Toen hiphopgroep Brandwerk ophield te bestaan, begon rapper en poëet Kay Slice aan een nieuwe stap. De afgelopen jaren stond hij met een live-band op het podium en groef hij steeds verder naar zijn Ghanese wortels. Met de release van de single Promise -inclusief indrukwekkende video- heeft hij het gevoel die wortels ultiem te kunnen voeden: “Mijn familie kan me nu verstaan, dat vind ik het mooiste.”

De uit Dordrecht afkomstige Kay Slice deed de afgelopen tijd veel shows, en dat ging altijd verder dan de gebruikelijke hiphopoptredens. Het Rijksmuseum, het podium van De Wereld Draait Door, Grasnapolsky; geen stage is voor hem te gek. Hij en zijn band zijn dan ook multi-inzetbaar. Voor een portie neo-soul, soulvolle vibes, een fijne groove maar uiteraard ook voor “stevige hiphopvibes á la The Roots”. Al die smaken weten ze nu te versmelten in de nieuwste single.

“Het golft nu op en neer en heeft kleur. Dat past veel beter bij het nummer.”

Ze, inderdaad, want zijn band verzorgt de muzikale ondergrond van Promise. Willem ’t Hart op de toetsen, Yannick de Soomer op basgitaar en Eliando Hatumena op drums. “Samen hebben we het nummer laten evalueren”, vertelt Kay vlak na de release. “Promise is echt door fases heengegaan. We spelen ‘m al lang live, en daardoor is het in ontwikkeling gebleven. Eerder was het een trappy studioproductie. Nu bouwt het van een langzame, soulvolle intro uit naar een bombastische hiphoptune. Het heeft nu qua energie veel contrast. Het golft op en neer en heeft kleur. Dat past veel beter bij het nummer.”

De transitie in het nummer is even vlekkeloos als die van zijn inhoud. Hij wisselde zijn Nederlandstalige slices (woordspelingen, taalvernuftigheden) in voor Engelstalige raps, maar van zijn scherpte ging niets verloren. “Ik ben begonnen in het Engels. Dat heeft deels te maken met hoe we Brandwerk begonnen -daar zat eerst nog Pathologic in die in het Engels rapte- maar ook met mijn opvoeding. Mijn wortels liggen in Ghana, en met Ghanese ouders is de Engelse taal heel dichtbij. Veel woorden kende ik ook eerst in het Engels, en leerde ik pas later in het Nederlands, dus dat voelt natuurlijk voor mij. Daarnaast is het ook een uitdaging voor me.”

Die wortels weet hij nu te vermengen. De vorige singles kenden invloeden uit Afrobeat, soul en r&b. “Mijn nieuwe muziek bestaat uit muzikale invloeden die ik van huis uit heb meegekregen. In Promise heb ik het ook letterlijk over terug willen gaan (naar Ghana, red.) en dáár iets opbouwen. Dat is iets wat ik nog wel ambieer. Door de taal waarin ik nu rap, kan mijn familie me nu ook verstaan. Dat vind ik het allermooiste. Ze zijn er een aantal keer bij geweest toen ik dit nummer live speelde, en altijd zie ik die trots bij hen als ik dat deel uitvoer.” In de Ghanese cultuur is de kerk belangrijk, vertelt Kay. “Ook die ‘churchy’ vibe van dit nummer spreekt hen dus aan. Muziek in de kerk is ook heel belangrijk. Ook dat helpt hen bij het connecten met mijn muziek.”

De benadering van muziek met een live-band uitbrengen bevalt Kay prima. Die aanpak is voor herhaling vatbaar, vindt hij: “Dat gaat zeker vaker gebeuren, ja. Dat kan al zijn met wat live percussie. Daarmee laat je de ritmes toch wat meer leven. En soms ben ik het zelf die wat toevoegt. Ik speel balafon, een instrument dat in Ghana ook veel wordt gebruikt. Ik ben blij dat live-instrumentatie nu breeduit gedragen wordt in hiphop. Het genre wordt er veel levendiger van.”

Meer Interviews, Rotterdam