Of de man nu in de booth staat, een speech geeft of bij een talkshow aanschuift; Appa draagt zijn hart altijd op de tong. Dat heeft hem veel succes gebracht, maar ook tegenslagen opgeleverd. Van THC-tijden tot op de dag vandaag spreekt hij met passie over muziek, de jeugd, over politiek en het onrecht in Palestina. We ontmoetten Appa in een jongerencentrum in Amsterdam-Noord, waar hij een paar jonge, opkomende artiesten begeleidt.

Uit je teksten en politieke activiteiten is altijd gebleken dat je geen onrechtvaardigheid duldt. Hoe uitte zich dat toen je jong was?
In rebels gedrag. Auto’s in de fik steken, stelen, een haatgevoel naar politie toe, niet tegen autoritair gedrag kunnen. Dat was een beetje het resultaat van de mentaliteit toentertijd. Heel destructief. Het is niet alsof je gaat rellen en dom gaat doen omdat er onrechtvaardigheid is, maar juist doordat je niet wordt gehoord. Dat is waar dat gedrag uit is voortgevloeid.

Hoe was je bijvoorbeeld vroeger in de klas?
Moeilijk man. Ik was een hele moeilijke leerling. Ik wilde niks horen van leraren. Ik vond het vooral saai. Het leek alsof ik alles wat me werd verteld al wist. Ik was een vervelend jongetje, maar de hele klas was eigenlijk zo. Ik heb altijd op scholen gezeten met jongens en meisjes die eigenlijk een beetje zijn zoals ik. Tegenwoordig ben ik natuurlijk minder snel op mijn teentjes getrapt. Op een gegeven moment word je ouder, wijzer, kalmer. Je krijgt een helderder beeld van het leven.

“Wat vertel je me eigenlijk, dat vind ik belangrijk in muziek.”

Op welk moment kwam rap erbij kijken?
Het is voor mij begonnen in ‘96 in Brussel bij mijn neef. Hij liet me All Eyez On Me van Tupac horen. Dat was de eerste rap-cd die ik had gehoord. Ik weet nog toen ik Only God Can Judge Me hoorde. Toen dacht ik ‘ja man, dit ben ik’. Deze man spit over mijn leven. De emotie die erin zit en de verhalen die hij vertelt zijn real life. Het voelde alsof hij mijn verhaal aan het vertellen was. Dat triggerde mij om wat meer naar hiphop te gaan luisteren, dus ik belde mijn neef of hij me nog wat cassettebandjes kon sturen. Hij had me The Chronic en Doggystyle gestuurd. Mijn neef was echt op die westcoast-tip toentertijd. Pas later leerde ik Nas, Mobb Deep en Jigga kennen.

Tupacs invloed is inderdaad terug te zien in het feit dat bij jou de boodschap voorop staat en dat je erg maatschappelijk betrokken bent. Zijn er muziekstijlen die je tof vindt waarvan de luisteraar het misschien niet van Appa zou verwachten?
Genoeg. Nirvana, sowieso reggae maar dat ligt misschien wel voor de hand. UB40, Bob Marley. Wie nog meer? Moeilijk eigenlijk, als je zo’n vraag stelt. Er is zo veel muziek. Ik kan naar de meeste soorten muziek wel luisteren, maar ik ga echt voor de inhoud. Wat vertel je me eigenlijk, dat vind ik belangrijk.

Wat trekt je bijvoorbeeld in Nirvana’s muziek?
Het is echt. De teksten gaan echt over de pijn. Luister bijvoorbeeld naar een nummer als Smells Like Teen Spirit. Kurt (Cobain, red.) was daar aan het schreeuwen om hulp. Als je zijn teksten zou analyseren, kon je dat zien. Dat werd toentertijd niet opgepikt, niet door de mensen om hem heen, niet door de media en niet door zijn fans. Achteraf schiet hij zijn hersenen uit zijn kop. Hij heeft geroepen om hulp, er werd alleen niet goed genoeg geluisterd. Dat raakte me. De diepgang in die lyrics, dat is wat mij trekt. Ik let sowieso meer op inhoud man.

Aan diepgang ontbreekt het zeker niet in je tracks. Daarom was ik ook verbaasd toen ik je verse op Je Bakt Er Niks Van terughoorde. Natuurlijk was je toen een stuk jonger. Wat doet dat nu met je als je dat soort teksten terugluistert?
[Barst in lachen uit] Ik schaam me dood man. Ik zou nooit van mijn leven meer zoiets maken. Ik durf het niet eens meer te herhalen. Ik was helemaal geen rapper of wat dan ook. We waren al wel een beetje aan het kloten, maar ik was niet echt met rap bezig. Dan komt er gewoon een moment dat je onder de invloed bent en de juiste beat staat op. Op een gegeven moment werd er een refreintje op gezet: ‘je bakt er niks van, je chick likt pik in elk deel van Amsterdam’, en dan gooi je jouw verse, met bijpassende lyrics, erop. Voor je het weet sta je op internet. Vanaf toen werd mijn leven een achtbaan man.

“Gisteren wisten ze niks van mijn bestaan af en vandaag praten ze over je alsof ze je al jaren kennen.”

Dat heeft je dus wel in de spotlight gezet. Kreeg je toen al snel het idee dat die invalshoek eigenlijk helemaal niet bij je paste?
Nee, het moment dat ik doorhad dat het niet paste bij wie ik ben, was eigenlijk aan het einde van mijn verblijf bij THC in 2005. We hadden net een album uitgebracht: Artikel 140. Er stond een nummer van me op dat ik had geschreven toen ik vastzat. Ik had geen beat natuurlijk daarbinnen, dus ik schreef op een A4’tje met een potlood. Ik had het geluk dat een bewaarster me velletjes papier gunde. Toen ik een jaar later die tekst opnam, drong het pas tot me door dat ik nog veel meer te vertellen had. Dat nummer, Wat Is Er Aan De Hand, heeft geen refrein en bestaat uit 4 à 5 minuten alleen maar lyrics. Ik had heel veel verteld in dat nummer, maar dat voelde minuscuul vergeleken met de rest van mijn verhaal. Ik had nog zo veel meer te vertellen. Nadat ik wegging bij THC ben ik een tijdje gestopt met muziek. De eerste videoclip daarna was Schuif Aan De Kant, en toen kwamen de kamervragen en ontstond er veel ophef. In de videoclip zie je bijlen, boys op politieauto’s, Palestijnse vlaggen en de gekste acties. Het had miljoenen views gegenereerd en dat bestond in die tijd gewoon nog niet. De website van State Magazine is toen zelfs gecrasht. Het was een soort cultuurshock voor Nederland. Naffer en ik stonden totaal niet stil bij het effect dat we hadden met dat nummer. Op een gegeven moment werd mijn naam genoemd in de Tweede Kamer en dan hoor en lees opeens je dingen over jezelf die niet kloppen. Gisteren wisten ze niks van mijn bestaan af en vandaag praten ze over je alsof ze je al jaren kennen. Dat was de eerste keer dat ik met de media in aanraking kwam op die manier.

Snap je dat iemand als Salah Edin nu volledig afstand wil doen van zijn muzikale verleden?
Ja man, ik salute die man voor dat. Dat hij dat op dit moment kan, ja absoluut man. Ik heb er heel veel over nagedacht. Daarom heb ik de afgelopen jaren ook bijna niks uitgebracht. Als je zo’n uitgebreid verhaal te vertellen hebt, is het moeilijk om dat telkens in drie minuten te proppen. Je moet er een rijmtechniek aan koppelen, het moet verfrissend zijn, er moet een flow in zitten. Je moet er heel veel aspecten in verwerken die eigenlijk niks te maken hebben met de inhoud. I don’t really give a fuck man, ik ben er gewoon om je wat vertellen. Het gaat mij om de boodschap en niet om de omlijsting. Ik heb er dus ook over getwijfeld of ik door wilde gaan met muziek of dat ik de mensen op een andere manier wilde bereiken. Toen ik hoorde dat Salah was gestopt en dat hij zijn shit van internet had gehaald zo ver als hij kon, had ik zoiets van ‘ja man, ik snap dat’. Ik snap heel goed waar dat vandaan komt. Vooral de achterliggende gedachte. Op de dag dat ik er niet meer ben, wil ik ook niet dat mensen nog naar nummers van me luisteren waarin ik dingen zeg die niet helemaal zuivere koffie zijn. I get it man.

Je hebt er eerder op gehamerd dat rappers meer moeten letten op hun voorbeeldfunctie. Wat voor effect denk je dat de hedendaagse populaire muziek op kids heeft?
Ik spreek uit ervaring. Ik heb ook dingen gedaan, dingen gezegd, dingen gemaakt die destijds het rebelse gevoel onder de jongeren bevestigden. Dat gevoel komt ergens vandaan en het is heel echt, maar je moet het niet op een destructieve manier uitdrukken. Dat probeer ik de artiesten mee te geven. Vergis je niet man, vergis je echt niet in het effect dat je op jongeren hebt. Kinderen zijn net sponsen. Ze absorberen alles wat je zegt. Als ze naar je opkijken, gaan ze je imiteren. Dat is nu eenmaal de psychologie van de mens. Het is ook moeilijk, want de meeste artiesten zijn zelf nog kids. Als de artiesten praten over ‘ik hossel heel de dag’, gaan de kids ook willen hosselen met alle gevolgen van dien. Ik ken mensen die hosselen en dat zijn mensen die gewoon business-minded te werk zijn gegaan. Als zij een ander product zouden verkopen, zouden zij ook succesvol zijn in wat zij doen. Het zijn hele pientere mensen. Die hebben een heel bedrijf op poten gezet, alleen ja, onder de grond. Als ik kijk naar de jonge boys en die risico’s die zij nemen deze tijd, dan denk ik ‘voor wat doe je het eigenlijk?’ Dan ga ik met ze in gesprek, en dan merk je gewoon dat er weinig intellect achter zit. Aan het einde van de dag zijn het wel onze broertjes en zusjes. Je moet het probleem bij de roots aanpakken en dat is helemaal onderaan de ladder, bij de jeugd, bij de tieners. Die moet je kneden om in ieder geval een beetje verstand in hun hoofd te krijgen.

Wat voor activiteiten vervul je hier in het jongerencentrum zoal?
Hier zijn we vooral bezig met muziek maken. Jongens die talent hebben of graag muziek willen maken, die probeer ik zo veel mogelijk te begeleiden. Ik wil me niet te veel bemoeien met het creatieve proces. Als artiest zijnde weet ik dat dat niet altijd de meest wijze keuze is. Ik probeer ze gewoon te adviseren daar waar het belangrijk is. Voor de rest probeer ik gewoon van afstand mee te kijken. Als er vragen zijn, ben ik er altijd. Verder proberen we te kijken of de jongens in ieder geval solocarrières op kunnen bouwen. Met de tijd zullen we het zien, ik hoop dat er een beetje brood is te verdienen voor ze. Ik ben een hele grote fan van Lil CB. Hij inspireert mij man, ik zeg het je eerlijk. Het is een jongen die beperkingen heeft. Hij zit in een rolstoel, maar hij is zo creatief als wat. Hij maakt hele dope muziek. Hij is een engineer, hij kan heel goed mixen. Die man motiveert mij, bro. Ik kan wel lopen stressen om de problemen waar ik tegen aan loop, maar als je kijkt naar zijn tegenslagen zie je dat er geen enkele reden is om bij de pakken neer te gaan zitten. Die man is positief. Altijd aan het grinden, altijd bezig om door te gaan met het volgende. Laat zich niet remmen door wat dan ook. Dat motiveert me. Het gaat dus niet alleen om wat zij aan mij hebben, ik heb ook wat aan hen.

“Ben je moslim, vragen ze je gelijk wat je van ISIS vindt. Waarom zouden we daar überhaupt adem aan moeten verspillen?”

Als je kijkt naar de beeldvorming van allochtonen in de media, welke ontwikkeling heb je dan tijdens je levensloop gezien?
Ik denk dat we steeds verder van elkaar af zijn gaan staan. We nemen elkaars taaltje over, maar we staan veel te ver van elkaar af. Het lijkt alsof het verdeel en heers-spelletje echt is gelukt. We leven allemaal op eigen eilandjes man. Marokkanen daar, Turken daar, Surinamers daar, Antillianen daar, Kaapverdianen daar. Ik denk dat we daar echt de plank volledig mis hebben geslagen. Wij, als bevolking zijnde, als mens zijnde. Niet de overheid en haar instellingen. Het hele land was vroeger minder bezig met ras. Althans, hier bij mij in de stad, hier was dat nooit zo. Amsterdam is altijd mijn referentiekader geweest. Tuurlijk, je hebt altijd wel racisten gehad, maar dat was minimaal. Op school was het nooit een issue. Ik ging met je om als je een goed persoon was. Mij maakte het niet uit wat voor cultuur je had en de Nederlanders en allochtonen die ik kende dachten hetzelfde. Nu lijkt het alsof het alleen nog maar daarover gaat. Ben je donker, is de eerste vraag die je krijgt ‘wat vind jij van zwarte piet?’ Ben je moslim, vragen ze je gelijk wat je van ISIS vindt. Waarom zouden we daar überhaupt adem aan moeten verspillen? We rekenen elkaar af op ras, op kleur en op geloof. Karakteristieke eigenschappen lijken wel secundair geworden nu. Misschien heb ik een veel te gekleurde bril op, ik weet het niet.

Als afkomst in je jeugd niet zo’n issue was, wat was dan de onrechtvaardigheid waarover je je niet gehoord voelde?
Palestina toen al man. Kijk hoe lang het al speelt, bro. Dat was voor mij toen al een hele grote issue. Kijk wat er gebeurt met die kinderen daar. Kleine jongens en meisjes worden gewoon opgeblazen. Ze worden gewoon neergeschoten in koele bloede. Gewoon sniper, paf. Kogel in je achterhoofd. Acht jaar oud? Slapen. Dat soort dingen gebeuren echt, en je ziet dat. Dan groei je verder op. Irak, Afghanistan, 9/11: al die dingen komen erbij. Op een gegeven moment werd Pim Fortuyn vermoord en dan hoop je dat de dader geen moslim is. Dan denk je: ‘What the fuck? Waarom zou ik überhaupt zo erg die druk binnenin mijn lichaam moeten voelen dat ik hoop dat het geen moslim is? Waar de fuck komt dat vandaan, broer?” Dan word je boos op jezelf en de maatschappij, want je weet niet wie verantwoordelijk is voor dat gevoel. Je raakt er steeds verder in verdwaald.

“Alle emoties van al die jaren kwamen eruit in Den Haag.”

Op het moment dat je over die dingen praat, zoals bij je speech in Den Haag, wat is er toen voor je veranderd?
Na die allereerste speech is alles veranderd. Mijn hele leven is veranderd. Ik werd gevraagd door de organisatie of ik wat wilde zeggen. Ik heb me altijd al hard gemaakt voor Palestina. De aanval werd geopend op Ghaza en ik zag beelden van kinderen die in verschillende stukken over dat gebied lagen verspreid. Anno 2014, dat dit nog kan, dat zulke beelden nog worden weggekeken, daardoor ging er bij mij een knop om. Ik kon niet begrijpen dat volwassen mensen in de media er nog een ander verhaal van kunnen maken. Dan heb je geen hart, vriend. Het had jouw kind kunnen zijn, maar omdat het een moslim is, heb je er gewoon schijt aan. De nacht ervoor kon ik niet slapen en had ik een tekst geschreven op mijn telefoon. Niet meer naar omgekeken eigenlijk, tot ik op het podium stond en ‘m op begon te lezen. Alle emoties van al die jaren kwamen eruit. Tienduizenden mensen stonden daar, en iedereen ging los. Vanaf die dag, ik weet niet, bro. Er is veel gebeurd. Ik las elke dag dingen over mezelf die niet kloppen. Project hier weggetrokken, opdracht daar weggetrokken. Ze proberen je je inkomsten af te pakken, en wie is ‘ze’? Tot op de dag van vandaag weet ik het niet ouwe. Belletjes komen van bovenaf en projecten worden van me afgepakt, dan denk ik bij mezelf ‘waarom eigenlijk?’ Ik kom op voor mensen die niet voor zichzelf op kunnen komen en daar wil je mij op afrekenen. Eenieder die kritisch over Israël spreekt wordt antisemiet genoemd. Dat is een kwestie van lobbyisten en die hebben wel wat power hier in Nederland. Er zijn ook mensen die het op een hele genuanceerde manier brengen, maar daar wordt niet naar geluisterd. Ik zeg ik het op een iets hardere toon. Het feit dat ik zo word aangevallen, komt doordat ik een achterban heb waar ze u tegen kunnen zeggen.

Voel je jezelf verantwoordelijk voor die achterban?
Ik ben niet de vertegenwoordiger. Mensen willen me vaak in die positie zetten. Ik ben me wel bewust van mijn achterban. Ik weet dat veel mensen me supporten en het met me eens zijn. Ik ben wel een van de enigen die het op deze manier durft te zeggen. Mijn verantwoordelijkheid is dat ik moet letten op de woorden die ik gebruik en de manier waarop ik het breng. Dat kan wat wijzer, maar ik ben ook nog zoekende. Je moet nooit letten op de boodschapper. Wat word je eigenlijk verteld, dat is belangrijk.

Meer Interviews