Graffiti – New York meets The Dam: “Een black book draagt de ziel van de schrijver”

Sinds afgelopen vrijdag is de expositie Graffiti – New York meets The Dam te zien in het Amsterdam Museum. Een tentoonstelling die, zoals de naam al zegt, allerlei artworks laat zien van zowel Amsterdamse als New Yorkse artists uit de jaren 70 en 80. Een van die kunstenaars die toen ook begon is Aileen Middel, beter bekend onder de naam Mick la Rock. Nu is ze gastcurator bij de expositie. Ze gaf Hiphop In Je Smoel een rondleiding en vertelde over haar eigen ervaringen en inspiratiebronnen van toen.

Zelf schreef ze in 1983, als 13-jarig meisje, voor het eerst haar eigen naam met een stift op een elektriciteitshuisje in Tilburg. Daar bleef het niet bij. Ontelbare werken volgden, waaronder in Praag, New York, Berlijn en haar huidige thuisbasis Amsterdam. In de Bijlmer heeft ze nu een eigen atelier waar ze onder andere workshops geeft en haar werk als beeldend kunstenaar, zoals ze zich tegenwoordig noemt, maakt. Ze opent binnenkort zelfs haar eigen galerie. Nu leidt Aileen ons rond door het Amsterdam Museum waar je in de eerste zaal al meteen de sfeer van de expositie voelt. Hiphop komt uit de speakers terwijl je het straatbeeld binnenloopt waar graffiti de boventoon voert, inclusief lantaarnpaal volgeplakt met stickers. Aan één muur hangt een stuk van het ‘slangenpand’, een deel van de Tabakspanden op het Spui die aan het begin van dit jaar ontruimd werden. Patries van Elsen, die in de jaren 90 op de bovenste verdieping van Spuistraat 99 woonde en werkte, beschilderde het pand van boven tot beneden met een grote slang. De kop van het beest werd geschilderd op losse platen, die er voor hebben gezorgd dat een klein stukje van het Spui nu in het Amsterdam Museum hangt. Het Spui, de plek die jarenlang de trekpleister was voor streetartists uit de hoofdstad. Het was een van de laatste overgebleven krakersbolwerken en 32 jaar lang een culturele ontmoetingsplek waar streetart en graffititentoonstellingen werden georganiseerd voor en door streetartists zelf. “Het was een voortdurend wisselende straatgalerie”, vertelt Aileen. “Daar kwam abrupt een einde aan toen de panden dit jaar ontruimd werden waardoor een belangrijke graffitihotspot verdween.”

NY MEETS THE DAM

Naast het Spui was ook de Wibautstraat een ontmoetingsplek voor de kunstenaars. Daar zat destijds graffitischrijver Diana Ozon met haar galerie Anus. “Zij was een echte voorvechter voor het maken van graffiti”, legt Aileen uit. “Graffiti in die periode werd gemaakt om het grauwe van de stad te verhullen. De Nederlandse steden rond 1980, 1982 waren in verval geraakt. Het waren de hoogtijdagen van het IJzeren Gordijn, er was een kernwapenwedloop tussen Amerika en Rusland en de angst voor bommen voerde de boventoon bij de jeugd. Er was een soort no future tendens. Die jeugd, de graffitischrijvers, ‘schreven’ daarover, zoals we dat noemen in de scene. Het waren allemaal kunstenaars die art maakten en iets deden met de tijd en de omgeving waarin ze woonden en de maatschappelijke problemen die er waren. Een van die problemen was het grote drugsprobleem waar Amsterdam toen mee te maken had, iets wat ook speelde binnen de graffitiscene. Overal waren heroïnejunkies op straat. Door die junks kregen we te zien wat harddrugs met je kan doen. Voor ons was het hét schrikbeeld. Daardoor kregen we zoiets van: oké, wij gaan dus nooit aan die zooi.”

New Yorkse subways
Tussen 1993 en 1996 werkte Aileen veel in New York. De tentoonstelling neemt je nog iets meer terug in de tijd: het New York van 1983. “Er was daar een stijlwedloop van graffitischrijvers onderling. Iedereen probeerde elkaar te overtreffen in stijl. Metro’s reden volgespoten met graffiti pieces door de stad. Vanuit daar zijn de kunstenaars overgegaan op het schrijven op canvas. Als je als galeriehouder die metro’s ziet rijden dan denk je alleen maar: oh, dat werk wil ik ook in mijn galerie. Zo is dat gebeurd in New York. Er waren een paar galeries die de jongens echt motiveerden om werk op andere dragers te maken.”
In het museum hangt een wand vol met nagebouwde metro’s. Rechts hangen de werken op doeken. Daar tussenin staat een vitrine met de welbekende black books, de schetsboeken van de straatkunstenaars waar ze niet alleen zelf in tekenden, maar ook anderen in lieten schetsen. “De boeken zijn de meest pure vorm van de cultuur, naast het werk op de treinen. Dit was echt van de schrijver voor de schrijver, het werk dat meer op conventionele dragers gemaakt werd, was van de schrijver voor de galerie, met de intentie om verkocht te worden. Het black book draagt echt de ziel van de schrijver.”
De black books komen uit de graffitiverzameling van Martin Wong, hij werkte bij een zaak op Canal Street waar alle schrijvers hun markers kwamen halen. Wong begon werk van hun te kopen of te ruilen voor werkmateriaal. In de vitrine ligt een opengeklapt black book met het herkenbare werk van Keith Haring erin. “Mooi is dat hè”, zegt Aileen vol trots. “Iedereen kent Keith Haring anno 2015, van de mokken, de buttons, de merchandise. Maar dit is heel anders. Dit is waar de kracht in zit.”

NY MEETS THE DAM

Inspiratiebronnen uit het pre-internettijdperk
Tijdens de rondleiding vertelt Aileen ook over haar eigen voorbeeld: Lady Pink, ook haar werk is te zien bij de expositie. “In mijn ogen was zij eigenlijk de enige vrouw wiens werk belicht werd. Ze was een rolmodel voor me. Ik was natuurlijk ook een van de weinige meiden in de game, misschien op dat moment wel de enige die zo fanatiek was. Ik kan me nog meiden herinneren die ook schreven, maar voor hen was het meestal een voorbijgaande fase. Voor mij niet, en net zoals ik bleef ook Pink doorgaan. Ze werd er groot mee. Ik kon alleen maar wensen dat ik was zoals zij.”
Een andere bron van inspiratie voor Aileen waren de hiphopplaten uit die tijd, waarvan de hoezen vaak ontworpen werden door New Yorkse graffitischrijvers. “In het pre-internettijdperk was het heel moeilijk om aan je bronmateriaal te komen, inspiratie om je stijlen op te gaan baseren. Je had het boek Subway Art, de documentaire Style Wars en daar moest je het mee doen. Met een beetje geluk had je een oom die net in New York was geweest en die voor jou een paar plaatjes had geschoten van de subway. Een andere bron van inspiratie waren dus die platen. Die trokken we dan over op van dat doorzichtige papier, om het tekenen onder de knie te krijgen. We haalden er trouwens niet alleen inspiratie vandaan voor het tekenen hoor, maar ook hoe je je moest kleden als hiphopper. Want dat moesten we allemaal nog uitvinden.”

NY MEETS THE DAM

Toen de docu Style Wars in 1985 werd uitgezonden op nationale televisie ontplofte de scene en begon iedereen te schrijven. V&D, toen nog Vroom & Dreesmann, organiseerde zelfs een graffitiwedstrijd: Holland Graffiti. In hun filialen konden graffitischrijvers of kunstenaars een werk maken dat vervolgens naar de Beurs van Berlage werd gebracht en daar werd tentoongesteld. Ook Aileen deed daar aan mee. “Ik kan me nog herinneren dat je in Groningen, waar ik geboren ben, midden in het warenhuis achter de platen je eigen houten plaat kon spuiten. Aan de andere kant stonden gewoon de rekken met kleding. Dat was heel bijzonder.” Ook bijzonder in het museum is de nagebouwde metrotunnel, waar het einde van onze rondleiding nadert. Onder Amsterdam loopt een lange metrotunnel die een verzamelplaats is van allerlei graffitiwerk. Door de nagebootste geluiden van de trams heen vertelt Aileen: “Al vanaf het begin van die metrotunnel komen er graffitischrijvers om hun spoor achter te laten in de vorm van een tag of een piece. Als je in de metro zit en om je heen kijkt, is er zoveel te zien. De tunnel in Amsterdam is het best geconserveerde graffitimuseum van ons land.”

De expositie Graffiti – New York meets The Dam is samengesteld uit meer dan 200 voorwerpen en is te zien tot en met 24 januari 2016. Het Amsterdam Museum is te vinden in de Kalverstraat 92. Een toegangsticket kost 12 euro.

Geplaatst door Jaap van der Doelen op 24 september 2015