Het is één van de meest herkenbare en veel voorkomende cartoon-karakters in de straten van Rotterdam: Doodkonijn. Een zwart knaagdier wiens geraamte je vrolijk toewuift vanaf talloze muurschilderingen, meestal in samenwerking met Lastplak. Zelfs in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam prijkt Doodkonijn nu op de muren. Het is dan ook precies daar, dat we ontvangen worden door Diana Kusuma, schepper van Doodkonijn: “Sommige mensen worden er echt een beetje boos over.”

Het Leven van Doodkonijn

Wie aan komt lopen door het park dat grenst aan de Kunsthal en het het Natuurhistorisch Museum, ziet van ver al het even indrukwekkende als gigantische geraamte van een walvis. Door de metershoge glaswand heen, lijkt het haast alsof het beest ons uitnodigend tegemoet zou zwemmen, als het niet uit enkel botten zou bestaan. Het is niet vreemd dat Robert van der Kroft, striptekenaar en organisator van het Cross Comix festival, dacht dat hier ook wel eens een plek voor het gebeente van Doodkonijn zou kunnen zijn.

“Hij wil strips en andere media koppelen”, legt Kusuma uit. “Doodkonijn past hier natuurlijk hartstikke goed tussen; dood en al.” Van der Kroft, zelf ook meer dan eens op pad in het gezelschap van Lastplak om muren te verfraaien, benaderde haar om een muurschildering van Doodkonijn in het museum te pakken. “De voorwaarde was dat ‘ie op een gegeven moment wordt overgeschilderd; of ik dat dan erg vond”, vertelt ze. “Nou ja, op straat gebeurt dat natuurlijk niet anders, dus dat was voor mij geen reden om het niet te doen.”

Het Leven van Doodkonijn

In de muurschildering zien we Doodkonijn tussen grondlagen zweven, omringd door microben en bacteriën. Op een tekening die op een aangrenzende muur geplakt is, vertellen ze zich te verheugen op het feestmaal dat een dood dier voor hen betekent. Het is één van de pagina’s uit Kusuma’s eerste stripverhaal; dat de ‘origin story’ van Doodkonijn vertelt. “Ik heb de strip digitaal getekend en deze uit laten printen en op de muur geplakt als verwijzing naar street art paste-ups. Want ik wilde ook wel een klein bruggetje maken naar street art.”

In die strip is een passage waarin een biggetje zijn moeder vertelt dat hij het zielig vindt dat hun overleden huisdier al zo lang onder de grond ligt. Hij wil ‘m opgraven, zodat het dode konijn niet eenzaam meer is. De moeder vindt opgraven geen best idee: “hij moet eerst zijn lichaam teruggeven aan de natuur, zodat er weer nieuw leven kan groeien.” “En als hij daar klaar mee is?”, vraagt het kind. “Dan blijven zijn botjes over.”

Het blijkt een autobiografische scene. “Ik had een huisdier dat was doodgegaan en een kind dat zich afvroeg wat er daarna gebeurde”, vertelt Kusuma. “Op een gegeven moment kwam de vraag of ‘ie mocht worden opgegraven.” Ze checkte van tevoren of het niet te luguber zou zijn, en besloot daarna dat de botjes toonbaar waren. Geïnspireerd door de fascinatie van haar zoon, ontstond het cartoonfiguur dat inmiddels overal in Rotterdam te vinden is.

Het Leven van Doodkonijn

Ook maakte ze een knuffel van Doodkonijn. In eerste instantie voor haar zoon, maar later ook voor andere kinderen. In de vitrine van het Natuurhistorisch Museum ligt deze ook tussen de andere gemummificeerde en opgezette, bijzondere beesten. “Ik zag kinderen daar heel erg op reageren. Dat tussen al die dode beesten dan ineens zo’n knuffel ligt, vinden ze heel grappig.”

Ook in haar mailbox ontvangt ze reacties van gezinnen waar Doodkonijn een thuis gevonden heeft. “Er was zelfs een keer een kindje die een hele konijnenfamilie had, allemaal poppetjes, en die had daar doodkonijn bij gedaan. Dat was dan opa konijn, want die was dood. Zo was ie er toch nog een beetje bij.” Kusuma vertelt het met een stralende lach. “Dat is een mooi inkijkje in wat er in zo’n koppie gebeurt. Als je dat soort dingen krijgt, dat is echt leuk!”

Op straat hoeft ze echter vaak niet op zulke reacties te rekenen. Kusuma is een stijlvolle dame die kort van stuk is, en daardoor niet in het clichébeeld past dat veel mensen van street artists blijken te hebben. “Zodra ik mijn spuitbussen neerleg en mensen hebben me niet aan het werk gezien, leggen ze de link niet, dat ik dat doe”, constateert ze. “Er kwam een keer een man van mijn leeftijd om te kletsen, dus ik stond daar gewoon zonder spuitbussen. Voorbijgangers zeiden tegen hem dat het mooi werk was!”

Het Leven van Doodkonijn

Ze kan er om lachen, net als veel van de andere ontmoetingen die ze door haar werk op straat beleeft. “Heel vaak als ik op straat sta te verven, ontstaan er hele leuke gesprekken met heel verschillende mensen.” En dat is niet het enige voordeel van werken op muren. “Ik vind het sowieso leuk om groot te werken. En op straat kun je het aan iedereen laten zien. Daar is je publiek niet alleen beperkt tot mensen die een museum of galerie bezoeken. Wat dat betreft kan je publiek op een heel toegankelijke manier er een mening over vellen.”

Toch merkt ze dat Doodkonijn ook weerstand oproepen kan. “Sommige mensen worden daar echt een beetje boos over; ze vinden dat je zoiets niet aan kinderen kunt koppelen. Kinderen en de dood, dat hoor je niet samen te brengen.” Het is een overbeschermende houding, vindt ze, die de kinderen zelf niet ten goede komt. “Er zijn gewoon veel nare dingen die bij het leven horen. Als je die wegstopt, wordt het alleen maar lastiger dan wanneer je er iets toegankelijks van maakt, waar je het met je kinderen over kan hebben.”

Die noemer gaat zonder twijfel op voor Doodkonijn, die eerder angst wegneemt dan inboezemt. “Met kinderen zelf heb ik dat nooit”, zegt Kusuma dan ook terecht over de afkeurende reacties die ze soms ontvangt, “die vinden het altijd interessant en grappig.”

Diana Kusuma is zondag 18 november te gast op het Cross Comix festival in Theater Rotterdam. Daar is ook de strip ‘Het Leven van Doodkonijn te koop, net als bij de expositie in Natuurhistorisch Museum. De bijbehorende expositie daar is nog te zien tot 20 januari 2019.

Meer Interviews, Rewriters