DJ Spinna is een veelzijdige dj met zijn roots in de New Yorkse hiphopscene. In het Rawkus-tijdperk eind jaren 90 was Spinna een van de meest gevraagde producers in de scene. De man was in het land om te draaien en een Red Bull Music Academy-interview te doen tijdens Birdfest in de nieuwe Rotterdamse club Bird. HIJS was erbij.

In de late jaren 90 van de vorige eeuw maakte New Yorker DJ Spinna (Vincent Williams, 1971) grote indruk door zijn vele producties voor het toenmalig zeer hoog aangeschreven label Rawkus. Van Mos Def, J-Live en Sadat X tot zijn eigen ijzersterke crews Jigmastas en Polyrhythm Addicts; Spinna was een van dé producers rond het einde van de vorige eeuw. Waar generatiegenoten als Just Blaze en Alchemist met hun mix van toegankelijke en underground-hiphop zijn uitgegroeid tot rijke hiphopproducers, heeft Spinna productietechnisch hiphop enigszins achter zich gelaten. Al sinds een jaar of tien staat de New Yorker bekend om zijn houseproducties. Toch blijft hij een exponent van de hiphopcultuur waarin hij is opgegroeid, zo blijkt tijdens het Red Bull Music Academy-interview in het Rotterdamse Bird, waar hij later die avond nog een set zal draaien.

Interviewer Andrew Makkinga en DJ Spinna nestelen zich in de comfortabele zetels op het podium van Bird. Voor de heren staan op een tafeltje een Mac en twee draaitafels, zodat Spinna zo nu en dan wat nummers kan laten horen die veel voor hem betekenen. De liefde voor muziek kreeg de jonge Vincent met de paplepel ingegoten. “Mijn vader had een geweldige collectie thuis. We zijn van Panamese afkomst, dus hij had veel Zuid-Amerikaanse muziek. Maar daarnaast veel Amerikaanse grootheden als James Brown, Motown-artiesten, jazzcats als Ramsey Lewis, Miles Davis en Jimmy Smith. Zelfs reggae maakte deel uit van mijn muzikale opvoeding, met natuurlijk Bob Marley als belangrijkste artiest.” Toen Spinna midden jaren 80 zelf ging draaien, was hij dus breed geörienteerd. “Eigenlijk waren er toen nog geen dj’s die alleen hiphop draaiden, daarvoor kwam in 1984 nog te weinig hiphop uit. Dus op feestjes draaide ik wel de nieuwste (electro) hiphop, maar in combinatie met disco, soul en andere muziekstijlen.”

Het danselement van hiphop heeft Spinna altijd aangesproken. Op een gegeven moment merkte hij dat de muziek steeds meer langzaam en mid-tempo werd. Niet noodzakelijk slecht voor de muziek, wel voor de clubs. “Kijk, in de late jaren 80 en vroege jaren 90 was hiphop ook echt dansbaar, vaak behoorlijk uptempo met artiesten als Brand Nubian, Public Enemy, de hele Native Tongues crew en Chubb Rock bijvoorbeeld. Als dj wil je mensen graag zien dansen in een club, dat werd met hiphop steeds moeilijker toen het een stuk langzamer werd.” Tot verbazing van velen besloot Spinna veel dance te gaan produceren en draaien. “Voor sommige mensen zijn dance en hiphop onverenigbaar, maar dat komt voort uit een te beperkte kijk op de muziek en cultuur. De electro-hiphop, die weer geïnspireerd was door groepen als Kraftwerk, zou je nu ook als dance kunnen omschrijven. En de godfather of hiphop, Afrika Bambaataa draaide hun muziek al toen hiphop nog niet eens een echt genre was.”

Toch heeft hiphop Spinna nooit losgelaten. “Hiphop blijft een belangrijk deel van me en ik zal het altijd blijven draaien. Maar de hele wereld is momenteel een ‘corporate monster’, overal hoor je dezelfde formulematige muziek. Vroeger werden platen ‘gebroken’ op de radio of in clubs. Daarmee bedoel ik dat je een plaat echt voor het eerst op de radio of in een club hoorde en er vervolgens naar op zoek ging. Ik kan me herinneren dat ik voor het eerst Voices Inside Of My Head van The Police hoorde op de radio en er van overtuigd was dat die gasten zwart waren. Na een tijdje kwam ik er pas achter dat dat niet het geval was. Dat is toch mooi? Nu vind je interessante nieuwe muziek op internet. Dat is zeker ook een goede manier om tegen het ‘corporate monster’ te vechten. Ik denk serieus dat er een markt komt voor ‘adult contemporary hiphop’, voor mensen die zich totaal niet meer herkennen in wat vandaag de dag voor hiphop moet doorgaan.”

“Omdat ik het geluk heb veel te reizen, kan ik overal ter wereld ‘diggen’, dat blijft een van mijn grootste passies. Er gaat voor mij nog steeds niets boven vinyl. Digitale releases zijn cool, maar verder zielloos. Met vinyl heb je iets tastbaars, met artwork en al. Eerder vandaag was ik nog bij Demonfuzz hier in Rotterdam om in hun speciale ‘basement’ (niet begaanbaar voor iedere klant, red.) te diggen. Ik kom er al vijf jaar en heb de eigenaren een beetje leren kennen. Ze zijn ook in mijn ‘lab’ in New York langsgeweest. Het mooie is dat er zoveel muziek is gemaakt dat je eeuwig nieuwe dingen ontdekt. Hiphop is een soort van audiocollage, mijn sets deel ik ook zo in. Ik wil gewoon een jazztrack, hiphopnummer, housetrack en soulnummer achter elkaar kunnen draaien. Die diversiteit is voor mij de spirit van hiphop.”

Meer Interviews