Toen Straight Outta Compton in 1988 uitkwam, was ik 11. Ik schreef graag brieven met een roze, geurende pen en nam elke vrijdagmiddag de Top 40 op. Op een BASF-cassettebandje. Af en toe maakte ik zelfs nog wat schijnbewegingen met Playmobil. Maar een jaar later, ik weet niet precies wat er in de tussentijd gebeurde, stond ik met gebalde vuisten AK-47 is the tool, don’t make me act the motherfucking fool! te roepen. Opgroeien met NWA, while not growin’ up in tha hood.

columnvivienfoto_1

Ik kreeg wel iets van zakgeld in die tijd. En 25 gulden van mijn oma als ik jarig was. Een plaat per jaar was dat ongeveer, soms twee. It takes a nation of millions to hold us back had ik al. Toen er weer eens wat keiharde guldens beschikbaar waren, luisterde ik in de winkel naar Straight Outta Compton. En op dat moment hadden alle clichés natuurlijk keihard op mij moeten donderen, gewoon live in de motherfucking Plato. NWA kruipt onder je huid. NWA is relevant. NWA roept vragen op. Ik voel een heleboel woede. Maar kwetsbare woede. Een ontluisterende blik op de werkelijkheid. Recht uit de CPT. Toen ik de eerste maten van Dopeman hoorde, wist ik dat mijn leven nooit, nee nooit, meer hetzelfde zou zijn. Maar dat dacht ik allemaal helemaal niet. Met mijn koptelefoon op dacht ik vooral: tering, wat goed, maar ook: hier kan ik natuurlijk nooit mee thuiskomen. Te bang dat mijn ouders het zouden horen. Parental Discretion iz advised. Dus beging ik een major epische fout en kocht ik lukraak een willekeurige andere hiphopplaat. Stone Cold Rhymin’ van Young MC. Die had een clipje waarin hij vriendelijk lachend in een schoolklas zat. Met het sell-out-schaamrood op de kaken leverde ik mijn geld in. Zo was het dus nog bijna misgegaan met mij en de gangstarap. Toch paste Young MC wel beter bij mijn leefwereld, want ook ik werd uiteindelijk naar the principal’s office gestuurd toen ik met een bibberende rode stift NWA op de pleemuur schreef tijdens de wiskundeles. Gangsta rap made me do it avant la lettre was dat eigenlijk, maar dat wist ik toen nog niet. En misschien had die rector ook wel een punt: Fuck tha Police roepen en in een gymnasiumbrugklas zitten is best een ietwat opmerkelijke combinatie. En bovendien kende ik dat nummer toen nog helemaal niet zo goed, ik had de brothers met attitude op Yo! MTV Raps wel Forget tha Police horen roepen. Gelukkig kon ik Straight Outta Compton daarna lenen in de cd-o-theek. En gelukkig had ik nog wat BASF-bandjes. Mijn ouders bleken het trouwens helemaal niet zo’n punt te vinden, hiphop feat. een hoop vuilbekkerij. Het was nota bene mijn moeder die mij jaren later met een grafstem opbelde om te vertellen dat Eazy-E was overleden.

Ik weet niet of NWA mijn leven veranderd heeft, maar NWA bleef wel altijd onderdeel van mijn leven. Dat kostte best wat tijd, want het betekende ook dat ik me in alle andere inwoners van Compton en in aanverwante zijprojecten moest verdiepen. Best een hele opgave, Arabian Prince goed proberen te vinden. En de schoonheid in de stem van The DOC blijven zien, ook geen sinecure, na het auto ongeluk waarbij hij zijn stembanden ernstig effed-upte en alleen nog een beetje hoog en schor kon schreeuwen. Die formula was toch wel wat uitgewerkt. En iedere keer maar weer op feestjes eindeloos zeuren bij de dj om Neighborhood Sniper, je had er bijna een dagtaak aan. CB4 steeds opnieuw bekijken vanwege Mayday On the Frontline was gelukkig wél leuk. En, een handige bijkomstigheid die aanzienlijke tijdwinst opleverde: DJ Yella kon ik een beetje links laten liggen, en Dre ook. Die produceerden immers vooral en daar letten meisjes niet op. Meisjes plakken plaatjes uit de Rap Pages in hun agenda en letten op jeri curls. En ook op wie er het behendigst over een hek kan springen wanneer achternagezeten door oom agent (MC Ren natuurlijk, die was in die tijd nog akelig atletisch). Gênante ontboezeming: Dr. Dre zag ik meestal zelfs totaal over het hoofd. En dat terwijl we heel knus op dezelfde dag jarig zijn. Maar Ice Cube zei het ietsje later ook: Yella boy’s on your team, so you’re losing, Ay yo Dre, stick to producing. Dat had ik dan toch maar mooi goed gezien. Na de breuk schaarde ik me natuurlijk vooral achter Cube, want hij is altijd mijn lieveling geweest. Maar MC Ren met stip op twee. Me and Lorenzo rollin’ in a Benz-o: Ice Cube had het niet treffender kunnen verwoorden. Dan bestuurde Eazy (Dangerous motherfucker raising hell!) toch meer de BMW.
Tot zover de autometaforen, maar als je aan Ice Cube komt, kom je aan mij. Dat Cube flauwe films maakt over wat je het beste kan doen op vrijdag, in Sesamstraat speelt met Elmo en gul lachend in een rubberbootje zit met een zwemvest aan, kan me allemaal niet schelen: ik ben verliefd op hem sinds 1989.
Solo werd Dre daarna wel een stuk beter en begon ik hem warempel te zien, maar wie was nou eigenlijk dat rare dunne jongetje dat zich sorry dat ik besta-achtig achter Dre verstopte in Deep Cover? Dat zou in ieder geval nooit wat worden. Ik zei het al eerder: glazenbolskills heb ik niet.

De Cubecrush bleef, maar andere NWA-bakvissigheden liet ik varen toen ik de volwassen leeftijd bereikte. Maar toch: mijn dochter lag in een NWA-rompertje in de wieg en sollicitatiebrieven schreeuwden vaak om wat Cube-isms. Want, als jullie gasten het niet zien, lees deze brief dan in braille, dan is ‘ie nog steeds funky. If it ain’t ruff it ain’t me is trouwens een uitstekende voorbereiding op sollicitatiegesprekken. Zelfs de mindere nummers hebben een functie: Something 2 Dance 2 is voetjes van de vloer guaranteed en kan op feesten ende partijen prima It’s Raining Men vervangen. Het bravige, bijna schuttingtaalloze Express Yourself is mooi geschikt voor MTV. En zo ben je achter in de 30 en vergeet je naar je werk te gaan omdat Gangsta Gangsta op repeat moet.

En dan ineens is er Straight Outta Compton, the movie. Dat is natuurlijk eerst iets om wat ouwelullerig mopperig over te doen. Wij waren er echt bij, bij dat begin. You’ll probably get mad like a bitch is supposed to, maar jelui hipsters lagen nog baardloos in de wieg, toen wij al met bier in een papieren zak naar een schoolfeest gingen, 8’ball junkies als we waren. “Straight Outta Damsko, crazy motherfucker named Adjedonnie, dat ken ik wél”, zegt mijn dochter (inmiddels 19) met een vrolijk gezicht. Daar is, ondanks rompertje, nog een hoop werk te verzetten. Misschien moeten we maar naar de bios dan. Dan ga ik de film wel humeurig verstoren met ouwemensenanekdotes. Maar intussen ziet de trailer er eigenlijk heel gezellig uit. Starring Paul Giamatti als Jerry Heller. Giamatti ken ik vooral uit de ‘wijnkomedie’ (!)Sideways, want, my god, ik heb nu de leeftijd waarop ik lach om grapjes over wijn. Maar wat een goeie keus, en die Ice Cube, die is goed gecast, die lijkt sprekend op ’m. “Ja, het is namelijk zijn zoon”, legt een vriend kalm uit. De voorpret begint. Lekker naar Pathé Scheveningen. En dan niet stiekem achterin kussen en/of met popcorn gooien, nee, gewoon gezellig met het hele gezin erheen. Het voelt een beetje als je kind op vakantie langs eindeloze reeksen kathedralen slepen, terwijl het kind in kwestie liever roerloos bij het zwembad wil liggen en jongens wil beloeren in de puberdisco. Maar het gaat hier wel om een zeer gangsterlijke hiphopkathedraal: Damn that shit wordt dope!

Meer Achtergronden