Auteur Saskia Serlé fiets dagelijks door de Irenetunnel en langs de Wall of Fame in Delft, raakt geïnteresseerd in de graffiticultuur en besluit hierover als complete buitenstaander een boek te schrijven. Het resultaat is een aantal interviews, wat verzameld fotowerk en een verklarende woordenlijst met woorden als: dope, lauw, nakkie en vette shit.

‘Het gaat voornamelijk over de graffitischrijvers en hun crews, maar ook komen een rapper, een modeontwerper, een b-boyer, een DJ en een VJ aan het woord. U krijgt tips hoe u zelf een piece kunt zetten en waar u dat het beste kunt doen in de Irenetunnel, de langste legale graffitimuur van Nederland. Al met al een vrolijk politiek incorrect boek wat in elke huiskamer zou mogen staan.’

‘Een vrolijk, politiek incorrect boek wat in elke huiskamer zou mogen staan.’ Kippenvel loopt over mijn rug bij het lezen van de aankondiging van het boek op de site van beeldend kunstenaar Saskia Serlé uit Delft. Wanneer je het boek echter in je handen hebt en globaal doorbladert verdwijnt een deel van je vooroordelen. Reden is dat er hier en daar toch wel erg mooie pieces zijn afgebeeld en er enkele leuke interviews in voorkomen. Helaas na het lezen van de eerste bladzijden komt het vreemde gevoel toch weer terug. Het is alsof je een artikel in de Flair of Viva aan het lezen bent. Een kruising tussen het dagboek van je tante en de Linda met als onderwerp graffiti, erg verwarrend.

Serlé is in contact gekomen met graffitischrijvers door posters in de Irenetunnel op te hangen en te wachten op reactie. Opvallend zijn de soms vreemde details waar Serlé de nadruk op legt in haar interviews. Waar je vragen over geschiedenis, stijl en anekdotes van graffitischrijvers verwacht gaat het vaak over randzaken. Zoals in het interview met Kasr van Scheme 015: ‘De vriendin van Kasr wilde graag main stream met hem gaan winkelen op zaterdag. Na een uurtje samen wilde Kars alweer naar de tunnel.’ Of de volgende zin; ‘In de Irenetunnel zie ik een leuk rommelig gedeelte op een verbindingsstuk van de brug en fotografeer het. Thuis laat ik via internet en de Hema er een tas van maken.’ Niet echt interessant. De onderschriften bij foto’s zijn soms ronduit storend. Zo staat er onder één van de foto’s: ‘Die Rotterdammers kunnen ook goed verven.’ Of het onderschrift bij een piece: ‘Klash heeft dit gemaakt.’ Laat die onderschriften dan maar zitten.

Leuk is de samenwerking met fotograaf Tom Schenau die details van pieces op Nederlandse muren vergelijkt met details van letters en tekens op reclameborden uit Japan en India. Andere positieve punten van het boek is het interview met de boys van Scheme 015. Beeldmateriaal van Amsterdammer Ser en het verhaal over twee graffitischrijvers die in opdracht van de evangelische gemeente ‘Levend Water’ op Paaszondag een Jezus aan het kruis afbeelden. Zullen de kerkgangers hebben geweten dat de collecte van die week in spuitbussen geïnvesteerd zou worden?

Het feit dat de Irenetunnel binnenkort gesloopt gaat worden en de Wall of Fame niet meer terug gaat komen geeft het boek extra waarde. Samen met het bekende transformatorhuisje naast Delft CS heb je het toch over befaamde plekken in Delft. Echter een jaartje foto’s maken, wat interviews afnemen en de boel bundelen wat Serlé heeft gedaan doet dan af aan de toegevoegde waarde van de Irenetunnel voor Delft.

Meer info

Meer Achtergronden