Het bewogen leven van Kempi kent eigenlijk iedereen. Hij werd bekend met muziek, maar misschien wel bekender door zaken die helemaal niets met muziek te maken hebben. De hashtag #FreeKempi was een van de eerste hashtags die populair werd in Nederland, hiphopwise gezien. Top Notch zette er een hele campagne mee op, ten tijde van de release van zijn debuutalbum. De nieuwsberichten naderhand, over hoe hij zijn ex-vriendin bedreigde met een pistool, mishandelingen, een wapen in een videoclip, drugsbezit en loverboypraktijken, zorgden ervoor dat ik altijd wrang keek naar de positieve berichten rondom zijn persoon. Nu is er een nieuw album; Oompie Keke. Het is zijn eerste in acht jaar, zijn derde in totaal. Mogen we Kempi nog goed vinden?

Laat ik beginnen met het volgende te schrijven; Kempi kent mij waarschijnlijk niet. Ik ken Kempi ook niet, zeker niet persoonlijk. Maar zijn muziek liet me dat, zeker toen ik twaalf, dertien jaar geleden nog op de middelbare school zat, wel denken. Zijn schetsende raps lieten je zien en haast voelen alsof je naast hem liep als hij zijn ding deed op straat. Zijn intigrerende, hese stemgeluid kwam binnen. Toch was hij voor mij een rapper waarvoor ik me meer dan eens schaamde. In mijn familie kwam zíjn naam boven als het ging over hiphop, puur vanwege de berichtgeving op televisie. Televisie? Ja, dat is dat grote scherm dat je niet vast kunt houden maar gewoon op een meubeltje of aan de muur hangt bij je ouders thuis. “Die draaideurcrimineel? Die zouden ze levenslang op moeten sluiten. Met z’n fratsen.”

Goed, in die tijd voelde ik me meer verbonden met de Buitenwesten-artiesten. Opgezwolle, Duvelduvel, Jawat!, Typhoon en Kubus, maar die vlogen toen vooral nog onder de radar bij het hiphoppubliek, laat staan bij de massa. Kempi zat, voor mijn gevoel, op een eiland. Maar het mooiste is dat hij vanaf dat eiland wel bruggen wist te bouwen naar de andere eilanden waaruit de hiphopscene toen bestond. Hij werkte samen met rappers die ik wél interessant vond en volgde; Winne, Feis en Sticks bijvoorbeeld. Zo kwam ik alsnog in aanraking met Kempi en kwam ik erachter dat het een fenomeen is; of je het nou leuk vindt of niet.

Op debuutalbum Du Zoon vierde de muzikaliteit hoogtij. In tegenstelling tot zijn Amerikaans aandoende mixtapes, inclusief gastoeters, geschreeuw en vocal samples, klonk het fris en origineel. De meestbesproken rapper van het moment leverde een muzikaal kloppend geheel af. Het driekoppige team Soundg8 zorgde met koperblazerpartijen, dreigende strijkers en gitaarsolo’s voor een warme sfeer en Kempi was zowaar beter te verstaan dan op zijn eerdere werk. Hij rapte vol overgave over de relatie tussen zijn ouders, zijn verleden, slavernij en de straat.

Op de opvolger, Het Testament van Zanian Adamus, biechtte hij vooral. Met gebogen hoofd betuigde hij spijt. Soms verdedigde hij zichzelf, maar meestal stak hij de hand in eigen boezem. De rapper toonde zijn groei; de raps waren fantastisch goed getimed en de zanglijnen beter. En hoewel hij nog altijd geen bijzonder goede zanger genoemd mocht worden, waren de refreinen te pruimen. Hij blonk vooral uit in de raps. Tegen de scheurende gitaren in op het Lil Wayne-esque Down bijvoorbeeld. Of op de schreeuwerige clubbanger Not Human, waarin hij de ene na de andere creatieve flow uit de mouw schudt. Voor de een betekenisloze straatrap, voor de ander een weergaloos staaltje rapkunst. Het waren dit soort momenten waardoor ik toch van Kempi ging houden.

Acht jaar later en veel negativiteit later is er zijn nieuwe album Oompie Keke. Ik betrapte mezelf erop dat ik zijn featurings van de afgelopen jaren weinig tot helemaal niet heb gecheckt. Telkens als ik zijn naam voorbij zag komen dacht ik aan het feit dat hij verdacht werd van mensenhandel, minderjarige meisjes had gedwongen tot prostitutie en conducteurs had bedreigd met een wapen. Kort door de bocht; ik ging hem, net als mijn familie, meer zien als de draaideurcrimineel dan als artiest. Maar hey, ik luister dertig jaar na dato ook nog steeds naar Snoop Dogg en Dr. Dre, die ook allebei niet een heel schoon geweten hebben. Is luisteren naar Kempi dan een taboe?
Nee dus, maar het is wel logisch om het jezelf af te vragen, zeker in het tijdperk waar hashtagbewegingen als #MeToo en #NoThanks aandacht verdienen. Het luisteren naar een artiest maakt nog geen verdediging voor zijn daden.

Met een volledig album valt er hopelijk weer genoeg te genieten. Het is vernoemd naar zijn oom, waarvan hij de uitvaart niet mocht bijwonen omdat hij vastzat. “Het album is een dagboek welke ik heb bijgehouden van 2012 tot en met 2018”, zei de rapper een paar maanden terug op Instagram. “Ik ben mijn oom dankbaar, want zijn verlies was mijn inspiratie om terug te komen als Kempi. Dank je wel oompie, I love you”, schreef hij erbij.

Na zijn gevangenisstraf te hebben uitgezeten, begon hij weer met het maken van muziek. Op het album staan nummers die gaan over de levensfase waar hij doorheen ging tussen 2012 en 2016, de periode waarin hij geen muziek maakte, in de gevangenis zat en/of voortvluchtig was. Zijn oom was als een vader voor hem. Hij rapt dan ook vol lof over hem, samen met zijn neef en collega-rapper Jermaine Niffer, om wiens vader het gaat. Zijn ‘oompie’ zag al vroeg het talent in Kempi. De liefde is wederzijds. Hij wordt gesampled in de titeltrack en toegezongen door zijn naaste familie. Als dat niet iets met je doet, ben je van steen.

De openhartigheid viert hoogtij. De productie van het album is somber. In Koning Zonder Paleis verhaalt hij over dat de gevangenis zijn tweede thuis is, maar dat hij liever op het podium zou staan, hij zijn karma verdient voor de ‘vrouwen die hij pimpte’ en schept hij op over wat hij heeft gepresteerd in de tijd dat men nog niet kon leven van rap. De softe discoproductie klinkt droevig, net als de pianopartij in Terug Naar Toen. Het akkoordenschema -waarop hij groot droomt- maakt op een gegeven moment ruimte voor een symfonische opbouw richting een duistere trapbeat; de onderwerpen worden steeds grimmiger, om af te sluiten met een paar zanglijnen door Kris Salvathore. Zo lijkt Kempi knap drie nummers in elkaar te vouwen.

Ook nummers als Levenslang en Koude Wereld leunt heftig op toetspartijen. Op de laatste kan Kempi rekenen op zijn oude homie Winne. Kempi’s zinsbouw en zijn articulatie zijn metersver vooruitgegaan. Hij weet te imponeren op alleen een akoestische gitaar in Sta Mij Bij, maar ook op soepele gitaarplingels op de stevige drums in Blacka Emoties. Hij praat openhartig over zijn drugsverleden en zijn tijd in de gevangenis. En omdat hij met deze plaat zijn contract bij Top Notch heeft uitgediend, is de uitsmijter een ‘brief aan Kees’, een nummer waarin hij terugkijkt op zijn relatie met zijn voormalige platenbaas. Kempi spreidt, terwijl hij met weemoed terugkijkt op het verleden, zijn vleugels, op zoek naar een betere toekomst, vol muziek, aankomende avonturen en nieuwe zakenrelaties.

Het is hem, hoe wrang dat misschien ook klinkt, meer dan gegund. Kempi blijkt andermaal een muzikaal genie. Het is te hopen dat hij in plaats van het foute pad nu kiest voor het bouwen aan Kempi’s College. Oompie Keke is een bijzonder album waarop hij terugkijkt op de ups en downs van zijn leven. Tussendoor rekent hij nog even af met collega’s en critici, kijkt hij terug op de hiphop van way back (waaronder de Buitenwesten-periode!) en kijkt hij hoopvol uit naar een betere toekomst, zonder struggles Niet alle tracks zijn even memorabel, maar Kempi bewijst weer een échte albumartiest te zijn. Oompie Keke is een kloppend geheel, met een kop en een staart. Het voelt als een afsluiting en een nieuw begin tegelijk. Hopelijk heeft hij de ‘fratsen’, zoals mijn familie het vroeger noemde, niet meer nodig en kiest hij voor de slimme weg.

Wellicht is het een moeilijke stap voor je, maar waag ‘m eens een draai het nieuwe Kempi-album hieronder. Het is niet alsof het je mening ten opzichte van hem als mens meteen doet veranderen -dat hoeft ook helemaal niet- maar het doet je de artiest Kempi wellicht en waarschijnlijk wel weer (her-)waarderen.

Laat ons in de comments weten of jij artiest en mens van elkaar kunt scheiden!

Meer Reviews