In een periode waarin de kwestie ghostwriters weer helemaal actueel is, steekt die ene man die daar tot op heden altijd een pass voor kreeg weer geheel onverwachts de kop op. Geïnspireerd door de N.W.A. biopic Straight Outta Compton besloot Apple aandeelhouder Andre ‘Dr. Dre’ Young om zijn peperdure koptelefoon met dat bekende rode bolletje en letter ‘b’ op te zetten, een nieuw album op te nemen en het verrassende nieuws in zijn radioshow op de kersverse streamingdienst van de eerdergenoemde technologie-gigant te primeuren. Een cynicus zou geneigd zijn hier een doorzichtige promotietruc in te zien voor zowel de film die hij mee produceerde als het bedrijf waar hij goed aan verdient, maar het is en blijft de legendarische Dr. Dre, dus de verwachtingen zijn automatisch hooggespannen. Maakt de dokter ze ook waar of had dit project beter nooit op de operatietafel kunnen verschijnen?

COMPTON

Compton is de naam van de plaat, met a soundtrack by Dr. Dre als ondertitel. Hoewel de plaat op zichzelf staat en de film enkel als inspiratiebron voor het album gediend heeft, is vanaf de intro al duidelijk dat die ondertitel verre van onterecht is. We horen een voice-over die zo uit de jaren 50 lijkt weggelopen te zijn, vertellen over hoe de Amerikaanse droom die in de stad Compton ooit verwezenlijkt leek te gaan worden, door de jaren heen uitgroeide tot een nachtmerrie voor zijn voornamelijk zwarte burgers. Ondertussen zwelt dramatische muziek aan die op het hoogtepunt van het crescendo ondersteund wordt door trap drums. Het zal een trap tegen het zere been zijn van puristen, maar nieuwkomer King Mez maakt meteen duidelijk hoe zwaar de heren daaraan tillen met de eerste rap van het album: I don’t give one fuck! Op een album dat de meest beruchte stad van de westkust en een van de belangrijkste broedplaatsen van raptalent uit die regio portretteert, klinkt de eerste track in ritme en flow meer als iets dat uit Atlanta komt dan een nummer waarop je je vingers tot een W kruist. Toch vliegt de track wonderbaarlijk genoeg niet uit de bocht. Het is eerder een waarschuwingssignaal dat degenen die hier een opgepoetst 2001 of afgestoft en hernoemd Detox verwachten, bedrogen uit gaan komen. De bombast van Dre’s filmische aanpak ondersteunt de trappy beat van DJ Dahi als een rijk gelaagd fundament, in plaats van het onder zijn gewicht te verpletteren; een aanpak die de hand van de meester verraadt. Het hele album leunt op een rijk scala aan co-producenten, maar dat géén van de tracks hetzelfde had geklonken zonder Dre aan het roer spreekt bijna voor zich.

Oudgediende Marsha Ambrosius en man van het moment Kendrick Lamar maken al snel hun voorspelbare, maar daarom niet minder welkome opwachting, en de trap-invloeden verdwijnen om plaats te maken voor dancehall door Candice Pillay in het sterke Genocide. It’s been a 187 in this bitch! en de toon is daarmee helemaal gezet. Het daaropvolgende It’s All One Me is direct een sleuteltrack voor het album. Op een heerlijk frisse productie kijkt Dre als een soort gepensioneerde staatsman aan het eind van zijn regeerperiode terug op zijn leven. Van zijn jeugd (When they run up on your school bus with a two truck, you might learn something) tot N.W.A. (Face down on the pavement with the billy clubs / Took that feeling to the studio and cued it up / And now it’s “Fuck the Police” all up in the club), tot Death Row (And then that night came in when that nigga Knight came in (whoa!)), en vindt zichzelf steeds als middelpunt in de historie van zijn stad en de muziek die daar vandaan komt. Somehow it all falls back on me horen we BJ The Chicago Kid en Justus zingen in een refrein dat je in gedachten met de bariton van Nate Dogg hoort. Dat is overigens niet om beide zangers tekort te doen, eerder een compliment aan de vloeiende melodie die ze ten gehore brengen. Een track die er om schreeuwt om uit de opengedraaide ramen van een zonovergoten Cadillac gedraaid te worden.

Op Darkside/Gone horen we opnieuw een terugblik naar het verleden; als Dre’s tekst Word to my nigga Eazy opgevolgd wordt door een snel uitfadende beat en we de man zelf heel even van gene zijde te horen krijgen: Eazy-E, C-P-T, OG from the other side. De beat switcht en het tweede deel van het tweeluik wordt ingezet, waarop Kendrick Lamar opnieuw zijn opwachting maakt en verzucht dat ondanks al het succes dat mensen als hij en Dre vergaren, ze voor sommigen altijd just another nigga zullen blijven. Loose Cannons kent eveneens een sterke beatswitch en is een volbloed gangstarap-track waar met name Xzibit op excelleert. De interlude aan het einde daarvan, waarin het lijk van een vermoorde vrouw onder een hoop gefrustreerd gekibbel stiekem begraven moet worden, zou zo een scène uit The Sopranos kunnen zijn. In het licht van Dre’s in het verleden notoir losse handjes naar diverse vrouwen krijgt het echter wel een wrange bijsmaak.

Dat Dre’s palet aan invloeden inmiddels een stuk diverser is dan in de tijd dat hij P-funk omvormde tot G-funk blijkt onder meer uit Issues, waarop hij dezelfde sample van Turkse gitariste Selda Bağcan gebruikt als de eveneens Californische beatmaker Oh No eerder op zijn instrumentale plaat Dr. No’s Oxperiment deed. Deep Water, waarin Kendrick Lamar met een fenomenale gastbijdrage het gevoel van een aankomende verdrinkingsdood gebruikt als metafoor voor het leven in de ghetto, heeft eveneens een dreigend geluid, maar beschikt ook over een prachtig jazzy trompet-outro. Het komt van trompettist Dontae Winslow, een jazzmuzikant die tot zijn bijdrages op Compton ook de solo aan het eind van Talking To My Diary, dat daarmee de finale van de plaat vormt, mag rekenen. Zijn rol is vergelijkbaar met die van bassist Thundercat op Kendrick’s To Pimp a Butterfly en vormt, naast de vocale bijdrages van zanger Anderson .Paak en Dre’s eigen filmische, bijna orkestrale aanpak, een karakteristiek terugkerend element op de plaat.
Animals, de samenwerking met DJ Premier die handelt over het excessieve politiegeweld tegen zwarte burgers, lost de schier onmogelijk hoge verwachtingen van een samenwerking tussen de twee meest invloedrijke hiphopproducers aller tijden met verve in, en toont bovendien dat de inmiddels 50-jarige Dre niet meer dezelfde man is die ooit (geheel terecht) Fuck The Police riep. Hetzelfde onderwerp, dezelfde frustratie, maar nu wordt de pijn geuit in een track die eerder soul ademt dan agressie. Beide interpretaties zijn het uiteraard waard gehoord te worden, maar Dre is tegenwoordig een man van middelbare leeftijd met verantwoordelijkheden, niet de vechtlustige jonge hond die hij eind jaren 80 was. Het siert hem dat hij geen wanhopige poging doet bij de jongere generatie aan te sluiten, maar juist relevant blijft door zijn unieke plek binnen hiphop als wereldwijd icoon en als man die decennia aan historie van het genre zelf meegemaakt en vormgegeven heeft, volledig te omarmen.

Compton is een plaat die weliswaar geen overduidelijke anthems heeft, maar meer samenhang en sterkere thematiek in zich heeft (en daardoor misschien zelfs wel beter is) dan zijn 16 jaar oude (!) en algemeen als klassieker beschouwde voorganger. Het is een album geworden waarop de west coast funk lang niet zo aanwezig is als op Dre’s eerdere werk, maar waarop hij wel gelaagder en autobiografischer dan ooit te werk gaat. De relatieve groentjes onder de vocalisten bewijzen zich over het algemeen uitstekend (met name Dre’s nieuwe protegé Jon Connor verdient vermelding) en de oude rotten (met name Snoop) klinken vaak gedrevener dan ze in tijden gedaan hebben. De enige dissonant is Eminem, die even technisch hoogstaand als altijd rapt, maar zijn gegrom als een Wolverine met ADHD weer eens niet kan onderdrukken en zijn verse ook nog eens verder ontsiert met een puberale punchline over verkrachtingen (I even make the bitches I rape come). Rest ons de vraag, is Compton inderdaad een veredelde reclamestunt voor Apple Music? Tja, wat maakt ’t uit. Als iedere reclamestunt van dezelfde artistieke klasse als deze plaat zou zijn was de Ster het beste programma op tv.

Tracklist:

01. Intro (prod. Dr. Dre)
02. Talk About It (ft. King Mez & Justus) (prod. Dr. Dre & Focus…)
03. Genocide (ft. Kendrick Lamar, Marsha Ambrosius & Candice Pillay) (prod. Dr. Dre & Dem Jointz)
04. It’s All On Me (ft. Justus & BJ The Chicago Kid (prod. Dr. Dre & Bink)
05. All In A Day’s Work (ft. Anderson .Paak & Marsha Ambrosius) (prod. Dr. Dre & E-A-Ski)
06. Darkside/Gone (ft. Kendrick Lamar, Marsha Ambrosius & Candice Pillay) (prod. Dr. Dre)
07. Loose Cannons (ft. Xzibit & Cold187um) (prod. Dr. Dre & Cold187um)
08. Issues (ft. Ice Cube & Anderson .Paak) (prod. Dr. Dre & DJ Khalil)
09. Deep Water (ft. Kendrick Lamar & Justus) (prod. Dr. Dre, Focus…, Cardiak, Dem Jointz & DJ Dahi)
10. One Shot, One Kill (ft. Snoop Dogg & Jon Connor) (prod. Dr. Dre & DJ Yella)
11. Just Another Day (ft. The Game & Asia Bryant) (prod. Dr. Dre)
12. For The Love Of Money (ft. Jon Connor & Jill Scott) (prod. Dr. Dre & Cardiak)
13. Satisfaction (ft. Snoop Dogg, Marsha Ambrosius & King Mez) (prod. Dr. Dre & Dem Jointz)
14. Animals (ft. Anderson .Paak) (prod. Dr. Dre & DJ Premier)
15. Medicine Man (ft. Eminem, Candice Pillay & Anderson .Paak) (prod. Dem Jointz)
16. Talking To My Diary (prod. Dr. Dre)

Meer Reviews