Meerdere malen dook hij op bij Parfum de Boem Boem, ergens in een bouwput in de stad; hij werkte mee aan het Maritiem Concert van Sinfonia Rotterdam en samen met Winterdagen presenteerde hij een vijftal nieuwe stukken tijdens Geen Daden Maar Woorden Festival. Zijn lijstjes doken op in het Rotterdamse straatbeeld en voor de Rotterdamse editie van de SAM schreef hij het voorwoord. M. beleefde een mooi 2018, al is hij zelf niet zo bezig de kalender: “Ik leef niet heel erg in tijdsframes. Als je me vraagt hoe mijn jaar eruit zag, moet ik echt aan mijn facturen gaan checken wat ik gedaan heb.”

“Ik wil de bundel hebben die ik wilde maken en niet een bundel hebben op zich.”

Ooit wil M. zijn beste gedichten bundelen, al maakt hij daar geen haast mee: “Op straat kun je me vinden met stickers en lijstjes en online drop ik content. Ik wil wel iets tastbaars achterlaten, maar voor mij moet het heel erg mooi zijn. Als ik op dit moment een bundel zou uitbrengen, zou ik er niet volledig achter staan. Misschien vinden de mensen het dan wel tof, maar zelf weet ik dat er meer inzit. Ik heb een aantal gedichten gemaakt waar ik heel blij mee ben, maar alles moet op dat level zitten. Ik wil de bundel hebben die ik wilde maken en niet een bundel hebben op zich. Ik leg ’m in de handen van tijd en dan gaat ‘ie op een gegeven moment wel het levenslicht zien.”

Zo nu en dan trekt M. er tussenuit om zich te laten inspireren, maar of en wat hij schrijft hangt van het moment af: “Ik kan niet zomaar gaan schrijven. Alles moet kloppen. Binnenkort ga ik naar Zweden. Heb ik een huisje voor drie dagen geboekt aan een meertje in de middle of nowhere. Ik weet nog niet of ik daar ga schrijven. De bedoeling is van wel, maar misschien ga ik wel gewoon zijn. Ik heb ooit een stuk over Parijs geschreven. Ik was daar al zo vaak geweest. Dit keer moest een maatje van mij er dansen, op het wereldkampioenschap breakdance. Ik wilde dat stuk dáár schrijven, er middenin. Er is geen woord op papier gekomen. Ik ben in Montmartre gaan zitten, ik ben in de buitenwijk gaan zitten; niks. Het lukte gewoon niet. Thuis, een week later, had ik heel het verhaal. Het moet landen. Uiteindelijk komt er wel iets moois, maar ik kan dat niet plannen.”

“Na het breakdancen heb ik lang niet een passie gevoeld zoals deze.”

Inspiratie putte M. dit jaar ook uit de muzikale hoek. De samenwerking tussen M. en Winterdagen (muzikant Mink Steekelenburg) is een vruchtbare gebleken. Het tweetal stond al eens op Oerol en componeerde via Parfum de Boem Boem een stuk voor de opening van het nieuwe depot van Boijmans. “Mink hoeft maar wat te spelen en ik ben fan, snap je. Heel weinig dingen vind ik tof, maar als je me raakt met wat je maakt dan ben ik ook echt een liefhebber. Ik hoef maar te horen wat hij doet en er gaat van alles in mijn hoofd om.” Tijdens Geen Daden Maar Woorden Festival presenteerde het duo een vijftal nieuwe stukken in Theater Walhalla. Voor M. was het een van de hoogtepunten van het jaar: “Er zaten veel persoonlijke dingen in. Een rode draad door mijn leven, dat was intens. Mijn ouders zaten in de zaal en ik deed een stuk over ze. Ik denk niet dat ze me ooit als verloren hebben beschouwd, maar het kwam wel heel dichtbij. Als je daar dan staat en je mag dat stuk doen voor je ouders, je hoort mensen snikken in de zaal, dat is bizar. Ze waren trots, maar dat waren ze altijd al. Ze waren allang blij dat ik wat gevonden had. Toen ik elf was, was dat breakdance. Dan pakte ik in mijn eentje de trein naar Eindhoven om naar Planet Rock te gaan. ’s Nachts ging ik terug met een bus waar ik in belandde. Dan piepte ik mijn pa op en dan kwam hij me om vier uur ’s nachts halen van het Centraal Station, terwijl ik tussen de junkies aan het wachten was. Na het breakdancen heb ik lang niet een passie gevoeld zoals deze. Ze zijn blij dat ik wat gevonden heb.”

Vanuit die passie schrijft hij naast zijn autonome werk teksten in opdracht. Soms pakt dat wat minder goed uit: “Ik trad op voor een bank die net aan hun medewerkers bekendmaakte dat hun afdeling 23 miljoen winst heeft geboekt. Dan sta je daar te vertellen dat het een bank is met een warm hart en dat ze zoveel goed werk doen; dat is gewoon niet zo. Het bedrag dat je ervoor krijgt is wel bank-achtig, maar ik zal het never nooit meer doen. Het klopt niet, het voelt niet goed aan en ik heb geleerd dat je het dan niet moet doen. Een bank is ontzettend zakelijk en dat past niet bij me. Van tevoren twijfelde ik al, maar je moet dingen soms ervaren om te weten of je het nooit meer wilt doen. Andere dingen passen wel bij me. Street And More, bijvoorbeeld, dat ligt heel dicht bij me. Of een tijdje terug voor het 30 jarige jubileum van ‘t Loodswezen. Ging ik een dag met die mannen de zee op en de haven in om inspiratie op te doen, dat was echt een geweldige dag en dat betaalt zich dan uiteindelijk weer uit in het gedicht.”

“Als je mij wil, dan moet je mij willen.”

Dat het bedrijfsleven zo wegloopt met spoken word, heeft ertoe geleid dat de term veel misbruikt wordt, stelt M.: “Alles en iedereen is spoken word. Als iemand een motivational speech geeft, wordt het een spoken word genoemd. Rappers die een tekst zonder beat doen zijn ineens spoken word-artiesten. Voor mij is spoken word het schrijven van poetry puur voor de voordracht. Geschreven teksten met als intentie deze naar een podium brengen. In de oren, niet alleen in de ogen. Performance hoort daar ook deels bij, maar veel dingen slaan door naar theater. Ik kijk daar wel een beetje met vraagtekens naar. Begrijp me niet verkeerd: er zijn artiesten die die twee werelden heel mooi weten te combineren, maar een monoloog uit een theaterstuk is niet ineens een spoken word-stuk. Er zijn ook best wat artiesten die uit de theaterwereld komen en de stap naar spoken word hebben genomen en dat is iets moois, maar er zijn ook veel mensen die theater doen en spoken word weleens erbij, maar dat maakt je niet direct een spoken word-artiest. Alles wordt op een hoopje gegooid en de kunstvorm van spoken word heeft daar wel onder te lijden. Het maakt voor bedrijven en evenementen vaak ook niet uit wie ze vragen, zolang het maar dat termpje spoken word is. Als ze jou niet kunnen krijgen, vragen ze mij en als ze mij niet kunnen krijgen, vragen ze jou. Het is een hot dingetje, het gaat niet meer om de artiest. Maar als je mij wil, dan moet je mij willen.”

Zijn ervaringen met het schrijven in opdracht hebben ertoe geleid dat hij zich steeds scherper weet te profileren: “Een vriendin van me had een nieuwe website voor me gemaakt. Die zag er zó gelikt uit. Het was bedoeld om nieuwe opdrachten binnen te halen, mensen moesten meteen overdonderd zijn. Maar dat ligt zo ver van me vandaan. Ik kon dat niet online zetten. Dan zou ik liegen tegen mezelf. Toen heeft mijn schoonzusje Marlou Fernanda mijn website gemaakt. Zwart-wit, rauw en mistig, een beetje mysterieus; dat past bij me. Dat soort keuzes worden makkelijker als je weet wie je bent als artiest.” Ook in het werk zelf zien we dat terug: “Ik heb mijn rust gevonden in wat ik doe. Toen ik begon vond ik het belangrijk dat elke zin een punchline was. Daar ben ik al lang van afgestapt. Zit nu in veel diepere en mooiere lagen. Als je een stuk hebt van een minuut en je hebt er dertig punchlines in zitten of je hebt er twee; die twee gaan veel harder aankomen.”

Wat 2019 gaat brengen, laat M. nog lekker in het midden: “Ik blijf gewoon bezig. Voor mij is het gewoon uiten. Ik heb iets te vertellen, op een melodieuze en melancholische manier. En daar moeten mensen het mee doen. Ze weten waar ik voor sta. Een soort niche in een niche. Moeilijk te plaatsen voor mensen, maar het is er wel.”

Meer Hijs Poetry, Interviews