Het voorjaarszonnetje doet al aardig haar best. Op de stoep voor het Amsterdamse poppodium Melkweg zit voor aanvang van zijn concert Sean Daley. Beter bekend als rapper Slug, die samen met producer Ant het duo Atmosphere vormt.

Als ik Sean vertel dat ik nooit in zijn woonplaats Minneapolis ben geweest en het alleen ken van grote defensie bedrijven als Honeywell en 3M valt hij me meteen in de rede:
‘Mineapolis en hiphop worden inderdaad meestal niet in een adem genoemd. Maar toch is het een hele leuke stad die eigenlijk uit twee steden bestaat. Je hebt het conservatieve St. Paul en het liberale Minneapolis. Bovendien heb je er naast de industriële bedrijven ook een grote creatieve sector. Zelf ben ik opgegroeid in een wijk aan de zuidkant van Minneapolis, waar de bevolking bestaat uit een mix van Europese en Afrikaanse immigranten.’

Toen je opgroeide leefde hiphop al in Minneapolis?
‘Ik ben in aanraking met hiphop gekomen door mijn vader. Hij was een jaar of 26 toen hiphop opkwam en kocht toen platen van Rappers Delight, Melle Mel en Grandmaster Flash. Toen Run DMC platen ging maken was ik twaalf en realiseerde ik me dat dit mijn muziek was. Ik wilde toen nog geen MC zijn, maar ik begon wel met nummers van anderen te veranderen met mijn eigen woorden. Zo had ik een eigen versie van Ladidadie. Pas toen ik negentien was ben ik serieus begonnen als MC.’

En daarmee was Atmosphere geboren?
‘Ja, maar niet in de huidige vorm. Mijn producer Anthony is opgegroeid in heel de USA omdat zijn vader in het leger zat. Op een bepaalde leeftijd kwam hij terecht in Minneapolis. Hij maakte in die tijd beats voor rapper Mussab, en dat was een vriend van mij. Dus zo kwam ik in contact met hem. Ik zat toen al bij Atmosphere samen met Spawn. We hebben toen met ons drieën Overcast! gemaakt. Spawn is later weggegaan, en toen ben ik verder gegaan met Anthony.
Vanaf _Seven’s Travels_ kon ik gaan leven van mijn muziek, toen ik Overcast! en Lucy Ford maakte was ik nog trucker. Daarnaast had ik een tweede baantje in een platenzaak. Na Seven’s Travels hebben we onze eigen platenzaak geopend in Minneapolis en daar werk ik nu nog steeds. Nu kunnen we de hele dag met hiphop bezig zijn, ‘Just fucking around’, en zien we wel wat er gebeurt als we het zus of zo doen.’

Just fucking around?
‘We zitten dan in de kelder van Ant en schrijven wat. Wat ik wil is muziek maken om zelf beter keuzes te kunnen maken en dat wil ik ook doen voor mijn zoon en ook voor kinderen van andere mensen. Grote beslissingen in het leven; je kan bijvoorbeeld kiezen: of je gaat de hele dag op de bank liggen en wiet roken, of je gaat naar buiten een fiets bouwen. Veel jongeren zijn passief tegenwoordig. En ik bekritiseer die levensstijl niet. Wiet roken en drinken doe ik ook. Maar de vraag is meer: Is dat alles wat je doet? Het gaat er meer om dat je alles met mate doet.
In het verleden heb ik veel geschreven over mezelf of over het touren. Dat wil ik niet meer. Met braggin’ en boastin’ ben ik klaar. Ik ben nu 35 en heb een zoon van 14, die luistert nu naar dat soort muziek. Die omslag kwam bij God Loves Ugly. Op dat album probeerden we per nummer echt een bepaalde sfeer neer te zetten. Tijdens Seven’s Travels ging het echt slecht met mij en was ik erg verward, dat hoor ik ook terug op die plaat. Daarna ben ik een jaar gestopt met drinken en pillen en al die shit. Het was ook een jaar dat er veel gebeurde, zo verloor ik een aantal naasten. En dat hoor je ook weer terug op You Can’t Imagine How Much Fun We’re Having. Op het nieuwe album When Life Gives You Lemons, You Paint That Shit Gold schrijf ik meer fictie en over andere mensen.
Dat is ook het mooie van de verschillende platen, ze geven verschillende fasen van m’n leven weer. Het zijn een soort van foto’s van hoe ik op die momenten in het leven stond. Onze nieuwe plaat zal weer meer gebaseerd zijn op de sfeer van God Loves Ugly, maar dan een meer opgewekte sfeer. Ik zie muziek altijd in kleuren, God Loves Ugly was echt zwart. De volgende plaat zal meer geel worden. Maar dan niet popachtig waar veel mensen aan denken bij vrolijke muziek. Wat Gnarls Barkley bijvoorbeeld heeft gedaan vond ik echt heel tof.’

Je hebt het over die kleuren, zijn er dan ook bepaalde kunstenaars waar je jezelf mee identificeert?
‘Ik vind Charles Bukowski, Van Gogh en John Fontaine echt goed; door dat soort artiesten ben ik erg geïntrigeerd, niet alleen door de kunst maar ook door het verhaal dat er achter zit. Elke keer als ik in Amsterdam ben ga ik ook naar het Van Gogh museum, vooral de zelfportretten spreken me enorm aan. Het mooie aan hem vind ik dat hij zich lelijk durft af te beelden. Veel artiesten doen zich mooier voor dan ze zijn, dat zie je ook in muziek terug. Van Gogh niet. Daar herken ik mezelf wel in, ik wil mezelf ook niet mooier voordoen dan ik ben. Ik heb zelfs soms de neiging om mezelf lelijker voor te stellen.’

Meer Interviews