Op de burelen van HIJS is The Good Fight, het album dat Oddisee in de zomer uitbracht, sindsdien niet meer weg te denken. In een al overdonderend sterk 2015 werd dit al snel een kandidaat voor de jaarlijstjes genoemd, en meer dan een half jaar later is ‘t dat nog steeds. De plaat is funky, organisch, staat bol van de knallende maar tegelijk stevig swingende drums en de verhalen die de rapper/producer uit Washington DC er op deelt zijn groots in hun relateerbaarheid. Hoog tijd om eens een gesprek met hem aan te knopen over het tourleven, zijn aankomende agressievere plaat en waarom “keeping it real” overgewaardeerd is.

“Ik wil niet romantiseren wat wij voor de kost doen” zegt hij, refererend aan het tourleven terwijl de band lacht aan de andere kant van de kamer. “Het zou valse verwachtingen wekken bij mensen die ambiëren in onze positie te zijn.” Waarmee hij niet wil suggereren dat het allemaal ellende is, “het is zeker ook touren met je vrienden, goede gesprekken voeren. Maar het is ook lange ritten maken in kleine ruimtes. Vandaag werkten we elkaar echt op de zenuwen. Het is hard werken en weinig slapen.” Ook het eten is niet altijd geweldig, laat hij weten, en daarom moet je op je gezondheid blijven letten. Op de vraag hoe je dat dan doet antwoordt hij lachend: “Veel vitaminen eten. Maar je praat nu met een persoon die, sinds gisteren, een halve koker Pringles heeft gegeten, een appel, koffie, en een stukje donut.” Toch verraadt de twinkeling in zijn ogen en de joviale toon dat Oddisee, ondanks de ontberingen, geniet van zijn leven als muzikant. “Vanavond gaan we een goede rapshow geven! Hoe vaak zie je die nou helemaal?”

“Ik ben niet bang in hokjes gestopt te worden, zo lang je mij maar in zoveel mogelijk verschillende hokjes stopt.”

Terwijl de rest van de band een besluit maakt over waar te gaan eten neemt Oddisee alle tijd voor gemoedelijk gesprek over zijn carrière tot nu toe. Een carrière die bestaat uit zowel instrumentale releases als platen waarop hij de mic ter hand neemt. “Ik ga erg systematisch te werk. Elke keer als ik een album met vocalen uitbreng is mijn volgende een instrumentaal album. Het is een manier om een grote kwantiteit aan muziek uit te brengen zonder het risico te lopen het publiek te overzadigen. Er is een groot deel van mijn publiek dat alleen het een of het ander luistert.” Daarnaast biedt het hem een afwisseling die hem prikkelt: “Ik heb iets meer flexibiliteit binnen mijn instrumentale albums, om te experimenteren met kleine dingetjes en te kijken waar ik mee weg kan komen, binnen de grenzen van de hokjes waar men mij in stopt.” In hokjes gestopt worden is doorgaans niet iets waar artiesten blij mee zijn. Zo rapt Oddisee op Book Covers, één van de tracks op The Good Fight, dat hij freakishly in control of my enterprise is. Een onafhankelijk artiest die alle touwtjes zelf in handen houden wil, maar rekening houdt met de hokjes waar men hem in stopt? “Ik ben niet bang in hokjes gestopt te worden, zo lang je mij maar in zoveel mogelijk verschillende hokjes stopt” legt hij uit. “Als fan, als muziekluisteraar, vind ik het zelf altijd een beetje vervreemdend wanneer artiesten van de ene plaat naar de andere hun geluid drastisch veranderen. Alsof ik nog niet klaar ben voor de richting die zij ingeslagen hebben.” Dat hij daarvoor een zegswijze gebruikt die het beeld van een verkeersdeelnemer oproept is geen toeval, hij vergelijkt zijn eigen werkwijze namelijk met die van autofabrikanten: “Als je kijkt naar de body van een model auto, van de jaren 70, naar 80, naar 90, naar de jaren 2000, dan verandert de body steeds een beetje maar het behoudt ook altijd iets uit het verleden, waardoor je het model direct herkent als je het ziet. Als je pakweg twintig jaar vooruitspoelt lijkt een auto uit de jaren 80 in niets op die in het jaar 2000, maar je kan het model nog steeds herkennen omdat de evolutie ervan zo geleidelijk ging dat je de kans kreeg het te verwerken. Zo benader ik mijn muziek ook. In elk album zit een kleine verandering, in de sound, de lyrics, de focus. Het verschilt niet veel van de voorganger, maar als je The Good Fight naast Oddisee 101 legt, is het een wereld van verschil, terwijl ze wel vanuit dezelfde oorsprong komen.”

Oddisee_CHCP_HIJS_02

Een mooi voorbeeld van een nieuwe richting waar Oddisee zijn muziek in stuurt, is de vijfkwartsmaat in de track Counter-Clockwise. Het is een ritme dat in westerse muziek ongebruikelijk is, maar vaak gebruikt wordt in Afrikaanse landen zoals Sudan, waar zijn vader vandaan komt. Tijdens zijn show maakt hij de grap dat ze het nummer maar niet meer live moeten doen omdat witte mensen er niet op kunnen dansen, en de meeste zwarte eigenlijk ook niet. De grap valt goed, maar Oddisee gebruikt zijn muzikale excursies juist om het beschikbare arsenaal tijdens liveshows uit te breiden: “The Good Fight is nu onderdeel van mijn catalogus geworden. Het heeft heel veel muzikale composities en melodische geluiden en het is vrij chill. Nu wil ik dus iets dat heel agressief is voor mijn volgende plaat. Op die manier kan ik, wanneer ik ga optreden voor een publiek, op en neer gaan in ritme en emotie, omdat ik dat allemaal in mijn catalogus heb. Ik wil mezelf niet herhalen maar het kan dus ook niet compleet anders zijn.” Een hardere plaat moet op die manier een nieuwe kleur aan zijn palet toe gaan voegen. “Ik ben daar nu voor in de stemming” vertelt hij. “Daarna zal ik waarschijnlijk weer in de stemming zijn om iets meer chill te maken. Sommige van mijn favoriete artiesten werken in periodes. Dilla werkte in periodes, waar alles op keyboards was, en dan was het weer rauwe chops van platen en dan was alles weer loops. Picasso ging door hele periodes heen waar alles wat hij maakte rechthoeken en kubussen was en een periode waarin alles wat hij maakte blauw was, en ik kijk daar naar op. Gewoon in een periode werken, je er niet druk om maken. En ik voel dat ik die periode [met hardere tracks -HIJS] nu inga.”

“Onze verhalen worden verteld door anderen, anders zouden ze geen verhalen zijn.”

Oddisee zijn blue-collar raps zijn zelden gespeend van poëtische invalshoeken maar blijven altijd relateerbaar. Schroom om zijn emoties in de studio vast te leggen, ondanks hun schijnbaar persoonlijke aard, heeft hij echter nooit. “Ik heb lang geleerd dat niets waarvan je denkt dat het persoonlijk is, dat ooit echt is. Geen enkele beleving die je gehad hebt is uniek voor jou. Er zijn een miljoen mensen op aarde die ermee kunnen relateren. En dat wetende, kan ik lyrics schrijven die gaan over alles dat in mijn leven gebeurt. Het algemene publiek kan er mee relateren, hoewel ‘t persoonlijk is voor mij. Comedians zijn daar goed in. Die kunnen een grap schrijven waar je om lacht maar waar je je ook om geneert, omdat die comedian iets zegt waarvan jij dacht dat je de enige was die het zo meemaakte, iets dat in jouw hoofd zat.” Het is volgens Oddisee de mens eigen, en die onverwachte connectie maakt dat mensen vaak een sterke band met zijn muziek hebben. “Mensen zijn per definitie sociale wezens. Onze verhalen worden verteld door anderen, anders zouden ze geen verhalen zijn. Wat is er dan nog persoonlijk?”

Oddisee_CHCP_HIJS_01

Toch is het die unieke optelsom van belevenissen die ieder persoon tot een individu maken. “We delen allemaal dezelfde ervaringen maar er zijn maar enkelen die die ervaringen onder woorden kunnen brengen voor andere mensen. Dat is de gave die mij gegeven is.” Hij haalt daarbij een passage aan van James Baldwin, een auteur uit de Harlem Renaissance die schreef over de verantwoordelijkheid van een artiest: “‘Het is de verantwoordelijkheid van de artiest om te schrijven over alle aspecten van het leven voor zij die dat niet voor henzelf kunnen doen.’ Ik interpreteerde dat als dat het mijn taak is om muziek te schrijven over dingen die ik niet per sé zelf heb meegemaakt, maar die ik onder woorden kan brengen voor anderen.” Binnen een genre waar ‘keep it real’ volgens velen nog steeds een onwrikbaar mantra is maakt hem dat wellicht een vreemde eend in de bijt. “Ik ben helemaal tegen die ‘reality-based rap’ waar mensen rap altijd op vast willen pinnen,” zegt hij, toch nog een hokje omvertrappend waar hij geen enkele waarde aan hecht. “Rap is het enige genre waar je niet kan praten over iets dat je niet meegemaakt hebt, en ik geloof daar totaal niet in. Daarom schreef ik de hele plaat People Hear What They See. Het ging om opschrijven wat ik zag, niet zozeer wat ik zelf meegemaakt had.”

Ook die plaat voegde daarmee weer een nieuw onderdeel aan de al indrukwekkende discografie van Oddisee toe. Het touren met de tracks van zijn laatste plaat The Good Fight, hoe afmattend het soms ook is, heeft het beeld voor zijn volgende periode in ieder geval al helder gemaakt. “Hoe meer ik die nummers elke avond doe, hoe beter ik begrijp waarin ik mijn nieuwe nummers wil laten verschillen. Het is als een observatie, studie en analyse en dat dan in mijn muziek verwerken. Erg goed voor mijn creatieve proces.” Hoe de volgende periode uit dat creatieve proces gaat klinken is voor de rest van de wereld nog een vraagstuk, maar de schetsen ervoor liggen alweer klaar op de tekentafel van Oddisee. In zijn track Belong To The World gaf hij al aan dat de raderen van zijn roeping altijd blijven draaien: All the moving parts in the process revolving / What are you involved in, answered my calling.

Meer Interviews