Normaliter organiseert Top Notch voornamelijk persdagen voor haar artiesten. Voor het 15-jarig jubileum van het label zit de oprichter echter zelf op de praatstoel.

Kees de Koning geeft vandaag de hele dag interviews (lees: mag meerdere keren zijn hoogtepunten van de afgelopen 15 jaar uiteenzetten), maar blijft er zelf vrij rustig onder:

“Een dag als deze dwingt je om te reflecteren, maar je bent gewoon bezig met je ding. Het is net als een verjaardag: je kijkt op deze dag dag niet opeens anders naar je leven dan de dag erna. Om oud en nieuw hangt ook altijd de illusie dat er iets aan de hand is, maar eigenlijk is er niets aan de hand. Het feit dat we nog op de valreep een feestje geven (op 29 en 30 december in de Melkweg red.), geeft wel aan dat we laat hebben besloten om het jubileum te vieren.”

Op de Top Notch Extravaganza eind december treden verspreid over twee dagen vrijwel alle Top Notch artiesten op. Kijkend naar deze artiesten, maar ook naar het verleden, zou je zwart-wit gesteld kunnen zeggen dat Top Notch twee doelgroepen aanspreekt: de fanatieke hiphopliefhebber en de meer mainstream (hiphop) georiënteerde liefhebber. Hoe zie jij dit?

“Ik snap wat je bedoelt. Top Notch is nooit een label geweest dat een specifieke doelgroep aanspreekt. Het kan zo zijn dat mensen in hun beleving een beeld van het label hebben gekregen, maar dit komt misschien door een specifiek moment waarop ze er mee in aanraking zijn gekomen. Met Buitenwesten bijvoorbeeld. Vroeger hadden we naast Extince ook Def Rhymz en K-Liber. Postmen is een mix van hiphop en reggae en tegelijk met Opgezwolle tekende ik The Opposites en De Jeugd van Tegenwoordig. We zijn nooit een label geweest waarvan mensen alles tof vonden wat uitkwam.

Ik ga altijd uit van artiesten, van het creëren en maken. Ik denk niet vanuit commercieel oogpunt, ik teken wat ik tof vind. Als ik de makkelijke weg had gekozen, tekende ik na de Buitenwesten hype Jiggy Djé om weer snel een nieuwe buzz te creëren. Hij was destijds in dubio wat hij ging doen, maar ik heb hem gemotiveerd om het zelf te doen. Ik wilde ook de voorspelbaarheid vermijden en zo’n samenwerking kon gezien de verwachtingen ook alleen maar tegenvallen."

Naast Jiggy Djé’s label Noah’s Ark zijn er de afgelopen jaren veel andere nieuwe initiatieven gestart. Hoe kijk je hier tegenaan?

“Heel positief, ik volg het ook op de voet. Ik ben fan van een hoop dingen: Bijlmer Style, SamenSterk en ZwareJongenZ vind ik bijvoorbeeld tof, en ik sta open om advies te geven. Ik ben altijd wel wat afwachtend, want je moet wel eerst wat kilometers maken voordat je écht een label bent. Een label opstarten is moeilijker dan je denkt. Je kan er niet makkelijk geld mee verdienen, het is heel hard werken en niet altijd even dankbaar. Als het goed gaat, is de artiest populair en als het niet goed gaat, heb jij je werk niet goed gedaan. Je kan sowieso niet echt winnen en moet wel een volhouder zijn. Ik hoop dat wij met ons succes mensen hebben geïnspireerd, al is het alleen al vanuit de gedachte om ons kapot te maken.”

De afgelopen jaren heeft de digitalisering een grote impact gehad op de film-, game-, maar ook muziekindustrie. Wat voor invloed hebben al deze ingrijpende veranderingen op Top Notch gehad?

“Top Notch is opgekomen in een periode waarin deze ontwikkelingen in volle gang waren en het heeft ons evenveel voor- als nadelen gebracht. Ons succes is omhoog gegaan en de cd-verkoop omlaag. Wij zijn een nieuw bedrijf, we leren en doen dingen en worden daarin steeds succesvoller. Als de muziekmarkt constant was geweest, draaiden we nu grotere omzetten en hadden we twaalf man in dienst in plaats van vier.”

Het feit dat jullie succesvol zijn gebleken terwijl de cd-verkoop instortte, geeft aan dat jullie blijkbaar op andere vlakken konden profiteren van de veranderingen. Kun je aangeven op wat voor manier?

“De manier van muziek opnemen is veranderd en daar hebben wij profijt van gehad. Voor 2000 moesten we een dure studio huren om de artiest muziek op te laten nemen. Nu is het van: ‘Wat heb je nodig? Een nieuwe mic? Hier, en kom over drie maanden terug.’ We kunnen de artiest artistiek gezien meer ruimte en tijd geven. Een plaat als Eigen Wereld had nooit uitgebracht kunnen worden voor het nieuwe millenium. Niemand had Delic drie maanden in een studio kunnen zetten. Dat was én niet te betalen, én je kon de investering ook never terug verdienen.”

Onlangs had je via Twitter een discussie over de digitalisering en het illegaal downloaden en daarbij gaf je aan dat de nuance ontbreekt in de discussie en het vaak niet verder gaat dan het bashen van labels, Brein en Buma.

“Dat klopt ja. De muziekindustrie heeft de zwaarste klappen gehad de afgelopen jaren. Als vanuit de politiek in de persoon van GroenLinks de stem opkomt om ook nog het auteursrecht af te schaffen, dan stuit mij dat tegen de borst. Dat laatste vind ik sowieso populistisch gelul. Wat betekent het nu eigenlijk als het auteursrecht wordt afgeschaft? Het betekent dat Shell een commercial kan maken met een liedje van Nirvana, hét icoon van het ‘anti-mainstream zijn’. En niemand heeft daar dan wat over te zeggen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van GroenLinks denk ik. Het is een mooie gedachte dat mensen zelf in staat zijn om als een soort conservator op te treden zodat muziek goed gebruikt wordt, maar dat is nu eenmaal niet zo.

Daarbij worden de labels ook vaak negatief belicht, alsof het dinosaurussen zijn die artiesten uitbuiten en tussen de fan en de artiest staan. Veel mensen weten niet wat voor rol een label speelt. Wij zijn bij het creatieve proces betrokken, de promotie van de muziek en wij creëren de voorwaarden waarbinnen Delic bijvoorbeeld drie maanden aan een plaat kan werken.

Het eenduidige beeld rond labels staat me tegen, zeker van mensen waarvan ik denk dat ze beter zouden moeten weten. En je kan wel afgeven op de platenbazen uit de jaren ‘70 en ’80, maar dat zijn wel de mensen die een hoop goede, en soms ook zeker ontoegankelijke muziek als Led Zeppelin en Nirvana hebben uitgebracht waar iedereen vandaag nog steeds van geniet. Het zijn allemaal major record companies geweest die de artiesten hebben gefaciliteerd en de rekeningen van de studio’s hebben betaald. Je kan daar achteraf niet van zeggen dat het fout is. Die mensen hebben destijds met hart en ziel hun werk gedaan."

En als je nu kijkt hoe de industrie met de digitalisering omging (en gaat)?

“Daar zijn inderdaad grove fouten in gemaakt, maar je moet de markt wel de kans geven om te zoeken naar oplossingen. Ik vind het belangrijk dat het geld gaat naar diegene die het verdient. En als je nu bijvoorbeeld kijkt naar de inkomsten van de exploitanten van internet de afgelopen 10 jaar en je legt dat naast de cijfers van de platenindustrie, dan zie je bij eerstgenoemde een stijging en bij de ander een daling. De internetbedrijven adverteren met ‘Nu nog sneller downloaden’ en de labels snappen niet dat ze geen muziek meer verkopen. En je kan natuurlijk niet tegen je fans zeggen dat ze niet moeten downloaden. Als fan wil je gewoon makkelijk muziek luisteren en daar is de industrie lange tijd fout geweest. Die waren te veel bezig met: ‘Nee, je mag niet downloaden’. Nee, de techniek is goed, het is fout dat je er geen businessmodel op hebt gemaakt. Als ik het album van Curren$y wil horen en het staat niet op Spotify of iTunes, dan ga ik het downloaden. Dat is logisch. Ik vind de techniek te gek en denk ook na van hoe wij dat kunnen gebruiken.”

Om in te haken op de tekortkomingen van de muziekindustrie: ik las laatst een kritische blogpost van Erwin Blom over de bevoorrading van het nieuwe album van De Jeugd van Tegenwoordig. Hij moest drie winkels af gaan om de cd in zijn bezit te krijgen en zegt in het artikel onder meer: ‘De platenindustrie klaagt over onbetaalde downloads die de omzet schade toe zouden brengen. Als je daar mee wil concurreren, moet je service tot hoogste prioriteit bestempelen. Promotie is één ding, voorraad een ander.’

“Dit is een mooi voorbeeld van mensen schrijven over hoe iets werkt, terwijl ze niet de realiteit kennen. Het werkt namelijk zo: wij kunnen niet vertellen aan de Free Record Shop hoeveel platen zij moeten afnemen. Dat bepalen zij zelf. Als zij denken: ‘Wij gaan er 10 verkopen,’ dan kopen zij er 10 van ons. Als er op die dag 20 mensen zijn die die cd willen hebben, dan is er een probleem. Het principe van een fysiek product willen hebben snap ik wel, maar het wordt steeds schaarser. Het één (weinig fysiek aanbod) is ook het gevolg van het ander (muziek wordt tegenwoordig gedownload). Het is niet en/en, het is of/of. Dus dan moet je zeggen: ik luister het op Spotify.”

Iets heel anders. Een paar jaar geleden was er sprake van Top Notch Rotterdam: een subdivisie van het label in de havenstad. Winne zou dit project op zich nemen maar uiteindelijk is hier niet veel van terecht gekomen. Waarom niet?

“Winne liep destijds met veel ideeën in zijn hoofd en wilde graag andere jongens uit Rotterdam begeleiden. Op dat moment was U-Niq’s album Rotterdam net uit en Winne kwam er aan. Hij dacht: ‘Wat eerst in Zwolle ontstond, ontstaat nu in Rotterdam’. Ik wilde daar ook heel graag iets mee doen, maar had niet de middelen om tegen Winne te zeggen: ‘Stop maar met je baan, let’s go’. Via U-Niq kwam ik echter in contact met de gemeente Rotterdam. We zijn met hen in gesprek gegaan en zij wilden graag dat hiphop zich meer manifesteerde in de stad. Onze ambities matchten met elkaar en ik vertelde vervolgens dat mijn behoefte was dat iemand Winne in dienst nam. Dat gebeurde toen, maar uiteindelijk is het allemaal niet gelopen hoe het moest lopen. In alle eerlijkheid denk ik dat het voor Winne een te grote ommezwaai was. Hij rapte net in het Nederlands en werkte met Kapitein Mo. Toen dat opeens knapte heeft dat hem veel gedaan. De druk op zijn album en het project was ook heel heavy met als gevolg dat er uiteindelijk niets uit de vingers kwam.

Toen hebben we op een gegeven moment gezegd: ‘Dit is het tegenovergestelde effect van wat we voor ogen hadden en dan moeten we misschien concluderen dat het niet werkt.’ Heel jammer, maar dat kan. Vanaf het moment dat we die knoop doorhakten, ging zijn muziek als een speer. Hij leverde een mooie plaat af die goed is ontvangen en vanuit die positie werd het makkelijker om wat voor zijn stad te doen. De plannen die we toen hadden, voeren we nu uit, zonder dat daar de spotlights op staan. Winne en de anderen hebben een eigen studio, ze zijn bezig met het album van Feis en Ecktuh Ecktuh, U-Niq is weer bezig en er zijn clipmakers en vormgevers uit het project voortgekomen. Ik denk dat we uiteindelijk toch wel een stukje inspiratie aan de stad hebben kunnen geven. Achteraf gezien was het oorspronkelijk plan te hoog gegrepen. Het was een jongensdroom: een subdivisie van een label. Ik had eerder een subdivisie in Antwerpen kunnen beginnen, daar hadden we meer aan gehad denk ik."

Over het buitenland gesproken: ik las onlangs op je Twitter dat je niet veel meer naar Amerikaanse rappers luisterde en aangaf Nederland creatiever te vinden. Kan je dit toelichten?

“Ik betrap mezelf erop dat ik het leuker vind om naar Nederlandse hiphop te luisteren. Jay Electronica is een van de weinigen waar ik weer zo’n gevoel kreeg van: ‘Zo, ik zit echt te wachten op die plaat van hem’. En dat gevoel had ik lang niet meer gehad. Amerika is business, kapitalisme. Het gaat daar per definitie niet om creativiteit. Geld is de motivatie en creativiteit is een manier om geld te verdienen, maar het is niet een doel op zich. Terwijl wij Europeanen het ook heel mooi en dankbaar vinden om toffe dingen te maken en het niet raar vinden als een hele goede kunstenaar niet heel erg rijk is. Daar zouden Amerikanen nog iets van kunnen leren: het behoud van cultuur. Ze mogen best wat zuiniger zijn op hun cultuur, maar dat slaat niet alleen op hiphop.” Was getekend: Kees de Koning.

Beeld door Willem de Kam (http://www.willemdekam.nl/)

Meer Interviews