Laat me het maar meteen in de openingsalinea van deze recensie uit de doeken doen: ik ben een kind uit de G-Unit-generatie. Vanaf het moment dat 50 Cent tekende bij Shady / Aftermath in 2002, was ik hooked aan de beweging en dook ik terug in zijn mixtape-tijd. Ondertussen groeide de hype rondom zijn persoon en trapte ik mijn G-Unit Reeboks helemaal af. In de slipstream van 50’s succes kwam namelijk nog een vele malen interessantere rapper naar boven: Lloyd Banks. En laat die nu nét terug zijn met zijn eerste album in elf jaar tijd. Moest ik checken, natuurlijk.

Christopher Charles Lloyd, alias Lloyd Banks, sprong er voor mij meteen uit toen ik kennismaakte met G-Unit. 50 Cent klonk in zijn Aftermath-tijd vaak gemakkelijk of te gelikt, Tony Yayo wil je niet horen rappen en The Game vertrok evensnel als dat ‘ie gekomen was. Banks had de sterkste bars van de groep, de meest meeslepende flow en de fijnste vertelwijze. Hij nam er zelfs een bijnaam voor aan; PLK, wat staat voor Punchline King. Zijn vermogen om mij maanden na zijn albumrelease nog nieuwe woordspelingen en metaforen te ontdekken, bleef mij aantrekken: dit was de koning binnen G-Unit.

Het was moeilijk om daar mijn vrienden van te overtuigen. Mijn buurjongens, twee broers met wie ik samen hiphop en het uitgaansleven ontdekte, zaten op een hele andere frequentie. De één was groots van Dr. Dre en dus van alle westcoast-influenced beats van 50 Cent’s clubhits, het luistergedrag van de ander was volledig geparkeerd in de zuidelijke regionen en was fan van G-Unit’s nieuwste aanwinst toentertijd; Young Buck. Alleen ik leek het talent te zien in Banks. Al was hij natuurlijk een product van de Unit, ook hij brak door met grootse anthems. Denk On Fire, denk You Don’t Know, denk Warrior. Tracks die grote indruk maakten op mij, als dertien-, veertienjarige puber.

Het verschil met de rest van de groep was dat hij die bombastische beats helemaal niet nodig had om zich achter te verschuilen of om gebreken te maskeren. Zijn flow is berekenend, verfijnd en geperfectioneerd. Niet voor niets werd Beg For Mercy, het groepsalbum van G-Unit, gedragen door de honger van Lloyd Banks. Neem Stunt 101, dat simpelweg nooit de single geweest zou zijn zonder zijn bijdrage. Waar 50 en Buck vooral gangster lijken te spelen, ís Lloyd Banks het gewoon.

I’m sensing a lot of tension now that I’m rapping
But the kids used to look up to you, what happened?
Me on the contrary, hand covered with platinum
Different color coupes but I’m in love with the black one
On point, cause you get R.I.P.’s when slacking
So the stash box big enough to squeeze the MAC in
(…)

I already figured out what to do with all my features
Decorate the basement, full of street sweepers
When it comes to stunting there’s nothing you can teach us
We’re in a different time zone, your records don’t reach us
Naww, I ain’t here to save the world, just roll up a blunt
Come with me out front, I’LL TEACH YOU HOW TO STUNT

Hoe twee passages uit hetzelfde couplet, ieder bestaande uit zes zinnen, allebei een ander doel hebben is indrukwekkend. Natuurlijk, het overkoepelende thema is stunten. En Lloyd Banks doet dat in deze verse op alles en iedereen. Op voorbeeld-rappers, op grotere rappers dan hij, op rappers waarmee hij samen heeft gewerkt, op iedereen die denkt dat hij de wereld komt redden en op blutte mensen. Hij was ook nog eens de eerste – na 50 Cent – die debuteerde met een eigen major label-plaat. En waar maatje The Game kon rekenen op Dr. Dre als executive producer en een megadebuut afleverde, werd The Hunger For More een klassieker voor de straat.

Ook zijn nieuwe album COTI, The Course Of The Inevitable, valt wellicht in die categorie. Het is natuurlijk, krap een week na de release ervan, te vroeg om het c-woord in de mond te nemen, maar dat Lloyd Banks niets aan vaardigheden heeft ingeboet werd al duidelijk na een luisterbeurt. Nonchalant flowt hij een heel palet aan grimmige beats vol. Banks komt op een moment terug waarop de samenhangende, rauwe en filmische productie van een album weer in de mode is. Producers als Daringer, The Alchemist, Hit-Boy, Beat Butcha en Pete Rock weten die stijl maar al te goed om te zetten in een sfeer.

Toch heeft hij geen van hen opgetrommeld om een beat te leveren voor COTI. Hier zijn louter onbekendere producers achter de knoppen te vinden. Is dat jammer? Ja. Was het per sé nodig om bekendere mannen aan te laten schuiven? Eigenlijk niet. De beats zijn allemaal van een hoog niveau. En waar ieder ander met een tracklist van achttien nummers wellicht luisteraars zou afschrikken, komt ‘Lazy Lloyd’ ermee weg. Dit is zijn eerste full length in meer dan een decennium. Natuurlijk wil hij bewijzen dat hij het nog in zich heeft. Dat doet hij met speels gemak. Talloze meedogenloze rijmschema’s, waarover zijn punches zorgvuldig zijn verdeeld; Banks houdt het tempo continu hoog.

Cartune Beatz levert de donkere back to back-producties voor Sidewalks en Empathy. Dat laatste nummer, met een featurings van Freddie Gibbs, voelt aan als een competitieve training voor beide mc’s. Brutaal voegt de gastheer nog een derde couplet toe als ze beide al een ronde hebben verzorgd. En die derde verse wordt tegenwoordig nog maar weinig gemaakt. Banks bewijst echter dat het geen overbodige luxe is: “Celebrity never made me, my sentiments made me crazy”, rapt hij terwijl hij zich opmaakt voor een wisseling van tempo. “187’s the consequence, 718’s the AC / Troubled to say the least, pray the heavenly gates embrace thee.”

Lloyd Banks heeft een duidelijke drang om zichzelf opnieuw te bewijzen. En hoewel de situatie tussen hem en 50 Cent al jaren niet lekker botert, vult hij zichzelf niet met woede. Hij relativeert zijn frustraties en benadrukt dat in vriendschappen soms weleens een kloof ontstaat. Banks is bovenal dankbaar dat hij het makerschap nog in zich heeft en dat hij financieel stabiel is. Het meest persoonlijk wordt de normaal zo stoïcijnse mc in Drop 5, als hij zijn ultieme tevredenheid uit over zijn leven. “Here’s to the slower life, two to three kids, a home, a wife / Stabled in if I roll the dice, grounded, growing this culture heist.” Al leeft Banks niet meer het leven dat hij vroeger leidde, dit is straatpoëzie, verteld door een veteraan.

COTI is verre van een vlekkeloze ereronde van de zelfbenoemde punchline-koning uit Queens. Want hoewel zijn pen vlijmscherp is, zijn delivery hongeriger dan ooit, de featurings perfect passend en de beats supertof, valt er toch te mierenneuken op het nieuwe album van Lloyd Banks. Wie het album op zijn koptelefoon beluistert, hoort namelijk dat de mix van de vocalen, zeker op de tracks met featurings, regelmatig te wensen overlaat. Natuurlijk, Banks is terug in een tijdperk waarin niet alles meer smooth of clean hoeft te klinken. Maar de mix van COTI is niet gruizig meer te noemen, maar soms zelfs slordig. De vocalen klinken in bepaalde nummers blikkerig en heel anders dan die van de gastartiesten. Ik snap het, de mix hoeft niet op Dr. Dre-level te zijn, maar een paar extra oren had niet misstaan.

Gelukkig rapt Banks -inmiddels tegen de veertig- alsof zijn leven ervan afhangt, en is de muziek gewoon in orde. Hij komt terecht in een warm bad; in een omgeving waar grimmige boombap weer op waarde wordt geschat. Het is fijn om weer iemand een echt barfest te horen creëeren. Er zijn nog een paar spins nodig, maar COTI gaat qua rap hoe dan ook in de AOTY-conversatie worden genoemd.

BANKS BACK.

Meer Releases, Reviews