We maakten kennis met hem toen hij zijn bars op machinegeweer-tempo neerlegde op ratelende grime-beats, maar Q’n maakte in de afgelopen vijf jaar ook genoeg tracks waarop hij een zeer persoonlijke kant van zichzelf laat zien. Die zijn nu gebundeld op het project ‘SINUS’, een plaat die niet als EP en niet als album gelabeld wordt. “Niemand was erbij toen ik huilde op mijn kamer, dus voor mijn gevoel moest ik dit helemaal zelf doen.”

In het Tilburgse poppodium 013 is het personeel opgewekt. Ze mogen weer gasten ontvangen. Na de honderden die in de week ervoor een speciale ervaring maakten van hun gang naar de stembus, zijn het er vandaag ‘maar elf’. En die elf mensen komen niet om naar een live-show te kijken, en mogen vanwege stricte corona-maatregelen niet allemaal tegelijk naar binnen. Er is een strakke planning. Een voor een krijgen de bezoekers (vrienden van Q’n, maar ook andere geïnteresseerden) de kans om 1-op-1 te zitten met de Veghelse artiest, om naar SINUS te luisteren.

Zoveel meer dan die grime-shit

In de kleine zaal staan twee fijne stoelen klaar, vlak naast zijn laptop en een gigantisch mengpaneel. Er is enkel wat blauw licht in de zaal, en het gedeelte waarin plaatsgenomen wordt, is met wat gordijnen afgesloten van de rest. Intiem, wel. En versterkt geluid horen in een poppodium anno maart 2021? Geweldig. Q’n: “Ik vond het belangrijk om een ervaring te bieden. 013 was down met het idee, en ik krijg nu directe feedback van mijn luisteraars. Voor hen is het puur, maar ook voor mij.”

Het woord ‘puur’ is eveneens te gebruiken als typering voor SINUS. Q’n bespreekt erop door welke emoties hij de afgelopen jaren is gegaan. “Een meisje op wie ik smoorverliefd was, en dat het dan toch niet is wat je ervan hoopt. En mijn mentale gezondheid, ik strugglede nogal met mezelf.” Dat resulteert in een project dat nog duisterder klinkt dan zijn grime-werk, maar waarin hij wel vaker adempauze neemt in de raps. “De afgelopen tijd heb ik mijn stem ontdekt. Ik kan zoveel meer dan die grime-shit. Ik heb zelfs twee zangpokoes richting het einde van de tracklist.”

Achter het pseudoniem Q’n schuilt Koen Hendriks, een jongen met een flinke lading bagage op zak. Hij zit onderuitgezakt, zijn vingers in elkaar verstrengeld, te knikken op de beats. De plaat dringt door, zeker in deze setting. “Het klinkt misschien als een lockdown-plaat, maar dat is het niet. Zo goed als alles was al af toen we in deze situatie terechtkwamen.” Hij doopte het SINUS, naar de harmonische golfvorm. “Ik geloof dat je pieken in life even hoog zijn als dat de dalen diep zijn. Je weet pas dat je piekt als je een dal van gelijke omvang hebt meegemaakt.”

Dat gegeven, gecombineerd met zijn gebrek aan zelfliefde van de afgelopen jaren, zorgt voor een beklemmende sound. Hij trekt het door naar zijn kleine maar hechte kring. “Wie met mij wil zijn in in mijn volle bloei, moet ook met me zijn wanneer ik leeg ben”, klinkt het in de interlude die dezelfde titel draagt als het project. “Dat is real shit, hè?”, zegt hij terwijl hij op stop drukt en me aankijkt. “De afgelopen tijd heb ik inderdaad strepen moeten zetten door vriendschappen. Ik weet dat ik terug kan vallen op mijn vier beste vrienden, ooit mijn vier ‘best men’ op mijn trouwdag. Het zijn tevens allemaal muzikanten, dus ze kennen het leven dat ik leid. Je komt er gaandeweg gewoon achter dat mensen in je omgeving alleen dáár willen zijn wanneer het goed gaat. Zo’n constatering verwerk ik dan in mijn muziek. Misschien is dat niet altijd de goede weg, maar het gebeurt gewoon in het moment. Later, als ik de pokoe dan terughoor, kan ik er altijd nog op reflecteren.”

“Als ik mijn depressies altijd maar op anderen overbreng, stuur ik alleen maar negatieve energie het universum in. Die guy wil ik niet zijn.”

“Ik was op zoek naar een beat waarop ik emo-shit kwijt wilde, en Owzy (de producer waarmee hij zijn twee vorige EP’s dropte, red.) had niets liggen dat daaraan voldeed. Toen ben ik het zelf gaan doen”, vertelt hij over 11–11 / 19–03, de tweede track die door de speakers blaast.

Zijn twijfel klinkt intens: “Ga ik blij acten of de pijn catchen die ik voel van binnen?”, rapt hij in het couplet dat hij opnam op de eerste datum van de titel. “Toen ging ik echt heel slecht. Soms heb ik het gevoel dat ik een masker op moet doen als ik de buitenwereld in ga. Als ik mijn depressies altijd maar op anderen overbreng, stuur ik alleen maar negatieve energie het universum in. Die guy wil ik niet zijn.”

“En dat ben ik ook echt niet”, gaat hij verder. Als ik hier de Korte Heuvel (een populair Tilburgs uitgaansgebied, red.) op fiets, op weg richting huis van het werk, word ik haast van mijn fiets geroepen en drink ik gewoon lekker een biertje mee, hoe moe ik ook ben. Als je het daar zou vragen, ben ik die guy waarmee je kunt lachen. Maar niemand is erbij als ik dan thuiskom en alleen zit te huilen op mijn kamer en zomaar weer even terug kan vallen. Dat is de reden dat ik dit helemaal alleen wilde doen.”

Het andere couplet heb ik in maart 2020 opgenomen, vier maanden later. In de tussentijd had ik een vriendin gekregen en werd ik persoonlijk ook weer wat stabieler. Ik vond het wel mooi om die twee fases te combineren tot één track.” In het tweede couplet rapt Q’n dan ook dat hij gestopt is met drugs, erachter is gekomen waarom hij zichzelf haat en dat hij blij is met het begrip dat zijn nieuwe geliefde voor hem toont. “Ik sluit met SINUS echt een nare periode definitief af, en die track is daar een goed voorbeeld van.”

SAD BOII-muziek

Hendriks produceerde alles zelf, en verzorgde ook de mix. “Met de mix heb ik gedaan wat ik kon. Het klinkt niet perfect, maar daar is dit ook helemaal niet de muziek voor. Het mag rauw. Ik ben er wel trots op dat Mucky het heeft gemasterd.” Het resultaat is een sinister geluid; muzikaal staat de boog continu gespannen. Soms is er alleen een drumpatroon en een bas of synthesizer te horen. Die kaalheid in de productie zorgt ervoor dat de teksten de kans krijgen om binnen te dringen. Hij doopte het zelf ‘SAD BOII-muziek’.

Toch zijn er genoeg muzikale hoogtepunten te noemen. De grimmige tonen in STITCHES bijvoorbeeld, die aan het eind plaatsmaken voor een instrumental die meer ademt. Of de compleet uit de lucht vallende beat- en tempowisselingen in LOST, dat daardoor allerlei onverwachte wendingen neemt. “Ik ben een autodidact producer, maar ik moet nog wel een shout out geven naar Lenny, die me wat tips heeft gegeven. Het kost me wel een hele andere energie om te produceren dan om te schrijven, maar die balans is fijn. Ik kan nu eenmaal niet meer de hele dag door schrijven.”

Nadat de concertbeleving compleet is gemaakt (lees: de zaallichten gaan aan en er wordt ons gevraagd te vertrekken), lopen we naar zijn studio’tje, vlak om de hoek bij 013, waar hij de laatste tracks laat horen. SINUS is zijn reis naar zelfacceptatie en ‘selflove’, besluit hij. “Ik kan nu gaan zeggen dat ik grote cijfers wil, maar ik vind het toffer om minimaal één iemand écht te raken of te inspireren. Ik heb dit voor mezelf gedaan, en ga nu met een iets lichtere rugzak verder. Als iemand anders hier ook wat bagage door kan droppen, is het project al geslaagd.”

Stream:

Meer Interviews, Releases