Lauran Helberg, beter bekend als Skafalau van de StropStrikkers bracht afgelopen december zijn solodebuut uit, rauwe hiphop uit Utrecht om de wintermaanden mee door te komen.

Het woord Helberg (de achternaam, albumtitel en nu dus ook artiestennaam van Skafalau) roept een hoop associaties op: kou, donker, mysterie, underground. En al deze woorden kunnen worden gebruikt om het album Helberg te beschrijven. Verwacht dus geen catchy refreintjes of stampende dubstep, want de man uit Utca is trouw gebleven aan ‘zijn’ hiphop.
Al bij het eerste nummer klinkt Helberg als een reünie van de StropStrikkers, maar de mannen zijn muzikaal wel gegroeid. Vooral de beats van De After, After, Ken Je me en Astronaut zijn een stuk verfijnder en natuurlijker in elkaar gezet dan de beats ten tijde van de StropStrikkers. In de baslijn van Astronaut zit een flinke knipoog naar NY State of Mind, dus het moge duidelijk zijn dat de jaren negentig nog steeds wel de grootste inspiratiebron vormen voor de mannen uit Utrecht. De 46 minuten durende plaat klinkt als één geheel, het is mooi om te horen dat er nog muzikanten in de Nederlandse scene zijn die authentieke hiphop proberen te maken.
De agressie van Kermis in de Hel (2006) en Donkere dagen (2007) zijn zowel in de beats als in de raps enigszins verruild voor een meer observerende aanpak en dat komt de plaat zeer ten goede. De toch al prettige stem van Skafalau klinkt nu rustiger en over het algemeen een stuk overtuigender dan ten tijde van de StropStrikkers. Tekstueel gezien maakt Lau hier en daar helaas wel een aantal grove blunders, vooral wanneer hij op de brag & boast toer gaat met zinnen als: ‘ingewikkelde flows als mummies’ (los van het feit dat het een verschrikkelijk afgezaagde metafoor is, zijn de flows van Helberg juist heel erg recht toe recht aan en dus helemaal niet ingewikkeld). Ander minpuntje zijn de refreintjes (iets wat nooit echt de sterkste kant is geweest van de StropStrikkers) die meer klinken als een stuk van de verse dan dat ze echt de functie van hook op zich nemen. Op De Clique lijkt Helberg zich ook nog eens te verslikken in ‘omdat ik weet dat het wederzijds precies hetzelfde is’ dat heel gehaast lijkt ingerapt. Maar wanneer Lauran rapt over zijn dagelijks leven komt er opeens een artiest naar voren die met twee zinnen een persoon of een situatie weet te omschrijven:

‘Allemaal gelegenheidsgebruikers
Niemand is verslaafd, ook al kan je niet meer ruiken’

Wat opvalt is de openheid waarmee hij over zijn drugsgebruik praat. Zonder op te scheppen en zonder het te dramatiseren vertelt hij over de sfeer tijdens illegale feestjes en de verschillende narcotica die daarbij worden gebruikt (hij benoemt pillen, pep, coke en GHB), maar hij voelt nergens de noodzaak om deze levensstijl goed te praten.

‘ze zeggen Utrecht, verpeste jeugd
ik zeg klopt, pof m’n zorgen weg en neem nog een teug’

Op het outro van Ken je Me worden we verrast door een gastbijdrage van niemand minder dan Koekiemonster, die het nummer Ikke Ben Boos ten gehore brengt. Gek genoeg past dit kinderliedje perfect binnen de sfeer van de plaat en doet tekstueel niet onder voor de statements van Helberg.

‘ik ben zo kwaad, maar als je me laat, dan zal het wel gaan, dan zal het wel gaan’

Het nummer Zes is een posse cut met vijf featurings waarvan Manu de enige noemenswaardige is. De andere mc’s zijn zeker niet ongetalenteerd, maar het voelt meer aan als een vriendendienst dan dat ze muzikaal echt een toevoeging zijn. Skafalau laat op dit nummer wel duidelijk horen dat het toch echt zijn plaat is en trekt met zijn verse de aandacht compleet naar zich toe.

Al met al hebben Lauran Helberg en Klaas Vaak een sfeervol album afgeleverd dat zeker ten tijde van het zogeheten ‘swagrap’ een goed alternatief biedt voor de hiphopliefhebber die niet zo onder de indruk is van de nieuwe generatie rappers.

Tracklist
01. Zondeval
02. Hoogovens
03. De Clique
04. Rattengif
05. Astronaut
06. De After. After
07. Ken Je Me
08. Overzicht
09. Zes
10. Vaak Skafa
11. Hoogovens (Remix)

Meer Reviews