Fremdtunes is niet je doorsnee label en medeoprichter DJ Optimus (Neels Smeekens, 31) is, ondanks zijn boombap solodebuutalbum Double Helix DNA, niet je gemiddelde hiphopproducer. “Ik houd wel van hiphop natuurlijk, maar er is veel meer dan dat.”

In het muziekvertrek van zijn huis in Rotterdam-Noord staat de helft van zijn zesduizend platen tellende collectie. Om zijn uitspraak te verduidelijken grijpt de geboren Middelburger gedurende het gesprek naar muziek van een Griekse componist, Amerikaanse pianist en platen met gekke geluidseffecten. Ook zijn eigen muzikale creatie Double Helix DNA is breed georiënteerd met een jazzsaxofonist, gitaristen, zangeressen en (hardcore) mc’s. Toch vormen boombap hiphopbeats met veel scratchwerk de basis, waardoor een slogan van het label ‘experimental music which sounds pretty normal after all’ bedacht lijkt met Optimus’ debuut in het achterhoofd.

Werkwijze

De oude bakbeesten MPC3000 en SP-12 (“waar Pete Rock z’n classics mee maakte”) en de Technics draaitafels in Optimus’ kamer verraden die hiphopbasis al. Een voorkeur voor de warme, ranzige sound van de drummachines en gewenning aan de manier van werken zorgen ervoor dat hij trouw blijft aan z’n apparatuur. “Met die apparaten zie je niet wat je aan het doen bent. Je hebt gewoon een aantal cijfertjes voor je en daardoor doe je alles op gehoor. Je blijft net zo lang draaien tot het enigszins ergens naar gaat klinken. En dat lijkt voor mij heel erg op dj’en en scratchen, waar ik mee begonnen ben. Dit werkt voor mij goed.”

De Amerikaanse rappers die te horen zijn op de plaat kregen een ruwe versie van een MPCbeat, vaak al met een gescratcht topic erin om ze een bepaalde richting in te krijgen, waarop ze dan hun verse(s) opnamen. “Ze sturen de sporen terug en dan begint eigenlijk het produceren. Ik ga dingen aan- en uitzetten, topics versterken met scratches, gewoon een beetje er omheen klooien.” Het klinkt nonchalant, maar er zit wel degelijk een gedachte achter de tracks. “Bij goede artiesten denk ik te vaak: te gekke tracks, maar het is geen album. Daar kan ik me best wel aan storen. Dus natuurlijk probeer je dat dan zelf goed te doen. Ik had een aantal tracks af, heb gekeken wat ik nog miste en toen heb ik geprobeerd dat erbij te produceren. Ik denk ook dat de sferische samplekeuze ervoor zorgt dat alles automatisch een beetje naar elkaar toe trekt.” De samples zijn per track vaak afkomstig van een aantal verschillende, relatief onbekende en goedkope platen.

“Die stukjes laat ik dan samenwerken om te voorkomen dat iemand anders hetzelfde zou kunnen maken. Ik vind het heel fijn dat er platenzaken zijn om bijvoorbeeld een Miles Davis plaat te kopen voor twintig euro en daar lekker naar te luisteren. Maar als je beats maakt, snap ik niet dat je zo werkt. Dan heb je met tien platen van twintig euro tien beats gemaakt en dat kost je dan tweehonderd euro. Bovendien is de kans groot dat je problemen krijgt met samples en dat je er achter komt dat die sample al twintig keer gebruikt is.”

De samenwerkingen met mc’s uit de VS kwamen meestal tot stand na een simpel mailtje van Optimus met het verzoek voor een collabo. “Het is toch best wel een karwei om voor elkaar te krijgen. Ik had een lijstje gemaakt van mensen met wie ik graag zou willen samenwerken, maar dat is een beetje hetzelfde als een snoepfabriek binnenlopen als kind. Zo van: ‘het zou leuk zijn als…’, maar dat bleek soms lastiger dan verwacht. Het voelt ook een beetje gek om iemand te mailen van Organized Konfusion (Prince Po, red.) met de vraag ‘zou je met mij een nummer…?’ Maar die gasten willen natuurlijk gewoon graag muziek maken. Hoe goed de mc ook is, als ze iets tof vinden, zien ze het niet alleen als werk, maar vinden ze het ook cool om te doen.”

De uiteindelijke track met Prince Po, Pound For Pound, klinkt heel basaal, maar een kijkje in de keuken leert dat de productie bestaat uit 27 sporen met samples van verschillende platen, scratches, klokgelui, een vervormde stem en een Afrikaans percussie-instrument dat Optimus uit een la tevoorschijn haalt. “Dan zit je je ineens heel muzikaal te voelen, terwijl het zo’n lullig ding is haha.”

    

    

Fremdtunes

Double Helix DNA klinkt heel anders dan eerdere Fremdtunes releases, zoals de Fremdkunst plaat van DJ Mace (Rogier van Hout), de andere initiatiefnemer van het label. Of Coco Bryce z’n instrumentale Boesoek, een album in het skwee genre, dat Optimus omschrijft als “bliepjes en piepjes hiphop” met “schots en scheve beats”. Vanzelfsprekend positief bedoeld trouwens. Fremdtunes is gericht op vooral instrumentale beatmuziek van uiteenlopende genres, zoals electro, dub, triphop, skwee, rare groove of turntablism. Het label wil het makkelijker maken voor artiesten om hun muziek uit te brengen in een tijd waarin weinig labels het aandurven met dergelijk experimentele, genredoorkruisende projecten.

Ook DJ Optimus heeft meermaals met verschillende acts van labels te horen gekregen dat er wat miste aan het product, bijvoorbeeld een single. In plaats van geforceerd te gaan schaven aan iets dat eigenlijk al af is, is hij op initiatief van DJ Mace in het Fremdtunes (zo Duits mogelijk uitspreken vanwege de voorliefde voor deze taal van beide heren) avontuur gestapt. Hoewel het label een jaar na de oprichting nog niet duidelijk kan stellen wie de muziek nou koopt, richt Fremdtunes zich volgens Optimus op vinylkopers, eigenlijk min of meer mensen zoals ze zelf zijn. “Vinylliefhebbers die echt luisteren in plaats van het op de iPod knallen en random voorbij laten komen.”

Optimus vindt het dan ook jammer dat zijn eigen album niet op vinyl, maar alleen op cd en digitaal is uitgekomen. Een te groot aantal tracks (vijftien) voor op één plaat, de te hoge kosten van dubbelvinyl en de ingestorte hiphopvinylmarkt bepaalden die keuze. Toch is Double Helix DNA niet specifiek gericht op de hiphopmarkt: “Ik ben zelf geen diehard hiphopgast. Ik houd wel van hiphop, maar ik luister ook naar jazz, rare bliepjes en piepjes muziek, soul, reggae, funk. Als het tof is, vind ik het tof. Het zou heel raar zijn als ik dan zelf met de muziek die ik maak me heel erg op een bepaalde groep zou richten. Ik liet m’n tante wat horen en die zei: ‘Te gek man.’ Ik dacht: ok, wat vind je er dan precies te gek aan? Maar ik vind dat soort reacties wel tof. Ze hoorde gewoon een melodielijn, denk ik, in plaats van een scheldende Prince Po. Het is mooi dat iedereen het tof kan vinden.”

Wellicht dat zijn tante nog meer kan genieten van de jazzsaxofonist Nicolas Kummert die te horen is op DNA Let The Music Play. “Nicolas doet veel vrije jazz wat niet per se past bij een vierkwartsmaat. Maar als ik hem hoor spelen, denk ik wel dat hem samplen heel hiphop kan zijn. Dus als ik hem een beat geef en zeg: ‘Speel maar raak’, kan ik daar wat uithalen wat ook weer werkt. Ik zie het niet echt anders als een sample. En jazz is ook weer hiphop toch, dus dat werkt automatisch wel.”

 

 

Muzikant

De jazzvoorliefde, meegekregen van zijn vader, komt ook terug in verschillende projecten waar Optimus deel van uitmaakt en waarbij geregeld jazzmusici een nootje mee spelen. Dat was bijvoorbeeld zo bij de DJ Grazzhoppa’s DJ Bigband, waarmee in het vorige decennium festivals als Lowlands en Roskilde zijn aangedaan. “Mensen verwachten toch dat je plaatjes gaat draaien, dus als je dan met twaalf dj’s bent, snappen ze niet hoe dat werkt. Het was voor ons leuk om te laten zien dat je alles zelf maakt en dat je niet iets laat lopen. Iemand scratcht het ritme van de hi-hat, de kick doet iemand anders en de snare wordt weer door de derde dj gedaan. Dan heb je een ritmesectie, daarnaast een sectie die de melodieën doet en een bassectie. Dat bij elkaar heeft dat dynamische van een band. Het is wel logisch dat mensen dat niet kennen. Je moet er wel induiken en een beetje een nerd zijn om er achter te komen dat groepen als de X-Men en Beat Junkies daarmee zijn begonnen.”

Een vervolg in deze samenstelling is nog niet gepland, net als ook andere projecten op een lager pitje staan momenteel. Dat is niet zo gek, aangezien Optimus zijn tijd verder moet verdelen over acts als iET, Ill Productionz en OptiMace, waarvan in april de plaat Used Future is uitgekomen. Ook is hij sinds kort groepslid van The Proov, waarvan eind augustus het nieuwe album moet verschijnen, met ‘gekras’ van Optimus.

Verder verdient de zich nimmer vervelende dj/producer zijn geld met het geven van workshops, het soms in opdracht maken van muziek en af en toe als party-dj. Wel ziet Optimus zich in eerste instantie als muzikant. “Ik vind het wel leuk om te draaien, maar als ik kan kiezen tussen op een feestje draaien of thuis iets produceren, vind ik zelf iets creëren leuker dan andermans muziek draaien. Draaien is ook maar gewoon draaien. Je zet een nummer op, dat duurt drie minuten en daarna komt het volgende nummer. Het kan een grote uitdaging zijn om je set helemaal op te bouwen. Een goeie set is heel knap. Ik zeg ook niet dat het makkelijk is, maar om zelf iets te creëren geeft mij meer voldoening.”

Graag zou de Rotterdammer nog werken met Dilated Peoples, al ziet hij het niet zitten om een losse track te droppen en er verder niets mee te doen. Hij wil echt een verhaal vertellen. Ook een EP met de Zweedse producer/dj/turntablist Devastate wil Optimus graag realiseren. Motivatie genoeg en de nog vele ongebruikte platen in zijn collectie helpen mee om uiteindelijk die motivatie om te zetten in eigen muzikale creaties.

Eigenlijk staat zijn hele verzameling in het teken daarvan. “Vrienden van me sparen alles van Stax of Blue Notes en er zijn verzamelaars die bijvoorbeeld muziek van Donald Byrd willen omdat Madlib of Premier hem samplen, maar dat heb ik zelf minder. Ik geef dat geld dan liever uit aan apparatuur, waar ik iets mee kan maken. Het is raar om te zeggen dat ik geen platen verzamel, aangezien ik er zoveel heb. Maar die zijn naast het gewoon luisteren eigenlijk meer bedoeld om te recyclen.”

Meer Interviews