Wat hebben R.A. the Rugged Man, Sha Stimuli, A&C, Dosprod, Sean Price, Ciph Barker, Havoc en Tony Yayo met elkaar gemeen? Ze rapten allemaal al eens over een Beat Butcha beat. De producer woonde een paar jaar in Nederland, ging terug naar Engeland en komt een paar keer per jaar weer richting de Lage Landen. HIJS zocht hem op toen hij weer eens in Nederland was.

Wanneer ben je begonnen met produceren, en wie of wat heeft je ertoe aangezet?

“Dat moet zo’n 11 jaar geleden zijn inmiddels, misschien 12. Ik was eerst voornamelijk aan het DJ-en, en de rest kwam eigenlijk als een natuurlijk gevolg. Ik hield altijd al van beats en muziek.”

Maak je gebruik van samples? Ben je er voor of tegen en wat is je algemene filosofie erover?

“Er is een hoop te zeggen over samplen. Ik hou van het geluid van samples, ik ben ook duidelijk begonnen met samples, maar in de meer recente jaren ben ik meer zelf gaan inspelen. Als het mijn beat is, dan wil ik ook alles zelf doen. Ik ben mezelf gaan leren om piano te spelen, gitaar, van alles eigenlijk. Vooral nu komt dat goed uit, omdat ik tegenwoordig een hoop in Amerika doe. Als je geld wilt verdienen in Amerika, dan is het gebruik van samples niet echt handig, omdat je dan niks verdient aan je publishing en in wezen al je publishing uitgeeft aan de labels waar je van hebt gesampled. Dat is wat veel producers die het gemaakt hebben je niet vertellen: degenen die wel samples gebruiken hebben een deal met een publishing instelling. Ze krijgen een lijst met tracks waar ze van mogen samplen, en daar teken je dan voor. Just Blaze heeft recent Haddaway’s What Is Love gesampled voor een track van Eminem (No Love op Recovery red.), en ik dacht bij mezelf: ‘Waarom de fuck zou je Haddaway willen samplen?!’ Het is dus duidelijk dat het platenlabel hem op dat spoor heeft gebracht.”

Maar dat weerhoudt jou persoonlijk van sample-gebruik?

“Ja. Ik wil niet als een gierige klootzak overkomen, maar ik word ouder en ik wil voor wat de carrière betreft wel m’n positie kunnen vaststellen en me daarvan kunnen verzekeren. Daarom doe ik grotendeels geen gratis shit meer. Maar de big money is gewoon bij de grote plaatsingen, en dat geld voorziet mij in de behoefte om te kunnen doen wat ik leuk vind.”

Dus het is misschien ook een bijstelling van je filosofie geweest?

“Nee, niet echt. Het is zo gegroeid. Naarmate ik ouder werd, vond ik het gewoon leuker om muzikaler dingen te doen. Wanneer je voor ’t eerst begint, kom je al snel in een bepaalde stijl terecht waar je dan in vast gaat zitten. Je wilt op Premier lijken, maar na een tijdje is dat gewoon niet leuk meer. Op een gegeven moment heb je dat kunstje wel onder de knie. Nu is het all about muzikaliteit.”

Maar als je dan zo’n killer sample hoort die er perfect tussen zou passen, zou je die dan ook laten liggen of gebruik je die dan wel?

“Jazeker, ik ben ook weer niet principieel van het niet-samplen, ik sample nog steeds wel. Maar ik ben tegenwoordig gewoon meer van het dingen laten klinken als een sample.”

Dus ook gewoon shit inspelen en dan alsnog knippen en plakken als een sample?

“Nou dat niet eens. Ik speel gewoon alles live. Ik maak een drumpatroon, speel er wat shit overheen, maak een volgende laag en speel nog wat. Eigenlijk is het gewoon een grote jam. Dat is hoe ik werk. Ik ben verder ook geen technisch persoon en wil niet teveel over dingen nadenken. Ik wil de beat gewoon kunnen voelen.”

Sommigen werken precies andersom. Die kunnen uren naar een kick zitten luisteren en ’m zo tunen dat als je alleen die kick zou uitbrengen je een hit hebt.

“Hahaha, ja maar dan bekijk je het inderdaad vanuit een engineers perspectief. Ik ben dus precies het tegenovergestelde daarvan. Ik bedoel, alles moet wel gewoon strak gemixt zijn natuurlijk, maar voor mij is het maken van de muziek het belangrijkst. Het moet gewoon fucking dope zijn. Ik wil niet teveel over de andere shit nadenken. Ik probeer het gewoon goed te laten klinken naarmate de beat vordert. Vooral ook aangaande veranderingen, breaks en bridges. Met inspelen vind ik het een soort uitdaging, ik hou daar van. Niet alleen het toewerken naar een climax, maar ook andersom, proberen vanaf een massief stuk weer een rustmoment te creëren. Maar dat hangt natuurlijk af van het moment.”

Nog even naar het samplen: als je besluit om te samplen, doe je dat dan uitsluitend van vinyl of pak je ook gewoon mp3’s als het je uitkomt? En hoe sta je over het algemeen tegenover het laatste?

“Ik zal je zeggen, aan het begin was ik een echte purist, maar door de jaren heen werd die mentaliteit een beetje corny voor mij. No offence naar de mensen die nog steeds in dat cliché geloven, maar ik vind ’t een beetje een beperking. Als het aan mij ligt sample ik overal van, het maakt me niet uit of dat dan een brakke mp3 is. Als het dope is, is het dope. Maar nogmaals, ik sample niet alleen, dat is het ding, ik zal er altijd weer wat overheen spelen. De kwaliteit maakt dan niet zoveel uit. Natuurlijk is het wel zo dat vinyl gewoon een fijnere sound heeft. Soms heb ik met een mp3 bijvoorbeeld dat ik de sample niet zo snel vind. Met vinyl hoor ik gek genoeg bij de eerste aanraking van de naald al of ik een dope sample te pakken heb. Het zit gewoon tussen de oren misschien, maar het geeft je dat gevoel. Het gaat me meer om de textuur van een sample en welke vibe hij meegeeft. Daarnaast gooi je er toch drums overheen en filter je ook vaak bepaalde dingen uit een sample. Ik hou sowieso van een lo-fi sound man.”

Waar werk je hoofdzakelijk mee? Gebruik je hardware, software, potten, pannen?

“Ik gebruik in principe alleen hardware, en record dat dan naar mijn computer, nog steeds in Cool Edit 2.0 nota bene. Ik heb wel met andere software proberen te werken, maar dat leidde teveel af. Ik moet lekker achterover kunnen zitten en viben en als ik dan teveel over dingen moet nadenken, dan lukt dat niet. Maar ik gebruik een MPC, een Roland Fantom, daar haal ik de meeste van m’n key sounds uit, een Microkorg en een Juno 60, zo’n 80’s bak. Die heeft een soort van Alchemist sound in zich, elk geluid heeft wel een soort van grimey 80’s soundtrack vibe over zich. En het mooie ervan is: je kunt het mooi laten samensmelten omdat het gewoon al klinkt alsof het van een plaat af komt. Het heeft een mooie textuur. Ik heb trouwens ook een SP12 maar die gebruik ik eigenlijk niet en verder een MC202 voor de bass sounds. Ik hou gewoon van hardware, het moet gewoon klappen. Ik heb geen zin om allemaal shit te moeten doen om het klappend te laten klinken. Dat is ook wat ik zo leuk vind aan de Microkorg, ondanks dat ie super cheap is en iedereen hem heeft. Hij heeft gewoon een hele sterke oude analoge sound voor zo’n klein ding.”

Wat is je favoriet, waar je echt niet zonder kan?

“Dat is dan wel de Fantom, die gebruik ik in principe het meest. Hij heeft heel veel realistische sounds zoals piano’s en orgels, alles eigenlijk wel. Kijk, ik hou heel erg van gear, maar ik ben geen tech-head of zoiets, meer een music head. Ik hou ervan om dingen en sounds met elkaar te matchen, en als het om een of andere reden niet werkt, dan laat ik het wel werken. Ook al is het niet bedoeld om te kunnen werken, snap je? Zoals met die MC202, die heeft echt niks te doen met de rest. Er zit 1 sinewave in en die moet je door te kloten met een paar knoppen maar goed laten klinken, haha.”

Hoe zou je je eigen sound omschrijven? Staat dit zo’n beetje vast of is er ook ruimte om te experimenteren?

“Ik sta nu eigenlijk op een kruispunt. Vroeger was alles redelijk grimey, maar nu heb ik wel een aantal stijlen. Ik hou er niet van om me tot 1 stijl te beperken. Het is dan ook niet per definitie herkenbaar als zodanig. Alhoewel, m’n drumpatronen zijn altijd wel redelijk gelaagd, met veel percussie, open hats, cymbals, toms en dat soort shit. Ik gebruik ook vaak rolls tegenwoordig. Het is ook weer niet dat het overgeproduceerd klinkt, maar ik hou wel van meerdere lagen. Ik denk dat dat het enige is waar je het aan zou kunnen herkennen. Dus basically is mijn antwoord dan ‘ja’: ik heb een sound, maar ik denk dat mensen er (nog) niet echt bekend mee zijn. Ook omdat het altijd wel verandert en evolueert.”

In wat voor setting knutsel je het liefst aan een beat? Sluit je jezelf helemaal af, of moet je impulsen van buitenaf hebben om het te laten werken?

“Ik kan me moeilijk concentreren, dus in gezelschap is muziek maken niet echt makkelijk. Maar terwijl ik dat heb gezegd, is het met de juiste mensen om je heen juist goed. Sterker nog, ik denk dat ik dat tegenwoordig soms zelfs verkies boven het alleen werken. Je krijgt dan ook input terwijl je bezig bent en komt dan soms net op andere dingen waar je in je eentje niet op gekomen zou zijn. Maar doorgaans is het gebruikelijk dat ik de beats alleen maak. Ik stuur de joints als ze af zijn natuurlijk ook rond en dan krijg je ook nog wel eens een goeie input. Maar ik hou dus zeker wel van het sociale aspect van muziek maken. Kijk, ik werk met Mr. Probz bijvoorbeeld via Skype. Dan is het bijna alsof je gewoon bij elkaar in de kamer zit. Het is op zich een hele aparte manier van werken, maar het werkt wel. Ik ga dat ook meer proberen te doen met mensen, met Amerikaanse artiesten bijvoorbeeld. Die zijn over het algemeen niet zo goed in communiceren via e-mail. Dan stel je 60 vragen en dan krijg je ‘Yeah, okay’ terug. Dat laat dan soms ook teveel ruimte over om te interpreteren omdat je gewoon niet precies weet wat ze nou bedoelen.”

Op welke track of samenwerking ben je trots?

“Weet je, soms zie ik het meer als een tijdlijn met de daarin behaalde doelen voor wat betreft tracks. En die bepaalde fragmenten maken me dan trots. Bijvoorbeeld tracks die ik vroeger heb gedaan met UK artiesten die jullie toch niet veel zouden zeggen, bijvoorbeeld Klashnekoff die destijds erg groot was in Engeland. Meer recent heb ik het dan over samenwerkingen met Mr. Probz waar ik trots op ben. En niet altijd in de zin van behaalde doelen, maar de muziek die we maken is gewoon dope en wijkt wat meer af van het gangbare. Vroeger was ik ook meer gefocust op het proberen te werken met bepaalde namen en zo ben ik ook mede de UK scene ingekomen. Ik heb daardoor nu een steady fanbase, en dat voor iemand die nog niet eens een solo-cd uit heeft.

Ook staan de ontmoetingen met Sean Price me bij, met name de meest recente. Ik reisde af naar Brownsville en ondanks dat ik wel vaker in Amerikaanse en Engelse achterbuurten kom, vertelde mensen me dat dit écht geen grap was dus ik was wel op mijn hoede. Anyway, we luisterden samen naar beats in de kamer van hem en zijn vrouw met Nickelodeon op de tv, terwijl zijn vrouw en kind aan het chillen waren. Later in de middag kwam een gast die net vrij was gekomen na een lange gevangenisstraf met een paar vrienden langs. Ze hadden het over black power ish en tegelijkertijd keek die dude me aan van: ‘What the fuck doe jij hier’, dus dat was best vreemd haha. Uiteindelijk wilde Sean zo’n beetje elke beat hebben, dus dat was dope."

Beeld door Vincent van der Does

Meer Interviews