De een is een van de internetpioniers van de Nederlandse hiphopscene, de ander brengt pas een aantal jaar muziek uit. Samen maken ze tracks in De School, in Amsterdam-West, en wij werden uitgenodigd voor een vrijmibo. Niet toevallig is dat ook de titel van hun gezamenlijke tape. Een gezellig gesprek met Spacekees en Jong Louis. Over die tape, maar ook over de staat waarin de scene zich volgens hen bevindt en hun gezamenlijke hekel aan langdradig gelul.

Aan de ene kant van het gebouw bevindt zich legendarische technogrond. Nachtclub De School moest in 2020 definitief hun deuren sluiten wegens financiële redenen. Het was een voedingsbodem voor nachtdieren; zowel muziek producerende en draaiende als dansende. Dat daar al twee jaar lang geen stevige beats klinken, betekent nog geen uitgestorven gebouw. In een van de vleugels barst het van de creatievelingen in de lokalen, omgebouwd tot ateliers en studio’s. Ook ras-Amsterdammer Jong Louis huurt er, met een paar vrienden, een ruimte. “Aahhh, de Schule”, roept Spacekees als Louis, a.k.a. Jong Vloei, de deur openmaakt.

Van een plotselinge groepsapp naar de Schule

Hij zit er nog niet lang, een jaartje nu, maar het voelt als thuis, vertelt de jongste van de twee muzikanten. En dat blijkt ook voor Kees het geval. “Ik werd door een vriend van me uit Eindhoven, Mooikaap Maikel, in een app-groep gegooid waar ook Jong Louis inzat.” Louis beaamt: “Het verzoek was of we een keer samen de studio in konden gaan. De track voor Maikel hadden we heel snel gemaakt. Uiteindelijk liep het zó uit de hand dat we meteen nog twee of drie andere nummers hebben gemaakt die niet op zijn project zijn beland.”

Uiteindelijk bleef Kees de reis van Amersfoort naar Amsterdam maken. “Ik kwam hier voor het eerst in de zomer, zo’n acht maanden geleden. Toen ik hierheen liep, viel het me op dat iedereen bier aan het drinken was. Ik dacht ‘Hè? Iedereen zit al aan ’t bier om twaalf uur ’s middags?” Louis, met lichte weemoed: “Zo gaat dat hier, Kees. Sun’s out, vrijdagmiddag, gezelligheid. Alle kroegen waren toen ook nog open, kun je je dat nog herinneren?”

Waar hiphop heel snel volwassen werd gedurende de pandemie, met serieuze noten die gekraakt werden door andere rappers, vonden ‘Kees & Vloei’ elkaar in een no nonsens-manier van muziek maken. Kees: “Ik werd meteen goed verzorgd; er was bier, er werden jointjes gedraaid, het was meteen mijn vibe. Soms kom je in een studio waar er vooral serieus wordt gebazeld.” “Ik denk dat wij pas serieus hebben gepraat toen we drie pokoes hadden gemaakt”, haakt Louis in.

“Er waren geen regels en we waren nergens van afhankelijk.”

Dat beviel Kees prima. “Ik wilde een project maken zonder de langdradige bullshit. Dus niet het proces van elkaar aftasten, gelul en gefilosofeer over wat we moeten maken. Ik zou willen dat elk project zo ging. Als je níet hier bent, heb je genoeg tijd om te lullen. Maar als we hier zijn, wil ik liever werken.” Bij Louis constateerde hij een ‘likemindedness’ daarin. “Als het écht zin heeft kunnen we mierenneuken, maar vaker ging het gewoon om de muziek. Ik vond hem een leuke rapper en hij mij. Nou, dan worden de tracks ook leuk om naar te luisteren en zit ik niet in mijn hoofd te denken dat mijn stuk op de track veel harder is dan dat van hem.” “Nouuuu…”, breekt Louis in. “Ik had dat wel de hele tijd hoor, Kees!”, waarna een collectieve lach uitbreekt.

Rappen whatever comes to mind

Tijdens zulke sessies, vaak écht op de vrijdagmiddag, maakte het duo vaak drie á vier tracks. Daarvan selecteerden ze er dan eentje die kort erop uitgebracht werd op de streamingdiensten. “Iedere maand hebben we getaped en iets gereleased. Gewoon havin’ fun. We konden rappen whatever er in ons opkwam”, vertelt Louis. Kees: “Het was ook altijd in balans. Als er een bepaalde sfeer was, zaten we daar sámen in, waardoor het heel smooth is gelopen. De nummers zullen niet de beste nummers ooit zijn, maar de vibe is aanstekelijk en je voelt dat het gezellig was in de studio. Dát vind ik belangrijk.” Louis: “Ik ben met heel veel andere projecten bezig, waarvoor dingen móeten en waarvoor ik regels opstel voor mezelf. Dit was gewoon de vrijmibo; whatever comes to mind, dat rappen we terwijl we ‘m doodchillen. Uiteindelijk hebben we een miljoen songs en kiezen we daar de beste van uit. Er waren geen regels en we waren nergens van afhankelijk.”

“Met extra gekonkel zouden we de vibe waarin we zaten hebben verloren.”

Uiteindelijk is het een geslaagd experiment, vindt Kees. Altijd zijn er naysayers volgens hem. “Dan hoor je dat het zo niet werkt. Dat je langer aan de tracks moet werken en een échte graphic designer moet inhuren voor het artwork, want dán krijg je pas streams. Wij wilden het laten draaien om de muziek. De foto’s waren allemaal al geschoten door Stomp, heytagmij op Instagram. Daar knipten we dan een cover uit of we maakten een selfie en that’s it. We hebben het bewezen: ‘zo kan het óók’. Niet dat het tegenovergestelde niet kan werken, hoor. I love graphic designers.” Vloei: “I love ‘em too. Ik zie soms ook gasten die een hele avond aan een couplet kunnen schrijven. Maar dat is gewoon niet onze insteek.” Kees: “Met extra gekonkel zouden we de vibe waarin we zaten hebben verloren.”

Nablijven en glijen

Die easy going-werkwijze resulteert in een ultieme trap en feel good-tape, die vol staat met muziek die middenin het moment gemaakt is. Er klinken pompende beats die duidelijk geïnspireerd zijn op de Lex Luger-era, en featurings van Ome Omar en Meezy F. De tracklist kent een chronologische volgorde. Uit de sessies werd één track geselecteerd om te releasen en niet veel later stond het op internet. “Dat droeg bij aan de vibe, zo maakten én releasten we in het moment. We zijn ook niet zo van de tijdloze muziek. Ik wil maken wat er nu speelt”, vertelt Spacekees. “Ik had iets heel ingewikkelds kunnen zeggen of iets met veel diepgang, maar ik koos om te rappen: ‘I need a fucking break, tijd voor eigen kweek!’ Er zijn niet heel veel rappers die dat kunnen, omdat ze zich vaak verschuilen achter ingewikkelde shit. Het is ook niet een line los op papier, het is de hele context; hoe ik het breng, wanneer, waar in het couplet, en met welke intonatie.”

‘Tijd voor een pauze’, klinkt er in de laatste track die ze vóór de tape uitbrachten. “Het is voor mij heel moeilijk om naar te luisteren”, zegt Louis met een grijns. “Dan denk ik met weemoed terug aan de final vrijmibo. Het was echt tijd voor een break, want we hebben hier elke keer zoveel gezopen en gesmoked. Het roept herinneringen op. Daarom ga ik ook weer beginnen met drinken op de dag dat de tape uitkomt. Op 28 januari is mijn ‘Dry January’ voorbij”, zegt hij terwijl hij een slokje neemt van zijn alcoholvrije biertje.

De locatie waar het gemaakt is klinkt er vaak in door, met verwijzingen naar nablijven, spijbelen en her-examens. “Dit was ooit een lokaal”, wijst Louis naar de grond. “Het was logisch om zulke referenties te maken. Maar we hebben vooral veel lol getrapt.” En gegleden: “Ja, wat is ‘glijen’ eigenlijk?”, vraagt Kees zich af. Zijn partner blijkt een expert: “Heb je even? Glijen is intens genieten. Niet per sé zuipen, maar vaak gaat het wel gepaard met een drankje. Gewoon een goede tijd hebben. Het is precies wat we hier hebben gedaan, acht maanden lang.”

De hele game ligt in de kreukels

Zoals dat gaat in hiphop, zitten er ook een hoop referenties in naar andere rappers. Zo worden er volgens de mannen genoeg albums gedropt die klinken als de kak in de kattenbak van Louis. Spacekees: “Met alle respect, maar wie heeft er iets aan een goedzak? We zitten toch niet in rap om Nick & Simon-rappers te creëeren? Fuck those rappers! Iedereen z’n eigen wereld en zijn eigen leven; ik ben misschien ook wel een lieve jongen, maar als je een rapper bent moet je op z’n minst een béétje edgy zijn. Op de één of andere manier moet je against een systeem zijn, welke dat ook moge zijn. Anders vind ik het Nick & Simon-rap. Fuck ‘em.”

Louis probeert te nuanceren: “Wat hij probeert te zeggen is dat je geen ruggengraat hebt als je klakkeloos met alle winden meewaait.” Kees gaat er nog eens overheen. “Stop being lief! Je vindt heus wel íets kut. Je moet een bepaalde middenweg vinden tussen andersdenkenden, en niet zoals de Nederlandse cultuur blijven forceren dat we allemaal schatjes zijn.” Louis: “Laat het duidelijk zijn dat wij wél tegen dingen aan schoppen waar we niet mee fokken.”

Voorbeelden? Radiozenders (“Ik ben urban, maar nog steeds te luxe voor FunX”, rapt Louis) en de scene op dit moment, die volgens een line van Kees in de kreukels ligt. “In welke staat verkeert de money game op dit moment anders? Yade, Lil Kleine, Ronnie Flex, Yung Felix, Murda… en er zijn er nog zeker vijf of zes die ik zo kan opnoemen die niet meer bij hun label zitten en die ook niet per sé hele mooie woorden hebben voor hun vorige werkgever. Dat is jammer, en het was niet nodig geweest. Dat is de schuld van de labels. Iedereen weet, en dat gaat al helemaal terug naar Elvis, dat artiesten worden uitgebuit. De people in charge hadden gewoon iets realistischer moeten zijn met hoe het nu in elkaar steekt. Maak het fair, dat is het enige wat de artiesten vragen.”

“Er is nog steeds tijd, voor FunX, Nick & Simon-rappers én de labels, to redeem themselves.”

“En als labels dat weigeren, kiezen mensen hun eigen weg. En ze zijn ook nog eens succesvol doin’ it. Wat een label daar nog op zou moeten zeggen weet ik niet. Voor mij zijn dit gewoon de feiten. Dit gaat van Elvis tot aan TikTokkers van nu; vroeger werd misbruik gemaakt van de naïviteit en de angst van de artiesten, maar tegenwoordig zijn de labels zelf naïef gebleken over de mogelijkheden die er zijn opgekomen.” “Het is prachtig om te zien dat steeds meer mensen die mogelijkheden gaan zien”, onderbreekt Louis. Kees: “Labels hebben ruim de tijd gehad om transparanter en eerlijker te worden. Er is nog steeds tijd, voor FunX, Nick & Simon-rappers én de labels, to redeem themselves. Helaas zijn we daar nog niet. Ik ben gewoon heel gepassioneerd over hoe de game op dit moment in de kreukels ligt. In mijn raps kan ik daar niet zó gedetailleerd op ingaan, maar nu we het er tóch over hebben…”

Het einde van seizoen 1

Terug naar de vrijdagmiddagborrel. Inmiddels is er een flitskoerier langsgekomen met biertjes die níet alcoholvrij zijn. “Het is zo’n standaard ding dat mensen doen op kantoor, een vrijmibo”, vertelt Vloei over de titel. “In principe is dit ons kantoor, het Lekker Neuken Media-kantoor. Dit is gewoon wat er moet gebeuren op de vrijdag op any kantoor; of het nou corporate of startup is. Als je het zakelijk bekijkt, it totally makes sense.” Kees: “Ik moet ineens denken aan Druk (Another Round). Ken je die film? Daarin gaan leraren zuipen, zodat ze het alcoholpromillage in hun lichaam continu op hetzelfde niveau houden. Daardoor presteren ze beter dan normaal. Uiteindelijk loopt dat ook helemaal uit de hand, natuurlijk. Maar tot dat moment heerste hier een vergelijkbare sfeer. Een biertje per half uur, een paar jonko’s, dat werkt wel.”

“Voor de rest is het gewoon een voortzetting van that I’m the fucking best”, gaat Kees vrolijk verder. “En van het feit dat ik alles kan. En that motherfuckers can’t fuck with me! Na al die jaren ben ik er nog steeds, en I make this shit look easy. Ik heb de kracht om een overtuigende rapper te zijn. Ik kan iets op een track zeggen dat helemaal niet waar is, maar waar mensen op z’n minst van gaan twijfelen of het waar zou kúnnen zijn. Zestien was ik, toen ik begon met rappen, en ik heb lang gedacht dat ik dat tot mijn dertigste ging doen. Nu ben ik 42 en zijn er nog steeds artiesten die met me willen werken en fans die nieuwe tracks willen luisteren. Zolang dat het geval is, blijf ik dit doen. Als ik op Insta comments zou lezen in de trant van ‘Stop maar Kees, het is leuk geweest’, dan zou ik dat ook doen. Ik denk dat dat ál mijn excuses zijn voor doin’ this.

Op de vraag of hun wegen nu gaan scheiden, schudden ze allebei met hun hoofd. Jong Louis: “Dit is even voor het beeld. We sluiten de reeks fatsoenlijk af met een volledig project. We hebben drie maanden lang, elke twee weken een tune gedropt. Seizoen één zit erop. En niet te vergeten, naast dat we de reeks bundelen voegen we ook een nieuwe track toe. Er ligt ook nog genoeg op de plank.” Kees besluit: “Het ligt ook aan het publiek. Cijfers zijn niet heel belangrijk, maar wie zijn wij om er geen gevolg aan te geven als het goed beluisterd wordt?”

Vrijmibo is hieronder te beluisteren. Schenk een drankje in en druk op play:

Meer Interviews