project geworden, dat bijna haaks staat op de huidige hiphopscene. Tegenwoordig wordt het succes van nu geprezen, maar Rosco wilde hier een project van maken dat niet weemoedig terugblikt, maar vooral eert. “Er zijn wat gasten uit mijn generatie die nog steeds lekker gaan, en wat gasten die compleet worden vergeten, maar Ouderwets is voor ons allemaal. De cirkel is rond. Van Reigersbos eind jaren negentig, naar Reigersbos 2020. De connectie blijft.”

Meer Interviews