Vandaag, donderdag 17 november, brengt de Rotterdammer Vieira Nkosi zijn eerste album Kralienge State of Mind uit. Een mooie gelegenheid om contact te zoeken met de rapper. We spreken met hem af voor de ingang van het Kaapverdiaanse recreatiecentrum Club Sao Nicolau, dat is vernoemd naar het specifieke eiland waar Vieira zijn wortels liggen. Boven de ingang van het centrum, waar de immigranten sinds 1979 samenkomen om de banden te onderhouden, wappert de Kaapverdiaanse vlag fier in de wind. Wat die vlag betekent wanneer je bent geboren en getogen in Nederland en hoe dat zijn muziek heeft beïnvloed, bleek een belangrijk gespreksonderwerp. Na een korte introductie en het schieten van foto’s maken wij onze weg naar de kelder om onder het genot van een glaasje “ponche”, of zoals Vieira zou zeggen “grog light”, het gesprek aan te gaan.

“Ik denk dat iedereen tot op zekere hoogte wel maskers draagt.”

Tegenover mij zit een man die getuige de imposante baard, gaten in de oren en verschillende tattoos, zelfexpressie hoog in het vaandel heeft. Hij neemt een slokje ponche en vertelt: “Zelfexpressie betekent je gevoelens en gedachten wanneer je alleen bent naar buiten durven brengen. Ik denk dat iedereen tot op zekere hoogte wel maskers draagt, die ze afdoen wanneer ze alleen thuis zijn of met die ene speciale persoon. Zelfexpressie is juist dat gedeelte van jezelf, die je niet durft te laten zien aan de buitenwereld, toch tonen. Denk aan meespitten met M.O.P. voor de spiegel omdat niemand je ziet, maar dit dan ook doen wanneer mensen je wel zien.”

_mg_1457hijs

Als kind van immigranten kun je soms het gevoel hebben dat je tussen wal en schip valt. Vieira is helder in het aangeven wat, in een beschrijving van hem, het zelfstandig – en het bijvoeglijk naamwoord is: “Ik ben een Nederlandse Kaapverdiaan. Ik ben Kaapverdiaan, first and foremost. Geboren en getogen in Rotterdam, maar het gevoel is Kaapverdiaans. Soms moet ik mezelf er ook aan herinneren dat ik in Nederland geboren ben. Ik vergeet soms oprecht dat ik niet daar geboren ben. Zo verbonden voel ik mij met Kaapverdië en zo voel ik mij op sommige vlakken niet verbonden met Nederland.”
Ondanks die verbondenheid geeft de Kralingen-vertegenwoordiger toe dat hij wel bepaalde fundamentele aspecten heeft gemist: “Daar was ik de norm geweest, daar had ik tot de meerderheid behoord. Het enige wat mij nu anders maakt is dat ik bepaalde gewoonten en culturele aspecten niet direct heb meegekregen. Maar ik blend gewoon in. Ook omdat mijn Sao Nicolau-accent zo plat is. In Nederland ben ik altijd de ander geweest en moest ik toch aantonen dat ik ook meetel en dat het niet raar is dat er ook zwarte nieuwspresentatoren zijn bijvoorbeeld.” Met een tot de verbeelding sprekende anekdote illustreert hij wat voor effect het kan hebben om op te groeien met het idee dat je niet de norm bent en niet tot de meerderheid behoort: “Mijn eerste vliegreis was op mijn negende naar Portugal. Ik zag allemaal piloten en stewardessen op Schiphol en ik zag ze in Portugal. Op mijn elfde vloog ik voor het eerst naar Kaapverdië en ik verwachtte hetzelfde te zien, maar in Kaapverdië aangekomen, zag ik zwarte piloten en stewardessen running things en dat was voor mij wel een aparte gewaarwording.”
Met een flink portie relativeringsvermogen stelt hij er tegenover dat hier opgroeien ook z’n voordelen heeft gehad: “Ik heb veel kunnen reizen. Verder heb ik veel vrienden van een andere afkomst en van iedereen neem je wat mee, leer je wat en geef je wat terug. Als ik niet hier geboren zou zijn, zou ik alleen ‘het Kaapverdiaans zijn’ gekend hebben en ik heb meegemaakt dat dat voor een bepaalde eenkennigheid kan zorgen. Alles wat daar van afwijkt is dan meteen ‘raar’. Gelukkig gaat dat tegenwoordig, met name door het internet, wel anders.” Door zijn ervaring met zowel de Nederlandse als de Kaapverdiaanse cultuur beschikt de Rotterdammer over genoeg vergelijkingsmateriaal om op het gebied van leefstijl een treffend onderscheid te maken en leerpunten te zien: “Het grote verschil is dat wij in Nederland efficiëntie altijd boven alles zetten, vaak zelfs boven je eigen welzijn, terwijl er in Kaapverdië weer dingen efficiënter kunnen. Ik denk dat Nederlandse Kaapverdianen daarin wel de brug kunnen vormen tussen die twee uitersten, omdat we beide leefwijzen kennen en daardoor beter kunnen schakelen.”

_mg_1465-2hijs

Wat Nederlandse hiphop met Kaapverdiaanse wortels betreft, heeft Vieira aan onder meer E-Life, Sonny Diablo, Alee Rock, Adison en GMB een handvol belangrijke voorgangers. Stuk voor stuk zijn het stadsgenoten die binnen de Nederlandse hiphop hun sporen hebben achtergelaten. Voor Vieira persoonlijk waren zij meer dan ‘slechts’ inspiratiebronnen. Hij vertelt: “Puur het feit dat ze Kaapverdiaans waren en they were doing it, inspireerde mij. Vroeger in de buurt hadden we discussies over Committee Gunmen. Omdat Anonymous Mis van Postmen licht getint was, wilden wij hem claimen terwijl hij Surinaams was en Rollarocka terwijl hij uit Frans-Guyana kwam. Surinaamse boys probeerden dan op hun beurt E-Life te claimen, maar wij konden dan de lyrics “You casual, small time like De Vito. Non-equal, cabo, laced with gold virgo” uit More Days To Come als bewijs aandragen.” Hij diept de toegevoegde relevantie van deze artiesten als volgt uit: “Dit was dope, omdat je toch een stukje vertegenwoordiging miste. Ik denk dat velen van ons wanneer zij een wereldkaart zien ook altijd even controleren of Kaapverdië erop staat. Omdat we zo klein zijn en niet met zoveel zijn, is het altijd even de vraag of je gezien wordt.”

“Als ik in het Engels ga rappen, dan klinkt het opeens alsof ik uit Brooklyn kom, terwijl ik nooit in New York ben geweest. Persoonlijk vind ik dat corny.”

Wat betreft zijn eigen toevoeging denkt de rapper in cultureel belang, maar ziet hij genoeg ruimte om zich te onderscheiden en een nieuwe dimensie te geven aan Nederlandse hiphop met een Kaapverdiaans oogmerk: “Ik wil persoonlijk mijn steentje bijdragen aan het af komen van de term “stille migranten” en het aspect ‘Kralienge’ wil ik daar graag aan toevoegen. Ik zat op de middelbare school in Rotterdam-West en ik merkte dat men niet wist dat er ook Kaapverdianen in Kralingen wonen. Daarnaast rapten sommigen in het Engels en sommigen in het Kaapverdiaans. Ik wil graag Nederlandstalige rap toevoegen aan het spectrum van Kaapverdiaanse artiesten uit Rotterdam en vertellen hoe het opgroeien tussen beide werelden mij heeft gevormd tot degene die ik vandaag de dag ben. Ook wil ik Kaapverdië meer uitdragen. Hiphop is representen waar je vandaan komt, alleen trek ik dat verder door dan de straat, het stadsdeel of de stad. Dus ik doe in feite hetzelfde als NWA of KRS One die the Bronx represent.”

_mg_1476hijs

Zoals hij eerder had opgemerkt, werd er door zijn voorgangers vooral in het Engels gerapt. Over waarom hij die traditie niet voortzet is de rapper helder: “In het Engels voelt voor mezelf in de onderbuik al gauw corny, in die zin dat wanneer ik Nederlands spreek dat ik plat Rotterdams spreek. Dan hoor je direct waar ik vandaan kom en dan gebruik ik ook straattaal die we in Kralingen gebruikten. Als ik in het Kaapverdiaans praat dan praat ik ook met een diep accent. Dan horen mensen direct waar ik vandaan kom. Sterker nog, ik heb een keer gehoord dat ik nog de taal spreek hoe de eerdere generaties dit spraken. Mijn ouders zijn hier gekomen in de jaren ’70 en waren meer dan 20 jaar niet terug geweest. De taal hebben zij in een soort tijdcapsule meegenomen en deze is intact gebleven en zo overgedragen aan mij. Dus als ik spreek is het authentiek. Het is wie ik ben. Maar als ik in het Engels ga rappen, dan klinkt het opeens alsof ik uit Brooklyn kom, terwijl ik nooit in New York ben geweest. En persoonlijk vind ik dat corny.” Zich bewust van de grijze gebieden en de uitzonderingen nuanceert hij: “Als je uit Nederland komt, je rapt in het Engels en je bent dope, dan support ik je gewoon en koop ik je cd. Maar voor mezelf voelt het niet goed. Dan ga ik opeens slang gebruiken die ik bij Nas heb gehoord, terwijl hij uit Queensbridge komt. Soms klinkt het zelfs binnen één track alsof iemand van de Eastcoast, de Westcoast en Down South komt. Dan vind ik Looptroop uit Zweden heel dope. Zij klinken authentiek en heel universeel, zonder als toeristen te klinken.”

“Ik vond het zo gruwelijk hoe je iets in één minuut zo samen kan brengen, dat ik het als een film voor me zag. Dat is de essentie van rap, man.”

Elke zichzelf respecterende rapper heeft een aantal platen die belangrijk zijn geweest in zijn/haar ontwikkeling. In het geval van de man tegenover mij is dat niet anders. Alsof hij hoopte op een gelegenheid om ze te bespreken vertelt hij met bezieling: “Postmen, Documents. Ik was coming of age en ik had Engelstalige artiesten tegen wie ik op keek, maar nu waren het tegelijkertijd Rotterdamse artiesten tegen wie ik kon opkijken. Ze waren zo goed dat ze internationale appeal hadden, maar dan liep je hier in de stad en dan zag je veel mensen met die Postmen T-shirts. Ik haatte boys die ze droegen, want ik had het niet en ik was echt groot fan van Postmen. Ik verzamelde al hun interviews. Alle bladen waar een interview in stond had ik gewoon.” Zichtbaar enthousiast licht hij nog een belangrijke plaat uit: “Lyricist Lounge Vol. 1. Deze is essentieel voor mij geweest als schrijver. Daarvoor schreef ik al teksten, maar toen leerde ik hoe je teksten logisch structureert om te kunnen bouwen naar een punchline toe.” Vieira vervolgt zijn verhaal met een album die met recht wereldwijd een onuitwisbare indruk heeft gemaakt en geeft er middels een anekdote een persoonlijke draai aan: “Wu-Tang Forever. Ik vond ze daarvoor al dope, maar dat is de cd voor mij waardoor ik echt in Wu-Tang ben gedoken. Ik was net jarig geweest. Ik kreeg 50 gulden van m’n oom en toen ben ik naar Rhythm Import gegaan voor die cd. De heilige graal is het man.”

_mg_1506-2hijs

Hoeveel deze plaat van dit legendarische collectief daadwerkelijk heeft betekend voor Vieira wordt duidelijk wanneer hij één van de hoogtepunten bespreekt en deels voordraagt: “Die verse van Ghostface op de track Impossible man. “Call the ambulance Jamie been shot. Word to Kimmy. Don’t go son. You my motherfucking heart.” En dan gaat hij vervolgens door met storytelling. Hij vertelt dat een homie van hem net neergeschoten is en dat hij hem in z’n armen houdt en tegen hem praat. Terwijl hij langzaam het leven laat, vertelt hij hoe ze zijn opgegroeid en wat ze samen hebben meegemaakt. Ik vond het zo gruwelijk hoe je iets in één minuut zo samen kan brengen, dat ik het als een film voor me zag. Dat is de essentie van rap man. Bij elke storytelling verse die ik schrijf is dat wel de lat. Ik weet nog dat ik geen geld had maar graag naar een Ghostface concert wilde gaan in Watt, Rotterdam, terwijl ik hem al een keer had gezien in Amsterdam. Toen ik me besefte dat mijn favoriete rapper zou gaan optreden in mijn stad, besloot ik dat ik er bij moest zijn. Dat was de eerste keer dat ik iemand heb gevraagd of ik op de gastenlijst mocht. Op een gegeven moment deed hij een track van Forever en ik weet nog dat ik dacht: ‘Alsjeblieft, doe die ene verse van Impossible’. Dus hoe ik dat denk, hoor ik opeens die beat en hij deed het gewoon. Het was echt alsof hij het voor mij deed.” Afsluitend maakt hij nog even ruimte voor een eervolle vermelding: “Dead Prez, Let’s Get Free. Ik luisterde de track They Schools in de week dat ik moest leren voor de toetsweek en ik weet nog dat ik dacht: ‘Fuck deze toets man. Deze schoolshit is bullshit. Jullie kunnen mij niets leren over het leven.’ Alleen maar door die track.”

_mg_1499-2hijs

Het ritmisch voordragen van teksten in een microfoon vormt slechts een gedeelte van het hiphopartiest zijn. Voordat Vieira zijn producten ook echt aan de man kon brengen moest hij enkele dingen accepteren, zoals bijvoorbeeld het feit dat dope zijn niet genoeg is: “Ik had, door mijn naïviteit, voor mij gezien, dat men keek naar wat je daadwerkelijk doet en hoe goed je bent, punt. Ik dacht dat men dezelfde waardering had voor de ambacht. Ik heb iets van: ‘Als je goed bent, dan ben je goed.’ Ik koop je cd, ik check je videoclip, ik ga naar je show als het kan. Maar in het wereldje is de ambacht veel minder van belang, wat zakelijk gezien ook logisch is. Ik ging alleen geen muziek maken voor het zakelijke aspect. Dat is er noodgedwongen bijgekomen. Zakelijk gezien is het logischer dat je kijkt naar het aantal views die iemand pakt en met welke interessante mensen iemand samenwerkt. Hier ben ik wel volwassener in geworden. Maar dit zag ik niet aankomen, want zelf kijk en luister ik niet op die manier. Dus dat was wel teleurstellend. Ik had soms wel iets van: ‘Yo, ik ben toch dope!?’ Ook bij andere artiesten, waarbij ik iets had van: Hij/zij is toch dope!? Ik mis de views en de reviews. Ik mis de aandacht, zoals bijvoorbeeld bij een Ollie. Ik vind dat onbegrijpelijk. Maar je moet net de juiste mensen om je heen hebben die jouw shit verspreiden, waardoor het verder kan groeien.” Ter illustratie grijpt hij terug naar een les die hij kreeg van één van de belangrijkste grondleggers van de kunstvorm: “KRS-One maakte een situatieschets tijdens een masterclass een aantal jaar geleden. Startpunt: je zit met een vriend van je ergens op een stoep en je begint te rappen. Vanaf dat punt kun je links of rechts gaan. Links is dat die vriend tegen je zegt: ‘Yo, houd je bek man. We zijn broke. Hoe kan het dat we geen geld aan het verdienen zijn?’ En jullie gaan verder zitten mokken omdat jullie geen geld hebben. Rechts is dat die vriend tegen je zegt: ‘Yo, die shit is tight. Jij bent een dope rapper. Ik kan er zelf niets van, maar ik kan wel je manager zijn.’ Die vriend heeft er verstand van, dus gaat hij vervolgens je shit promoten bij persoon twee die er minder verstand van heeft, maar wel te porren is omdat hij jouw vriend serieus neemt. Persoon twee rolt mee, hij spreekt op zijn beurt persoon drie aan en zo creëer je een sneeuwbaleffect. Hetzelfde principe zie je op social media.”

“De boodschap is belangrijk, maar het hangt per nummer er wel vanaf wat de boodschap is.”

Gedurende het groeiproces heeft de Nederlandse Kaapverdiaan ook hele bewuste creatieve keuzes moeten maken en moest hij nadenken over hoe hij zich wilde profileren: “Vroeger had ik het gruwelijk gevonden om een conscious rapper genoemd te worden. Schaar mij nu gewoon onder het kopje rapper. Door de term ‘conscious’ krijgen mensen al een bepaalde associatie en wanneer je dan iets doet dat volgens hen niet past binnen dat hokje dan raken ze teleurgesteld en heb ik ze verraden. Ik sta niet achter die term. Ik ben gewoon mezelf en ik heb ook dingen gedaan die niet perse passen bij een conscious rapper. Begin bijvoorbeeld met mij over voetbal en ik ben de meest ignorant motherfucker die er is.” De fanatieke Feyenoord-supporter verduidelijkt hoe hij pertinent buiten hokjes wil blijven en hoe hij zijn teksten graag wil uitbalanceren: “De boodschap is belangrijk, maar het hangt per nummer er wel vanaf wat de boodschap is. Soms is de boodschap: ‘Klap nog een grog’. ‘Boodschap’ klinkt zo zwaar beladen, alsof ik allemaal politieke teksten aan het uitkramen ben. Als de boodschap “klap nog een grog” is, dan probeer ik het wel op een dusdanige manier te doen dat je het niet alleen kan luisteren in de club maar ook in de auto of thuis en dat het dan nog steeds van waarde is. Want sommige tracks vind ik alleen dope in de club en die vind ik thuis dan weer klote.”

_mg_1471-2hijs

Zoals de hiphopfanaat al liet doorschemeren, hecht hij ontzettend veel waarde aan de vorm van de overdracht. Hierdoor heeft iets als techniek een belangrijke rol te vervullen in zijn muziek, zo vertelt hij: “Je kan met gevoel heel veel maskeren of camoufleren, als je niet over veel techniek beschikt. Bijvoorbeeld Nina Simone. Zij zong soms gewoon vals. Maar ze legt er zoveel gevoel in dat je het je niet kan voorstellen hoe het zou moeten klinken als het wel ‘zuiver’ was geweest. Dan had er minder gevoel in gezeten en dan had het je ook minder geraakt. In mijn eigen muziek vind ik het heel belangrijk. Soms te belangrijk zelfs. Ik wil zelfs in partytracks punchlines en rijmschema’s hebben en er moet een verhaal verteld worden. Ludacris is een goed voorbeeld daarvan. Hij kon lyrics en flows voor je gooien, maar als je het in de club hoort, ga je nog steeds los. Ook 2Pac is een perfect voorbeeld van iemand die heel veel op gevoel rapte en echt gruwelijk klonk. Maar hij maakte zoveel dat hij ook niet altijd kon pieken qua techniek. Maar hij was wel zo goed dat het wel altijd op niveau was.”

“Zonder hiphop was ik niet degene die nu voor jou zit.”

In 2010 won Nkosi de Grote Prijs van Zuid-Holland. Dit is voor elke artiest een zeer welkom stukje erkenning en bevestiging. Zoals hij eerder aangaf kan het een beproeving zijn om je in het wereldje te bewegen. En dit kan leiden tot frustratie vertelt hij: “Ik heb vaak gedacht aan stoppen. Je bent artiest, dus gevoelsmens. Daardoor ga je overgevoelig reageren op dingen. Bijvoorbeeld iets onbenulligs als wanneer je een track maakt en denkt ‘Dit is de shit’ en dat mensen zeggen ‘Ja, het is wel flex’ en dat je dan denkt ‘Ik stop met rappen! Voor wie doe ik dit dan!? Ze begrijpen me niet. Ik ben een onbegrepen genie. Wacht maar tot ik dood ben. Net als Vincent van Gogh. Moet ik eerst m’n oor afsnijden?’ Ik chargeer nu, maar dat gevoel heeft zo vaak gespeeld.” Tegelijkertijd waren er al wel signalen dat zijn muziek toch werd opgepikt: “Het moment dat ik zeker wist dat ik het kon, was tijdens de releaseparty van de EP van Severe Ill & J’83 in 2006. Ik deed de back-up voor Severe Ill. Tussendoor mocht ik mijn solotrack Sodade doen en ik zag de hele crowd buckwild gaan om iets wat tot op dat moment slechts een idee was in mijn hoofd. Hiervoor had ik de track Sodade van de Kaapverdiaanse zangeres Cesaria Evora laten sampelen door Grandson die toen nog beats maakte. Op dat moment op het podium dacht ik officieel: ‘Ja, ik kan dit ook.’”

_mg_1511-2-2hijs

Het hele gesprek vertelt de debutant gepassioneerd over het muziekgenre waar velen op vergelijkbare wijze verknocht aan zijn geraakt. Deze liefde heeft een diepgaande invloed gehad op zijn ontplooiing als artiest en als mens: “Zonder hiphop was ik niet degene die nu voor jou zit. Zonder hiphop had ik bijvoorbeeld Malcolm X misschien op een veel latere leeftijd leren kennen. Dan had ik niet zijn autobiografie al meer dan tien keer gelezen inmiddels. Dan had ik nooit gehoord van de Five Percenters en had ik nooit hun filosofieën leren kennen over hoe ik het beste uit mezelf kan halen en het beste te werk kan gaan om m’n eigen situatie te verbeteren, en om mijn invloed te vergroten.” Hoe de laatste helft van zijn artiestennaam een recente toevoeging is, sluit ook aan op deze ontwikkeling, zo legt hij uit: “Nkosi betekent ‘chief’ in het Zulu. En ook in het Xhosa, een Zuid-Afrikaanse taal, betekent het ‘chief’. Ik vond het sowieso altijd al een dope woord. Toen ben ik zelf gaan filosoferen en toen kreeg het voor mij meer de betekenis dat ik chief ben over mijn eigen leven. Ik moet zelf de leiding nemen van hoe ik in het leven sta. Dingen gebeuren in het leven in het algemeen, maar het gaat er ook om hoe je er zelf mee omgaat.”

“Wat ik wil bereiken is dat die plaat jouw mental coaching is.”

Een dergelijke staat van bewustzijn kan helpen bij bewust leven en bij het overwinnen van obstakels. Vooral wanneer je, zoals Vieira, lijdt aan een aandoening als de Ziekte van Crohn, een chronische darmontsteking, is het belangrijk om gedisciplineerd te leven en actief naar het lichaam te luisteren. De urgentie daarvan heeft de rapper letterlijk aan den lijve moeten ondervinden: “Toen ik in 2013 ernstig ziek was en in het ziekenhuis lag, zeiden de artsen tegen mij: ‘Nou, kantje boord, je hebt het net gered. U heeft nu een stoma. We gaan kijken of hij weg kan. Daar staan zes weken tot drie maanden voor.’ Ik keek hem aan en ik zei: ‘Zes weken en geen dag langer’. Achteraf bleek dat ook zo te zijn. Op de dag af. Dat was een eye-opener. Ik besefte me dat ik meer in eigen handen heb en dat ik met een positieve mindstate meer kan bereiken. Het is kijken waar je naartoe wilt, waar je nu bent en in welke richting je je beweegt. Beweeg je je naar het doel toe of juist in de tegengestelde richting? In het laatste geval moet je dus bijsturen.” Wanneer je op dusdanige wijze wordt geconfronteerd met je eigen sterfelijkheid, is het niet vreemd dat je je koers bijstelt en meer oog hebt voor hetgeen dat je altijd al hebt willen doen. Jezelf afvragen waarom je het zo graag wilt is geen overbodige luxe: “Ik doe dit aan de ene kant om aan mezelf te bewijzen dat ik het kan. Mijn droom was altijd om gehoord te worden. Dat mensen naar me toe komen en zeggen: ‘Jij bent dope of je hebt me geraakt met die track.’ Aan de andere kant doe ik dit in de hoop dat ik anderen inspireer en ze dan misschien iets denken in de geest van: ‘Ik rap niet, maar wat ik graag wil doen is een cateringbedrijf beginnen, want dat is mijn droom.’ Wat ik wil betekenen is dat wanneer je in de ochtend wakker wordt en je je afvraagt of je het wel kan vandaag, dat je Kralienge State of Mind op zet en het beluistert onderweg naar daar waar je moet zijn en dat die plaat jouw mental coaching is.”

_mg_1472-2hijs

“Ik voel de opluchting dat de plaat er eindelijk is. Maar ook onzekerheid, omdat het de vraag is of mensen het gaan ontvangen zoals je het in je hoofd hebt.”

Al zijn ervaringen en beproevingen vormen het ruggengraat van Vieira Nkosi’s debuutplaat Kralienge State of Mind en deze komt dan eindelijk in de herfst van 2016 uit. Een beetje hiphopliefhebber zal in de titel bekende referenties terug horen: “De titel is deels geïnspireerd door Nas’ New York State of Mind en Nipsey Hussle’s South Central State of Mind. En in plaats van Kralingen is het Kralienge State of Mind. Rotterdam State of Mind zou dan weer te breed zijn. Ik heb Kralienge ervan gemaakt als knipoog naar mijn Kaapverdiaanse roots en omdat ik thuis de uitspraak “Kralienge” hoorde. Zelf zei ik het ook als kind zijnde en zei ik ook Crosswijk in plaats van Crooswijk.” De release van je eerste officiële geesteskindje brengt op verschillende vlakken veel spanning met zich mee. Voordat het daadwerkelijk de speakers van de luisteraars bereikt, moet het eerst verschillende stations langs. Hierover biecht hij op: “De meeste tijd en energie zat hem in het achter mensen aanzitten. Producers mailen of bellen en vragen of ze je de sporen kunnen sturen. Als je bij een label zit dan stel ik me voor dat het allemaal voor je wordt gedaan, ik weet het niet. Misschien krijg je er dan hulp bij. Nu heb ik het zelf gedaan. Ik vind het wel tof dat ik dat nu allemaal heb geleerd, maar op het moment zelf is het echt irritant.” Met het uitbrengen van het album valt ook een zekere last van zijn schouders. Eenmaal uitgebracht is het een kwestie van kijken hoe men erop reageert. Hoe Vieira daarmee omgaat is als volgt: “Ik voel de opluchting dat de plaat er eindelijk is. Maar ook onzekerheid, omdat het de vraag is of mensen het gaan ontvangen zoals je het in je hoofd hebt. Of het voor hen net zo dope als dat het voor mij is. Maar ik weet zeker dat een Kendrick Lamar dat ook heeft met z’n albums. Dat hoort bij het artiest zijn. Erykah Badu zegt op Tyrone: ‘Now keep in mind I’m an artist and I’m sensitive about my shit.’ Dat moet je hebben, want anders kun je geen kunst maken, omdat je dan geen gevoelsmens bent.”

Benieuwd geworden naar het album? Stream ‘m hieronder óf ga vanavond naar de releaseparty in Rotterdam om het live te checken!

Meer Interviews, Rotterdam