Even dacht Monique Hendriks: laat maar zitten. Met haar atypische vorm van voordragen vond ze weinig aansluiting bij zowel poëzie- als theaterfestivals. Toch bleef ze schrijven. Ze werd geselecteerd voor het UC Masters toptalententraject van EMOVES, waar ze zich als maker verder ontwikkelt. Op het podium vond ze haar modus operandi door deel te nemen aan poetry slams: afgelopen september schreef ze het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam op haar naam.

Die overwinning zag ze op voorhand niet aankomen: “Het niveau qua performances was redelijk hoog. Normaal gesproken is dat iets waarin ik me onderscheid, maar dit was een ander speelveld. Maar ik merkte: veel dichters vertelden hun persoonlijke verhaal. Dat is heel kwetsbaar en mooi om te zien. Maar als je negen keer zo’n heftig eigen verhaal te horen krijgt, is het fijn dat iemand je even meeneemt naar iets daarbuiten. Iets waar je om mag lachen. Ik denk dat dat mijn succesformule die avond was.”

Dat Monique niet haar letterlijke verhaal vertelt, wil overigens niet zeggen dat haar werk niet persoonlijk is: “Ik ben degene die het schrijft, dus daar kom ik niet onderuit. Ook als ik mijn fantasie gebruik is dat gedreven door een frustratie die ik heb. Door die frustratie de toekomst in te trekken of mee te geven aan personage waar een ander zich ook in kan herkennen, bereik ik de mensen makkelijker die niet exact hetzelfde hebben meegemaakt als ik.”

Kunst als hulp bij maatschappelijke problemen

Als luisteraar blijft ze juist op afstand door een persoonlijk verhaal, merkt ze op: “Als ik mensen hoor praten over discriminatie raakt dat mij vanaf een afstand, omdat ik weet dat het gebeurt en dat vind ik verschrikkelijk. Maar om echt zelf te kunnen voelen hoe dat is, zou ik met je mee moeten gaan in dat verhaal. Dat wordt makkelijker als je praat over een verhaal waarin bijvoorbeeld blauwe en rode mensen rondlopen, omdat dat niet al de spanning met zich meedraagt die ik dagelijks ervaar. Daar zit ook de angst in om het onbewust fout te doen. Ik kan daardoor niet achterover zakken en me mee laten nemen in het verhaal. Als we dergelijke boodschappen aan kinderen meegeven, maken we er altijd een metafoor van. Bij volwassenen mag dat ineens niet meer.” Lacht: “Dat is raar, toch?”

“De nadruk ligt zo op wat er nu gebeurt en wat er met jou gebeurt. Dat maakt dat we uit elkaar drijven.”

Het aanspreken van die verbeelding is een van Moniques grootste drijfveren: “Ik denk dat dat het vlak is waarop je elkaar terug kunt vinden. Dat je je fantasie gebruikt om na te denken over hoe de toekomst eruit kan zien. De nadruk ligt zo op wat er nu gebeurt en wat er met jou gebeurt. Dat maakt dat we uit elkaar drijven. En dat terwijl we als mensen over de unieke capaciteit beschikken ons te kunnen verplaatsen in elkaar. In theorie dan. Als we zo gespannen zijn dan lukt dat niet meer.”

Bij uitstek zouden de kunsten ons dan ook kunnen helpen bij de huidige maatschappelijke uitdagingen, stelt Monique: “Het klimaatprobleem, maar ook hoe we met z’n allen samen uit deze pandemie komen; het zijn complexe thema’s die moeilijk te personaliseren zijn. De impact van een QR-code op mij als individu is veel directer voelbaar. Het vergt een ander beeld van hoe een maatschappij werkt. Auto’s hebben zo’n enorme impact gehad op ons leven; voordat ze er waren hadden we niet kunnen voorzien dat we zouden moeten nadenken over milieu en brede wegen. Voor zo’n switch heb je mensen nodig die dat verhaal invoelbaar kunnen schrijven. Kunstenaars en artiesten spelen een grote rol in het schetsen van hoe zo’n scenario eruit kan zien. Je kunt een doempad inslaan of er een positieve wending aan geven.”

“Als ik het kon uitleggen, gaf ik wel een college.”

Dat we die verbeelding aanboren, is niet vanzelfsprekend: “Ik erger me soms aan mensen die na een optreden zeggen dat ze het niet zo goed konden volgen. ‘Wat bedoel je nou toch eigenlijk?’ vragen ze dan. Dat neem ik die persoon niet kwalijk, maar dat is hoe we worden opgeleid. Er is een correct antwoord op de vraag: ‘Wat bedoelde de schrijver?’ Voor mij gaat het daar niet om. Ik weet zelf vaak niet eens wat ik bedoel. Dat is voor mij de zoektocht: ik ga op het podium staan met iets wat een gevoel heeft, maar wat ik niet kan uitleggen. Als ik het kon uitleggen, gaf ik wel een college. Ik heb respect voor mensen die hun ziel blootleggen en hun eigen ervaringen delen, dat is ook belangrijk, maar voor mij is kunst breder dan dat.”

Een zoektocht naar hoe het goed werkt

Onderdeel van Monique’s werk is het blijven zoeken naar nieuwe vormen. In het talentontwikkelingstraject UC Masters krijgt ze volop de ruimte zich te ontwikkelen als multidisciplinair maker: “Ik werk nu samen met beeldend kunstenares Lilia Scheerder aan Retrospectieven, een project waarin we poëzie in 3D in een View-Master presenteren. Het is een zoektocht naar hoe het goed werkt. Ik leer daar ontzettend veel van over wat je allemaal met beeld kan doen. De ruimte in één zo’n plaatje is beperkt, dus je moet goed nadenken hoe je beeld en tekst met elkaar laat samenwerken.” De samenwerking is gevoed door Monique’s behoefte poëzie toegankelijk te maken op een andere manier dan gebruikelijk: “Dus niet door te zorgen dat het allemaal makkelijk te begrijpen is, maar door het te koppelen aan dingen die een publiek trekken dat normaal gesproken geen poëzie-avond zou bezoeken. Kinderen hebben een fantastische fantasie en ik merk dat als ik teruggrijp naar bepaalde dingen uit mijn jeugd dat het voor mij ook makkelijker wordt om mijn fantasie te gebruiken. Ik onderzoek nu bijvoorbeeld hoe ik speelgoed kan combineren met poëzie.”

“Ik wil de clown in mij ontwikkelen.”

“Iets meer in de conceptfase nog,” vervolgt Monique, “maar ik wil de clown in mij ontwikkelen. Dat komt voort uit iets waarmee ik altijd worstel op het podium: het feit dat daar een lijf staat. Mijn lijf wil vaak nogal veel, ik kan heel beweeglijk zijn. Ik ben op zoek naar een vorm waarin ik dat gerichter en gedoseerder kan doen zonder die passie en beleving van mezelf te verliezen. In een gesprek met iemand kwam de clown naar voren: clowns zijn heel gericht in wat ze doen. Wanneer kijk je op naar je publiek? Wanneer kijk je weg? Dat fysieke performen vergt veel controle over je lichaam. Daarnaast spreekt een clown de fantasie direct aan, mensen koppelen het aan hun kindertijd. Het lijkt me tof om dat met spoken word te combineren.”

Uiteindelijk hoopt Monique vooral mensen die minder bekend zijn met poëzie te verrassen: “Het lijkt wel of poëzie bij uitstek de kunstvorm is waarbij je moet nadenken. Je mag er ook gewoon van genieten. Ik denk dat iedereen poëzie mooi kan vinden zoals iedereen een schilderij mooi kan vinden. Je moet alleen de juiste manier vinden om mensen uit die analytische mindset te halen. Ik lees zelf niet veel bundels, omdat ik het best heftig vind om poëzie te lezen. Als ik naar mijn werk fiets, staat er een serie zinnen op gebouwen die samen een gedicht vormen. Dat lees ik wel. Je kunt andere vormen kiezen om een publiek te bereiken.”

Meer Hijs Poetry, Interviews