“Elk nadeel heb z’n voordeel”, zei een wijs man ooit. Gisteren mocht ik Lil Pump z’n show bezoeken in 013, maar toen ik las dat er tussen het voor- en het hoofdprogramma een uur (!) pauze zat, besloot ik om lekker thuis de wedstrijd van Ajax (de club die het stadion vernoemde naar die wijze man uit de eerste zin van dit artikel) te kijken en daarna pas naar het Tilburgse poppodium te fietsen. Een uurtje later kan ik een drie conclusies trekken en ja, dat doe ik dan ook in dit artikel.

Conclusie #1:
Lil Pump doet alsof ‘ie de tijd heeft maar heeft dat niet

De 18-jarige rapper uit Miami komt ruim twintig minuten later dan verwacht (22:10 i.p.v. 21:45) het podium op in Tilburg. Het is de tweede keer in korte tijd dat die partij hem boekt, want hij stond vier maanden eerder ook al op het hoofdpodium van WOO HAH!. De vloer, die sinds de verbouwing van drie jaar geleden een stuk groter is geworden, staat helemaal vol met hongerige pubers die zin hebben om te moshen en haast bij ieder nummer een grotere pit openmaken. Zodra ze één track niet zo losgaan als hij wil, besluit hij in een hoekje van het podium te gaan morren: “Als jullie nu niet turnt-the-fuck-up gaan, blijf ik in deze hoek. Ik heb de tijd, hoor.” Nou ja, zeg. Met de elektronische uptempo beat van Esskeetit krijgt hij later voor elkaar wat hij wil (gruwelijke dansproductie) maar dat een hype van nu niet heel erg lang meer relevant blijft is te zien aan de matige respons op Gucci Gang, qua views en streams één van de grootste hiphoptracks van vorig jaar.

Conclusie #2:
Lil Pump heeft geen conditie

Pump staat zo’n drie kwartier op het podium, dat is vele malen korter dan collega’s als Travis Scott, Drake en J. Cole, die vaak shows geven die twee keer zo lang duren. Daarbij zijn veel van zijn collega-rappers beweeglijker. Pump niet; die loopt alleen heen en weer over het grote podium. Soms rapt hij een paar van de woorden uit de zinnen mee. Routineus (knap, met zijn 18 jaar), verveeld en daardoor ook behoorlijk saai. De show kent geen spanningsboog en hangt totaal af van de hoeveelheid energie die het publiek geeft. En dat was behoorlijk veel, voor een dinsdagavond…

Conclusie #3:
Het hiphoppubliek is tegenwoordig veel te snel tevreden

Op driekwart van de show komt er een jongen met ontbloot bovenlijf uit de drukke pit de trap op gelopen. Om een luchtje te scheppen en om een drankje te bestellen. Zijn shirt zit als een bandana om zijn hoofd geknoopt. Op de vraag wat hij van de show vindt zegt hij: “Killll, die pit gaat kaolo hard!” Het tekent de huidige, jeugdige hiphopfan. Ze komen om te moshen en elkaar mee te trekken in de totale waanzin van de turnup. Zo lijken ze vaker de cirkel rond te kijken met de rug naar het podium, in plaats van te kijken en te luisteren naar wat hun favoriete artiesten nou eigenlijk doen.

De artiest in kwestie doet gedurende drie kwartier bar weinig, maar tegelijkertijd zijn er ook bar weinig bezoekers die je hoort klagen bij het naar buiten gaan. Misschien ook wel terecht; ze hebben zojuist de avond gemaakt. Maar zo lang niemand zich hardmaakt voor een beter live-niveau van de huidige hiphopsterren, zal het niveau alleen maar verder dalen en worden de shows van aanstormend talent alleen maar generieker. Hiphop is van de jeugd, zeggen ze, maar deze norse knar van 29 wil wel raps horen door die microfoon, anders zet ik thuis wel een Spotify-playlist aan. Laten we met z’n allen een klein beetje kritischer zijn en niet per definitie komen om te moshen, dan zal het niveau ongetwijfeld stukje bij beetje stijgen. Iedereen blij.

De rest van de foto’s van Willem van Breugel (harder dan de show zelf!) zie je hieronder:

Meer Party reports