Het is de vooravond van het optreden van Great Minds in Tilburg. De eerste van een concertreeks zoals die nog niet eerder door een Nederlandse hiphopact opgevoerd is. Sowieso hebben Winne, Sticks, Jiggy Djé en Dokter Moon vandaag al vaderlandse muziekgeschiedenis geschreven door als eerste Nederlandstalige rapformatie binnen te komen op nummer 2 in de album charts. Tegelijkertijd is de groep die dag op één in de iTunes album charts binnengekomen. Vier sleutelspelers uit die Nederlandse hiphop die samen een verkooprecord breken. Zonder hitsingle, zonder aandacht van de traditionele media. Je kunt dus niet alleen met een gerust hart van een supergroep, maar ook van een supersucces spreken. Het is onder deze omstandigheden dat HIJS met de vier leden van Great Minds om de tafel zat voor een gesprek over moeilijke barbecues, deadlines en hoe gezamenlijke creativiteit kan evolueren.

“Elke keer als hiphop denkt dat ‘t klaar is met de dingen die bereikt kunnen worden, wordt de lat hoger gelegd”, vertelt Jiggy, en stipt daarbij de nummer één single van Gers Pardoel als voorbeeld aan. “Dat is bijna niet meer te doen. Maar dan ineens komen The Opposites met een nummer één hit en heel veel hits daarna. En een album dat ‘t goed doet. En net als mensen denken, oké, je hebt een soort commerciële tak en die runnen nu die scene, komen wij met een plaat die hoger in de charts komt dan welke plaat ooit tevoren.”
Dat voelt uiteraard goed, maar Winne blijft er vooralsnog nuchter onder. “We zijn op bezoek in de charts, we wonen er nog niet.”
Great Minds is een hiphopplaat pur sang, een duidelijk product van een subcultuur zonder concessies aan grotere stromingen of trends te doen, en Winne is zich er sterk bewust van dat het ook het publiek uit die cultuur is dat de plaat nu massaal omarmt. “Het volk heeft ons daar gebracht, dat is wel het mooiste van dit alles.”

 

Het grote publiek mag dan nu pas kennis maken met Great Minds, het grote succes kan deels verklaard worden doordat het hiphopminnende publiek van de Benelux reikhalzend uitkeek naar de plaat sinds er voor het eerst nieuws van naar buiten sijpelde. De verwachtingen waren weliswaar hoog, maar van druk was volgens Sticks nooit sprake. “Je weet op een gegeven moment gewoon dat het echt goede muziek is die we gemaakt hebben.” Winne valt hem bij: “We hebben daarnaast ook in een hele vrije sfeer muziek gemaakt, zonder direct bezig te zijn met een album. We hebben ook heel laat pas gecommuniceerd dat we met het album bezig waren.” “Toen was ‘t al 80% af”, vult Sticks aan.
Dat Jiggy in 2011 al aan het twitteren was over een aankomende EP blijkt een grap te zijn die ze praktisch al vergeten waren. “Dat was gewoon de eerste keer dat we met zijn allen een liedje hadden gemaakt, er was nog sprake van helemaal niks. Ik dacht gewoon voor de lol, laat ik mensen effe gek maken.”
Die losse houding is kenmerkend voor de sfeer waarin het album gemaakt is. “We hebben ook op een aantal momenten gedacht dat we het gewoon online zouden zetten, fuck it. Dus van druk van een album is nooit écht sprake geweest”, zegt Winne. “Pas als je gaat finetunen en je daadwerkelijk weet: ‘Ik heb een deadline en ik moet dan en dan die plaat inleveren’, ga je nadenken over wat je hebt gemaakt en wat het eventueel zou kunnen doen.”

 

 

Toch zijn er in dat late stadium nog een aantal serieuze stappen gemaakt en werden enkele van de meest spraakmakende tracks op het album toen pas opgenomen. “Op ‘t moment dat Jeremy (Dokter Moon) eigenlijk überhaupt helemaal niet meer wilde dat we nog begonnen aan nieuwe dingen, waren we bij hem omdat er shit afgemaakt moest worden, en hebben we meerdere liedjes gemaakt. Terwijl we andere dingen hadden moeten doen”, vertelt Jiggy. Dat Dan Weer Wel, Rat Pack Snipers en Bommen in Boston komen allemaal uit die laatste fase van het album. Dat zijn ook nog eens concept-gedreven tracks, maar over het tot stand komen van die concepten werden geen afspraken gemaakt. Er waren verschillende beats van verschillende producers en degene die een idee kreeg bij een bepaalde beat zette dat simpelweg uit, waarna de rest met hun verses probeerde voort te bouwen op die eerste bijdrage. “Het mooie is dat gaandeweg zoiets ook kan evolueren”, aldus Sticks. "Rat Pack Snipers bijvoorbeeld, daar had ik een heel duidelijk beeld bij van die foto van James Dean, waar ik ook over rap in die eerste zin en ik wilde wat zeggen over valse sentimenten en hype shit in Nederland. Dat had ik gedaan en toen hoorden zij die joint. Jiggy heeft dat refrein erbij geschreven naar aanleiding van wat hij hoorde in mijn verse. Ik zeg één keer ik ben een sniper, vulpen gevuld, ik overtuig / voor de 2000 Johan Cruijff en hij heeft dat elementje eruit gehaald. Zo van, oké, wij zijn die snipers en zien alles wat er gebeurt. We reageren niet altijd, maar als ‘t moet, dan schiet ik. Zo brengt Jiggy het een eind verder en dan kopt Winne ‘t vervolgens in.” Jiggy: “Ja, hij brengt dat dan weer bij elkaar en dan heb je ineens een liedje.” “Vandaar die Great Minds. Het is dat ‘think alike’ ding”, vat Winne op kalme toon samen.

 

 

Dat het geen makkelijke taak is om leiding te geven aan een project met enkel creatieve geesten die prat gaan op hun vrijheid, blijkt wel wanneer dat onderwerp direct aangesneden wordt. Tot grote hilariteit van de rest van de groep neemt Jiggy direct het woord, waarop de charismatische spreker even verbaasd opkijkt, zich met enige vertraging realiserend dat dit toch echt een onderwerp voor Moon is. “Of ‘t lastig is? Soms”, laat Moon breed lachend weten. "Aan ‘t einde, op ‘t moment dat alles bij elkaar kwam en ik begon te hameren op dingen, wat daarvoor nooit aan de hand was, was ‘t wel effe aftasten hoever ik kon gaan.” De frustraties van Moon hebben zelfs tot een ‘running gag’ in de groep geleid, vertelt Jiggy. “Gewoon bij alles, als er iets niet klopt, zegt iemand: ‘Ik ga naar huis, ik kap ermee!’ Dat komt omdat hij dat één keer heeft gezegd. In Parijs, of all places.” Moon: “Dat was ‘t ergste punt en dat kwam niet eens door jullie.” De groep kwam in Frankrijk in een tergend lange verkeersopstopping terecht waardoor ze ‘s nachts pas in Parijs aankwamen. “Ik heb van tevoren geprobeerd heel erg goed te plannen om alle voorwaarden goed te krijgen. Dan bel je, dan mail je, dan ben je heel druk, en op het moment dat je daar dan aankomt en het blijkt anders te gaan, kan ik daar niet zo goed mee omgaan.” Het is zeker niet de prettigste herinnering die Moon aan het project bewaart. “Ja, ik was er effe klaar mee. Ik wou naar huis.” Toch hebben ook die momenten volgens Jiggy hun waarde. “Dat soort shit brengt je uiteindelijk alleen maar dichter bij elkaar, het verdiept en verrijkt een relatie.”

 

Veel van de opnames hebben plaatsgevonden in Franstalige gebieden, zoals Parijs en de Ardennen, en de sfeer op die locaties heeft volgens Jiggy wezenlijk bijgedragen aan het album. “Je hoort ook gewoon dat bourgondische in die hele shit.” Daarnaast is er ook nog de invloed van de Franse taal. “Doag is al met al de enige joint die echt uit Parijs komt en daar praten we allemaal Frans, effe”, zegt Jiggy. Waarop Sticks onderkoeld aangeeft dat hij het woord ‘oeuvre’ in zijn verse gebruikt. “Stickert heeft ‘t redelijk gering gehouden”, lacht Jiggy. “Maar zowel K.V. als Winne en ik gebruiken halve Franse zinnen. En we hebben meer Franse taal in de rest van het album zitten.
We hebben gebarbecued in de Ardennen en ik ben toen op een gegeven moment gras gaan zoeken omdat we geen aanmaakblokjes hadden, en ook geen tijdschriften of kranten. Dus ben ik gras gaan verzamelen om vuur te maken. Ik denk dat ik serieus twee tot tweeënhalf uur ben bezig geweest om die barbecue aan de praat te krijgen.” Winne herinnert het zich ook nog: “Toen was ik vliegen aan het slaan.” “En ik zweer je, al die shit hoor je letterlijk terug in de plaat!”, reageert Jiggy enthousiast. Zinnen als Winnes Zijn ze fly dan ben ik nice met een vliegenmepper en Jiggy’s ad-libs in het einde van Kan Er Maar 1 Zijn zijn het onmiskenbare bewijs van een moeilijke, maar creatief vruchtbare en schijnbaar erg gezellige barbecue.

 

 

De ervaring van Great Minds heeft de leden gevormd tot meer gebalanceerde rappers, volgens Sticks. “Laat ik ‘t op mezelf betrekken want ik kan niet voor hen praten, maar eerst was ‘t gewoon jeugdig, strak rappen, met Opgezwolle. Je wilt gewoon de strakste shit ever neerzetten. Dat lukt dan op een gegeven moment en dan laat je dat varen. Toen heb ik een hele serieuze en vrij donkere periode gehad. Nu combineer je die twee; aan de ene kant dat hele serieuze en aan de andere kant die fun van gewoon toffe raps schrijven.” De samenwerking heeft sterk aan dat inzicht bijgedragen: “Het is gewoon heel inspirerend, twee gasten die dezelfde passie delen. En ook op dat level.” Sticks aarzelt even. “Dat klinkt misschien wat arrogant”, zegt hij, alvorens Jiggy hem bijvalt: “Die in ieder geval ambiëren om op dat hoogste niveau mee te draaien. Je deelt die ambitie en passie.” Sticks gaat verder: “Waar je dat voorheen misschien als een soort van concurrentie inzette, krijg je nu een soort van…” Terwijl Sticks naar een passende term zoekt, vult Winne hem aan: “Een joint venture.” Sticks: “Ja, een symbiose.”

 

De samenwerking gaf de groepsleden niet alleen nieuwe creatieve gebieden om te verkennen, ook op zakelijk vlak werden er nieuwe bakens uitgezet. De videoserie, de clip en vooral de hoogwaardige podiumpresentatie waren zonder de sponsoring door Bavaria 8.6 moeilijk te realiseren geweest. “Natuurlijk is ‘t mogelijk, maar je weet niet, als TopNotch zijnde, als Topbillin’ zijnde, als Great Minds zijnde, of je ‘t geld er ook weer uit haalt. 8.6 heeft zo een goede garantie dat ze hun targets halen, bepaalde exposure kan wel gegarandeerd worden, en wij kunnen dan weer zorgen dat met datgene dat zij vrijmaken voor ons, we een bepaalde creatieve vrijheid hebben. We kunnen dingen doen die we anders niet zouden kunnen doen. Het lauwe is gewoon dat we ons niet hebben hoeven conformeren”, vertelt Jiggy. Maar met een extra partner in het project is het niet enkel hun eigen nek meer op het spreekwoordelijk hakblok. Als de plaat geflopt zou zijn, had ‘t bovendien ook nog een ongunstig precedent voor toekomstige acts geschept. “Dat zou het weer moeilijker maken voor andere jongens om in de toekomst soortgelijke dingen gedaan te krijgen”, zegt Jiggy. “Dit is een kijkje in de toekomst, hoe wij nu de iTunes chart een week lang hebben gedomineerd. Dit is de manier om ‘t te doen, en 8.6 steekt z’n nek uit. Ik vind het dapper van ze om dat te doen.”

 

 

Over het behaalde resultaat hoeft uiteindelijk niemand zich meer zorgen te maken; er kan met recht over een daverend succes gesproken worden. De vier Great Minds zijn echter allerminst van plan op hun lauweren te rusten en trekken een les uit een van hun eigen tracks. “Ik had van tevoren gezegd: ‘Misschien moeten we Hans Teeuwens Dat Dan Weer Wel pakken als thema’, maar ik dacht eigenlijk meer uit een humoristisch oogpunt”, vertelt Jiggy over de totstandkoming van de track Dat Dan Weer Wel. “Maar de beat was niet humoristisch, meer melancholisch. We hebben alsnog dat onderwerp gepakt, en die pokoe, dat hele refrein slaat heel erg op hoe we die dag waren.” Winne brengt vervolgens het bijzonder toepasselijk refrein ten gehore: “Voor niets gaat de zon op na ‘t donker.” Jiggy reageert met: "En voor hetzelfde geld gaat die fokker onder”, waarop de heren lachend in koor eindigen: "Dat dan weer wel!”

Meer Interviews