Precies een week voordat Daan Rijkers, de helft van DADA, zijn debuutalbum uitbrengt zit hij in de Tilburgse Spoorzone. Hij heeft net gerepeteerd met zijn band, want ’s avonds treedt hij op in Den Bosch, en zometeen komt er nog iemand langs in Eindhoven voor een fotoshoot. Hij heeft het druk maar maakt alle tijd vrij voor een interview over Bijna Alles: “Dit is het eerlijkste wat ik ooit heb gedaan. Ik ga alle schaamte voorbij.”

“Je bent echt een hypocriete lul als je nu niet eerlijk gaat zijn in je muziek.”

De oorspronkelijk uit Uden afkomstige Daan Rijkers beantwoordt de vele vragen van de serveerster (een bammetje, bruin, twee stuks, met kipfilet) en geniet van het oktoberzonnetje. In de weinige woorden die een Instagram-bio behelst, vangt hij al superveel. Daar valt op zijn account te lezen: ‘Getraumatiseerde borderliner, probleemjeugd en gelabeld. Voorvechter voor de jeugd. Schrijft, zingt en heeft lief.’

“Jarenlang was ik alles aan het wegstoppen. Op een gegeven moment trok ik het niet meer. Toen ben ik gestopt met zuipen. En noodgedwongen moest ik aan de bel trekken en met een psycholoog gaan praten. Dat proces heeft zowel voorafgaand als parallel gelopen aan dit album, dus toen dacht ik: ‘Je bent écht een hypocriete lul als je nu niet eerlijk gaat zijn in je muziek.’”

“Met deze plaat wil ik juist laten weten dat het oké is om door shit heen te gaan.”

Het gesprek met Daan op het terras in Tilburg gaat onmiddellijk de diepte in. Dat zorgt voor een extra lading bij het toch al niet licht verteerbare album. “Tweeënhalf jaar geleden ben ik gestopt met drinken en ben ik weer in intensieve therapie gegaan. Maar eigenlijk kwam het besef tien jaar geleden al. Hoe ik dat knoop doorhakken nog zeven jaar voor me uit heb geschoven is mij een raadsel. Ik ben wel altijd emotioneel geweest in mijn tracks, maar vaak was dat in metaforische teksten. Nu dacht ik ‘dikke lul, nu ga ik zeggen hoe het werkelijk is.’”

“Of dat moeilijk is? Ja. Want er zit veel schaamte op bepaalde dingen. Maar het zou egoïstisch zijn om het niet te doen. Er zijn zoveel kids aan het worstelen met shit. Ik had niemand, qua Nederlandstalige rappers betreft, waar ik me in kon herkennen. Ik bedoel, dat eerste album van Fresku deed echt veel voor me, maar toen ik zijn tweede plaat hoorde besefte ik dat hij nog steeds strugglede met dezelfde shit. Toen dacht ik ‘Moet jij niet eens aan de slag met jezelf? Met deze plaat wil ik juist laten weten dat het oké is om door shit heen te gaan, en dat er echt wel licht aan het eind van de tunnel is.”

“Ik ben ooit begonnen voor mezelf, om mijn ei kwijt te kunnen. Maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat dit enkel zelftherapie is. Ik heb nu ook andere verwachtingen; ik zit meteen op de kast als ik op vrijdag muziek uitbreng en geen één Spotify-playlist pak. Daar heb ik gruwelijk veel last van.” Dat is een direct gevolg van emotionele verwaarlozing, legt hij uit. “Het was nooit goed genoeg voor mijn pa. Dat nooit verwerkt hebben, dáár zit mijn kern. Dat is de plek waar mijn grootste problemen vandaan komen.”

“Op de een of andere manier kan ik niet van de reis naar mijn doelen genieten.”

Onderwerpen als borderline, kanker, gokken en drugsgebruik komen aan bod, maar dus ook de struggles waarmee hij moet dealen als muzikant. “Ik kan doelen stellen, bijvoorbeeld dat ik volgend jaar op Lowlands wil staan. Maar als ik daar dan volgend jaar daadwerkelijk sta, dan vier ik dat niet eens. Zodra ik daar het podium af zou komen, ben ik alweer bezig met het volgende; hoe kan het mooier, groter, beter? Winne zei me op de Herman Brood Academie: ‘De reis is zo belangrijk. Het doel is maar waar je heengaat.’ Op de een of andere manier lukt het me nog steeds niet echt om van de reis te genieten.”

Hij is op het moment van het gesprek dan ook al bezig met de officiële release-show, die op zondag 17 oktober in de Eindhovense Effenaar plaatsvindt. “Ik ben extreem zenuwachtig voor een show, en helemáál als het in Eindhoven is. Dat is gewoon ‘8 Mile’, inclusief kitsen. Ik ben niet te genieten voor een show, toch?”, vraagt hij aan violiste Manon, die zojuist met hem gerepeteerd heeft. Die knikt instemmend. “Zie je? Je moet mij met rust laten op dat moment, ik loop alleen maar zenuwachtig rond. Ik benoem het ook op het podium hoor, dat máákt mijn show. Dit is het meest eerlijke wat ik ooit gedaan heb, dan ga ik daar niet stoer lopen doen.”

“De jongen en de man in mij zijn nog steeds met elkaar aan het boksen.”

Rijkers heeft met producer Nick Hanegraaf, met wie hij DADA vormt, eerder de EP’s Wassum (2018) en Issum (2019) uitgebracht. Maar die platen waren nog niet eens de warming-up voor Bijna Alles, vertelt hij. Op dit album kijkt hij met een open blik als man terug op zijn tijd als jongen. “Eigenlijk verwoord je dat best mooi. Die twee zijn nog steeds met elkaar aan het boksen. Het jongetje wil schijt hebben, muziek maken en gehoord worden. De man daarentegen is tevreden en heel trots op wat ‘ie heeft gemaakt. En ook heel trots op dat hij geen drank en drugs meer nodig heeft om weg te blijven vluchten van wat hij heeft meegemaakt. Die jongen in me is toch geneigd om daar af en toe nog van weg te rennen.”

Het is, mede doordat de plaat is ingespeeld met een hele live-band, haast onmogelijk geworden om er een genre op te plakken. Indie-pop-invloeden, singer-songwriter, blues en folk-sferen; het passeert allemaal de revue op Bijna Alles. “Maar het is onmiskenbaar óók nog steeds hiphop”, stelt Daan. De snelheid van het genre én van social media hebben ervoor gezorgd dat hij de handrem erop kon zetten. “Er zijn weinig rappers waar ik geen schijt aan heb. Ik volg bijvoorbeeld bijna geen rappers meer op Instagram. Dat deed ik eerst wel. Dan sloot ik Instagram af en dacht ik altijd ‘zo ey, da’s kut.’ Je probeert continu tegen iets op te boksen. Gelukkig ben ik daar helemaal van af.”

Het lijkt een minuscuul probleempje in de wereld van Rijkers. Hij kreeg een contactverbod met zijn ouders opgelegd, werd van school gestuurd en wandelde ooit de gevangenis uit zonder geld, om vervolgens maar te zien hoe hij zijn boontjes gedopt kon krijgen. Hij heeft geworsteld met suïcidale gedachten, en maakte iedereen om hem heen volgens hem ongelukkig.

“Er moet simpelweg over bepaalde problemen geproken worden.”

Dan gaat het hem tegenwoordig een stuk beter af. Toen corona net zijn intrede in Nederland had gemaakt, ging hij als ervaringsdeskundige aan de slag bij een jeugdkliniek in Hilvarenbeek. “Daar help ik moeilijk opvoedbare en/of verslaafde kids richting het juiste pad. Dat doe ik eigenlijk met dezelfde reden als dat ik m’n nieuwe plaat heb geschreven. Er moet simpelweg over bepaalde problemen geproken worden. Schaamte houdt de mens ziek.”

Dat werk kwam stomtoevallig precies op het juiste moment. Hij had zo goed als geen muziekopdrachten of lessen te geven, en werd gevraagd om het te proberen als ervaringsdeskundige. “Ik haal daar heel veel herkenning uit, heel veel dankbaarheid. Ik rijd weleens naar huis vol besef. Dan ben ik echt dankbaar dat ik dit mag doen en kids die in hetzelfde schuitje zitten als waarin ik zelf heb gezeten nu de weg mag wijzen. Nu merk ik dat het wel heel veel en heel zwaar is, in combinatie met een album maken. Nu ben ik mezelf weer aan het voorbijlopen, maar tegelijkertijd mag ik mezelf geen rust gunnen. Gelukkig leer ik in herstel om lief voor mezelf te zijn. Als ik me goed voel, dan lukt dat.”

Na het album -vanaf november- gaat Rijkers ook een boek uitbrengen, dat meer verdieping in zijn persoonlijkheid biedt. “Je kunt het album en het boek als een tweeluik zien. Het komt per hoofdstuk uit, en alle verhalen zijn al geschreven dus het is zo goed als af. Ik vind dat nóg spannender dan een album uitbrengen. Er staat heel veel negatiefs over mezelf in, dus ik hoor nu al de meningen. Maar het was tevens iets dat ik móest doen. Als ík het niet uitbreng, brengt niemand het uit, en kiest er wéér iemand voor om het er niet over te hebben.”

Daan is een emotioneel mens en continu in tweestrijd. Aan de ene kant kan hij amper genieten van het moment en staat de blik constant op oneindig, aan de andere kant wil hij zijn trots uitspreken. “Als ik later zelf een kleine krijg, wat ik heel graag zou willen, zou ik die wel dingen willen kunnen laten horen waaruit blijkt dat papa heeft geleerd van bepaalde dingen. En dat hij niet de hele tijd in de slachtofferrol is gekropen om te wijzen naar anderen, maar voornamelijk naar binnen heeft gekeken. Veel begint natuurlijk met mijn pa, maar het is hoe ík ermee omga. Daarom zeg ik in de openingstrack: “Altijd wat te klagen, loopt als slachtoffer te acten, we zijn rijker dan we denken, maar de kunst is het beseffen.” Dat is mijn vooruitgang. Dat is de strekking van het album.”

Beluister het album hieronder en volg DADA op Instagram.

Meer Interviews, Releases