Sinds de Utrechtse hiphopformatie StropStrikkers uit elkaar is gegaan in 2008, is het stil geweest rondom Skafalau en KlaasVaak. Inmiddels zijn ze weer terug met het album Helberg. Wij spraken het bevlogen duo over hun album, kritische visie op de muziekindustrie en toekomstplannen.

StropStrikkers bestaande uit KlaasVaak, Jae’mel en Skafalau, stond bekend om hun felle teksten met kritiek op de hedendaagse rapscene en brachten twee albums uit: Kermis in de Hel (2006) en Donkere Dagen (2007). In 2008 ging de groep uiteen en gingen de leden hun eigen weg. Skafalau verblijft lange tijd in Suriname en na terugkomst gaat hij aan de slag met KlaasVaak voor de opnames van een nieuw album. Het resultaat is Helberg, het eerste album van de Utrechtse rapper Lauran Helberg waarbij KlaasVaak de productie voor zijn rekening neemt. Skafalau: “Nadat StropStrikkers uit elkaar ging, hebben we tijd voor onszelf genomen. We waren wel bezig met muziek, maar het heeft lang geduurd voordat wij vonden dat het perfect was. We hebben de nummers uit drie jaar tijd waarvan wij vonden dat het de beste nummers waren op dit album gezet. Het is hiphop die wij hard vinden. Wij houden van echte hiphop, authentieke hiphop, boombap, echte kicks, snares, hats, baseline, samples, rhymes. We zitten helemaal op dezelfde lijn omdat we van kleins af aan al muziek maken en luisteren, dus dan weet je precies wat je wilt maken.”

Het album werd al een tijdje geleden aangekondigd onder de naam Duivels Koninkrijk: “Uit hongerigheid hebben we een promovideo voor het album uitgebracht. De werktitel werd bekend onder mensen maar het is hetzelfde als met een kind: van tevoren heb je de naam al helemaal bedacht en na negen maanden weet je pas hoe je kind gaat heten, dat is hetzelfde met een album. Veel tracks zijn af en dan denk je dat het rijp is om te releasen. We hebben toen een promofilmpje online gegooid en dezelfde week nog offline gehaald omdat het nog niet klaar was. Je bent gewoon hongerig en wilt gewoon weer iets laten horen.” KlaasVaak: “Ik ben blij dat we weer actief zijn, want je hebt niet altijd tijd om op muziek te focussen; je moet nu echt tijd vrijmaken. Als je jong bent, ga je gewoon niet naar school, maar nu kan je niet gewoon even niet naar je werk gaan, dat heeft consequenties. Vroeger maakte je een beat en een rhyme en je bracht het uit of niet. Nu maak je serieuze producties en ben je kritisch naar jezelf.”
 

Over serieus gesproken. Het album gaat veelvuldig over drank en drugsgebruik waardoor sommigen de diepgang ver te zoeken vinden. Skafalau: “Ik ga het niet verheerlijken, maar het geeft weer wat er in mijn hoofd omgaat, wat ik zie, hoe ik leef en mijn emoties en gedachtegangen. Eigenlijk is muziek maken heel egoïstisch, want we maken het gewoon voor onszelf. Het is een soort van therapie, je kunt als je iets maakt er afstand van nemen. Er wordt gewoon veel drugs gebruikt. Ik wil er niet over braggen. Dit is wat er gebeurt en mensen in onze omgeving voelen het, want het heeft raakvlakken met hun leven. Ik geef een directe beschrijving van wat er in ons leven omgaat.”

Het album klinkt mysterieus, donker en soms ietwat somber. KlaasVaak: “De stijl is donker, daarvoor moet je bij ons zijn”, lachen beiden. “Dat is de energie waar we op dat moment in zaten. We zijn allebei donker van geest”, lacht Skafalau. KlaasVaak: “Je gooit je gevoel erin. Kijk, ik luister naar Radiohead en dat vinden sommige mensen depressief, maar ik niet. Het is melodramatisch, dat geeft het meer gewicht. Misschien is het te veel donkere energie, maar dat gevoel moet eruit.” Skafalau: "Ik voel me pas nu echt flex, we hebben eigenlijk echt in een dal gezeten en dit is een genezing. Ik had hoge verwachtingen, maar dat ging tegenwerken, waardoor het te veel werd.”
Het duo heeft dan ook bewust de tijd genomen om aan hun album te werken.
“Drie jaar is extreem lang om aan een album te werken, met StropStrikkers kwamen we met twee albums in een jaar. De nummers op het album zijn deels drie jaar geleden opgenomen. De tracks klopten op dat moment. Toen vonden we ze goed en nu nog steeds. Het album is dus eigenlijk een compilatie van oud en nieuw werk. Bij sommige tracks bedenk je of je het wel of niet moet uitbrengen, maar dit is wat in je hoofd omgaat.” Skafalau: “Als je je niet kwetsbaar kunt opstellen, hoe kan je dan goede muziek maken? Het is belangrijk dat je niet alleen je buitenkant toont, maar dat je jezelf ook van binnen kunt tonen.”

KlaasVaak: "Het album is af en nu moeten we het nog pushen. Eigenlijk willen we alles zelf doen, want wat kan een label nog voor je doen?” Skafalau: “Vroeger had je een show nodig om je album te promoten, nu heb je je album nodig om je show te promoten. Het gaat vooral om het netwerk. Dat is belangrijk als je echt groot wil worden. Boekers en andere mensen die je verder op weg kunnen helpen. Los van het netwerk dat een doorgewinterd label heeft, kunnen we het zelf. Met je eigen spullen thuis kun je ook veel. Al het geld dat we met StropStrikkers hebben verdiend, is daarin gegaan.” KlaasVaak: “Je moet het echt willen. Eigenlijk is er iets mis met je, want je hebt werkdruk en ’s avonds ga je nog compulsief met muziek aan de gang terwijl je eigenlijk moet bijkomen. Je maakt het jezelf niet gemakkelijk, maar dat is onze spirit en die energie dragen we over aan het publiek.”

“We hebben ons eigen bedrijf Groovemonks opgezet om onszelf te pushen in eigen beheer. We willen het maximale eruit halen. Wij hebben een idee wat hiphop betekent en dat zien we niet terug in de hedendaagse scene.” KlaasVaak: “Je maakt muziek omdat je het zelf tof vindt. De Jeugd van Tegenwoordig is tof maar dat is niet wat ik zelf wil maken. Maar laten we niet de scene uitsluiten. We gaan gewoon lekker muziek maken en geen geld verdienen”, grapt hij. “Als ik het voor geld zou doen, doe ik wel wat anders in de avonduren. Het geld dat we verdienen, steken we in videoclips of apparatuur. Het gaat erom dat je in beweging blijft met clips, sound, apparatuur, zodat de energie beter wordt. Het is een spel, hoe ver kun je hiermee komen? De meeste dingen doe je voor iemand anders in het leven maar dit niet. Niemand kan je wat zeggen." Skafalau beaamt dit en vult geanimeerd, met het album in zijn hand, aan: “Als je het niet tof vindt, luister je niet. Vind je het tof, much love en bedankt voor het kopen. Muziek is vrijheid, het is liefde.”

Zowel Skafalau als KlaasVaak leven helemaal op terwijl ze over hun liefde voor muziek praten. “Je kan een eigen wereld creëren. We zijn trots als we een goede track maken, een toffe track kan voelen alsof je high bent. Als muziek mensen raakt, dan heb je je werk goed gedaan. Eigenlijk zou muziek gratis moeten zijn, maar door de tijd en energie die je erin steekt kan dat niet. Nog maar heel weinig artiesten kunnen rondkomen van muziek. Nu doen we dus alles in onze vrije uren. Dat is moeilijk want als je gewoon een half jaar vrij hebt, heb je alle tijd. Het is nu veel lastiger om constant shows te geven en ervan te kunnen eten. En het is moeilijk als je met je struggles, dagelijkse hoofdpijn en werk zit en dan nog fulltime aan je album moet werken. Het is niet zo van: ‘Ik ben een underground rapper en doe het voor de love, nee, je draagt een steentje bij aan de cultuur.’”

“Hiphop is een lifestyle, een religion, een gevoel. Dat doe je niet alleen, dit is onze bijdrage.” Skafalau wijst op het album. “Je bent blessed als je ervan kan eten, zo niet, ook goed. Hopelijk krijgen anderen inspiratie om ook hun steentje bij te dragen. Het is gewoon een lifestyle en die lifestyle moet intact blijven. Dat is nu ver te zoeken. Dance is een grote cultuur, hiphop is meer een niche. Er gaat veel minder geld om in de hiphopscene. Je hebt meer mensen nodig om het te voeden, meer managers, meer organisatoren et cetera om de cultuur in te richten. Blijkbaar is de wisselwerking tussen cultuur en hiphop niet genoeg om volle zalen te trekken. Zelfs de Grote Prijs van Nederland is halfvol.” KlaasVaak: “Het publiek is gewoon kleiner en de schaal is kleiner.” Skafalau: “Je hebt een persoon die aan is en mensen gaan het kopiëren. Mensen moeten hun eigen ding doen, dan wordt de cultuur interessanter. Dan is hiphop niet dood. Een muzikant die zegt dat hiphop dood is, doet zijn werk niet goed. Wij dragen een steentje bij aan de cultuur en dat is wat we blijven doen want daar gaat het voor ons om. We gaan met nieuwe muziek komen, nieuwe clips en willen graag optreden om onze stem te laten horen. Het product is af en nu gaan we het pushen en met deze energie gaan we weer nieuwe muziek maken.”

Komt StropStrikkers nog vaker bij elkaar in de toekomst? Het duo overlegt even snel. Kenmerkend voor het tweetal dat duidelijk op elkaar is ingespeeld en tijdens het gesprek regelmatig even overlegt, elkaar tegenspreekt of aanvult. Skafalau: “We zijn connected, we nemen muziek op en als het gebeurt dan gebeurt het …” De toekomst zal het uitwijzen.

Meer Interviews