Zo zwierig en vol van beweging als Ready2Rumbl’s tekenwerk is, zo kalm en bedachtzaam kiest hij zijn woorden. De figuren die hij tekent lijken, zelfs wanneer ze zitten of stilstaan, dankzij hun energieke lijnenwerk altijd ergens naar onderweg te zijn. Toen de eigenaar van de Parijse galerie Lacroix hem belde voor een expositie moest hun schepper toch even rustig nadenken: “Exposities zijn altijd heel veel werk en het levert nooit direct iets op. Maar ja, het is wel weer een mooie kans, zo in het buitenland, in Parijs.”

Dat hij desondanks toch twijfelde, lag niet aan de creatieve druk. “Ik vind het ook heel leuk om vrij werk te maken. Opdrachtgevers stompen soms je werk af tot het punt dat het niet meer van jou voelt.” Maar als jonge vader moet hij wel zorgen dat er brood op de plank komt. Een solo-expositie brengt dan toch een risico met zich mee. “Je maakt heel veel werk, maar of je het verkoopt is een tweede”, zegt Rumbl.

Galerie Lacroix lijkt wat dat betreft een mooie match, want er wordt regelmatig werk geëxposeerd van artiesten met een stevige street of pop art-invloed. “Dat vond ik wel tof. Toen snapte ik ook waarom ze mij vroegen”, zegt Rumbl. Ook zijn werk heeft een stevige invloed uit zowel de voedselindustrie als die van comics en cartoons. Sterker nog, als William Hanna en Joseph Barbera (de oprichters van animatiestudio Hanna-Barbera, bekend van onder meer The Flintstones en Scooby Doo) b-boys waren geweest, dan had hun werk er waarschijnlijk uit gezien als dat van Ready2Rumbl. Hun werk is dan ook een belangrijke inspiratiebron voor hem. “Hanna-Barbera, dat is zo stijlvol. Gewoon raak. Het lijkt heel simpel, maar dat is het niet; er zit enorm veel research achter om tot dat te komen.”

Zelf doet hij tegenwoordig ook behoorlijk wat research voordat hij zijn pen of spuitbus oppakt. “Op een gegeven moment teken je gewoon vaak hetzelfde, als je alleen uit je hoofd tekent. Dan ging ik ergens verven —graffiti— en dan maakte ik wéér datzelfde poppetje. Dat had ik al gedaan; tijd voor iets nieuws. (…) Als ik nu een illustratie maak, dan zoek ik eerst plaatjes daarvoor op. Of dat nu een hond, een kat of een stuk fruit is, je kijkt eerst naar de vormen en dat stileer ik dan op mijn manier. Het gaat allemaal wat langzamer dan vroeger, maar ik vind het wel toffer. Je ontdekt zo nieuwe dingen: hoe iets is opgebouwd of kleurcombinaties.”
Toch zit er ook een nadeel aan zijn nieuwe manier van werken. “Je kan lastig spontaan iets doen. Dat is soms vervelend, maar het is wat het is. Het is nu mijn manier van werken, want ik wil de lat hoger leggen voor mezelf.”

“Ik ga ook vaak naar kringloopwinkels, voor oude kinderboekjes, vanwege de illustratiestijl”, vertelt hij. Maar ook de natuur vormt een inspiratie, en dankzij zijn abonnement op dierentuin Blijdorp kan hij dat mooi combineren met zijn vaderschap. “Daar ga ik vaak heen met mijn zoontje van twee. Het is wel zielig dat ze in een kooi zitten, maar het geeft toch veel inspiratie ze in het echt te zien, en ze te zien bewegen. Dat pak ik ook wel vaak mee, die dynamiek van een dier.”
Dat gevoel van beweging kenmerkt zijn illustraties. Zelfs een stilleven lijkt bij hem elk moment uit de tekening weg te kunnen lopen. “Ik maak veel lopende figuren, ze staan nauwelijks stil en doen ze dat wel dan hebben ze een dynamische houding. Beweging in een illustratie vind ik altijd interessant, dan heeft het een soort flow.”

Die flow kenmerkt al zijn werk, al benadert hij ieder medium weer anders. “Ik vind spuitbussen gewoon fijn om mee te werken. Het droogt snel en je kunt groot werken. Als ik een schilderij maak, doe ik daar veel langer over, omdat je dat naar mijn idee anders moet benaderen. Je ziet het van dichtbij en het hangt ergens in huis, straks.” Zijn t-shirt-ontwerpen kenmerken zich op hun beurt weer door de nog strakkere aanpak. “Dat zijn pentekeningen die ik inscan, dat moet gewoon strak zijn. Weinig verloopjes, duidelijke vlakken en niet teveel kleur.”

“Ik denk dat ik daarom het liefste muren doe, omdat je dan gewoon heel vrij kan werken. Vaak zijn muren in bepaalde settings, de omgeving maakt het al meteen interessant. Een character op een muur lijkt al meteen tof omdat het op een muur is. Je hebt de omgeving, een canvas is gewoon wit. Dan moet je al die achtergrond toevoegen om het tof te maken.” Tijdens zijn expositie in Parijs mag een muur dan ook niet ontbreken, dus heeft hij ook een outdoor werk gemaakt. Maar al zijn diverse methodes zijn er vertegenwoordigd, in onder meer schilderijen, zeefdrukken, houten cut-outs en sculpturen.

De expositie heeft The Food-Show als titel meegekregen, een duidelijke verwijzing naar het bindende thema ervan: “Elk werk heeft iets met eten te maken.” Zowel afbeeldingen van voedsel zelf als de reclamemascottes (Tony the Tiger van de gesuikerde cornflakes bijvoorbeeld, of de Haribo-beer) die het vertegenwoordigen zijn erin te zien. “Die characters zijn zo tof gemaakt, maar ze vertegenwoordigen eten waar heel veel suiker in zit”, legt hij uit. Karakters waar door hele teams research naar gedaan is, en waarvan geen enkel aspect ondoordacht is. De aantrekkingskracht is duidelijk en de tweestrijd die dat in hem teweeg brengt zorgt bovendien voor een extra lading. “Ik ben gewoon gek op fastfood. Hoe het eruit ziet, de vormgeving is mooi, maar je weet dat het slecht voor je is. Dus het is ook een vorm van therapie of verwerking, want dat botst vaak in mij.”

Een eigen character komt ook meerdere keren terug in de werken van The Food-Show; “Een wasbeer, dat is een soort mascotte van de expo geworden.” Het begon met een werk waarin de Amerikaanse hamburgermascotte Big Boy te zien was, samen met een wasbeer. “Zo’n expo, dat begint dan ergens in mijn hoofd, en daar komt steeds meer verhaal in. Dus ik dacht ik trek dat gewoon door, die lijn van die characters.” Dat tussen afval graven naar voedsel klinkt niet als de meest gezonde manier om aan je eten te komen, een mooie parallel met de eerder genoemde tweestrijd. Maar het zoeken tussen weggegooide artikelen doet ergens ook denken aan het herinterpreteren van beelden, het researchen en inzetten van bestaande characters, zoals Ready2Rumbl zelf doet. Een perfecte mascotte voor The Food-Show dus, zijn eerste solo expositie.

Niet iedere kunstenaar is het gegund om solo te debuteren in de stad die vaak als het epicentrum van de schilderkunst gezien wordt. Ready2Rumbl reageert echter uiterst bescheiden op de vraag hoe Galerie Lacroix nu juist bij hem uitkwam: “Dat moet ik echt nog even vragen. Ik denk gewoon via Instagram.”

The Food-Show is te zien bij Galerie Lacroix, (rue Lesage 19, 75020, Parijs) van 12 tot 20 mei 2017.

Meer Rewriters, Rotterdam