Als je denkt aan een O.G. binnen de wereld van graffiti, dan denk je aan een man als CES53. Een man van vele talenten bovendien, die alles met even grote toewijding doet. Of het nu gaat om alle geheimen van de Roland 808 drumcomputer ontfutselen, jazzgitaar leren spelen of een grootmeester van de spuitbus worden, hij deed het allemaal. Een gigantisch boek met meer dan 2000 foto’s legt zijn leven als kunstenaar tot nu toe vast. CES53: “Ik heb iets nagelaten dat niet iedereen kan.”

Al 42 jaar maakt CES35 de ene na de andere tekening. Thuis, maar vooral op straat. Daar bewijst hij tot de internationale top van de graffiti te behoren, maar als je hem vraagt op welk werk hij in al die tijd nou het meest trots is, haalt er zelf nog niet eens zijn schouders over op. “Heb je Pulp Fiction gezien? Weet je nog wat Marcellus Wallace tegen tegen die bokser Butch zegt, als hij moet verliezen? ‘Fuck pride!’

“Geld, trots, status, dat interesseert me allemaal niet. Als ik genoeg heb om te overleven is het prima.”

Hij vertelt het terwijl we in Rotterdam Zuid op een terras zitten, en zowel zijn verhalen als het volume ervan doen hier en daar een wenkbrauw fronsen. Het maakt hem geen donder uit. Als er iets is dat CES53 zijn passies beteugelen kan, moet het nog uitgevonden worden. Kunst is daarvan misschien wel de grootste, of in elk geval hetgeen waar hij zich het langst op toegelegd heeft. “Geld, trots, status, dat interesseert me allemaal niet. Als ik genoeg heb om te overleven is het prima. Ik ben alleen maar bezig waarmee ik bezig ben, met al die onzin eromheen verlies je alleen maar tijd”, aldus de Rotterdammer. Veel verder wil hij er niet over uitweiden.

Niet dat hij niks te vertellen heeft; hij kan je de hele middag aan de praat houden over een veelvoud aan onderwerpen. Over het diepere genetische geheugen van mensen, en hoe hij ervan overtuigd is dat zijn Griekse roots maakten dat hij in één klap gitaar kon spelen in typisch Griekse stijl, terwijl hij zich twintig jaar lang een slag in de rondte werkte om jazz te leren spelen. Over hoe hij een Amerikaans-Italiaanse gangster in Brooklyn leerde kennen, en een dag later diens neef; een politieman. Over de funkband Pyroclastic Flow, waarvan hij in de jaren ’90 bandleider was, en waarom hij tegenwoordig liever elektronische composities maakt. CES53 heeft méér dan genoeg om over te praten, even luid en gepassioneerd als geïnformeerd. Alleen over zijn kunst kan hij kort zijn: “Dat moet je gewoon zien.”

“Stel je voor dat je hier op tafel met je handen iets moois probeert te maken, en iemand zit constant tegen je aan te schreeuwen, te duwen of te slaan, en jij moet je daarop concentreren. Dat is illegale graffiti.”

Over de omstandigheden waaronder hij zijn (illegale) werk maakt, heeft hij wel het een en ander te vertellen. “Om kunst te maken moet je je concentreren. Stel je voor dat je hier op tafel met je handen iets moois probeert te maken, en iemand zit constant tegen je aan te schreeuwen, te duwen of te slaan, en jij moet je daarop concentreren”, legt hij uit. “Dat is illegale graffiti. Je moet altijd opletten of er geen mensen aankomen, of er geen politie in de buurt is, of een trein je plat gaat rijden. Op zoveel dingen tegelijk letten, maakt het heel moeilijk. Het leuke daarvan is om te bekijken in hoeverre je je zenuwen de baas bent en rustig blijft op stressvolle plekken met bewaking en infraroodsensors. Want als je ook maar een beetje nerveus, bang of boos wordt… alle extreme gevoelens zijn niet goed. Dan concentreer je je niet meer op wat je maakt. Het is een soort sport voor mij, om onder die extreme omstandigheden rustig te blijven en ook nog iets te maken dat mooi is.”

De eerste aanzetten tot zijn immense terugblik op die sport maakte hij al in 2009, maar uiteindelijk zat er nog meer dan een decennium tussen voordat het dit jaar eindelijk uitgebracht werd. In de tussenliggende jaren is het alleen maar omvangrijker geworden. “Het boek gaat vanaf dat ik vijf jaar oud ben tot januari van dit jaar”, aldus de kunstenaar. Van de vele foto’s uit zijn privé-archief is bijna de helft nog nooit gepubliceerd. “Ik heb van alles bewaard dat ik nooit eerder heb laten zien, zodat er verrassingen in zouden staan en niet alles al op internet te vinden is.”

“Daar gaan die verhalen over. Niet alleen over een tekening, maar bijvoorbeeld over hoe ik mijn tanden ben kwijtgeraakt.”

Daarnaast klom hij in de pen om de beelden van context te voorzien “Ik heb er een stuk of zestig, zeventig verhalen voor geschreven. Het is graffiti, dus dat is ook actie. Je gaat naar rangeerterreinen en tunnels, gekke plaatsen en dingen die gebeuren als je ’s nachts over straat loopt in New York. Daar gaan die verhalen over. Niet alleen over een tekening, maar bijvoorbeeld over hoe ik mijn tanden ben kwijtgeraakt.”

CES53 kwam op jonge leeftijd al in aanraking met spuitbussen. Zijn vader had één van de eerste bedrijven in Nederland die zich specialiseerde in het customizen van auto’s. “In de spuiterij stond ik te kijken hoe hij alles deed. Toen was ik negen of tien jaar oud. Dat krijg je het met de paplepel ingegoten. Hij was ook creatief; maakte gouden wielen onder auto’s, had een airbrush-artiest in dienst. In die tijd was dat revolutionair. We woonden toen in Brabant, en allerlei Brabantse criminelen die geld te veel hadden kwamen dan vragen of je een panter op hun speedboot kon spuiten, of weet ik wat. Dat vonden ze prachtig. De prijs was geen bezwaar.”

De combinatie van het najagen van adrenaline en het maken van iets moois greep hem in graffiti. Het illegale aspect was daarbij voor hem nooit een bezwaar. “De samenleving geeft ons allerlei regels die compleet onzinnig zijn, en tegen je natuur ingaan. Iemand kan zeggen ‘die muur daar moet schoon zijn, dat vind ik mooier’ maar dat is aangeleerd gedrag. Die muur stelt niks voor. Die is puur functioneel; niet mooi, niet lelijk. Niks. Een steen. Allerlei klotereclames erop mogen wel een stem hebben. Dat wordt zelfs gepusht, maar individuen niet? Als iets door de overheid of de massa opgedrongen wordt is het automatisch goed? Dat is complete onzin. Daar verzet ik me tegen.”

“Al die digitale troep betekent niks. Het is leuk om als voorbeeld te hebben, maar het is niet echt.”

Dat hij daar ooit mee zal stoppen lijkt dan ook ondenkbaar. “Toen het boek naar de drukker was, ging ik een dag later al weer verder met wat ik altijd doe”, zegt hij op droge toon. “Maar het is wel een afsluiting van een beeld dat de wereld kan zien. Een mooie presentatie van wie je bent als kunstenaar.” Het is voor hem bovendien van vitaal belang dat die presentatie tastbaar is. “Als muziek niet op vinyl staat, bestaat het voor mij niet. Als iets niet gedrukt is op papier, bestaat het voor mij niet. Al die digitale troep betekent niks. Het is leuk om als voorbeeld te hebben, maar het is niet echt.”

Wat dat wel is, is het enorme boekwerk dat hij, en vele liefhebbers van zijn geheel eigen iconografie, nu eindelijk in hun handen kunnen houden. “Ik vind het een leuk idee dat meer dan duizend mensen die foto’s in bezit hebben”, zegt de ervaren schilder. “Stel dat mijn huis afbrandt en mijn fotocollectie weg is, dan is het er nog. Het is vereeuwigd in de geschiedenis. Al valt er een atoombom, dan blijven er van die boeken bewaard (…) Het geeft een soort rust. Ik hoef nu in theorie niks meer te doen; heb iets nagelaten dat niet iedereen kan. Wat dat betreft is er een boek gesloten, dat nu naar buiten kan.”

Het boek van CES53, met de titel ‘Ces53 – CLOWN / MASTER MANIPULATOR / STYLE MASTER / BAD BOY / LEGEND / WRITER / ANARCHIST / FREAK / FOOL / BOUNDARY BREAKER / ARTIST’ is te bestellen via deze link.

Meer Interviews, Nieuws, Rewriters, Rewriters-artikelen, Rotterdam