Dat Sevn Alias pas vier jaar geleden de game inrolde met zijn eerste tape Twenty Four Sevn, is haast niet voor te stellen als je kijkt naar zijn inmiddels omvangrijke discografie. Vandaag dropt hij zijn vierde album Sirius, vernoemd naar de meest heldere ster aan de hemel gedurende deze tijd van het jaar. En dat hij een ster is in rappen, bewijst Sevn maar weer eens. Sirius barst van de creativiteit.

In de zestien tracks die zijn nieuwe plaat telt, speelt Sevn met flows als nooit tevoren. De afgelopen vier jaar groeide hij uit van straatrapper die simpelweg goed was in wat hij deed, tot een all round-artiest die perfect kan blenden op zowat iedere track, in welk denkbaar genre dan ook. Een zomerhit met zijn toenmalige labelgenoten, een 2step-productie killen, een strijdlied maken met Ziggy Marley, een samenwerking met Ajax, vlijmscherp deliveren op snelle grimebeats; het klinkt nooit raar als Sevn het doet. En aangezien hij dat zelf ook lijkt te vinden, probeert hij op Sirius gewoon weer van alles uit. Gewoon, omdat hij geen genoegen neemt met fans, critici en recensenten die hem in een hokje willen plaatsen.

Die uitdaging zit allereerst in de verfijnde en luchtige productie. Veel van de tracks krijgen van producers als JasonXM en Trobeats fijne afrobeats mee. Roselilah zorgt voor een zigeuner-achtige ondergrond met getokkel en fluiten in Hot Summer, en zelfs een drugs-en-money-anthem als Madonna klinkt alsof het opgenomen is ergens op een pleintje in Medellin. Doordat Sevn met een groot aantal producers werkt, blijft Sirius continu verrassen. De hitte straalt van de plaat af en past perfect bij de tijd van het jaar.

Net als op voorganger Recasso is Sevn’s ijskoude flow het paradepaardje van het album. Shot Caller is een perfect voorbeeld van hoe hij zichzelf uitdaagt. In het tweede couplet rijgt hij speels allerlei afkortingen aan elkaar en geeft hij zelfs een automerk een nieuwe slogan. “Ben op job, maar ik heb geen C.V. / Ik geef die orders net T.N.T. / Blacka Mang Waggie als ik ben met Hef / Bitch, ik pull up in die B.M.W.”

Met nummers als Mandem en Flu & Tip bewees hij al perfect met beats uit UK-genres uit de weg te kunnen en dat hij zich daar comfortabel bij voelt bewijst Siktir Lan; een grimetrack waarin hij continu met punchlines aanstuurt op orale seks: “Ik heb schijt en dat weet zij / ze geeft me top maar ze vindt me een eikel.” Ook in Middle is hij horny en bewijst hij prima alternatieve liefdesliedjes te kunnen maken: “Geduld is een schone zaak, bitch, alles op z’n tijd / want vroeger had je geen tijd, nu wil je mij, ik keer het tij!”

Trapbeats, grime en zelfs house; het maakt niet uit waarop Sevn rapt. Hij past zich moeiteloos aan aan welke productie hem ook wordt voorgeschoteld. De gastartiesten sluiten moeiteloos aan bij de instrumentaties; Josylvio doet mee op mee op een gangster-achtige westcoast bounce, Mula B rapt een couplet op een tropische remake van Oochie Wally, Ronnie Flex doet zijn ding op het trappy Baller Alert (geproduceerd door Jack $hirak), met Jonna Fraser en Idaly vergelijkt hij hun huidige levensstijl met vroeger en Lil Kleine is te horen op de Ibiza-achtige housebeat van Enkelsok. De gastheer zelf laat geen steekje vallen en flowt koeltjes en soepel over alles heen. Sevn blijft de meest veelzijdige rapper van Nederland en klinkt lekker op elke beat. Hij kan experimenteren en uitblinken, en dat tegelijkertijd.

Stream:

Meer Releases, Reviews