“Als ik dan een parkeerwachter zag, dacht ik, was ik maar parkeerwachter, want dan hoefde ik tenminste geen nieuwe show te maken.” Ik zag cabaretier Roué Verveer pas optreden. Roué vertelde over zijn nieuwe voorstelling: wat een worsteling dat was om die te bedenken.

Ik ben niet zo getalenteerd als Roué, en ook niet zo beroemd, of eigenlijk überhaupt niet beroemd, maar ik snapte zijn gevoel. Om het maar weer even over mij te hebben: Ik!!! heb net mijn boek af. Het heet Woord! en het gaat over de taal van nederhop. Mijn Facebookvrienden beginnen het vast gillend zat te worden als ik weer een krantenstukje post waarin wat over mijn boek gezegd wordt. Maar ik ben ook zo blij dat het af is. Uit mijn studietijd wist ik wel wat studieontwijkend gedrag was, maar als je op een gegeven moment schaterlachend je luxaflex staat af te stoffen en je kruiden alfabetisch in je keukenkastje gaat zetten, dan wil je echt niet schrijven. Maar dan is het toch ineens gelukt. En het boek is ’niet onopgemerkt gebleven’. Er wordt best vaak gebeld door de radio en de krant. De journalist van State Magazine vond het een fijn boek. Hij was het maar met een ding niet eens: dat ik de hiphopscene zelf vaak negatief vond.
We kennen de negatieve vooroordelen over hiphop van buiten de scene. Ik was met Def P op radio 1. We zaten bij het programma Lijn 1. Wel vervelend dat ik daarna de hele tijd met de line Ik zat in tram 5 en mijn… (etc.) in mijn hoofd zat. Er belden oude mensen in de uitzending op om over hiphop te klagen. Niet dat ze er iets van af wisten, maar dat weerhield hen er niet van om acht minuten zendtijd te vullen. “Tja hiphop, alleen maar schelden hè, en oja, zo’n Snoep Dokkie Dok, ja dat vind ik zo’n, ja, hoe zal ik dat nou eens zeggen, ja, nouja, dat vind ik zo’n stompzinnige man. En die teksten, daar is ook echt helemaal NIETS aan. En ik kan ze trouwens ook helemaal niet verstaan.” Toch knap dat je dan wel weet dat die teksten niks aan zijn. Afijn, been there, done that: lees anders mijn oude column Zeven hiphopzonden nog eens.
De meeste mensen die me interviewden waren erg aardig, maar die moest ik toch ook de goede teksten aanwijzen achter de vuistdikke kettingen, dikke auto’s en voluptueuze achterwerken.
Toch is de hiphopgemeenschap zelf ook schuldig aan het imago van de scene. Jezelf op de borst kloppen en je rivalen neersabelen, daar gaat het altijd wel om. Misschien let ik wel op de verkeerde dingen, maar ik zie bij hiphopconcerten zelden iemand klappen, terwijl de middelvingers wel makkelijk de lucht ingaan. En als er, zeker bij buitenlandse acts, een Nederlands voorprogramma komt, dan staan de stoere binken in de zaal daar lekker veilig tegen elkaar lacherig over te doen. Soms is het ook wat openlijker a-relaxed: dat de Belgische Coely, die waanzinnig goed is, een paar cd’s de zaal in gooit, en dat die dan teruggegooid worden.
Qua taal zie je niet alleen aan woorden als game en battle dat de hiphopzwaarden altijd geslepen zijn: er is nog een heel rijtje woorden en uitdrukkingen die hiphopvereisten dicteren: je moet street cred of straatgeloofwaardigheid hebben, de taal van de straat spreken, en intussen straatego (jaja, dubbel a) spelen. Waarbij het belangrijk is dat je straat bent en het straat houdt. Ik vind het zelf heel nerdy wel leuk dat het woord straat hier niet als zelfstandig naamwoord maar als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt; je kunt dus behalve bootylicious, gangsterlijk, ghettofabulous en swagadelic ook straat zijn.
Het echt, of real, houden, is ook belangrijk en als je daarin faalt, ben je een sell-out, dan beland je in de uitverkoop. Het zijn ondoorgrondelijke regels, waar ik me nooit aan heb willen en kunnen houden. 
Tegenwoordig heeft iedereen een mening, hoorde ik pas op het nummer Gekke Boys op de nieuwe plaat van De Jeugd. De gekke buurjongens van Bas Bron zeiden dat, maar een waarheid als een koe. Die meningen worden vooral veilig achter laptopjes geuit: laptopdemonstranten, we kennen ze allemaal. Soms ben ik er zelf ook een.
Ik lees gelukkig niet dergelijke verwensingen die Anouk momenteel moet doorstaan. Ik lees wel dingen waar ik om moet proesten, maar die intussen oerserieus bedoeld zijn. Vooral van mensen uit mijn eigen hiphopgeneratie, die, ik maak me er zelf ook schuldig aan, de goeie ouwe tijd blijven verheerlijken. Want, wisten jullie dat al, hiphop anno 2013 is dood. En dat hebben we Allemaal! laten gebeuren. En nu is het te laat, want nu is hiphop in handen van de duivel. Hihi. Waarom hebben we dan niet ingegrepen? En hoe kreeg die bloody devil de hiphop dan in zijn duivelse handen? Intussen luister ik maar gewoon verder naar hiphop, als jullie het niet erg vinden. Dood zou ik hiphop niet willen noemen; Eminem heeft een puik nieuw album, en nationaal vind ik Vossig van Adje nogal fijn. En dan de Nuance, een soort Spinvis van de nederhop; wat jammer dat mijn boek al naar de drukker was toen ik zijn werk leerde kennen.
Ik vind intussen gewoon maar iets goed of niet goed, dat lijkt me het beste. En ik stel mijn mening niet gelijk bij als de heel goede rapper uit mijn jeugd ineens een duet opneemt met David Guetta. Jammer vind ik het wel en ik moet ook rennen voor een teiltje als ik Davids tracks hoor, maar dat betekent niet dat ik die rapper met een schreeuwend ‘sale’-label om zijn nek in de etalage van het hiphopwarenhuis zet. Of, dat is misschien te veel eer, de Bijenkorfetalage, laten we het op een supermarktlevel brengen: ik degradeer die rapper niet tot Euroshopper, en ik vind hem ook niet rijp voor de Hamsterweken.

 

Ook zou je geen recht van spreken hebben, als je de street heat nooit gevoeld hebt. Nee zeg, gelukkig heb ik die nooit gevoeld! Ik luister nu 24 jaar naar hiphop. Ik kom uit een doodnormale wijk in een redelijk saaie stad en ik had gewoon centrale verwarming thuis en een zorgverzekering. Daarnaast heb ik ook nog op het gymnasium gezeten. Tjee, hoe moet het inderdaad goedkomen met mijn straatslimheid. Maar ik lees net op internet dat ik officieel een tienermoeder ben, want ik kreeg op mijn 18e een kind, en teen mom ben je tot je 20ste. Maar ai, ik ben daarna ook gaan studeren en inmiddels doctorandus. Dat School of Hard Knocksdiploma, tja dat zal nooit ingelijst aan mijn muur hangen.
Ik begon met hiphop luisteren op mijn meisjeskamer en spaarde intussen voor nieuwe platen. Daar ben ik al die jaren mee doorgegaan, alleen nu heb ik een eigen huis en wat meer geld. Afzakkende broeken dragen, boos kijken en een lidmaatschap van de 5 percent nation overwegen, behoren voorgoed tot het verleden. Je zult mij nooit iemand een sell-out horen noemen. En als jij die street heat wel gevoeld hebt, dan vind ik dat heel akelig voor jou. Hoewel, ik moet bij dergelijke praatjes ook mijn tong afbijten om niet te vragen: “Zeg, dat zal zeker wel een aardige duit kosten, al die biertjes die jij op je stoep moet uitgieten voor je dead homiez. Maar ik zie intussen dat je weer aardig opgekrabbeld bent na die drive-by shooting in Nieuwegein, fijn zo.” Maar dat zeg ik maar niet, want dat is ook flauw, en bovendien, wat kan ik weten van iemands achtergrond, en hoe weet ik wie wat heeft meegemaakt. Ook in Nederland gebeuren erge dingen, maar Amerikaanse toestanden zijn er hier – gelukkig – toch ook niet echt. Maar waarom wordt er dan wel zo makkelijk iets over mijn achtergrond gezegd, krabbel ik dan even op mijn onstraatgeloofwaardige bolletje, terwijl ik toch nooit claim dat streetcred my middle name is. Hoewel… jongens, wat jullie niet weten is dat ik nu eigenlijk denk: ik wou dat ik weer eens lekker een ochtendje crack kon koken in plaats van aan dat suffe woordenboek werken. En ook heel vervelend dat ik mijn rode laarzen niet meer kan dragen, sinds de 2315-crips mijn hood ownen. En als het zondag nou weer zo lekker hard regent, kan ik mooi mijn gangsigns weer eens oefenen voor de spiegel.
Maar moet je luisteren, Vivien: als je in dat boekje van jou ook teksten van Ali B en Lange Frans opneemt, dan kan dat natuurlijk geen goed boek zijn, dat snap je natuurlijk zelf ook wel. Ik vind Ali B niet de allerbeste rapper, maar ik vind Ali B op volle toeren een waanzinnig leuk tv-programma en Ali zorgt er wel mooi voor dat veel mensen die hiphop niks vinden in ieder geval zien dat het echt wel meer is dan een potje vloeken. Ik houd zelf meer van DuvelDuvel dan van Lange Frans (hoewel, dat nieuwe liedje met die hoepel, best leuk hoor). Maar wat zou ik een stom boek geschreven hebben als ik alleen taal van rappers zou beschrijven die ik zelf goed vind of die als real gelden in de scene. En leuk juist, dat een rapper als Keizer dan erg toffe teksten blijkt te hebben. En dat terwijl wij Goedesmaakhebbers hem eigenlijk niet goed mogen vinden omdat ’ie in een lollig programma op RTL-5 zat. Daar keek ook ik toch even op mijn humeurige oldschoolneus.

 

Moeilijk moeilijk, want het battle-element houdt de hiphop ook levendig, ook in de scene van de volgelingen, en het straatimago maakt hiphop heerlijk stoer. En ik kan het zelf ook niet laten om lelijke praatjes over French Montana en Waka Flocka op te hangen. En een digitale azijnpisser ben ik zelf ook. En zeg nou zelf: Vocally Pimpin’ van Above the Law, mijn lievelingsalbum, is ook alweer 22 jaar oud. Lekker actueel, Vivien. Maar laten we het vooral ook allemaal met een dikke knipoog blijven bekijken; dat is ook juist zo leuk aan hiphop: de overdrevenheid.
Ze zeggen hou het straat, dus ik timmer aan de weg, hoor ik Winne ondertussen op de achtergrond rappen. En dat vind ik nou een leuke: zo blijf je op de straat, maar maak je er ook net wat meer van. Dat is nou straatslim!

Meer Achtergronden