2020 was een gek jaar, maar het bleek een tijd waarin rappers ultra-productief konden zijn. Freddie Konings gebruikte het vorige kalenderjaar om maar liefst drie platen uit te brengen; de eerste twee in eigen beheer en de laatste via Top Notch Belgium. En hoewel buitenstaanders dat misschien kunnen zien als een doorbraakjaar, is Konings zelf nog lang niet waar hij zou willen zijn. In gesprek met het meest rauwe raptalent van België. Over hoe hij van Liberia in Borgerhout terechtkwam, racisme en balanceren tussen muziek en de straat.

“Ik was nog niet volledig op muziek. Daarom geloofde ik er niet heel hard in, eerlijk gezegd.”, blikt Freddie Konings terug als hem wordt gevraagd naar hoe hij eind 2019 in het leven stond. Om vervolgens te beamen wat de Goeie Jongens-crew uit Genk me een maand eerder ook vertelde: “Wij hebben veel minder kansen hier dan in onze buurlanden. Daardoor krijg je als artiest minder vertrouwen in een doorbraak.”

Hij heeft ergens natuurlijk gelijk. In zowel Nederland als Frankrijk en Duitsland zijn rappers aan te wijzen die uitgroeiden tot supersterren, waar dat in België eigenlijk zo goed als onmogelijk is. Het beroemde from rag to riches-verhaal is iets waar ook Freddie van droomt. Zijn vader vluchtte eind jaren negentig uit geboorteland Liberia tijdens de burgeroorlog, om via Nederland in het Belgische Ravels neer te strijken. Daarna reizen zowel zijn moeder als Freddie hem achterna. “Het is balen dat ik zijn strijd niet heb kunnen zien”, blikt Konings daarop terug. “Hij ging naar Europa om ons gezin van een betere toekomst te verzekeren. Hij heeft voor ons een betere tijd klaargelegd dan voor zichzelf op deze leeftijd. Daar ben ik hem eeuwig dankbaar voor. Zonder hem zou ik nog steeds in Afrika zitten en hadden we dit interview nu niet.”

“Voor het eerst kreeg ik het gevoel dat ik anders was dan de rest.”

Uiteindelijk belandt Freddie in Borgerhout. Daar, in het kleinste district van de stad Antwerpen, krijgt hij direct te maken met racisme. “Toen ik daar kwam, was ik één van de eerste zwarte jongens op school. Er zaten maximaal drie zwarte leerlingen daar. En ik kwam van een plek waar ik nog nooit een witte persoon had gezien. Ze lieten mij voor het eerst in mijn leven het gevoel krijgen dat ik anders was dan de rest. Ik ben blij dat ik het heb meegemaakt op jonge leeftijd, want nu sta ik er niet eens meer bij stil. Racisme raakt mij niet meer.” Hij bouwde er zogezegd een schild mee op, en werd er alleen maar sterker van. “Je moet nu wel echt met iets nieuws komen om mij boos te krijgen. Ik kan niet meer flippen vanwege pure domheid.”

Hoewel hij nu niet meer snel boos is, had hij daar in het begin van zijn rapcarrière alle reden toe. In zijn muziek vertelt hij dat hij zó aan de bodem heeft gezeten, dat hij wc-papier moest stelen van zijn bovenburen en flink moest hosselen om aan zijn geld te komen. Het lijkt haaks te staan op de drie platen die hij dit jaar uitbracht, ware het niet dat de levens als hosselaar en muzikant bij hem nog altijd kriskras door elkaar lopen. Hij is dan ook nog helemaal niet doorgebroken, vindt hij zelf. “Dat zouden de cijfers toch nog wel iets omhoog moeten. Dan zou ik een gouden, of misschien wel een platina plaat in mijn handen moeten hebben. Dan heb ik iets waardoor ik zie waarop ik op de goede weg zit. Voor mijn gevoel ben ik daar nog lang niet. Ik heb wél het gevoel dat ik méér en beter word beluisterd. Ik ben heel tevreden met wat ik allemaal heb bereikt en wat ik allemaal heb kunnen regelen. De waardering begint te komen en er komen meer luisteraars bij, maar ik merk het nog niet in mijn zakken.”

“Al hebben we niet de kansen die welvarende gezinnen wel hebben, we gaan het tóch doen.”

Die straatmentaliteit zorgde ook een creatieve inslag bij de jonge mc. Freddie -voorheen Freddie King, maar door een claim van een gelijknamige Amerikaanse artiest nu Konings- creëerde een fictieve plek, waar mensen met dezelfde mindstate als hij in volledige survivalmodus gaan. Hij noemde het Chossellonië, een toespeling op het woord ‘chossel’, waarmee Mula B en LouiVos in 2015 de deur voor trap in de lage landen opentrapten. “Ik zie het als een eiland, met allemaal chosselaars. Mensen die strijden voor zichzelf, geen hulp krijgen en weinig geluk kennen. Dan moeten we op zoek naar ons eigen geluk. Dat kan op die plek. Al hebben we niet dezelfde kansen of methodes als kids waarvan de ouders welvarender zijn, we gaan het tóch doen. Het is een soort overlevingseiland.”

Met zijn donkere straatrap op de twee gelijknamige albums beschrijft hij het leven waarin hij zit. In de introtrack van zijn album Chossellonië 2 rapt Freddie op indrukwekkende en melancholische wijze hoe de meeste van zijn vrienden veranderen in vijanden, en dat hij on the road is om te verdienen. Meteen wordt ook het kruispunt waar hij zich op bevindt voelbaar: “Ik wil stoppen met die trap en me focussen op rap”, klinkt in de eerste minuten van het album. Die balans en twijfel komen verderop in de plaat nog een aantal keren terug. De straat volledig achterlaten voor een muziekcarrière; hij wil het, maar kán het ook?

De moeilijkheid daarin zit hem in het financiële aspect, vertelt Freddie: “Hiphop is vaak gebaseerd op hypes. Je kunt het vandaag zijn, maar morgen niet meer. Het is een onzeker bestaan. Dat levert paranoïde gedachtes op, man. Als ik nu alles op een muziekcarrière gooi, weet ik nog niet of ik het ga halen. Stel je voor dat ik dan weer terug de goot in ga. Jammer genoeg kan ik jou nu niet vertellen dat ik bakken met geld ga verdienen met rap”, vertelt hij op een serieuze toon. “Ik wil niet de ene maand goed leven en de volgende maand skeer zijn. Dus waarom zou ik mezelf volledig in iets gooien waar ik misschien helemaal niet van kan leven?”

De ‘chossel’, het hosselen op straat, zal dan ook nog wel een tijd een belangrijk onderwerp vormen voor zijn teksten. Met een snelle maar beeldende vertelstijl rapt Freddie zijn platen vol. Hij schetst een filmisch beeld van hoe zijn straatleven eruitziet: “24/7 hou ik paper on my mind (…) Heb je iets thuis, dan ik breek in / vieze jongen, kwam dagen niet thuis, droeg dezelfde kleren week in”, rapt hij in Nine. Toch is de wil om het te maken met muziek een vaak terugkerend thema op dat album, zijn derde van 2020. “Het zijn de fans die me honger geven. Als ik zie hoe er wordt gereageerd op mijn platen, krijg ik alweer zin om aan de volgende te beginnen. Daarnaast maak ik ook gewoon heel graag muziek. Daar haal ik veel plezier uit. Ik zie mijn muziek als een fotoboek, een soort tijdlijn. Als ik muziek van mezelf uit een bepaalde periode terugluister, hoor ik direct hoe ik toen in het leven stond. Het is leuk om te zien wat voor stappen ik heb gemaakt. Ook dat motiveert me.”

Naast de twee Chossellonië-albums, bracht Konings ook nog Realitijd uit. Met drie projecten heeft de lockdown hem dus een productief muzikant gemaakt. Hij speelt ermee in op de snelheid van de hiphopscene. “Je moet relevant blijven. Je kunt dat worden met één track, maar sommige rappers weten zichzelf maar moeilijk te overtreffen. Dan droppen ze één slechte single, of een nummer dat mager ontvangen wordt, en zijn ze weg. Mijn albums zijn altijd beter dan de vorige.” Het zorgde er ook voor dat de media hem simpelweg niet links konden laten liggen, zegt hij: “Ik drop single na single, clip na clip, plaat na plaat. Op een gegeven moment kon je niet meer om mij heen, ik was overal. Dan gaan mensen tóch een keer op je album klikken om het te beluisteren, en dan kloppen radiostations ook wat eerder aan.”

En zo streeft hij, net als op straat, naar steeds hogere cijfers. Op dit moment balanceert Freddie Konings tussen twee levens. In het nieuwe kalenderjaar komt er in ieder geval genoeg muzikaal moois uit Antwerpen. Qua productiviteit wil hij zelfs nog vooruit: “Ik ben erop gebrand om beter te worden in wat ik doe, en dat word ik door het gewoon te doen. In 2021 ben ik van plan om vijf albums uit te brengen.” Bang dat de ene de andere overschaduwt is hij niet: “Dat wil ik juist. Met de theorie die ik zojuist noem, gaat die vijfde toch de andere vier wegblazen!”

Chossellonië 2 is nu uit via Top Notch Belgium. Stream ‘m hieronder.

Meer Interviews