In 2010 studeerde Stephan Borggreve, ook bekend als Borrie of Borriegineel, af aan de afdeling Nederlandse taal en cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij gaat de boeken in als de eerste neerlandicus die zijn masterscriptie over hiphop schreef.

In 2010 studeerde Stephan Borggreve, ook bekend als Borrie of Borriegineel, af aan de afdeling Nederlandse taal en cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij gaat de boeken in als de eerste neerlandicus die zijn masterscriptie over hiphop schreef.

In overleg met HIJS heeft hij besloten zijn scriptie digitaal te publiceren. Dit artikel dient als toelichting bij de scriptie en bij een artikel dat daarop voortbordurend ontstaan is.

Door Stephan ‘Borriegineel’ Borggreve (Foto door Duncan Horst)

"Het is een ongeschreven wet dat de uitvoerder van een grootschalig project zich met het onderwerp ervan moet kunnen identificeren om succesvol te zijn. Als masterstudent was er mij dan ook veel aan gelegen om mijn afstudeerscriptie te schrijven over een onderwerp dat me boeide en waarvan ik veel afwist. Het kostte nauwelijks moeite om een onderwerp te bedenken, aangezien ik sinds mijn dertiende uitermate geïnteresseerd ben in rapmuziek – doorgaans ook wel hiphop genoemd. Het was echter maar de vraag of dit onderzoeksterrein zou voldoen aan de vereisten van een studie Nederlandse taal en cultuur.

Op een goede dag las ik een betoog, geschreven door mijn hoogleraar Jos Joosten en zijn Utrechtse en Amsterdamse collega’s Geert Buelens en Thomas Vaessens. In het betreffende artikel, getiteld ‘Onwetende student wil graag leren’, pleiten zij ervoor om ‘zowel het literaire erfgoed als de belevingswereld van de studenten serieus te nemen.’ In het verlengde daarvan zijn zij van mening dat in, bijvoorbeeld, een collegereeks over oraliteit door de eeuwen heen logischerwijs ‘ook de hiphophit “Watskeburt?!” van de Jeugd van Tegenwoordig aan bod’ behoort te komen. Hoewel die specifieke hit nooit enige warme gevoelens bij mij heeft kunnen opwekken, slaagde het artikel van de drie professoren daar overduidelijk wél in.

Enige tijd later bespraken Joosten en ik de mogelijkheid om een onderzoek naar rap­muziek uit te voeren. Vrij spoedig bereikten we overeenstemming over het definitieve onderwerp, namelijk avant-gardestrategieën in de hiphopcultuur, waarbij de focus ligt op de rolbezetting binnen de hiphopwereld zoals die door middel van tekstuele uitingen gestalte krijgt. Daarmee komt zowel taal als cultuur aan de orde en doet mijn scriptie de naam van mijn afdeling – Nederlandse taal en cultuur – onbetwistbaar eer aan. Met het onderwerp hebben we tevens weten te voorkomen dat ik een scriptie zou schrijven over een onderwerp waarvan ik meer weet dan mijn begeleider; Joosten heeft zich namelijk jaren in avant-gardevorming verdiept.

Nu het idee was goedgekeurd, kon het theoretisch kader geconstrueerd worden. Het onderzoek gaat uit van The theory of the avant-garde, een studie van de Italiaanse literatuurwetenschapper Renato Poggioli, en Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip, een verzameling vertaalde essays van de Franse socioloog Pierre Bourdieu. Op basis van deze theorieën, die in de scriptie uitgebreid aan bod komen, werk ik een methode uit die wordt toegepast op zes casussen. Het onderzoek richt zich primair op Nederlandstalige rap, maar ter vergelijking zijn ook twee Amerikaanse en één Zuid-Afrikaanse casus in het onderzoek opgenomen. De zes casussen zijn gelijkmatig verdeeld onder drie verschijnselen, te weten beef, cross-over en gimmickry.

In de casussen worden rappers geanalyseerd die strategieën toepassen om binnen de scene macht en aanzien te verwerven. Centraal staat de vraag of die strategieën voldoen aan de vier kenmerken van avant-garde die Poggioli gesignaleerd en geformuleerd heeft. Na een uitvoerige toepassing van de methodiek op de casussen kom ik tot een opmerkelijke conclusie. Want jazeker, binnen de hiphopcultuur worden wel degelijk avant-gardistische strategieën toegepast, maar geen van de besproken artiesten voldoet aan alle kenmerken waaraan een verschijnsel volgens Poggioli moet beantwoorden om avant-garde genoemd te kunnen worden. En dat is vanuit sociologisch oogpunt alleszins vreemd te noemen.

Hoewel de conclusie voor zich spreekt, liet ze mij met vragen achter. Voortschrijdend inzicht heeft mij er enkele maanden later toe bewogen een artikel te schrijven waarin ik de theorie van Poggioli nog eens kritisch onder de loep neem. Hoewel het stuk lastig te begrijpen is voor wie niet bekend is met de theorie van Poggioli, doet het prima dienst als bijlage bij de scriptie. Heel in het kort gaat het over een verschijnsel dat ik schijn-avant-garde noem en dat aan de hand van onder meer Common en Black Star omschreven wordt. Het is een poging om enerzijds de eenzijdigheid van Poggioli’s theorie bloot te leggen en anderzijds het wezen van hiphop te vatten. Of die poging geslaagd is, moet ieder voor zich bepalen.

Als ik mijn scriptie nogmaals zou mogen schrijven, zou ik voor een heel andere aanpak hebben gekozen. Dat zou er onder meer toe leiden dat ik Def P wél avant-gardist zou noemen en dat ik heel andere casussen zou gebruiken. Tevens zou het eerlijk zijn om hiphop uitgebreid met literatuur en schilderkunst te vergelijken, aangezien dat de stromingen zijn waar Poggioli zich op baseert. Dit is allemaal voer voor vervolgonderzoek dat ik misschien ook maar moet gaan uitvoeren. Laat ik echter niet te hard van stapel lopen. Het lijkt me beter om enig voorbehoud te maken, de lezer voor nu veel leesplezier toe te wensen en af te sluiten met een uitsmijter waaruit vooral mijn huidige besluiteloosheid blijkt: wordt wellicht vervolgd."

Download de scriptie hier. Binnenkort wordt het artikel dat voortvloeide uit Beef, cross-over en gimmickry ook gepubliceerd in het HIJS Kenniscentrum.

Meer Publicaties, Scripties