De Brabantse rapper Zeno maakt in zijn woonplaats Rijen al ruime tijd geluid. Bij ons zit ‘ie al wat langer op de radar, maar hij vindt het zelf tijd dat de rest van Nederland ook kennismaakt met hem en zijn muziek. Met zijn nieuwe EP Balans vindt hij meer dan ooit zijn draai in het maken ervan. “Ik ga er niet vanuit dat ik op korte termijn poppin’ ga zijn, maar het zou wel mooi zijn áls het gebeurt.” Een gesprek over wilskracht, leergierigheid en hard werken.

“Vaak denken mensen dat ik een dikke Spotify-money pak als ik zeg dat ik rapper ben.”

We ontmoeten Zeno in zijn ouderlijk huis in Rijen -een dorp tussen Breda en Tilburg-, vlakbij het station. Hij rapt erover op zijn nieuwe plaat: “Sprinten voor de sprinter, daarna springen in de trein.” Dat klinkt simpel, maar het toont waar hij vandaan komt; een rustige wijk, maar hij voelt er zich thuis. Achter de woning staat een tuinhuis waar hij zijn homestudio van heeft gemaakt. Naast de nodige apparatuur staat er een comfortabele loungebank en er hangen schermen voor het raam. Wat lege flessen likeur, gekleurde sfeerverlichting en een klein beeldje van Jezus maken het af. “Welkom, man. Dit is echt mijn spot. Als ik die rolgordijnen naar beneden doe en er geen daglicht binnenkomt, waan ik mezelf helemaal ergens anders. Dan zit ik voor mijn gevoel even niet meer in mijn achtertuin. Soms ben ik zelfs te moe om nog naar bed te gaan, dan crash ik hier gewoon”, vertelt Zeno wijzend naar een slaapzak, terwijl hij een tosti naar binnen werkt en de EP afspeelt.

Hij rapt pas vier jaar -naar eigen zeggen begon hij door een 101Barz-sessie van Bokoesam- maar neemt zijn vak behoorlijk serieus. “Vaak denken mensen dat ik een dikke Spotify-money pak als ik zeg dat ik rapper ben. Zo werkt het niet. Het is niet dat ik de hele dag hier pokoes aan het tapen ben, meteen upload en er money mee maak.” Die situatie ligt in het huidige stadium van zijn carrière wel wat gecompliceerder. “Ik doe alles helemaal zelf. Regel m’n het artwork, moet mezelf vermarkten, maak afspraken, regel mijn eigen interviews, treed op, ben betrokken bij het regisseren van video’s en zit erbij als ze geëdit worden. Ik geef workshops en ik neem soms andere artiesten op. Gelukkig ben ik leergierig, dus ik wíl ook van alles aanpakken.”

“Doorbreken is moeilijk, maar niet onmogelijk.”

Ondanks zijn wilskracht moesten zijn ouders wel wennen aan het idee dat hun zoon ‘fully voor de muziek ging’, zoals Zeno het zelf consistent noemt. “Nu zien ze dat ik mijn best doe en dat er goede dingen uit voortvloeien. Doordat ik bij de Herman Brood Academie werd aangenomen vonden ze het meteen een stuk minder eng. Nu zien ze dat ik stappen maak. Er komt een hoop talent daar vandaan, die nu landelijk grote dingen doen. Daardoor besef ik maar al te goed: doorbreken is moeilijk, maar niet onmogelijk.”

De afgelopen jaren is de stijl van Zeno veranderd. Die is nog steeds ietwat stoïcijns, maar eigenlijk altijd reflecterend. Hij gaat nu melodieuzer en muzikaler te werk. “Die gitaren die je daar in de hoek ziet staan, worden ook echt gebruikt. Soms speelt een producer wat in en bouwen we vanuit daar verder en tegenwoordig produceer ik ook zelf. In het begin van mijn carrière had ik niemand waarop ik terug kon vallen wat beats betreft, dus die leergierigheid komt vooral voort uit noodzaak. We hadden thuis lang niet altijd genoeg geld. Die mindere thuissituatie heeft me geleerd te roeien met de riemen die ik heb.”

Op zijn nieuwe EP rapt hij over de relatie met vrienden en de rol die het muzikantenbestaan daarin speelt. “Ik haal herinneringen op aan vroeger, toen we soms wel vier, vijf, zes keer per week met elkaar chillden. Doordat ik nu zó met mijn muziek bezig ben, zie ik ze een stuk minder. Dat roept twijfel bij mij op: ‘Ben ik wel een goede vriend?’, vraag ik me dan af. Dat soort gevoelens probeer ik in mijn tracks te stoppen. Ik heb geleerd om meer emotie en minder bars in mijn muziek te verwerken.”

“Zo lang ik het maar hard vind, kan de rest me gestolen worden.”

De plaat kwam tot stand met behulp van vaste producer Heartmath. Toch blijft de rol van de producer ondergeschikt als men kijkt naar het eindproduct. Zeno: “Ik ken hem van school. Hij komt helemaal uit Amsterdam hierheen voor een weekendje. We chillen wat, maken wat opzetjes voor tunes, hij blijft pitten, de volgende dag fixen we nog een paar opzetjes en dan gaat ‘ie weer naar huis. Daarna werk ik die opzetjes uit tot tracks. Welke verse past het best, hoe en waar plaats ik de vocal cuts? Ik vind dat voor nu lekker werken, ook omdat ik bang ben om het uit handen te geven. Ik ben nogal een control freak.”

Het resultaat is een compacte plaat die nog geen twintig minuten klokt, maar waarop je wel Zeno leert kennen in zijn puurste vorm. “Zie je die Ying en die Yang op het artwork? Vroeger stresste ik nog weleens om of mensen het tof zouden vinden wat ik doe. Ik was teveel bezig met wat anderen van me verwachtten en wat ze van me vinden. Nu ben ik meer gefocust op mijn eigen ding. Zo lang ik het maar hard vind, kan de rest me gestolen worden. Daarvoor staat eigenlijk de titel. Maar ook mijn melodischere stemgebruik en zang zijn beter verweven met de wavy beats. Dat komt doordat ik tegenwoordig soms liever nummers van Chef Special, Dua Lipa, Naaz of Blof luister dan een hiphoptune. Ik ben nu als mens én als artiest beter in balans.”

Balans is nu te vinden op alle streamingsdiensten. Beluister ‘m hieronder:

Meer Interviews, Releases