Dat Grown George een creatieveling is weten wij al lang. Hij kan regisseren, editen, animeren, rappen én produceren. Door de jaren heen heeft hij hiphopliefhebbers gezegend met verschillende projecten en groeide hij uit tot  een bekende in de Rotterdamse scene. Recentelijk is na veel geduld zijn debuutalbum, The Madness eindelijk gedropt. We spraken hem in The Niteshop.

Met zijn team, bestaande uit vrienden Jack Hippo, Tommy, M3, Krome en het audiovisuele collectief We Don´t Care (naast hemzelf ook Sethi Gueye en Teun van Duinhoven), maakte hij The Madness. Aan het album kun je direct horen dat de 23-jarige artiest een nieuwe visie voor zijn muziek heeft. Zijn gebruik van instrumentale interludes en de internationale sound van het album zijn een verfrissing voor Nederlandse hiphop. Grown George brengt een andere visie aan het eenzijdige beeld van mentale gezondheid, dat er tegenwoordig in de muziekwereld heerst.

Just fucking around with stuff

Tijdens een gesprek gonzen de Engelse termen dwars door de Nederlandse zinnen heen. “Over het algemeen zou je kunnen zeggen dat het gaat over your mental health, máár er is een hele grote ‘maar’: ik wil het niet dusty hebben, en ook niet played out of corny. Bepaalde mensen zijn niet met die woke shit bezig, maar zijn wel met trap shit bezig.” In die wetenschap zocht George naar een breed geluid.

Het heeft even geduurd voordat het album uitkwam, wat volgens hem zeker te wijden is aan de methode die achter zijn madness zit, vertelt hij. “Ik schrijf sowieso niet, dat heb ik nu al twee of drie jaar niet meer gedaan. Ik merkte dat ik daar wel meer mijn eigen stijl door kon krijgen, door niet te schrijven. Het begint vaak met een melodie, die ik inspeel of sample van een van de boys en vanuit daar komen heel veel versies. Het kan bijvoorbeeld dat Tommy z´n synths bij mij thuis staan. Daar komen dan pieces van het album uit, just from me fucking around with it. Van sommige liedjes van The Madness, en dit is niet overdreven, hebben we veertig versies. Andere nummers zijn alweer twee jaar oud.”

“99% van m’n stuff heb ik aangeraakt, sowieso.”

George is een multi-talent. Hij heeft veel disciplines waar hij goed in is en dat is te merken aan zijn werk. Ondanks dat hij samenwerkt met zijn goede vrienden kan hij toch niet alles uit handen geven. “Ik edit nog altijd alles zelf, 99% van m´n stuff heb ik aangeraakt, sowieso.” Dat verklaart waarom fans soms langer moeten wachten op zijn muziek. De rapper is niet getekend bij een label dat bepaalt dat hij dingen moet uitstellen zoals velen denken. is wel een goed voorbeeld van hoeveel aandacht Grown George besteedt aan zijn craft. “Het is voor mij belangrijker dat de juiste content bij mijn publiek terecht komt dan dat ik zo snel mogelijk iets drop.”

Easy escape

Terwijl muziek een expressie is voor hem, vindt de artiest dat je altijd van muziek moet kunnen genieten. “Zonder het te preachy te maken moet het nog steeds muziek zijn die je kunt enjoyen. Juist om shit te escapen, snap je? Het hoeft geen ´dwell in your self pity´-muziek te zijn.” Dat idee neemt hij tijdens live shows ook mee. Het publiek een ervaring geven is voor Grown George prioriteit. “Vanaf jongs af aan ben ik geïnteresseerd in creative direction en tijdens shows kan ik daar goed gebruik van maken.” De rapper vindt dat visuele aspecten die je een show kunt geven belangrijk als uitbreiding van het verhaal zijn. Hij wilt dat zijn shows een ‘easy escape’ zijn voor zijn publiek.

Op 28 oktober geeft Grown George een showcase in BIRD, Rotterdam. Er zullen live instrumenten gespeeld worden door Jack en Tommy, die ook op het album staan. Het publiek kan een rauwe, stripped down-versie van het album verwachten met zelfs wat nog onuitgebrachte tracks van The Madness Disc 2. Wat je moet overhouden na zijn album? Daar is Grown George kort maar krachtig over: “Het gaat om het voelen, niet om het denken.”

Die live-show ga je sowieso voelen. Aanstaande donderdag treedt hij op in BIRD. Je kunt binnenlopen, en bezoekers van de show van Pi’erre Bourne mogen gratis blijven. Alle info lees je hier.

Meer Interviews