Onlangs zwaaide Derek Otte af als stadsdichter van Rotterdam. Een grote en diverse groep mensen verzamelde zich in de bibliotheek, waar hij Woorden zijn daden presenteerde: een bundeling van de werken die hij schreef in deze functie. Toen ik Derek anderhalf jaar geleden sprak voor De Correspondent, zei hij als stadsdichter te willen verbinden; daarin lijkt hij geslaagd.

Hoeveel gedichten hij voor de stad schreef, weet Otte niet precies. Maar het waren er veel. Zonder er een cent voor te willen hebben, soms. Zo maakte hij bijvoorbeeld teksten voor mantelzorgers en voor nabestaanden van geweldslachtoffers. Daarnaast deed hij veel dingen in het onderwijs. “Juffrouw Vera van De Kasteeltuin vangt al veertig jaar de allerjongsten op voordat ze naar de kleuterschool gaan”, licht hij toe. “Zo iemand verdient meer applaus dan ik.” Derek legt uit: “Het is krom dat wij in een vak zitten waar het normaal is dat mensen klappen als je vijf minuten wat gezegd hebt. Ik heb een project gedaan voor brandweer- en ambulancepersoneel; die mensen redden levens. Kijk naar de werkdruk in het onderwijs en op hoeveel ondankbaarheid ze stuiten vanuit verschillende kanten. Mensen in de zorg, waar ik mijn moeder zelf het belangrijkste voorbeeld van vind; deze mensen dragen veel aantoonbaarder bij aan andermans leven. Van kunst kun je ook zeggen dat het bijdraagt, als geluksmomentje van de dag, maar dat is toch anders.”

“Nu heb ik geen titel meer, dus nu ga ik alles afzeiken.”

Als stadsdichter wilde Otte mensen zoveel mogelijk inzicht in elkaars werelden geven: “Waar ik kan breng ik odes, want deze tijd is al zo negatief. Je kunt heel makkelijk scoren door erin mee te gaan. Het is uit om genuanceerd te zijn, maar als dat niet de mode is, dan ga ik mijn functie daar juist voor gebruiken. Als je zelf soms waardering uitspreekt naar mensen en vriendelijk bent, krijg je zoveel positieve energie terug.” Lacht: “En nu heb ik geen titel meer, dus nu ga ik alles afzeiken.”

Die positieve benadering betekent niet dat Derek het nalaat om zich soms wat scherper uit te laten, al doet hij dat op zijn eigen positieve toon. Zo vatte hij op RTV Rijnmond het slotdebat in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen samen: “Ik was me er bewust van dat het live was. Niemand kon me nog redigeren. Ik zou een statement kunnen maken waarmee ik een kant van Rotterdam helemaal kapot maak, maar dat wil ik niet. Dat ik een partij of de gedachtegang van hun kiezers niet snap, betekent niet dat ik hun emoties niet begrijp. Ik zou worden waar ik tegen aan het vechten ben. Als je jezelf verlaagt tot schuttingtaal en rare vergelijkingen bied je tegenwicht, maar ben je niet de oplossing van het probleem. Ik denk dat het sterker is om het te benoemen en er een positieve draai aan te geven. Ik begrijp de emotie van de kiezer die ziet hoe de bloemstukken worden vertrapt die ze naar haar oorlogsmonument heeft gebracht, maar ook het verhaal van het meisje dat met een hoofddoek in de tram stapt en hoort dat ze een aanslag gaat plegen. Die twee uitersten heb ik als basis gebruikt. Ik wil een stad waarin mensen het over de inhoud hebben en elkaar als mens zien. Ik sloot af met dat ik er een ‘hart hoofd’ in heb. Je moet je gevoel volgen, maar ook een beetje na blijven denken.”

“Ogen uitsteken, of pronken met een uitverkocht dit of dat; dat telt niet. Je bent nergens de eerste mee.”

In zijn stadsdichterschap heeft Derek ook anderen uit de spoken word-scene naar voren geschoven, al zou hij graag zien dat mensen zich wat meer durven onderscheiden: “Het is heel erg kijken naar elkaar. Wees jezelf. Het is zo.. het gooien met plekken waar je staat. Ik post driekwart van wat ik doe niet op Instagram. Ogen uitsteken, of pronken met een uitverkocht dit of dat; dat telt niet. Je bent nergens de eerste mee. Alles is al gezegd en al gedaan, zoals Neo en Manu vroeger al zeiden. En wat maakt het uit of je de beste, de grootste, de meeste, de vetste, de hardste bent? Dat zoeken naar bevestiging maakt alles minder waardevol voor mij. Bij mij moet je het doen met teksten en achterlijke filmpjes, dat is wat ik doe, omdat ik het oprecht leuk vind. Het moet om de inhoud gaan. Waarom maak jij wat je maakt? En wat wil je ermee zeggen? Iedereen heeft zijn eigen stem, schrijf niet als een ander omdat die meer applaus krijgt. Het is misschien verleidelijk om te doen, maar vertel jouw verhaal. Dat niet alleen onze scene, dat is deze tijd. Kijk naar de selfies die mannen en vrouwen maken. Ik zie allemaal zielloze Kim Kardashians staan op foto’s met tig filters en zes lagen plamuur. Pleur op man. Kunstenaars gaan daarin mee. Normaal gesproken zijn dat juist mensen die zich niet zoveel aantrekken van conventies.”

Gelukkig zijn er goede voorbeelden, stelt Otte: “Het nieuwe album van Winne heeft een eigen geluid. Hij werkt met de boys van nu maar klinkt wel als Winne.” Dat Derek voor dit album samen met Winne en Fresku aan een track mocht werken, was een hoogtepunt. “Mariana Hirschfeld is niet eens meer veelbelovend; ze heeft het al een paar keer waargemaakt. Met Raw Roets’ plaat was ik erg blij. Maar een geluid dat zó onderscheidend was als toen bijvoorbeeld Hef met zijn album kwam, heb ik lang niet gehoord in Nederland.” Een mogelijke oorzaak ziet Derek in, bijvoorbeeld, Spotify-statistieken: “Je kunt zien wanneer iets piekt en wanneer mensen uitchecken. Deze meetbaarheid verkleint het risico dat je wilt nemen. Het bepaalt de inhoud. Manu en ik werden voor gek verklaard dat we boeken wilden uitgeven. En als je de verhalen van de winkels hoort, de cijfers ziet, ga je het bijna geloven. Niet dat we nu miljonair zijn, integendeel. We zijn klein en bescheiden, maar wat we maken dat loopt wel leuk.”

Een ander hoogtepunt was een optreden in Carré, in een line-up die werd samengesteld door Wende Snijders: “Het was de tweede of derde keer dat ik helemaal tevreden was over een optreden. Ik maakte geen fouten, alles ging in de volgorde die ik uit mijn hoofd had geleerd en de zaal reageerde zoals ik verwachtte.” Tijd om lang bij deze hoogtepunten stil te staan, was er niet: “Veel heb ik niet bewust meegemaakt, omdat het op zo’n hoog tempo gaat. Maar de grootste winst van dit jaar is toch wel dat mijn ouders eindelijk begrijpen wat ik doe.” Derek illustreert: “Mijn moeder kwam nooit verder dan ‘mooi hoor, leuk’. Dan ben ik net op televisie geweest, kom ik thuis, vraagt ze meteen of ik m’n vader even kan helpen het vuilnis buiten te zetten.” Dit jaar kreeg hij opeens de vraag waar ze kaartjes konden kopen voor zijn optreden. “Mijn vader heeft zelfs een keer gezegd dat hij trots op me is. Voor het eerst in dertig jaar.” Lacht weer: “Ik hoef niet meer op te treden voor de erkenning.”

Meer Hijs Poetry, Interviews