Boaz van de Beatz kickstartte zijn carrière in 2008. Het moment dat hij van de vriendengroep Nouveau Riche ook daadwerkelijk een muziekcollectief smeedde en al snel verantwoordelijk werd voor het bepalen van het geluid van hiphop anno toen. Harde trapdrops vol vals klinkende melodieën en snel stuiterende beats zorgden ervoor dat Krokobil, Allermooiste Feestje en Vinger Op De Klitter ultieme partybangers werden. Boaz ging produceren voor wereldsterren als Ariana Grande, Major Lazer en David Guetta. Een leven als superster lag voor de hand, maar de producer bleef vakkundig uit de spotlights. En ook zijn nieuwe soloplaat is met niet al teveel bombarie verschenen.

En laten we eerlijk zijn; die werkwijze past bij de muziek die Shefa, zoals het soloalbum van Boaz van de Beatz heet, herbergt. Weg zijn de op elkaar gepropte bliepjes, afscheid werd er genomen van de op springende mensenmassa’s geënte drop. Maak je niet druk hoor: er zijn nog steeds drops, en ijzersterke ook. En horen we daar ook nog in de verte wat van zijn typische vogelachtige geluiden, maar weliswaar beter verstopt dan ooit? In de Israëlische hoofdstad Tel Aviv, waar hij naartoe verhuisde omdat zijn leven in Nederland naar eigen zeggen te comfortabel was geworden, sleutelde hij aan wat uiteindelijk Shefa (genezing in het Hebreeuws) zou worden.

Wie hem kent van de wilde beats die hij voor Mr. Polska, Ronnie Flex en Jebroer produceerde, leert Boaz nu kennen in hele andere vorm. Een soort van herboren lijkt hij. Niet begonnen aan een nieuw hoofdstuk maar aan een nieuw boek, met muziek die beter luisterbaar is door de koptelefoon. In Kataloni zit bijvoorbeeld zo’n drop als in het vroegere werk van voorgenoemden. De nieuwe variant is te behappen, zeker tussen de uitgerekte stukken ambient van Tenshi en de dromerige, fijn voortkabbelende pop van Spacegirl in. Het trio aan nummers is centraal op Shefa te vinden en onderstreept de veelzijdigheid van Boaz. Wil hij flarden wildernis, kan dat. Wil hij op de rem, gooit hij er gewoon wat lome beats tegenaan. Iets wat je hem nog maar weinig hebt horen doen in zijn carrière.

Van inktzwart naar hoopvol

Daar, vlakbij de meest oostelijk gelegen stranden aan de Middelandse zee, vond Boaz in elk geval genoeg inspiratie om zijn album heerlijk te laten golven. Tussen langzame house, trippy beats en verfijnde ambient weet hij een bij vlagen inktzwart sfeertje te schetsen. De melancholiek en wanhoop sijpelen door Shefa heen, zonder te vervallen in overgeacteerde tragiek. Het raster dat hij schetst bestaat soms enkel uit een lo-fi hiphopbeat, om in vier tot vijf minuten uitgebouwd te worden tot een delicaat muziekstuk. Met het dansbare Marsei en de fantastische finale Zoinks lijkt Boaz uit de schaduw op te veren en klinkt hoop achter de horizon.

Shefa klinkt als de weergave van een jaar waarin lockdowns en anderhalve meter-regels aan de orde van de dag waren. Als 2020, waarin politiegeweld tegen zwarte mensen door een groot deel van de wereldpolitiek onder het tapijt wordt geveegd. Alsof Boaz zich in zijn appartement heeft geïsoleerd, het jaar in audiovorm wilde vangen en tegelijkertijd er tegenin wilde vechten.

Het coherente album is echter gemaakt is in de zoektocht naar Joodse wortels. Door een producer die dichter bij zijn zieke vader wilde verblijven. Met Shefa herinnert Boaz van de Beatz ons aan het feit dat er schoonheid zit in alles. Dat er hoop is, zelfs in het licht van verpletterende wanhoop.

Stream:

Meer Releases, Reviews