“Ik kan niet klagen, man”, zegt de jonge jongen tegenover me als ik hem vraag naar hoe zijn debuut-EP is ontvangen. “Voor een nieuwe, onbekende artiest, zonder featurings gaan we lekker.” Joël Domingos zat vorig jaar nog in de rapformatie Affoe, maar bracht een paar weken terug zijn solodebuut Lullaby uit. En daarop is de muzikant in hem meer aanwezig dan ooit, met zelfgeproduceerde melodieën, sfeervolle zangkoortjes en kleine liefdesliedjes. En ondanks dat hij tevreden is met het aantal streams en met de roll-out van zijn EP wil hij altijd meer, altijd beter, altijd hogerop. Wij besloten de perfectionistische artiest op te zoeken voor een uitgebreid gesprek.

“Ik probeer wel gewoon logisch na te denken. Ik snap best dat mijn muziek niet per sé in de Woordenschat-playlist van Spotify terechtkomt. Mijn muziek sluit niet aan bij wat daar meestal in geplaatst wordt. Ik had daar laatst een heel gesprek over met Pete Philly [die in zijn eerste jaar op de Rockacademie bandcoaching gaf, red.], waarin ik zei dat ik best wel een nummer zou kunnen maken dat zó in de Woordenschat-playlist zou kunnen, maar dat dat op dit moment niet is wat ik wíl maken.” De uit Hoek van Holland afkomstige, maar tegenwoordig in Tilburg residerende artiest is dan ook niet van plan om geforceerd op zoek te gaan naar een hit die hem lanceert bij het grote publiek: “Wie weet kom ik over een tijdje wél in een vibe waarin ik zo’n tune wil en kan maken, dan zal ik dat echt niet laten.”

“Een Franse chick begreep de intentie waarmee ik de muziek had gemaakt. Dat vond ik écht hard.”

Toch worden zijn tracks wel gehoord en goed gevonden op het kantoor van Spotify. Al Die Dagen en de titeltrack van zijn Lullaby EP zijn te beluisteren in de nieuwe Troubadour-playlist, die ook een respectabel aantal van vijftienduizend volgers heeft. Daar prijkt zijn naam op dit moment tussen die van Sevdaliza, Paul Sinha, Cartiez en Jacqueline Govaert. Wie de lijst een kans geeft hoort een hoop poëtische tracks. “Ja, ik ben blij dat het op zulke plekken wordt opgepikt. Wij Zijn heeft nu 22k aan plays binnen en op sommige dagen hark ik opeens vierduizend plays binnen op mijn tracks.”
En met zulke aantallen is het natuurlijk in spanning afwachten op goede reacties. Die kwamen er, zelfs uit hele speciale hoek. Joël veert enthousiast op: “Ik kreeg een berichtje van een chick uit Frankrijk die in gebrekkig Nederlands liet weten dat ze niet zo goed Nederlands kon, dus dat ze maar in het Engels verder moest gaan. Ze verstond de teksten niet, maar begreep de intentie waarmee ik de muziek gemaakt heb. Ze snapte wat ik over wilde brengen en vroeg me om de lyrics, zodat ze die voor zichzelf kon vertalen. Dat vond ik echt hard.”

Zijn nummers waren bij haar terechtgekomen door Pete Philly, die zijn plaat had gedeeld via Facebook en met wie Joël nog regelmatig contact heeft. “Superfijn man, om iemand te kennen die al zo lang met muziek bezig is, die zich misschien ook op momenten niet gehoord of ondergewaardeerd voelde. Relaxed om af en toe te sparren over dingen.” De ‘ook’ in zijn zin impliceert dat Joël vindt dat zijn muziek ondergewaardeerd wordt. “Een beetje wel, ja. Maar ik denk dat ik dat altijd blijf houden. Wat ik zeg, ik snap heus wel dat deze EP niet een miljoen streams gaat halen. Maar als ik die wel had gehad, had ik er waarschijnlijk twéé miljoen gewild….” Even neemt hij een stilte om zijn woorden te wegen. “Ergens denk ik wel dat er genoeg mensen in Nederland zijn die dit tof zouden vinden, maar het wordt nog niet genoeg gehoord. Waar dat aan ligt? Tja, iedereen kan tegenwoordig muziek maken en doet het dan ook. Het is zo simpel om iets zelf op Spotify te krijgen. Kijk alleen al naar wat er nu in één week tijd allemaal op Puna staat. Vroeger checkte je die site en dan waren er misschien tien onbekende rappers per week te checken. Nu zijn dat er vijftien per dag. De markt is daardoor een beetje verzadigd geraakt. Mensen klikken lang niet alles meer aan.”

“Hard work pays off, toch?”

Toch lijkt er voor het type muziek dat hij maakt steeds meer een markt te komen. Paul Sinha doet een goedlopende tour, Linde Schöne boekt succes met haar platen en doet nu het voorprogramma in de tour van Ronnie Flex en internationaal gezien zijn er namen als Majid Jordan, 6LACK en Khalid die flink scoren met elektronische r&b en tegelijkertijd flink flirten met hiphopbeats. “Ja bij dat soort namen wordt er natuurlijk ook flink in de marketing geïnvesteerd, er worden ik-weet-niet-hoeveel clips geschoten bij een project. Omdat wij alles independent doen, liggen dat soort kansen er nog niet voor ons. Maar hey, hard work pays off, toch?”

En van hard werken is Joël niet vies. Hij bemoeide zich niet alleen met de teksten en deed samen met Tycho Poort de productie, die hij later trouwens live heeft laten inspelen door muzikanten, maar ook met het artwork en de videoclips die tot nu toe bij de release verschenen. Wij Zijn heeft een puike video meegekregen die in de Ardennen werd geschoten. “Het was best lastig kiezen wat de eerste single zou worden”, geeft Joël toe. “Maar iedereen die Wij Zijn had gehoord reageerde daar heel positief op. Het is best moeilijk om zelf daarover te beslissen, omdat je er zelf toch het dichtst bovenop zit. Toch realiseerde ik me toen dat ik op die track wel echt alles laat zien; ik zing erop, ik rap erop, in de productie gebeurt heel veel… ik denk dat ik zeker drie maanden heb gezeten op het concept van de video, want het was de bedoeling dat we wel binnen zouden komen met een opvallende clip. Uiteindelijk zat ik een keer met Ares te sparren en kwam hij met het idee om de hele social media-wereld die ik schets in de track neer te zetten in de natuur.” In de track laat hij tussen neus en lippen door weten dat hij het zonde vindt dat de wereld tegenwoordig draait om social media dan het echte leven, zonder daarbij vingerwijzend tekeer te gaan en te zeggen hoe het wél zou moeten. “Ik probeer redelijk ongenuanceerd te constateren wat ik zie, zonder er zuur over te zijn. Dat hebben we ook in de video redelijk soepel uitgewerkt, met die flashbacks naar momenten dat ik wijn liet vallen, of dat mijn stropdas niet recht zat. Momentjes waar ik me heel erg aan irriteerde, maar het beeld laat niet per sé zien of dat goed of slecht is.”

Het nummer weerspiegelt dus wat Joël allemaal in huis heeft. De zang, rap en productie zijn allemaal van zijn hand, maar waar haalt hij het meest voldoening uit? “Pfoe, moeilijke vraag man. Ik denk dan toch songwriting. Ik vind componeren ook tof, maar bij het daadwerkelijke produceren en uitmixen verlies ik dan weer heel snel mijn aandacht. Dat heb ik met rap ook wel, ik ben niet echt die guy die vier uur kan zitten broeden op een verse. Ik schrijf redelijk snel en dat is dan ook echt wat het is. Ik bouw het daarna altijd uit. De eerste demo’s van Wij Zijn bijvoorbeeld, die zijn peanuts in vergelijking met hoe het op de plaat staat. Ik vind het leuk om telkens terug te komen en hier weer iets weg te halen, dáár weer een koortje bovenop te leggen, live instrumenten toe te voegen et cetera. Ik heb alles zelf geproduceerd, maar later laten inspelen door muzikanten. Dat veranderde de hele sound.”

“Alles wat ik doe, ben ik gaan doen omdat ik er niemand voor had.”

Het levert een plaat op die in een donkere periode werd gemaakt, namelijk na een verbroken relatie en Affoe dat dezelfde week stopte. Joël spreekt regelmatig rechtstreeks zijn ex-geliefde aan in zijn teksten, openhartig en eerlijk, kwetsbaar en vol pijn. Alle pijn moest er volgens hem uit op dat moment. Toch rakelt hij een grappige doch creepy anekdote op over het opnameproces van de afsluitende track Lichten Uit, die hij met rapper kenjedie opnam. “Die heb ik in één avond gemaakt. Ik stond gewoon te freestylen en daar kwam het zinnetje ‘lichten uit’ uit, en dat zong ik een paar keer achter elkaar. Sidney [de echte naam van kenjedie, red.] was onderweg naar mij, en ineens vielen de lichten op mijn kamer daadwerkelijk uit. Eerst dacht ik nog dat hij me aan het kloten was en door mijn tekst de lamp had uitgedaan, maar hij was er nog helemaal niet. Bleek door een grote storing de stroom in de hele stad uitgevallen te zijn. Kwam ‘ie mijn kamer in en vertelde hij dat hij de sterrenhemel zó goed kon zien zonder al die straatlantaarns. Uit die twee verhalen haalden we zoveel inspiratie dat we die track in één avond erop hadden staan.”

Ondanks dat hij tevreden is over het eindresultaat, wil Joël door. “Alles wat ik doe, ben ik gaan doen omdat ik er niemand voor had. Ik kwam op de Rockacademie, maar ik rapte toen op internetbeats. Er zaten niet echt hiphopproducers in mijn lichting, dus vond mijn leraar van toen, Diggy Dex, dat ik daarom zelf moest gaan produceren. Toen kwam ik erachter dat ik dat eigenlijk best leuk vond om te doen. En nu heb ik dat ook met het script schrijven voor een videoclip, persfoto’s en branding. Ik vind het leuk om overal betrokken bij te zijn.” Die drang om nieuwe dingen te proberen bracht hem zelfs naar de regisseursstoel. “De aankomende clip van Massi heb ik geregisseerd. Zo probeer ik overal een beetje van mee te snoepen, mezelf te ontwikkelen en breed inzetbaar te maken. Ik ben heel trots op mezelf dat ik dit allemaal heb gedaan.”

“Ik werd op school aangenomen als rapper, maar op deze plaat staan misschien drie verses ofzo,” lacht de artiest, die nét is geselecteerd om mee te doen aan de Grote Prijs van Nederland. “Het zijn allemaal liefdesliedjes waarop ik mezelf heel erg blootstel. Maar je moet doen waarbij je je het meest comfortabel bij voelt, en op dit moment is dat dit. Toen ik dit liet horen aan vrienden die normaal gesproken alleen maar Migos luisteren, zeiden ze dat ze dit soort muziek nooit zouden luisteren, maar dit wel zouden pompen. Daardoor zag ik in dat als je doet waar je je goed bij voelt, je daar het gelukkigst van wordt. Dat gaan anderen ook zien. Ook al is het niet hun ding, zolang je niks forceert en gewoon jezelf bent gaan mensen het tóch waarderen.”

Beluister vandaag nog de Lullaby EP via bijvoorbeeld Spotify:

Meer Interviews