Aan het begin van de eeuw was Delic de meest gewilde beatmaker van de Nederland. Als lid van het trio Opgezwolle bracht hij met hun magnum opus Eigen Wereld de plaat uit die volgens velen nog altijd het hoogtepunt van de Nederlandse hiphop is. Uit dezelfde opnamesessies daarvoor vloeide ook nog Fakkelteit, het duo-album met Sticks dat eveneens als klassieker gezien wordt, maar daarna werd het stil. Heel stil. Hij schilderde, gaf les als mixer en audio engineer, maar bracht ruim tien jaar lang geen eigen muziek meer uit. Tot vorig jaar ineens een single verscheen. Het filmische The Oasis blijkt de opmaat naar iets waar velen al lang niet meer op durfden te hopen: een soloalbum van de Zwolse beatmaker. Delic: “Alle dingen die de moeite waard zijn, daar zit gewoon moeite en tijd in.”

Achterin zijn thuisstudio in Zwolle staan ze nog even opgesteld, recht tegenover een batterij aan digitale beeldschermen: acht schilderijen met nachtelijke taferelen die zich afspelen in een stad die vele malen verder richting het Verre Oosten ligt dan zijn thuisstad. Op één ervan zien we het interieur van een restaurant. Niet sjiek, maar ook niet sjofel. Het type tent waar je midden in de nacht nog een goede, niet al te hoog geprijsde portie noedels kan halen zonder bang te zijn voor voedselvergiftiging. Het etablissement zo bekijkend in bird’s eye view, kunnen we de route die Delic aangeeft makkelijk volgen. Hij wijst aan hoe het karakter in zijn verhaal tussen de tafeltjes doorloopt, terwijl één van de acht tracks van Kidnap at the Noodle Shop door de speakers klinkt. “Nu buigt ie voorover en zegt ie dit”, zegt Delic, en we horen een rasperige zanglijn invallen: “What’s the point in fighting Desert Storms or rainy days?”

Peter Blom, alias Delic, praat zacht en bedachtzaam. Hij noemt zichzelf “geen beste orator” wanneer hij uit eigen beweging dichterbij de recorder schuift, maar die bewoording verraadt de poëtische inslag van een man die niet zomaar wat roept. Het komt er bij hem alleen zo rustig uit, dat het bijna bedwelmend is. De muziek die hij nu maakt, klinkt meer als een verlengstuk van die persoon, dan dat bangers als Hoedenplank of Tjappies & Mammies deden. Een persoon die bovendien weinig interesse heeft in oude glorie doen herleven. “Het is een fatale zonde om jezelf te herhalen”, schrijft hij in het semi-autobiografische verhaal van Kidnap at the Noodle Shop.

“Ik was nog bezig met dit project”, is dan ook de voor hem logische verklaring voor zijn afwezigheid bij de #OpgezwolleTotNu shows van Rico en Sticks in de HMH, en het historische optreden met Typhoon in de Ziggo Dome. “We hebben alledrie eigen horizons die we willen verkennen en voor mij was dit heel belangrijk om te doen. Het is niet een ander vakgebied, maar ik ben nu met andere dingen bezig.”

“Ik wil muziek maken waarbij je eventjes uit je dag wordt gelift, en wordt meegevoerd door de muziek. Dat je oortjes inhebt en in de bus zit, en in één keer in een sfeervolle scene in een film zit, te kijken hoe alles gaat. Je hele dag wordt anders. En als het echt toffe, magische muziek is, dan kan je gewoon door de supermarkt lopen, en is het een sfeervolle beleving. Dat wil ik doen.” Hij vertelt het zittend aan de keukentafel van zijn huis in Zwolle. Het is er een zonnige dag, waarop hij ons een voorproefje geeft van Kidnap at the Noodle Shop, zijn nieuwe album, (prenten)boek, expositie en al die dingen in één. Het bijzondere multimediale project bestaat uit acht schilderijen met acht bijbehorende tracks en een overkoepelend verhaal, allemaal met elkaar verbonden. In de muziek klinken naast synthesizers, violen, saxofoon en subtiele zanglijnen ook voetstappen, verkeersrumoer en regendruppels die op nat asfalt spatten. Één van de tracks eindigt met een dichtslaande deur.

Vijf jaar lang schaafde hij aan de wereld die hij creëerde, het ene moment musicerend, het andere schilderend. Met dat laatste hield hij zich daarvoor een hele tijd al exclusief bezig. “Een tijdlang stond muziek helemaal op een zijpad, want toen had ik geen studio. Er was een paar jaar dat ik überhaupt niks kon met muziek. Maar toen ik het wel weer kon maken ben ik ook meteen weer begonnen, al lag er wel minder focus op dan nu”, blikt hij terug. “Ik was totaal in beslag genomen door schildertechniek en hoe je in laagjes schildert, en hoe ik mijn schildergame kon uppen.

“Als ik het allemaal opnieuw zou doen, zou ik het heel systematisch aanpakken.”

De inspiratie om weer een groots muzikaal project te beginnen, sloeg toe toen hij tijdens zijn wereldreis verbleef in Hong Kong, in 2008. “Toen ik daar was voelde ik al direct dat daar iets uit voort zou komen”, herinnert Delic zich. “Het is een betoverende stad. Heel veel hustle and bustle. En omdat het tegen de bergen op is gebouwd, heb je heel veel toffe straten, gangetjes, en veel trappetjes die net schuin lopen. Op je netvlies is het gewoon een heel vette stad.” 

Tegelijk met de visuele inspiratie die de stad hem bracht, gingen de raderen in zijn brein ook muzikaal aan het draaien. “Ik had ook vrij snel besloten dat het acht songs moesten zijn”, zegt hij op kalme toon. “Het is een mooi getal, het is het lievelingsgetal van mijn vrouw [Huda Blom, die als zangeres ook op de plaat te horen is -HIJS], en het is een heel voorspoedig getal in de Chinese cultuur. Het staat voor voorspoedigheid en welvaart.”

Het klinkt strak uitgekiend, maar het maken ervan ging niet bepaald volgens een vooropgesteld patroon. “Het liep door elkaar”, zegt hij over het parallel aan elkaar musiceren, schilderen en schrijven. “Het verhaal is wel veranderd en die schilderijen zijn aangepast, en op een gegeven moment komt het dan op het eindproduct uit. Als ik het allemaal opnieuw zou doen, zou ik het heel systematisch aanpakken.”

Het idee een wereld te scheppen waar de luisteraar in stapt, was wel van begin af aan al leidend, en kende naast Hong Kong nog andere inspiraties. Andere albums die aanvoelen als een trip. “ATLiens van Outkast bijvoorbeeld”, vertelt hij. “Dat album heb ik echt grijsgedraaid, maar ik weet ook best veel van wat daar omheen is gebeurd; hoe die engineer heel veel moeite in die sound heeft gestopt. Je komt heel erg terecht in de wereld van die gasten, hun leefwereld en de beleving van hoe alles toen is gegaan. Dat vind ik super boeiend. Je zet die plaat op en dan kom je ín Atlanta terecht. Je voelt die hitte en die drassigheid, die vochtige lucht. (…) Dat idee, dat had ik voor dit project begon. Dat vind ik zo’n tof gegeven; hoe kun je dat verder uitbouwen? Zodoende ben ik gekomen op dit hele ding, zodat wanneer je deze plaat opzet, je nóg meer in die hele wereld terechtkomt.”

Nu is het moment eindelijk gekomen om de rest van deze wereld binnen te laten stappen in het universum dat hij geschapen heeft. “Op een gegeven moment heb je te maken met deadlines omdat je die zet, maar uiteindelijk schuift het wel allemaal precies in elkaar. Dat is toch weer tof dat dat gebeurt.” Hij is bovendien niet de enige die nauwelijks wachten kan het eindresultaat van al dat werken op het publiek los te laten: naast Huda Blom verzorgen Lenca da Costa Gomez, Niels Kuipers, Simone Bekkering, Michael Parkinson en Bert Vrieling vocalen op de plaat, spelen Vadim Neef en Dries Bijlsma gitaar, Niels Broos toetsen, Errol Pawiroredjo flamencogitaar, Sebas van Olst basgitaar en Mark Lucassen klarinet en dwarsfluit, en verzorgt Coen Witteveen de saxofoonpartijen.

“We werken ook wel met een team natuurlijk, inmiddels”, zegt hij beschouwend. “Je gaat op een gegeven moment ook stappen zetten om je project naar buiten te krijgen, en dan moet je gaan plannen. Maar ik zou ook niet—Ik wil ook echt dat het naar buiten gaat. Ik wil niet eeuwig die dingen blijven masseren. Ik vind het belangrijk dat het iets wordt dat tastbaar is.”

“Nieuwe dingen aanleren, dat vind ik echt meesterlijk.”

De lange tijd die hij desalniettemin nam voor de plaat, is wellicht tekenend voor hoever Delic zich in een een onderwerp begraven kan als hij er eenmaal in duikt. “Dat vind ik het mooie van… life. Dat je dingen kan uitzoeken en jezelf kan onderwijzen. Nieuwe dingen aanleren, dat vind ik echt meesterlijk.” Zo heeft hij zich geruime tijd verdiept in de werking van de menselijke hersenen, en kwam hij daarbij tot conclusies die hij direct toepaste op het beats maken. “Waar ik heel bewust in ben gedoken, is uitzoeken wanneer mijn hersenen hun meest efficiënte periode hebben waarop ik mijn creativiteit kan ontginnen. Eerst deed ik de verplichte dingen die ik moest doen overdag, en ging dan daarna gaan zitten aan mijn muziek of creatieve dingen. Maar dat heb ik helemaal omgedraaid, zodat ik eerst mijn creatieve dingen doe, wanneer mijn hersenen nog het meest fris zijn, en ik niet wordt afgeleid. Ik ben mijn uren dus nu aan het aanpassen op de beste tijden voor mijn hoofd.”

Het staat haaks op het clichébeeld van de getormenteerde artiest, die nachten doorhaalt totdat het werk af is. “Ik heb het idee dat dat een soort fantasie is. Een mythe onder creatieve personen. Dat je moet wachten op zo’n creatieve periode en dan anderhalve dag en een hele nacht doorhaalt en in die tijd alles doet. Ik geloof niet dat het leven zo werkt. Volgens mij werkt het beter om gewoon zes dagen in de week steady, ’s ochtends je blok vrij te houden. (…) Als het dan in een paar dagen gebeurt is dat volgens mij omdat er ook een lange aanloop naartoe is. Alle dingen die de moeite waard zijn, daar zit gewoon moeite en tijd in.”

Zondag 9 september treedt Delic met zijn nieuwe composities op in de Melkweg in Amsterdam, en op 21 september in Hedon in Zwolle. De schilderijen zijn van 8 september tot 13 oktober te zien in de GO Gallery in Amsterdam.

Meer Interviews