Wanneer je je in Amerika op de meest toeristische gebieden bevindt, en dan bedoelen we écht toeristische gebieden zoals Times Square of de Walk Of Fame aan Hollywood Boulevard, kan het zomaar zijn dat iemand uit het niets een cd’tje in je hand drukt of een koptelefoon op je hoofd plant met zijn eigen muziek. Bij mij gebeurde het op Venice Beach in Los Angeles, op de laatste hele dag van de roadtrip die ik met mijn vriendin maakte door de USA.

“You on that real shit?”

Het is een mooie dag, zodra we ons apartementencomplex verlaten en bij het uit de deur stappen zowat meteen op de world famous boardwalk staan brandt de zon al flink. Het is krap half tien ‘s ochtends, maar tussen de junkies, kunstenaars, dealers, toeristen, locals en geweldige ambiance van Venice Beach door komen twee jongens – wijd vallende kleding zoals je ziet in Westcoast-video’s inclusief – op ons afgelopen. “You like Chance The Rapper, huh? You on that real shit?” Daar is geen hogere wiskunde of waarzeggerij voor nodig. Da’s namelijk niet moeilijk gokken door de grote drie die op mijn cap staat geborduurd. Na alle eerdere afwijzingen die ik de weken ervoor zowel verbaal als non-verbaal heb gedaan besluit ik deze keer een tikkie nonchalant te antwoorden met “Yeah, bro. What you got for me?” Met in zijn linkerhand een stack cd’s en zijn telefoon en in de rechterhand zijn koptelefoon stelt de één zich aan mij voor als King G Supreme. De ander, Dejuan genaamd, zet meteen zijn headphones op mijn oren en drukt op play. Dansbare muziek en glijerig gehijg is het resultaat. Vriendelijk probeer ik hem af te wimpelen door te zeggen dat het niet mijn kopje thee is, terwijl ik mijn vriendin hetzelfde zie doen bij de ander. “Dit is meer wat voor jou”, zeg ik terwijl ik haar de koptelefoon aanreik. Ik krijg op mijn beurt nu de spotgoedkope headphones van King G Supreme. Ik begin mee te knikken op de maat van zijn track met een gruwelijke westcoast bounce erin en zie hem meespitten en knikken. “Now we talkin’, huh? Where you from my brother?”

Omdat ik het toch wel een gruwelijk fenomeen vind dat rappers hier op deze manier hustlen vraag ik, nadat ik zijn vraag met ‘The Netherlands’ heb beantwoord, naar de bekende weg. Hij legt me uit dat ze met donaties werken, een soort pay-what-you-want-principe dus. Aangezien ik een paar dagen ervoor in San Francisco nog albums van Dave East, Yelawolf en Mac Miller op de kop heb weten te tikken voor één dollar per stuk, ga ik er nu voor het gemak maar vanuit dat vier dollar uit mijn kontzak trekken wel genoeg is. “Most people donate fifteen to twenty dollars per album”, zegt zijn vals zingende homie vervolgens. Dat geloof ik natuurlijk nooit, met zijn plastic sleeves met gekopieerde hoesjes en idem cd’tjes erin. De scam wordt in werking gezet door te vragen naar mijn naam en druk begint hij al op zijn cd-r te schrijven. “Aight, Bowie. You already famous here”, hoor ik hem zeggen terwijl hij niet lijkt te beseffen dat de grote Bowie (David, dus) vorig jaar is overleden. Ondertussen is zijn veel vriendelijkere collega al blij met de vier briefjes die ik hem in zijn hand heb gedrukt. Het lijkt me ook een prima deal voor een gebrande cd met slecht geprint hoesje.

“Yeah bro, take me to Amsterdam sometime, where it’s legal to…”

Terwijl ik de cd aanneem, hem bedank en zijn verhaal over zijn ontmoeting met Chance in Los Angeles van drie jaar eerder aan heb gehoord, hoor ik de ander iets naar hem snauwen, waarna King G Supreme zich weer tot mij wendt; “Can you support my brother also? He already wrote your name on the cd.” Ik laat de boys weten dat ik daar niet om heb gevraagd en King G Supreme bevestigt met een knikje zoiets als ‘da’s eigenlijk ook wel weer waar’. Ik vertel hem nog dat ik voor een Nederlandse hiphopwebsite werk en dat ik wellicht een write-up over hem, zijn muziek en werkwijze kan maken, maar dat interesseert hem overduidelijk niet. “Yeah bro, take me to Amsterdam sometime, where it’s legal to…” en vervolgens maakt hij een paffend gebaar met zijn handen en blaast hij fictieve rook alle kanten op. Hij draait zich om en spreekt de volgende toerist alweer aan in zijn zoektocht naar kleingeld, dit keer iemand met een Yankees cap op z’n hoofd. De volgende keer dat ik naar Venice ga laat ik die cap lekker thuis.

Meer Achtergronden