Het is een veelgemaakte keuze door documentairemakers: een populaire beweging constateren en terug in de tijd gaan om uit te zoeken waar het vandaan komt, hoe het gegroeid is en dat dan weer tegenover de culturele relevantie van vandaag de dag zetten. Zo ook in hiphop. Er werden al veel docu’s uitgebracht die hun licht lieten schijnen op de wijken waar -al dan niet bekende- rappers vandaan komen en waar het genre groot is geworden. Mike Todd neemt je een stap verder mee terug, naar de tijd dat hiphop écht nog in de kinderschoenen stond; New York in de 60’s en 70’s.

De regisseur vernoemt zijn film namelijk naar het album dat, zo bleek later, het échte startschot van hiphop bleek. Hustlers Convention van Jalal Nuriddin -een van de oprichters van The Last Poets- uit 1973, klonk namelijk niet als iets dat ooit al gemaakt werd. Funky jazz-ritmes met daaroverheen spoken word vol storytelling, dat later door Jan en alleman is gesampled op platen van onder meer Beastie Boys en Wu-Tang Clan die wel als classics werden gezien. Veel legendes, waaronder Grandmaster Flash, Ice-T, George Clinton, Melle Mel en Chuck D, zijn opgetrommeld om het album ruim veertig jaar na dato alsnog helder binnen de context van de hiphoplegacy te plaatsen. Allen noemen ze de plaat dan ook als grote inspiratiebron. Tussen de interviews door worden de teksten van het album verhelderd met korte fragmenten vol animaties.
De film eindigt met beelden van de allereerste keer dat het album integraal werd gespeeld, in London’s Jazz Café, een vrolijke bedoeling en een unieke belevenis die qua sfeer bijna haaks staat op het grondbeginsel van de plaat: de hustle van de Black Power-movement.

“Hoewel de film een prima beeld geeft van het gedachtegoed achter het eerste gangstarap-album, laat hij de kijker ook in verwarring achter.”

Todd kiest er niet voor om met een vinger naar de hedendaagse hiphopliefhebber te wijzen en hen uit te leggen waar hiphop vandaan komt. In plaats daarvan keert hij, samen met de inmiddels 71-jarige Nuriddin, terug naar plekken die hem hardop doen herinneren aan de jaren ’70. En hoewel de film een prima beeld geeft van het gedachtegoed achter het eerste gangstarap-album, laat hij de kijker ook in verwarring achter. Wie hoopt dat er fatsoenlijk behind-the-scenes-materiaal te zien is of verhalen over het creëren van het album worden verteld, komt bedrogen uit. En ook wat Nuriddin in de veertig jaar tussen het album en de documentaire heeft gedaan, zowel muzikaal als in zijn persoonlijke leven, blijft onbesproken. “I chose the message over the money”, laat hij weten op 71-jarige leeftijd, maar een iets journalistiekere aanpak had ook over die opmerking, die nu meer overkomt als een losse flodder, wat vragen over dat hij geen cent heeft gemaakt met de plaat kunnen beantwoorden.
Al met al heeft Todd alle ingrediënten in huis (de key players, de liefhebbers en legends van het eerste uur én de hoofdpersoon) om er een topdocu van te maken maar laat hij teveel kansen liggen om dat ook écht te doen. Alsnog blijft er genoeg fascinerends over, maar er had meer in Hustlers Convention gezeten.

Je kunt nog bij de laatste vertoning van de film zijn op IFFR. Zaterdag om 16:15 in Oude Luxor te Rotterdam.

Meer Hijs Poetry, Reviews, Rotterdam