Wat begon als een eenmalige show op Genk On Stage, mondde uit tot iets dat vele malen groter is; een show voor drieduizend mensen op Pukkelpop en een uitverkochte Muziekodroom in Hasselt. Goeie Jongens is een losvast collectief dat aanvankelijk 20 jaar Genkse hiphop wilde vieren, maar nog genoeg andere torenhoge ambities heeft; vandaag beginnen ze met een eigen album getiteld Vliegtuigmodus. In gesprek met twee artiesten van het collectief en de aanjager ervan.

Het is begin 2019 als Arnaud Wolters, werkzaam bij Jeugd Genk erachter komt dat hij nog een slot vrij heeft op Genk On Stage. Toen hij de kans kreeg, wilde hij graag iets doen met hiphop, en voornamelijk de viering van 20 jaar Genkse hiphop. Die stad heeft een rijkelijk verleden als het gaat om hiphop; prominente namen als Don Luca en Onze Zaak vertegenwoordigden in de jaren ’90 al de stad, en later was er onder meer Tiewai die het vaandel hooghield voor de stad in Belgisch Limburg. Allemaal zijn ze nu onderdeel van Goeie Jongens, een vlag die vereniging bracht onder Genkse hiphopmuzikanten. Ook rapper/producer Djalu (onderdeel van Chaz & Djalu) en rapper Zio Io (onderdeel van Onze Zaak) werden ervoor gevraagd. Arnaud, Djalu en Zio Io ontmoeten we online in een video-call.

“Ik werk voor de jeugddienst van de stad Genk. En ik kreeg de opdracht van de stad om iets te doen met hiphop”, blikt Wolters terug. “Naar aanleiding van een concert dat Chaz & Djalu organiseerden, waarbij oude en nieuwe Genkse helden op het podium stonden, hebben we een oproep gedaan. We wilden graag een dwarsdoorsnede maken van alles dat Genk op hiphopgebied in huis heeft gehad en heeft en hebben zodoende iedereen uitgenodigd voor ‘Hiphop & Vlaai’, een bijeenkomst op zondag. We merkten dat er veel drive was om samen te bouwen aan iets moois. En na de show op Genk On Stage wisten we meteen dat het een langdurig project zou worden. Dat was het keerpunt, dat optreden was ontzettend straf. Iedereen boost elkaar, ook bij solo-releases.”

“Genk is van oudsher een mijnwerkersstad. Die noeste arbeid klinkt ook door in de muziek die hier vandaan komt.”

Het is niet zo dat Goeie Jongens nu een complete bezetting is. Er kunnen altijd nog artiesten aanhaken om hun steentje bij te dragen. Die drang om samen te werken was er al lang, vertelt Alberto Mazzioni alias Zio Io. “Don Luca en ik gaan bijvoorbeeld al twintig jaar terug. Uit de daaropvolgende generatie komt Tiewai, en weer daarna bijvoorbeeld Chaz & Djalu. We stonden altijd al met elkaar in verbinding en wilden altijd al samenwerken, maar er was niemand die knopen doorhakte,” zegt hij zichtbaar blij omdat Arnaud die rol dankbaar op zich genomen heeft. “Als we de koppen samen steken, kunnen we veel meer bereiken dan vanaf onze eigen eilandjes.”

Uiteindelijk bleek de vonk de releaseparty van Chaz & Djalu’s album Eclips in Jeugdhuis PAND, begin 2019. Daar stonden veel van de acts voor het eerst op hetzelfde podium. De producer van het duo tekent ook voor het leewendeel van het sterkste wapen van Genk sinds de tweedeling van Sint-Maarten en het wapen van Loon. “Wat ik heb geleerd van de oudere garde? Als je mijn raps van voorheen kent, hoor je al dat ik vroeger goed heb geluisterd naar hen. In woordkeuze, maar ook in zinsbouw en flow. In principe leerde ik altijd al van hen.” Andersom heeft Zio Io ook veel van de jongere generatie Genkenaren: “Ik heb geleerd om echt te werken aan tracks. Vroeger kregen we gewoon een beat en dan was het schrijven en zestien maten volrappen. Dat deden de anderen dan ook en dan stond er een track. Nu betekent ‘een track’ veel meer; er zitten bruggen in, refreinen, misschien een pre-hook, een duidelijke kop en staart.”

“Als je hard genoeg werkt, hoef je je spraak niet aan te passen.”

Hoewel er voor Nederland een aantal bekende namen huizen in het collectief, is Genk als hiphopstad niet heel bekend. “Anders dan Brussel en Antwerpen, hè?”, vraagt Zio Io haast naar de bekende weg. Het heeft onder meer te maken met het accent, meent hij. “Dat geldt voor acts uit heel Vlaams Limburg. Ons accent is onze sterkte, maar ook onze zwakte. Het is een veel minder toegankelijk dialect dan bijvoorbeeld het Antwerps of het Brussels. In Nederland had je vroeger Zo Moeilijk, daar vergelijk ik het altijd mee. Voor veel Nederlanders was dat in het begin letterlijk moeilijk om naar te luisteren. Maar ik vond het altijd al keihard. Als je hard genoeg werkt, hoef je je spraak niet aan te passen.” Djalu voegt toe: “Sommige lines op het album kun je alleen snappen als je hier vandaan komt. Dat deden Zo Moeilijk, maar bijvoorbeeld Opgezwolle ook. Ik vind dat hard. Genk is van oudsher een mijnwerkersstad. Die noeste arbeid klinkt ook door in de muziek die hier vandaan komt. Dat máákt een eigen stijl.”

“Wij hebben als stad altijd rappers en muzikanten gehad, maar nooit businessmensen”, gaat Zio Io verder. “Ik word komend jaar veertig, ik weet niet hoelang ik nog op het podium wil staan. Maar het is voor ons belangrijk om een organisatie te worden die de nieuwe generatie vooruithelpt.” Zodoende wil Goeie Jongens meer zijn dan enkel een act. De Genkenaren pogen een springplank te zijn voor al het aankomende hiphoptalent. Het vormen van het collectief heeft in elk geval al bijgedragen aan meer airplay. Wolters: “Het heeft lang geduurd voordat we in andere provincies werden opgepikt, maar langzaam komt er verandering in. We zijn bijvoorbeeld erg dankbaar dat Frontal Radio ons regelmatig draait en dat we in de studio mochten aanschuiven. Dat zorgt er ook weer voor dat een Studio Brussel het oppikt.” Het ontbreken van een opstap van zulke aard is geen groot gemis, vindt Djalu. “Dat is wat ik bedoel met die arbeidersmentaliteit in Genk. Wij doen het op eigen kracht. Er zit zoveel talent in Limburg, we weten dat hier een markt voor is. Nu is het een kwestie van consistentie.”

“We hebben iedereen laten wennen aan de dynamiek die hoort bij het zijn van een nieuwe groep.”

Goeie Jongens is gestart als overkoepelende vlag, om de diverse eilandjes die er in de Genkse hiphopscene waren naar elkaar te laten drijven. “We werden meteen heel hecht”, beamen de twee artiesten. “Het ging allemaal heel organisch, ondanks het feit dat sommige artiesten solo opereren, en sommigen al in een ander collectief of duo zaten. We laten ook iedereen in zijn waarde in de studio. Als je langer de tijd nodig hebt om een couplet te pennen, moet dat gewoon kunnen. We hebben iedereen laten wennen aan de dynamiek die hoort bij het zijn van een nieuwe groep.”

Kort na het ontstaan bestegen ze al het podium van Pukkelpop, waar ook de titel van het nieuwe album ontstond. “Toen we klaar stonden in de backstage, vroeg de stage manager of we onze telefoons op vliegtuigmodus hadden staan. Dat bleef maar rondgaan in de groep”, blikt Zio Io terug. “De presentator van dat podium had dat opgepikt en vond dat wel leuk om als introductie te gebruiken. En met succes, want het is onze albumtitel én de albumintro geworden.” Djalu voegt eraan toe dat de plaat een bedankje is voor iedereen die naar een van hun drie shows tot nu toe is geweest, maar tegelijkertijd een uitnodiging. “Iedereen buiten Limburg gaat weten hoe zelfverzekerd we zijn.”

En zo groeide een aanvankelijk eemalige live-formatie uit tot een collectief dat uitgaat van hun eigen kracht. Daarbij is eenieder welkom; voor boekingen, management, studiosessies en het uitbrengen van platen. De meeste acts mogen blij zijn als ze een jaar na hun debuutalbum het podium van een groot festival als Pukkelpop mogen bespelen; bij Goeie Jongens ging het letterlijk andersom. Djalu besluit: “Dat is ook typisch Genk hè, hier doen we niets volgens de regels!”

Vliegtuigmodus is nu uit op de streamingdiensten:

Meer Interviews